-A +A

anciëniteit in het arbeidsrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De anciëniteit bestaat uit het aantal jaren waarin een werknemer ononderbroken verbonden is aan de onderneming en eindigt op het ogenblik waarop dit niet langer het geval is (wel mag er geen onderbreking zijn, maar dat is in casu niet het geval). Of de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gedurende een deel van deze periode is geschorst, om welke reden dat het geval is en hoelang de schorsing duurt, is van geen enkel belang (zie: Cass. 28 juni 1982, Arr.Cass. 1981-82, 1384; zie: W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium Arbeidsrecht. 2013-14, Mechelen, Kluwer, 2013, p. 2087, nr. 4023; A. Witters, “Anciënniteit en het einde van de arbeidsovereenkomst”, Or. 2000, (87) 92-93).en die aldus bepaalde rechten verzekert.

Uittreksel uit de arbeidsovereenkomstenwet:

Art. 37. (§ 1.) Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, dan heeft ieder der partijen het recht om die te beëindigen door opzegging aan de andere.
(Op straffe van nietigheid dient de kennisgeving van de opzegging het begin en de duur van de opzeggingstermijn te vermelden.
Indien de opzegging uitgaat van de werknemer, geschiedt de kennisgeving van de opzegging, op straffe van nietigheid, door afgifte aan de werkgever van een geschrift. De handtekening van de werkgever op het duplicaat van dit geschrift geldt enkel als bericht van ontvangst van de kennisgeving. De kennisgeving kan ook geschieden hetzij bij een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot.
Indien de opzegging uitgaat van de werkgever, kan de kennisgeving van de opzegging, op straffe van nietigheid enkel geschieden hetzij bij een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met dien verstande dat de werknemer die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld.) <W 1987-11-07/30, art. 73, 015; Inwerkingtreding : 01-01-1988>
(§ 2. Is de overeenkomst voor bepaalde tijd gesloten in het kader van wedertewerkstellingsprogramma's, bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, dan heeft de werknemer het recht om die op te zeggen. De vermeldingen die in die opzegging moeten voorkomen en de kennisgevingsmodaliteiten ervan, zijn in overeenstemming met § 1.) <W 1991-07-20/31, art. 115, 025; Inwerkingtreding : 1991-09-01>

arbeiders

Art. 59. De bij artikel 37 bepaalde opzeggingstermijn gaat in de maandag volgend op de week waarin de opzeggingstermijn betekend werd.
De opzeggingstermijn is vastgesteld op achtentwintig dagen wanneer de opzegging van de werkgever uitgaat en op veertien dagen wanneer de opzegging van de werkman uitgaat.
Deze termijnen worden verdubbeld wat de werklieden betreft die gedurende ten minste twintig jaar ononderbroken bij dezelfde onderneming in dienst zijn gebleven.
Zij moeten berekend worden met inachtneming van de verworven anciënniteit op het ogenblik dat de opzeggingstermijn ingaat.
(Wanneer de opzegging uitgaat van een werkgever die niet onder het toepassingsgebied valt van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, wordt, in afwijking van het tweede en het derde lid, de opzeggingstermijn vastgesteld op :
1° vijfendertig dagen wat de werklieden betreft die tussen zes maanden en minder dan vijf jaar anciënniteit in de onderneming tellen;
2° tweeënveertig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijf en minder dan tien jaar anciënniteit in de onderneming tellen;
3° zesenvijftig dagen wat de werklieden betreft die tussen tien en minder dan vijftien jaar anciënniteit in de onderneming tellen;
4° vierentachtig dagen wat de werklieden betreft die tussen vijftien en minder dan twintig jaar anciënniteit in de onderneming tellen;
5° honderd en twaalf dagen wat de werklieden betreft die twintig of meer jaar anciënniteit in de onderneming tellen.) <W 2003-04-22/40, art. 4, 056; Inwerkingtreding : 13-05-2003>

bedienden:

