-A +A

Art. 1394/20-27 Gerechtelijk Wetboek wijziging Potpourri I

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

(wet van 19 oktober 2015 houdende wijzigingen van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015) - Wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek

Alhier wordt het art. 1394/20-27 besproken: de zogeheten potpourri invordering, of de administratieve invordering tussen handelaars..

Het nieuwe artikel 1394/20 - 1394/27 Gerechtelijk Wetboek luidt:

Voorafgaande opmerking, deze bepalingen zijn nog niet van kracht en zullen in deze of ondertussen gewijzigde vorm pas inwerkingtreden op een onbepaalde datum en uiterlijk op: 01-09-2017, tenzij de wetgever deze datum uitstelt of deze bepalingen herschrijft:
"HOOFDSTUK I quinquies TOEKOMSTIG RECHT.-
Invordering van onbetwiste geldschulden (tussen handelaars)

Art. 1394/20 TOEKOMSTIG RECHT.

Elke onbetwiste schuld die een geldsom tot voorwerp heeft en die vaststaat en opeisbaar is op dag van de aanmaning bedoeld bij artikel 1394/21 kan, ongeacht het bedrag ervan, vermeerderd met de verhogingen waarin de wet voorziet en de invorderingskosten alsmede, in voorkomend geval en ten belope van ten hoogste 10 % van de hoofdsom van de schuld, alle interesten en strafbedingen, in naam en voor rekening van de schuldeiser op verzoek van de advocaat van de schuldeiser door een gerechtsdeurwaarder worden ingevorderd, met uitzondering van schulden van of ten aanzien van:

1° publieke overheden bedoeld in artikel 1412bis, § 1;

2° schuldeisers of schuldenaren die niet zijn ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;

3° handelingen die niet zijn verricht in het kader van de activiteiten van de onderneming;

4° een faillissement, een gerechtelijke reorganisatie, een collectieve schuldenregeling en andere vormen van wettelijke samenloop;

5° niet-contractuele verbintenissen, tenzij zij

a) het voorwerp uitmaken van een overeenkomst tussen de partijen of er een schuldbekentenis is,

of

b) betrekking hebben op schulden uit hoofde van gemeenschappelijke eigendom van goederen.

Art. 1394/21 TOEKOMSTIG RECHT.

Vooraleer tot invordering over te gaan betekent de gerechtsdeurwaarder aan de schuldenaar een aanmaning tot betalen.

De aanmaning bevat, op straffe van nietigheid, benevens de vermeldingen bedoeld bij artikel 43:

1° een duidelijke beschrijving van de verbintenis waaruit de schuld is ontstaan;

2° een duidelijke beschrijving en verantwoording van al de bedragen die van de schuldenaar geëist worden, met inbegrip van de kosten van de aanmaning en, in voorkomend geval, de wettelijke verhogingen, interesten en strafbedingen;

3° de aanmaning om te betalen binnen de maand en de wijze waarop de betaling kan worden verricht;

4° de mogelijkheden waarover de schuldenaar beschikt om op de aanmaning te reageren overeenkomstig artikel 1394/22;

5° de inschrijving van de schuldeiser en de schuldenaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Bij de akte van aanmaning worden gevoegd:

1° een afschrift van de bewijsstukken waarover de schuldeiser beschikt;

2° het in artikel 1394/22 bedoelde antwoordformulier.

Art. 1394/22 TOEKOMSTIG RECHT.

De schuldenaar die de bedragen die worden ingevorderd niet betaalt, kan binnen de termijn bedoeld in artikel 1394/21, tweede lid, 3°, betalingsfaciliteiten vragen of de redenen te kennen geven waarom hij de schuldvordering betwist, bij middel van het antwoordformulier dat gehecht wordt aan de akte van aanmaning.

Het antwoordformulier wordt, tegen ontvangstbewijs, aan de instrumenterende gerechtsdeurwaarder gestuurd, hem overhandigd in zijn studie of hem overgezonden op een andere wijze bepaald door de Koning. De gerechtsdeurwaarder geeft daarvan onverwijld kennis aan de schuldeiser evenals, in voorkomend geval, van het betalen van de schuld

Art. 1394/23 TOEKOMSTIG RECHT.

In het geval de schuldenaar de schuld betaalt of de redenen te kennen geeft waarom hij de schuld betwist, wordt de invordering beëindigd, onverminderd het recht van de schuldeiser om, in geval van betwisting van de schuld, zijn rechtsvordering in rechte uit te oefenen.

In het geval de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten overeenkomen wordt de invordering opgeschort

Art. 1394/24 TOEKOMSTIG RECHT.

§ 1. Ten vroegste acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 1394/21, tweede lid, 3°, stelt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder, op verzoek van de schuldeiser, proces-verbaal van niet-betwisting op waarin wordt vastgesteld, naar gelang van het geval:

1° ofwel dat de schuldenaar de schuld niet of niet geheel heeft voldaan, noch betalingsfaciliteiten heeft gevraagd of gekregen, noch de redenen te kennen heeft gegeven waarom hij de schuld betwist;

2° ofwel dat de schuldeiser en de schuldenaar betalingsfaciliteiten zijn overeengekomen, die evenwel niet zijn nagekomen.

