-A +A

Art. 744 Gerechtelijk Wetboek wijziging Potpourri I

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

(wet van 19 oktober 2015 houdende wijzigingen van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015) - Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek .

Het nieuwe artikel 744 Gerechtelijk Wetboek luidt:

"Art. 744.
De conclusies bevatten tevens, achtereenvolgens en uitdrukkelijk:

1° de uiteenzetting van de voor de beslechting van het geschil pertinente feiten;

2° de aanspraken van de concluderende partij;

3° de middelen die worden ingeroepen ter ondersteuning van de vordering of het verweer, waarbij in voorkomend geval verschillende middelen genummerd worden en hun voordracht in hoofdorde of in ondergeschikte orde wordt vermeld;

4° het gevraagde beschikkende gedeelte van het vonnis, waarbij in voorkomend geval de hoofdorde of ondergeschikte orde van de verschillende onderdelen wordt vermeld. De in een andere zaak of in een andere aanleg genomen conclusies waarnaar wordt verwezen of waaraan wordt gerefereerd worden niet beschouwd als conclusies in de zin van artikel 780, eerste lid, 3°. "


Klik hier voor een 
Model van een conclusie

Vooreerst dient gewezen op het vierde woord van artikel 744: “tevens”
 
naast de vermeldingen van artikel 744 wetboek dienen conclusies ook te voldoen aan de voorwaarden van artikel 743 van het gerechtelijk wetboek:
 
"Art. 743 De partijen vermelden in hun conclusie hun naam, voornaam en woonplaats of gerechtelijk elektronisch adres, alsmede het rolnummer van de zaak.
 
De rechtspersonen doen blijken van hun identiteit op de bij artikel 703 bepaalde wijze.
 
De conclusies worden ondertekend door de partijen of door hun raadsman.er van de zaak op de algemene rol."
 
Het nieuwe in de Potpourri I wet waarbij artikel 744 wetboek werd herschreven, is het ingevoerde formalisme en de verplichte structuur van een conclusie (daar waar vroeger een gewone brief zelfs als conclusie kon worden aanvaard). De bedoeling hiervan is om het de rechter gemakkelijker te maken zodat hij onmiddellijk een gestructureerd geschrift krijgt, waarbij hij weet welke elementen hij waar in dit geschrift kan vinden.
 
Nadeel is dat elk formalisme in de procedure de burger verder verhindert om in de eigen verdediging te voorzien. Ook de advocaten dienen met grotere omzichtigheidconclusies op te stellen hetgeen een hogere kost met zich meebrengt. Art. 743 Gerechtelijk Wetboek zal het misschien de rechter gemakkelijker maken, maar zal zeker Justitie duurder maken waardoor zij meer product dan recht wordt.
 
Dit wetsartikel is niet inwerkinggetreden op de voorziene datum van 1 november 2015 door een blunder waarbij de wetgever vergeten was dat artikel 744 Gerechtelijk Wetboek reeds gewijzigd was op 10 juni 2006 waarbij deze wijziging in voege zou treden ten laatste op 1 januari 2017 en waarbij de Potpourri I-wetgever vergeten was de wet van 10 juni 2006 op te heffen. Wellicht zal een en ander worden opgelost via een zoveelste reparatiewetje.
 
Heel wat advocaten zullen menen in dit artikel niet veel nieuws te ontdekken, omdat zij menen dat de conclusies die zij vandaag nemen reeds op die wijze worden opgesteld. De verschillen zijn in de eerste plaats dat onmiddellijk na de weergave van de feiten de aanspraken (de formele eisen) dienen vermeld te worden.
 
Verder is de verplichte volgorde en de uitdrukkelijke inhoud van de onderscheiden onderdelen van de conclusie imperatief geworden.
 
Heel wat conclusies in het verleden werden opgesteld zonder nummering van de middelen. De nummering is thans verplicht. Meestal werden vroeger in conclusies hoofdordes en ondergeschikte ordes afzonderlijk weergegeven, al was dit niet steeds het geval en konden ondergeschikte orde soms in dezelfde zin staan, voorafgegaan door “ondergeschikt” of “minstens”. Dit blijkt thans uit den boze afzonderlijke alinea’s lijken aangewezen nu de wet duidelijk wil dat zowel de middelen in hoofdorde als in ondergeschikte orde worden uitgewerkt en genummerd.
 
