-A +A

Anonimiseren van vonnisen en arresten bij publicatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Behoudens in de gevallen bij wet voorzien bestaat er in België geen verplichting tot anonimiseren bij publicatie van vonnissen en arresten.

Er kan verdedigd en zelfs aanbevolen worden dat natuurlijke personen toch middels een geanonimiseerde vermelding worden weergegeven. Maar een verbod tot publicatie van de namen van rechtspersonen, advocaten, magistraten, griffiers, is strijdig met de openbaarheid van de gerechtelijke uitspraken en de waarborgen die deze openbaarheid biedt.Justice must not only be done, but must be seen to be done.

Een volledige en snel toegankelijke toegang tot de rechtspraak is onontbeerlijk voor de rechtspraktijk.

De integrale publicatie van een rechtspraak, zonder weglatingen of anonimisering is fundamenteel en laat de burger en dus de rechtsonderhorige toe, kennis kunnen nemen van de rechtspraak en hoe het recht in praktijk wordt toegepast.

Dit is niet voor niets een grondwettelijk gewaarborgd recht : vergeten we immers niet dat, en dit terecht, de magistraten voor het leven zijn benoemd, een geëigend tuchtstatuut hebben en in het algemeen géén direct rekenschap verschuldigd zijn voor de wijze waarop zij rechtspreken dan, ten dele, door het systeem van het hoger beroep en meer nog door de verplichting van de openbaarmaking van de arresten.

Deze uitspraken behoren dan ook tot het publiek domein en dienen voor eenieder toegankelijk te zijn tenzij de wet dit uitsluit (wat kan, gelet op de reclasseringsmogelijkheden te bevorderen en zeker de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en zeker van minderjarigen).

Er kan geen beperking gelden voor rechtspersonen of overheden die diensten aan het publiek aanbieden en waarbij de rechtsonderhorigen kennis moeten kunnen krijgen hoe de rechter op deze of gene praktijk van een rechtspersoon of overheid reageert met wie ze contact (kunnen) hebben

Het kennisnemen van het beleid van de rechter gebeurt immers door het kennisnemen van de uitspraken. Dit, en de motiveringsverplichting van vonnissen en arresten, zijn fundamentele garanties tegen arbitraire uitspraken en voor de goede werking van de rechtsprekende taak.

Het beschermt ook onrechtstreeks maar doelmatig de rechter van invloeden van buitenuit die op een onzindelijke wijze het eigen beslissingsrecht zou kunnen beïnvloeden en verhindert dat deze of gene rechter te aanzien van deze of gene rechtspersoon systematisch gunstig of negatief zou oordelen.

Elke uitspraak moet immers op zich logisch en wettelijk verantwoord zijn en daaraan kunnen getoetst worden door iedereen die onder deze rechtsmacht kan vallen. En dit betekent uiteraard in de eerste plaats dat men deze uitspraken zo volledig en zo onbelemmerd mogelijk moet kunnen kennen. moet kunnen kennen.

Hierbij kan zelfs gewezen naar het belang van de grondwettelijke bepaling, ondermeer verwijzende naar cassatierechtspraak ("une garantie essentielle contre l'arbitraire. C'est la preuve que le juge a soigneusement examiné les moyens proposés par les plaideurs et médité sa décision"), auteurs en de werkzaamheden van de grondwetgever van 1831 ("Er is een waarborg die geldt voor alle rechtbanken, en dat is de openbaarmaking. De rechters gaan veel omzichtiger te werk wanneer deze blootstaan aan de kritiek van het publiek. " )

Het is dan ook niet overdreven te stellen dat de openbaarmaking tot één der essentiële garanties behoort van de rechtstaat.

Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat ook het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, EVRM, dit principe in art. 6, § 1, huldigt. Het hof heeft ook niet geaarzeld dit principe consequent toe te passen, ondermeer in de zaak "Le Compte" in 1981 en "Sutter" (1984) waar het Hof overwoog : "La publicité de la procédure des organes judiciaires visés à l'article 6, § 1er, protège les justiciables contre une justice secrète échappant au contrôle du public; elle constitue aussi l'un des moyens qui contribuent à préserver la confiance dans les cours et tribunaux. Par la transparence qu'elle donne à l'administration de la justice, elle aide à réaliser le but de l'article 6, § 1er : le procès équitable, dont la garantie compte parmi les principes de toute société démocratique au sens de la Convention". (serie A, n. 74, paragraaf 26).

Eigenlijk bestaat er fundamenteel gezien geen verschil van aard tussen de openbaarmaking van de uitspraak van vonnissen en arresten, en hun publicatie, als men ervan wil uitgaan dat de werkelijke openbaarmaking van de vonnissen en arresten in feite in bijna alle of zo niet alle gevallen, net zoals in burgerlijke en commerciële aangelegenheden, gebeurt door de rechtspublicaties en -tijdschriften, waarvan de rechtsleer trouwens getuigt (cf. PERIN, F., Cours de droit public, presses universitaires de Liège, 1967, p. 263).

