-A +A

Begrip onderneming

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Definitie onderneming in het WER (Wetboek economisch recht)

artikel I,1: Onderneming is “elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen”.

Het begrip 'onderneming' gaat veel verder dan het begrip koopman en wordt door deze wel begrepen als de persoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, wal het begrip winstbejag overstijgt (MvT, Pari.St. Kamer 2013-1-1, nr. 3076/001, 8; Verslag namens de Commissie voor de Justitie, Parl.St, Senaat 2013-14, nr. 2465/2, 2 en 3; B. ALLEMEERSCH, 'De bevoegdheidsherverdeling' in B. ALLEMEERSCH, P. TAELMAN, P. VAN ORSHOVEN en B. VANLERBERGHE (eds.), Nieuwe Justitie, Antwerpen, Intersentia, 2014, pag. 65, nr. 30).

De handeling, gesteld met een economisch doel, is de handeling van levering van goederen of diensten op een bepaalde markt, kan niet beperkt worden tot daden van koophandel en is gesteld in een organisatie die gericht is op rentabiliteit, waarbij het winstgevend doel van de handeling op zich niet vereist is (l., VEROUGSTRAETE en J.-Ph. LEBEAU, 'Transfert de compétences: Je tribunal de commerce devient le juge naturel de l'entreprise', T.B.H., 2014, 5,J7, nr. 7).

Maar hiermee is de kous niet af. Het WER bestaat uit verschillende boeken die op hun beurt het begrip onderneming afhankelijk van de context en de toepassing van de regels anders definiëren.

Begrip economisch doel

Het economisch doel behelst het aanbieden op de commerciële markt van goederen en/of diensten middels een organisatie of een georganiseerd systeem dat rendement toelaat, het weze op korte, middellange of lange termijn, maar tot doel heeft het

Het nastreven van een economisch doel valt niet samen met de bedoeling om winst te maken. De winstbetrachting is geen essentieel element van een onderneming. Het subjectief nastreven van winst is daarentegen wel essentieel bij de bepaling van het begrip handel (drijven) of de begrippen daden van koophandel,, koopman en koopmansdaden. (J.VAN RYN en J.HEENEN, Principes de droit commercial 1976, t.I, weergegeven in Recueil van Ryn, Bruylant 1992, p.304)

Zijn aldus ondernemingen

• vrije beroepen
• commerciële samenwerkingsverbanden
• landbouwers
• overheidsondernemingen
• coöperatieven

Begrip onderneming in het kader van de bevoegdheidsomschrijving van de rechtbank van koophandel

Artikel 573, eerste lid, ten eerste van het Gerechtelijk Wetboek stelt: “de rechtbank van koophandel neemt kennis van de geschillen tussen ondernemingen namelijk tussen alle personen die op duurzame wijze een economisch doel nastreven, die betrekking hebben op een handeling welke is verricht in het kader van de verwezenlijking van dat doel en die niet onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen.

Het basisbeginsel inzake bevoegdheid van deze wet bestaat er in dat de geschillen met betrekking tot ondernemingen bij voorkeur aan de rechtbank van koophandel moeten worden voorgelegd met uitzonderingen van de geschillen die onder het arbeidsrecht of onder het sociaalzekerheidsrecht ressorteren.

Het begrip “onderneming” gaat veel verder dan het begrip koopman en wordt door deze wet begrepen als de persoon die op duurzame wijze en economisch doel nastreeft, wat het begrip winstbejag overstijgt.

De handeling gesteld met een economisch doel, zijnde de handelingen van levering van goederen of diensten op een bepaalde markt, kunnen niet beperkt worden tot daden van koophandel. Handelingen met economisch doel zijn handelingen gesteld in een organisatie die gericht is op rentabiliteit, waarbij het winstgevend doel van de handeling op zich niet vereist is.

Als gevolg van dit uitgangspunt is de bevoegdheid van de rechtbank van koophandel thans in geen geval meer beperkt tot vorderingen van en tegen handelsvennootschappen als zodanig maar omvat deze bevoegdheid onder meer ook vorderingen van en tegen de burgerlijke vennootschappen met handelsvorm, wat vroeger reeds werd voorgestaan.