Onder de feiten wordt in de conclusieweergave gedaan van alle relevante feiten, daden, inbreuken, onthoudingen, feitelijkheden, kortom feitelijke omstandigheden in de brede zin van het woord waaruit de eis zal worden gedistilleerd en waarbij in de loop van het geding geen eisen zullen kunnen toegevoegd worden die niet gesteund zijn op deze zelfde feiten aangehaald in de dagvaarding.
 
 
Enige toelichting kan ook gegeven worden bij het derde deel van de conclusie, namelijk de aanspraken van de conclusienemende partij.
 
Onmiddellijk na “feiten” dient de concluant met de deur in huis te vallen en onmiddellijk zijn eisen te formuleren. Eisen zijn concrete aanspraken die verder geconcretiseerd worden en waarbij formeel geformuleerd wordt welke veroordeling of uitspraak van de rechter verwacht wordt.
 
Traditioneel werden de eisen geformuleerd in het beschikkend gedeelte waarbij elke rechtspracticus, zowel bij de lectuur van vonnissen als conclusies steeds eerst de laatste bladzijde las om daar het dispositief op beschikkend gedeelte terug te vinden.
 
De wetgever was duidelijk niet vertrouwd met deze rechtspraktijk die nochtans elke magistraat eigen is en waarbij hij dus tweemaal de eis zal dienen te lezen, eenmaal onmiddellijk na weergave van de feiten en een tweede maal in het beschikkend gedeelte waarbij de eisen in beide gedeeltes dienen overeen te komen, hetgeen alleen maar tot discussie kan leiden wanneer de eisen anders geformuleerd zijn in de verschillende onderdelen, anders geïnterpreteerd kunnen worden, bepaalde zaken niet hernemen, of bepaalde zaken totaal anders eisen of niet eisen.
 
In deze vaste structuur die door het artikel 744 wordt opgelegd. Is er dus geen plaats meer om na opgave van de feiten een afzonderlijk onderdeel op te nemen inhoudende bijvoorbeeld:
 
• procedurele antecedenten
 
• toepasselijke wetbepalingen
 
• standpunten van de partijen
 
• discussie
 
• abstract en rechtsvragen
 
niet dat deze onderdelen strikt noodzakelijk zijn, maar zij kunnen zeer nuttig en verduidelijkend zijn in deze of gene zaak.
 
Niet dat we deze elementen niet meer zouden mogen opnemen in onze conclusies, maar dan dienen we ze op te nemen in het vaste keurslijf van artikel 744 – als onderdeel van een van de vijf imperatieve puntjes.
 
W.H. Auden schreef het prachtige gedicht “Law like love”. http://elfri.be/juridische-informatie/recht-als-de-liefde  
 
Welnu, zoals de liefde zich niet laat vatten door een keurslijf, zo laat recht zich ook niet leiden tot een keurslijf.
 
Zowel Aristoteles, Seneca, de onbekende schrijver van Ad Alexandrum, Quintinianus, Cicero, leerden verschillende wijze van argumentatie aan waarbij zij de verschillende methodes en structuren, ja zelfs onderdelen, naast mekaar plaatsten en waarbij de advocaat in functie van het momentum, in functie van de zaak, in functie van de rechter, in functie van zijn eigen aanvoelen, de interacties van zijn tegenstrevers, zijn strategie en zijn indeling van zijn betoog uitkoos.
 Je kan een pleidooi niet voorbereiden, je kan je wel voorbereiden om te pleiten. Zo ook wanneer een advocaten conclusie schrijft, kan hij beginnen met een structuur om daarna de elementen van de structuur in te vullen. Maar wanneer hij het geheel dan zal nalezen zal hij vaststellen dat de eerst gekozen structuur dient aangepast en dat misschien iets wat helemaal onderaan staat als eerste zin dient geformuleerd. Andere advocaten schrijven conclusies door eerst alle mogelijke gedachten over de zaak op nog niet gestructureerde wijze zo volledig mogelijk neer te schrijven of te dicteren om hierna in het geschrift structuur aan te brengen..
 