Om de willekeur van de rechter te vermijden, wordt de rechtspraak onderworpen aan de hele publieke opinie, ten eerste door de openbaarheid van de zittingen, en vervolgens en vooral door de publicatie van de beslissingen.

Op die manier is de publicatie in zekere zin de toegevoegde waarde van de openbaarheid, zoals de motivatie dat is ten opzichte van de motieven van de beslissing.

Het is dan ook essentieel dat, wanneer dit grondrecht in botsing komt met een ander grondrecht, in casu de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat dit laatste zomaar niet zonder meer zwaarder kan of mag doorwegen.

Er dient een evenwicht te worden gezocht waarbij ingrijpen en beperken van elk van deze grondrechten tot het strikte minimum moet herleid worden.

Er zijn uiteraard barrières, en dit zowel van materiële als van wettelijke aard.

Maar het publiek neemt kennis van de jurisprudentie met naam en toenaam via de pers en de media. Uiteraard in eerste orde, voor de zaken met enige weerklank, via radio, televisie en de geschreven pers.

Uiterst belangrijk is evenwel de gespecialiseerde vakpers : zowel in tijdschriften als eenmalige publicaties wordt de rechtspraak regelmatig aangehaald, geciteerd en gepubliceerd, al dan niet voorzien van aanwijzingen, commentaar, duiding en/of van kritiek. Hierbij worden principieel de namen van natuurlijke personen geanonimiseerd en de namen van de rechtspersonen voluit vermeld. Zie Juridat, zie publicaties van de raad van state waar ook in de regel namen van natuurlijke personen worden vermeld, zie de rechtsleer waarbij heel wat uitspraken worden geciteerd door vermelding van de partijnamen, zie publicaties van het EHRM, zie NJW, zie Strada.

Wettelijke barrières zijn er slechts wanneer deze door de regelgeving zijn voorzien als uitzondering op het eerder geschetste grondwettelijke beginsel van de openbaarheid van de rechtelijke uitspraken (bijvoorbeeld art. 1270 Ger. Wb. of art. 80 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming of het KB van 7 juli 1997 waarbij de beschikking van niet-toelaatbaarheid of van het arrest de identiteit van de natuurlijke personen, die partij is bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig is, op diens uitdrukkelijk verzoek van een, worden weggelaten). Het valt daarbij op dat steeds de uitspraak in openbare zitting verplicht blijft.

Het verzoek en de procedure tot depersonalisatie is evenwel enkel geregeld voor procedures voor de raad van state, waarbij aldus impliciet bevestigd wordt dat de verplichting tot depersonalisatie bij de publicatie van gerechtelijke uitspraken enkel bij wet of door de rechter kan worden opgelegd.

Artikel 3, § 2, van de voormelde wet van 8 december 1992 belet niet de publicatie van persoonsgegevens in gerechtelijke uitspraken. Immers: Artikel 3, § 2, 2°, bepaalt dat de wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet van toepassing is op de verwerkingen waarbij uitsluitend persoonsgegevens worden aangewend die ingevolge een wets- of reglementsbepaling onder een voorschrift van openbaarmaking vallen. Weze eraan herinnerd dat de privacywetgeving niet van toepassing is op rechtspersonen.

Zoals hierboven uiteengezet werd, is het duidelijk dat de arresten die gewezen worden door gerechten, openbaar zijn, en dat deze openbaarheid uitgevaardigd wordt door de Grondwet (artikel 149).

Behoudens de wettelijke beperkingen geldt openbaarmaking van de rechtspraak op de hele uitspraak, dus ook op de namen van advocaten, tolken, magistraten, griffiers.

De bij wet voorziene uitzonderingen die de publicatie van persoonsgegevens in gerechtelijke uitspraken verbieden behoort niet tot het nagestreefde doel.

Ondanks protest kunnen derhalve vonnissen en arresten van overheden zoals de RSZ, instellingen, alle rechtspersonen en dus ook van banken, kredietinstellingen, kredietverzekeraars, zoals Euler Hermes, Incassokantoren zoals intrum justitia en opkopers van verloren gewaande vorderingen zoals Fiducre, worden gepubliceerd. De burger, lees de consument is niet alleen verplicht de wet te kennen, maar heeft ook het recht te zien hoe recht wordt gesproken ten aanzien van hen die zich op de private, commerciële of publieke markt begeven.
 

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: wo, 26/10/2016 - 13:39
Laatst aangepast op: wo, 26/10/2016 - 13:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.