In het proces-verbaal worden tevens de vermeldingen van de akte van aanmaning en de geactualiseerde afrekening van de schuld in hoofdsom, schadebeding, intresten en kosten opgenomen.

§ 2. Het proces-verbaal wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder uitvoerbaar verklaard door een magistraat van het Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest bedoeld in artikel 1389bis/8.

Het wordt voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging en maakt, in voorkomend geval pro rata van het saldo van de schuldvordering, een titel uit die overeenkomstig het vijfde deel van dit Wetboek ten uitvoer kan worden gelegd.

§ 3. Onverminderd de bevoegdheid van de beslagrechter in geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging wordt de uitvoering van het proces-verbaal van niet-betwisting alleen geschorst door een vordering in rechte, die wordt ingesteld bij verzoekschrift op tegenspraak. Titel Vbis van boek II van het vierde deel, met uitzondering van artikel 1034quater, is van toepassing. Op straffe van nietigheid wordt bij elk exemplaar van het verzoekschrift een afschrift van het proces-verbaal van niet-betwisting gevoegd.

§ 4. Een volledig uitgevoerde invordering geldt als dading voor de gehele schuld, met inbegrip van alle eventuele wettelijke verhogingen, interesten en strafbedingen.]

Art. 1394/25 TOEKOMSTIG RECHT.

De Koning bepaalt het model van het antwoordformulier bedoeld in artikel 1394/22, het model van het proces-verbaal van niet-betwisting, de wijze waarop dat proces-verbaal uitvoerbaar wordt verklaard en het formulier van tenuitvoerlegging bedoeld in artikel 1394/24, § 2.]

Art. 1394/26 TOEKOMSTIG RECHT.

Artikel 38 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is van overeenkomstige toepassing.

Art. 1394/27 TOEKOMSTIG RECHT.

§ 1. Er wordt, bij de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders bedoeld in artikel 555, een "Centraal register voor de invordering van onbetwiste geldschulden" opgericht, hierna "Centraal register" genoemd. Het Centraal register is een geïnformatiseerde gegevensbank georganiseerd en beheerd door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders waarin gegevens verzameld worden die nodig zijn om het juiste verloop van de procedures voor de invordering van onbetwiste geldschulden na te gaan en het proces-verbaal van niet-betwisting uitvoerbaar te verklaren.

Te dien einde, onverminderd andere mededelingen of kennisgevingen, stuurt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder een afschrift van al de in dit hoofdstuk bedoelde exploten, betekeningen, kennisgevingen, mededelingen, betalingsfaciliteiten of processen-verbaal en, in voorkomend geval, van de bijlagen ervan binnen drie werkdagen aan het Centraal register.

§ 2. De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders wordt met betrekking tot het Centraal register beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

De gegevens opgenomen in het Centraal register worden tien jaar bewaard.

§ 3. De gerechtsdeurwaarders kunnen de gegevens van het Centraal register rechtstreeks registreren en raadplegen per aangemaande partij of, in voorkomend geval, per schuldeiser. Deze gerechtsdeurwaarders worden bij naam aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders voortdurend wordt bijgewerkt.

Van zodra een proces-verbaal van niet-betwisting overeenkomstig artikel 1394/24 uitvoerbaar werd verklaard, kunnen de in het Centraal register opgenomen gegevens die hierop betrekking hebben enkel nog geraadpleegd worden door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders met het in paragraaf 6 bedoelde oogmerk.

§ 4. Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling of de registratie van gegevens in het Centraal register, of aan de verwerking of de mededeling van de erin geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing.

§ 5. Om de juistheid na te gaan van de gegevens die in het Centraal register worden ingevoerd en het Centraal register voortdurend te kunnen bijwerken, heeft de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 7°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en kan zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij mag het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mededelen.

De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het Rijksregister aan de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders worden overgezonden. Hij kan eveneens nadere regels vaststellen betreffende het gebruik van het identificatienummer van het Rijksregister door de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders.

§ 6. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders staat in voor de controle op de werking en het gebruik van het Centraal register. In voorkomend geval is hoofdstuk VII van boek IV van deel II van dit Wetboek van toepassing.

§ 7. De Koning bepaalt de nadere regels voor de inrichting en werking van het Centraal register
"

Deze nieuwe procedure is nu eens niet een fantasie van de Potpourri I 1 wetgever maar werd ingegeven door richtlijn 2011/7 EU van het Europees parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de bestrijding van betalingsachterstanden handelstransacties in het nationaal recht om te zetten

Aldus werd een buitengerechtelijke invorderingprocedure voorzien voor schuldvorderingen van en tegenhandelaars.