De middelen die in de conclusie dienen vermeld te worden betreffen middelen in feite en zouden dus in een vereenvoudigde vorm kunnen overeenkomen met de feitelijke uiteenzetting. Het was niet de bedoeling om onder de middelen verplicht de middelen in rechte aan te geven, het is natuurlijk niet verboden volgens de nieuwe wet dit te doen en het is misschien zelfs verstandig dit te doen.
 
Met de “middelen” in artikel 744 gerechtelijke bedoelt de wetgever de feitelijke omstandigheden, de feiten, de nalatigheden… die de eis om het verweer ondersteunen en waaruit middelen in rechte volgen die liefst ook worden weergegeven, zonder dat dit verplicht is. Bovendien mogen de partijen of hun advocaten niet vergeten dat meerdere middelen dienen genummerd te worden. Dit werkt volgens de wetgever opgelegd teneinde de rechter bij de les te houden en het hem gemakkelijk te maken om geen punten te vergeten en punt per punt op de middelen te antwoorden. Wat antwoorden is op een middel in rechte is duidelijk. Maar bestaat geen verplichting om middelen in de rechte te vermelden. Hoe zal de rechter op genummerde middelen in feite moeten antwoorden, hetgeen volgens een logische juridische redenering onmogelijk is.
 
En dan dient ook het beschikkend gedeelte vermeld te worden. Dit was reeds voorzien in de oude wetgeving maakt thans wordt vereist dat het beschikkend gedeelte “uitgewerkt” is. Met het uitgewerkte  beschikkend gedeelte bedoelt de Potpourri I wetgever een kant-en-klaar dispositief voor de rechter indien hij de concluant gelijk geeft.
 
Bij een vorderingen van facturen en bij voorlopige maatregelen dan wel een procedures waarbij de aanstelling van een deskundige werd gevorderd en hierbij een conclusie de gevraagde opdracht van de deskundige werd omschreven, werd vaak in het dispositief verwezen in het motiverend gedeelte van de conclusie (corpus van de conclusie) dit om herhaling te vermijden.
 
Ingevolge het nieuwe artikel 744 gerechtelijk wetboek is dit uit den boze. Het dispositief dient volledig te zijn en dus niet te verwijzen naar bepaalde elementen in het motiverend gedeelte die als eis werden geformuleerd.
 
De korte maar duidelijke gebruikelijke bewoording van het beschikkend gedeelte: “concluant volhardt”, “concluant het voordeel te verlenen van zijn vorige besluiten”… wordt voltooid verleden tijd door artikel 744 gerechtelijk wetboek.
 
Maar dan stelt zich onmiddellijk de vraag naar de sancties die gesteld worden op het niet strikt naleven van artikel 744. Weze vooreerst opgemerkt dat de wetgever geen sancties voorziet. Maar volgens de wetgever (parlementaire stukken kamer 2014-2 1015 nummer 54 - 1219/01,11) zou de rechter niet moeten antwoorden op een middel dat niet in de juiste volgorde of niet met het juiste nummertje of bij gebrek aan nummertje werd vermeld.
 
De Potpourri I  wetgever heeft zowel zin voor humor, muggenzifterij, kommaneuken, gebrek aan realiteitszin als juridisch inzicht. In een arrest van het Hof van Cassatie van 30 september 1996, A.C. 1996, 818, werd gesteld dat een eis die enkel voorkomt in het motiverende gedeelte van een conclusie zonder herhaald te worden in het beschikkend gedeelte een regelmatige eis is waarop de rechter antwoord dient te geven.
 
Bij gebreke aan een specifieke nietigheid in op de Potpourri I 1 dienen we terug te vallen op de nietigheidleer van het gerechtelijk wetboek, op basis waarvan kan veroordeeld worden dat de schending van artikel 764 niet tot de nietigheid van de conclusie kan leiden behoudens indien hierdoor de rechten van de verdediging of andere belangen geschaad zijn. Daarom weet ik dat artikel 744 gerechtelijk werd eerder als richtlijn-aanbeveling dient aanzien.
 