Van zodra het statutaire doel van een vennootschap economische activiteiten vooropstelt, is de rechtbank van koophandel bevoegd, vermits ook vennootschappen, die geen handelsvennootschap zijn, activiteiten met een economisch doel kunnen ontwikkelen. Zie onder meer met tal van verwijzingen arrondissementsrechtbank West-Vlaanderen 21 november 2014, tijdschrift van de vrederechters 2015,24. In deze zaak werd onder meer de vraag gesteld in hoeverre de rechtbank van koophandel bevoegd kon zijn voor de behandeling van de invorderingen van erelonen van een advocaat op een vennootschap.
Art. 574.gerechtelijk wetboek, enig lid ten eerste stelt:
“De rechtbank van koophandel neemt kennis:
1° van geschillen ter zake van een vennootschap die beheerst wordt door het Wetboek van vennootschappen, evenals van geschillen die ontstaan tussen de vennoten van een dergelijke vennootschap, met uitzondering van de geschillen waarbij een van de partijen een vennootschap is die werd opgericht met het oog op de uitoefening van het beroep van advocaat, notaris of gerechtsdeurwaarder;”
Op grond van de argumentatie dat de vennootschappen van onder meer advocaten thans uitdrukkelijk uitgesloten zijn in artikel 574, enig lid, ten eerste van het Gerechtelijk Wetboek, kan inzake invordering van ereloonstaten niet tot de onbevoegdheid van de rechtbank van koophandel worden besloten. Deze uitzondering werd gemaakt omdat rechtbank van eerste aanleg die reeds kennis neemt van diverse geschillen van vrije beroepen, beter geplaatst is om kennis te nemen van zulke geschillen.

Dat de vennoten en medewerkers van een advocatenkantoor een vrij beroep zijn, is bij de beoordeling van de bevoegdheid in weze dienend. Hoe dan ook stelt de arrondissementsrechtbank van West-Vlaanderen in haar vonnis van 21 november 2014 vast dat artikel 573, enig lid, ten eerste van het gerechtelijk wetboek de beoefenaars van een vrij beroep niet uitsluit en dat de beoefenaars van een vrij beroep te beschouwen zijn als ondernemingen in de zin van voorzegde bepaling, wat strookt met de wet van 16 januari 2013 tot oprichting van een kruispuntbank voor ondernemingen die de registratieplicht sinds 2009 heeft uitgebreid tot vrije beroepers, met de rechtspraak van het Hof van Justitie, die de beoefenaars van een vrij beroep onder het begrip onderneming onderbrengt.

Dit geldt ook voor advocaten. De vaststelling dat artikel 574 enig lid ten eerste van het Gerechtelijk Wetboek thans onder meer voor advocaten een uitdrukkelijke uitzondering maakt, staat het voorgaande niet in de weg en maakt – anders dan bepaalde rechtsleer stelt – geen argument uit om het tegendeel te besluiten.

Deze uitzondering werd gemaakt omdat rechtbank van eerste aanleg, die reeds kennis neemt van diverse geschillen van vrije beroepen, beter geplaatst is om kennis te nemen van zulke geschillen. De arrondissementsrechtbank van West-Vlaanderen de dato 21 november 2014, besliste dan ook in deze zaak dat de rechtbank van koophandel te Gent bevoegd was. Voor de volledige tekst van dit vonnis met tal van verwijzingen, zie tijdschrift van de vrederechters 2015 bladzijden 24 en volgende.
 

Definitie economische entiteit

Een economische entiteit kan enkel op negatieve wijze worden gedefinieerd bij afwezigheid van een meerdere criteria, waarbij de afwezigheid van 1 of zelfs meer op zich nog niet wijzen op het niet bestaan van een economische entiteit (HvJ 17 februari 1993, Poucet, C-160/91, Jur. 1993, I-637, ro 18).

De afwezigheidscriteria van de economische entiteit (aangereikt door het Europees Hof van Justitie:

• de deelname aan een openbare dienst
• de sociale functie die daarbij wordt waargenomen
• het solidariteitsbeginsel dat eraan ten grondslag ligt,
• de afwezigheid van winstoogmerk,
• het ontbreken van een verband tussen prestatie en vergoeding.

Let wel om na te gaan of er al dan niet sprake is van een economische entiteit mag er niet getoetst worden aan één van deze criteria alleen, maar wel aan de mix, het samenspel en de wisselwerking van de afwezigheid van deze elementen.

Aldus kan een entiteit die het algemeen belang nastreeft, een economische entiteit zijn en kan ook een VZW een economische entiteit zijn.

Zie ook « Onderneming, markt en Staat in het EG-mededingingsrecht » in KORTMANN S. en DORTMOND P. (eds),Financiering en aansprakelijkheid, Serie Onderneming en recht, deel I, Zwolle 1994, 289 ev14

Het begrip onderneming in het mededingingsrecht

Onderneming is “elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd”

HvJ 28 juni 2005, C-189/02, Dansk Rorindustrie et al.v.Commissie, Jur.2005

Aldus sluit zelfs de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid het begrip onderneming niet uit.

De eenheid die economische activiteit uitoefent is een economische entiteit. Maar wat is dan een economische entiteit.

Het begrip onderneming in het insolventierecht

In het insolventierecht wordt het begrip onderneming wordt een onderscheid gemaakt tussen de schuldenaar die een rechtspersoon of natuurlijke persoon kan zijn en de onderliggende economische activiteit die gekwalificeerd wordt als “onderneming” en waarvan het begrip dus verschilt van dat van het Wetboek van economisch recht.