De voorwaarde is wel dat het gaat om een onbetwiste geldschulden waarbij de facturen dus niet werden geprotesteerd en waarbij de vordering bestaat in een vordering tot betaling van een geldsom.
Procedurele stappen:
1. Aanmaning tot betaling door de gerechtsdeurwaarder samen met de vermeldingen bedoeld in artikel 43 van het Gerechtelijk Wetboek en formulier samen met de bewijsstukken (voor de opgave van deze stukken en noodzakelijke vermeldingen zie hoger staande wettekst)

2. De schuldenaar heeft de gelegenheid om via het invulformulier betalingsfaciliteiten te vragen of de schuld te betwisten waarbij dit invulformulier dat verstuurd wordt naar de gerechtsdeurwaarder die hiervan kennis heeft aan de schuldeisers. De schuldenaar kan ook aan de gerechtsdeurwaarder betalen waarbij het in gevorderde bedrag kan verhoogd worden met bijkomende sommigen zoals voorzien in artikel 1394/20.

Van zodra de schuldenaar betaald heeft of van zodra de schuldenaar de schuld betwist heeft wordt de invordering beëindigd. Hiermee dient bedoeld de administratieve buitengerechtelijke inning. Vanzelfsprekend kan de schuldeiser hierna zijn vordering rechtstreeks inleiden voor de rechtbank. Indien betalingsfaciliteiten worden overeengekomen wordt de buitengerechtelijke administratieve invordering opgeschort.

3. Indien de schuldenaar niet reageert binnen de acht dagen na de aanmaning, krijgt de gerechtsdeurwaarder vanaf dan de mogelijkheid om een proces-verbaal van niet betwisting op te stellen. Dit proces-verbaal kan ook gebruikt worden voor en tegen een schuldenaar die afgesproken betalingsfaciliteiten niet nakomt.

4. De uitvoerbaarverklaring van het proces-verbaal gebeurt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die zich hiertoe went tot de magistraat die deel uitmaakt van het beheers en toezichtcomité bij het Centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling in en protest bedoeld in artikel 1389bis/8. Dit proces-verbaal wordt dan door deze magistraat voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging en maakt een titel uit die ten uitvoer kan worden gelegd. Concreet wordt aldus een buitengerechtelijke administratieve procedure via gerechtsdeurwaarder ingevoerd die een rechtstreekse uitvoerbare titel kan opleveren.

5. De schuldenaar kan zich steeds tot de beslagrechter wenden om zwarigheden te formuleren.

6. De uitvoering van het proces-verbaal van niet betwisting wordt geschorst van zodra de schuldenaar een vordering in rechte instelt bij verzoekschrift op tegenspraak. Titel V bis van boek II van het vierde deel, met uitzondering van artikel 1034, ter, is van toepassing. Op straffe van nietigheid wordt bij elk exemplaar van het verzoekschrift en afschrift van het proces-verbaal van niet betwisting gevoegd.

7. een centralisatie van dergelijke “uitvoerbare” titels, wordt georganiseerd door de oprichting van een centrale die gisteren worden invordering van onbetwiste geldschulden waartoe verwezen wordt naar artikel 1394/27
 

Rechtsleer: 

• X., Potpourri, Juristenkrant 2014, afl. 299, 14
• X., Nog meer potpourri, Juristenkrant 2015, afl. 317, 7
• VROMAN, F., De rol van het Openbaar Ministerie binnen de familiekamers in eerste aanleg en in hoger beroep na de wet van 19 oktober 2015 (Wet Potpourri I), T.Fam. 2015, afl. 10, 251-264
• X., Potpourri I in Staatsblad [Overzicht wijzigingen van burgerlijk procesrecht], Juristenkrant 2015, deel 1: afl. 316, 6; deel 2: afl. 317, 7
• SENAEVE, P., De voorlopige tenuitvoerlegging van vonnissen in materies van familierecht na de wet van 19 oktober 2015 (Wet Potpourri I), T.Fam. 2015, afl. 10, 244-250
• PONET, B., [Column] Potpourri en de praktijk, Juristenkrant 2015, afl. 319, 13
• BOULARBAH, H., VAN DROOGHENBROECK, J., Résumé rudimentaire et application dans le temps de la loi dite « Pot-pourri I », JT 2015, afl. 6621-6622, 765-766 en http://jt.larcier.be/ (16 november 2015)
• LAMON, H., De ministeriële potpourri, Juristenkrant 2015, afl. 313, 17
• PONET, B., Potpourri I en nieuwe justitie, Juristenkrant 2015, afl. 316, 17
• ERDMAN, F., Potpourri 1: vernieuwen is niet absoluut veranderen [De invordering van onbetwiste schuldvorderingen], Juristenkrant 2015, afl. 312, 12
• VAN TILBORG, K., [Bestrijding betalingsachterstand] Inning onbetwiste schulden door gerechtsdeurwaarder: preciseringen, Balans 2015, afl. 749, 1-4 en http://www.balans-bilan.be/ (4 december 2015)
• CHABOT, D., 4 Potpourriwetten. Gedroogde bloemen voor een betere justitie, Ad Rem 2015, afl. 4, 28-29
• ALLEMEERSCH, B., BATS, J., De hervorming van justitie bekeken vanuit ondernemingsperspectief, Cah.jur. 2015, afl. 3, 57-65

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 22/01/2016 - 18:22
Laatst aangepast op: vr, 05/05/2017 - 13:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.