 

Wanneer een gewone burger zich tot het gerecht zou wenden om daar mondeling een eis of een verdediging te voeren, nadien zou uitgenodigd worden om dit op papier te zetten en hierna zijn document afgewezen ziet omdat het niet voldoet aan het formalisme van de wetgever, niettegenstaande hij argumenten heeft gegeven en duidelijk heeft gevraagd wat hij van de rechter verwacht, dan kunnen we niet anders besluiten dat de regels van goede procesvoering, het recht van de toegang tot de rechter, het recht van verdediging, de motiveringsplicht van hoven en rechtbanken en artikel 6 EVRM geschonden worden door de Belgische Potpourri I-wetgever
Rechtsleer: 

• X., Potpourri, Juristenkrant 2014, afl. 299, 14
• X., Nog meer potpourri, Juristenkrant 2015, afl. 317, 7
• VROMAN, F., De rol van het Openbaar Ministerie binnen de familiekamers in eerste aanleg en in hoger beroep na de wet van 19 oktober 2015 (Wet Potpourri I), T.Fam. 2015, afl. 10, 251-264
• X., Potpourri I in Staatsblad [Overzicht wijzigingen van burgerlijk procesrecht], Juristenkrant 2015, deel 1: afl. 316, 6; deel 2: afl. 317, 7
• SENAEVE, P., De voorlopige tenuitvoerlegging van vonnissen in materies van familierecht na de wet van 19 oktober 2015 (Wet Potpourri I), T.Fam. 2015, afl. 10, 244-250
• PONET, B., [Column] Potpourri en de praktijk, Juristenkrant 2015, afl. 319, 13
• BOULARBAH, H., VAN DROOGHENBROECK, J., Résumé rudimentaire et application dans le temps de la loi dite « Pot-pourri I », JT 2015, afl. 6621-6622, 765-766 en http://jt.larcier.be/ (16 november 2015)
• LAMON, H., De ministeriële potpourri, Juristenkrant 2015, afl. 313, 17
• PONET, B., Potpourri I en nieuwe justitie, Juristenkrant 2015, afl. 316, 17
• ERDMAN, F., Potpourri 1: vernieuwen is niet absoluut veranderen [De invordering van onbetwiste schuldvorderingen], Juristenkrant 2015, afl. 312, 12
• VAN TILBORG, K., [Bestrijding betalingsachterstand] Inning onbetwiste schulden door gerechtsdeurwaarder: preciseringen, Balans 2015, afl. 749, 1-4 en http://www.balans-bilan.be/ (4 december 2015)
• CHABOT, D., 4 Potpourriwetten. Gedroogde bloemen voor een betere justitie, Ad Rem 2015, afl. 4, 28-29
• ALLEMEERSCH, B., BATS, J., De hervorming van justitie bekeken vanuit ondernemingsperspectief, Cah.jur. 2015, afl. 3, 57-65

Wetgeving: 

Noot ivm de inwerkingtreding van deze wettelijke bepaling:

Dit wetsartikel is niet inwerkinggetreden op de voorziene datum van 1 november 2015 door een blunder waarbij de wetgever vergeten was dat artikel 744 Gerechtelijk Wetboek reeds gewijzigd was op 10 juni 2006 waarbij deze wijziging in voege zou treden ten laatste op 1 januari 2017 en waarbij de Potpourri I-wetgever vergeten was de wet van 10 juni 2006 op te heffen. Wellicht zal een en ander worden opgelost via een zoveelste reparatiewetje.

Ik zet dit in cursief en in kleine lettertjes, omdat ik inmiddels reeds kennis heb gekregen die conclusies inhoudelijk weigeren te beantwoorden wanneer ze niet voldoen aan 744 G.W. Volgens hebben deze rechters het verkeerd voor. Ik verwacht nog heel wat discussies en rechtspraak ingevolge de blunder van de wetgever. Toch raad ik mijn confraters aan om vanaf heden de nieuwe structuur van art. 744 inzake de conclusies aan te nemen om discussies te vermijden die de clië,nt niet dienen, weze het wel onze intellectuele juridische zelfbevrediging als advocaat.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: do, 21/01/2016 - 20:37
Laatst aangepast op: do, 16/02/2017 - 20:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.