Aldus is het toepassingsgebied ratione personae in de WCO, ruimer dan in het WER doordat ook andere personen dan kooplieden of handelsvennootschappen tot de WCO kunnen toegelaten, maar anderzijds beperkter doordat burgerlijke vennootschappen van de WCO zijn uitgesloten.

Het begrip onderneming in het arbeidsrecht

Zie M. VAN PUTTEN, Het arbeidsrecht en de onderneming, Intersentia 2009, 820 p

Het begrip onderneming in het Europees recht

Zie het begrip economische entiteit (richtlijnen 77/187, 98/50 en 2001/23), als basis van het Europees sociaalrecht en vestigingsrecht

Begrippen koopman, koophandel, handelaar, handelsvennootschappen

De begrippen koopman, koophandel, handelaar, handelsvennootschappen zijn geen verouderde termen en blijven hun belang houden onder meer met betrekking tot:

• Bewijs in handelszaken
• Het zuivere handelsrecht
• Gebruiken in handelszaken
• Bevoegdheid
• Vestigingsvoorwaarden

Toch dient benadrukt dat wet, rechtsleer en rechtspraak de opdelingen en verschillen in behandeling en zelfs de criteria ter differentiatie bekritiseren en zelfs ongrondwettelijk achten (GWH, 6 april 2011 (n° 55/2011) en 15 december 2011 (n° 192/2011) 

Rechtspraak: 

Begrip Onderneming en Ondernemer in de RSZ wet

Cass. 25/01/2016, R.A.B.G., 2017/3, p. 167-168

samenvatting:

Onderneming in de zin van artikel 3, 5°bis uitvoeringsbesluit RSZ-wet is elke entiteit die erop gericht is, al dan niet met winstoogmerk, met behulp van personen en materiële of immateriële middelen, goederen of diensten te leveren. Ondernemer in de zin van deze bepaling is de natuurlijke of rechtspersoon die de onderneming exploiteert.

tekst arrest

(RSZ / A. VZW - Rolnr.: S.14.0043.N)

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen (afdeling Hasselt) van 8 januari 2014.

II. Cassatiemiddel
De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Tweede onderdeel
1. Krachtens artikel 2, § 1, 1° RSZ-wet kan de Koning, bij in ministerraad overlegd besluit en na het advies van de Nationale Arbeidsraad te hebben ingewonnen, de toepassing van deze wet uitbreiden tot “de personen die (…), een arbeid verrichten in gelijkaardige voorwaarden als die van een arbeidsovereenkomst” en alsdan de persoon aanwijzen “die als werkgever wordt beschouwd”.

In uitvoering van deze bepaling heeft de Koning in artikel 3, 5°bis uitvoeringsbesluit RSZ-wet de toepassing van de RSZ-wet verruimd tot “de personen die vervoer van personen verrichten dat hun wordt toevertrouwd door een onderneming, door middel van voertuigen waarvan zij geen eigenaar zijn of waarvan de aankoop gefinancierd of de financiering gewaarborgd wordt door de ondernemer, of aan wie een onderneming diensten verleent in verband met het hun opgedragen vervoer, alsmede tot die ondernemers”.

2. Onderneming in de zin van artikel 3, 5°bis uitvoeringsbesluit RSZ-wet is elke entiteit die erop gericht is, al dan niet met winstoogmerk, met behulp van personen en materiële of immateriële middelen, goederen of diensten te leveren. Ondernemer in de zin van deze bepaling is de natuurlijke of rechtspersoon die de onderneming exploiteert.

3. Het arrest stelt vast dat de verweerster een erkende ambulancedienst is die met behulp van ambulanciers ziekenvervoer verricht in het kader van dringende medische hulpverlening. Het stelt verder vast dat zij haar diensten aan de ziekenhuizen factureert, maar daarbij gebonden is aan tarieven die door de overheid zijn opgelegd.

4. Het arrest oordeelt dat de verweerster niet als een ondernemer of onderneming kan worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 3, 5°bis uitvoeringsbesluit RSZ-wet op grond dat de activiteit die de verweerster ontplooit niet als een economische activiteit kan worden beschouwd, omdat de diensten die zij levert op een door de overheid getarifeerde wijze worden vergoed en zij derhalve niet bij machte is vrijelijk een prijs te zetten die haar zou toelaten het financiële risico, eigen aan die activiteit, te dekken.

Het arrest dat aldus op grond van niet ter zake dienende criteria oordeelt dat de door de verweerster uitgebate ambulancedienst niet als een onderneming kan worden aanzien, verantwoordt zijn beslissing dat de eiser zich ten onrechte op artikel 3, 5°bis uitvoeringsbesluit RSZ-wet beroept niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent.

Noot:

Herman, J., « “Vrijwilligers” en vervoer van zieken: ontsnappen aan de bijdrageplicht is niet evident », R.A.B.G., 2017/3, p. 169-174

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: zo, 21/06/2015 - 09:57
Laatst aangepast op: ma, 04/09/2017 - 14:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.