Art. 82.§ 1. De bij artikel 37 bepaalde opzeggingstermijn begint te lopen op de eerste dag van de maand volgend op die waarin kennis van de opzegging is gegeven.
§ 2. Wanneer het jaarlijks loon niet hoger is dan ((16 100) EUR), bedraagt de opzeggingstermijn welke door de werkgever moet worden in acht genomen, ten minste drie maanden voor de bedienden die minder dan vijf jaar in dienst zijn. <KB 1984-12-14/33, art. 4, 008> <KB 2000-07-20/66, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 25.277 EUR <VARIA 2001-10-30/30, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2002>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 25.921 EUR <VARIA 2002-11-07/30, art. M, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2003>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 26.418 EUR <VARIA 2003-11-28/30, art. M, 057; Inwerkingtreding : 01-01-2004>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 26.912 EUR <VARIA 2004-12-10/30, art. M, 059; ED : 01-01-2005>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 27.597 EUR <VARIA 2005-12-02/30, art. M, 061; Inwerkingtreding : 01-01-2006>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 28.093 EUR <VARIA 2006-12-07/31, art. M, 063; Inwerkingtreding : 01-01-2007>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 28.580 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2008>>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 29.729 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 30.322 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2010>)
Deze termijn wordt vermeerderd met drie maanden bij de aanvang van elke nieuwe periode van vijf jaar dienst bij dezelfde werkgever.
Indien de opzegging wordt gegeven door de bediende, worden de in het eerste en tweede lid bedoelde termijnen van opzegging tot de helft teruggebracht zonder dat ze drie maanden mogen te boven gaan.
§ 3. Wanneer het jaarlijks loon ((16 100) EUR) overschrijdt, worden de door de werkgever en de bediende in acht te nemen opzeggingstermijnen vastgesteld hetzij bij overeenkomst, gesloten ten vroegste op het ogenblik waarop de opzegging wordt gegeven, hetzij door de rechter. <KB 1984-12-14/33, art. 4, 008> <KB 2000-07-20/66, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(NOTA : het bedrag van 16 100 EUR wordt bij indexering gebracht op 25.277 EUR <VARIA 2001-10-30/30, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2002>)
(NOTA : het bedrag van 16 100 EUR wordt bij indexering gebracht op 25 921 EUR <VARIA 2002-11-07/30, art. M, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2003>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 26.418 EUR <VARIA 2003-11-28/30, art. M, 057; Inwerkingtreding : 01-01-2004>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 26.912 EUR <VARIA 2004-12-10/30, art. M, 059; ED : 01-01-2005>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 27.597 EUR <VARIA 2005-12-02/30, art. M, 061; Inwerkingtreding : 01-01-2006>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 28.093 EUR <VARIA 2006-12-07/31, art. M, 063; Inwerkingtreding : 01-01-2007>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 28.580 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2008>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 29.729 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
(NOTA : het bedrag van 16.100 EUR wordt bij indexering gebracht op 30.322 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2010>)
Indien de opzegging wordt gegeven door de werkgever, mag de opzeggingstermijn niet korter zijn dan de in § 2, eerste en tweede lid, vastgestelde termijnen.
Indien de opzegging wordt gegeven door de bediende, mag de opzeggingstermijn niet langer zijn dan vier en een halve maand indien het jaarlijks loon hoger is dan ((16 100) EUR) zonder ((32 200) EUR) te overschrijden, noch langer dan zes maanden indien het jaarlijks loon ((32 200) EUR) overschrijdt. <KB 1984-12-14/33, art. 4, 008> <KB 2000-07-20/66, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(NOTA : de bedragen van 16 100 EUR en 32 200 EUR worden bij indexering respectievelijk gebracht op 25.277 EUR en op 50.554 EUR <VARIA 2001-10-30/30, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2002>)
(NOTA : de bedragen van 16 100 EUR en 32 200 EUR worden bij indexering gebracht op 25.921 EUR en 51 842 EUR <VARIA 2002-11-07/30, art. M, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2003>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 26.418 EUR en 56.836 EUR <VARIA 2003-11-28/30, art. M, 057; Inwerkingtreding : 01-01-2004>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 26.912 EUR en 53.825 EUR <VARIA 2004-12-10/30, art. M, 059; Inwerkingtreding : 01-01-2005>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 27.597 EUR en 55.193 EUR <VARIA 2005-12-02/30, art. M, 061; Inwerkingtreding : 01-01-2006>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 28.580 EUR en 57.162 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2008>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 29.729 EUR en 59.460 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 30.322 EUR en 60.645 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2010>)
§ 4. De opzeggingstermijnen moeten berekend worden volgens de verworven anciënniteit op het ogenblik dat de opzegging ingaat.
(§ 5. Wanneer het jaarlijks loon ((32 200 EUR)) overschrijdt op het ogenblik van de indiensttreding, mogen de door de werkgever in acht te nemen opzeggingstermijnen, in afwijking van § 3, ook vastgesteld worden bij overeenkomst, gesloten ten laatste op dat ogenblik. <KB 2000-07-20/66, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt per indexering gebracht op 50.554 EUR <VARIA 2001-10-30/30, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2002>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 51.842 EUR <VARIA 2002-11-07/30, art. M, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2003>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 52.836 EUR <VARIA 2003-11-28/30, art. M, 057; ED : 01-01-2004>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 53.825 EUR <VARIA 2004-12-10/30, art. M, 059; Inwerkingtreding : 01-01-2005>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 55.193 EUR <VARIA 2005-12-02/30, art. M, 061; Inwerkingtreding : 01-01-2006>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 56.187 EUR <VARIA 2006-12-07/31, art. M, 063; Inwerkingtreding : 01-01-2007>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 57.162 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2008>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 59.460 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 60.645 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2010>)
De opzeggingstermijnen mogen in elk geval niet korter zijn dan de in § 2, eerste en tweede lid, vastgestelde termijnen.
Bij ontstentenis van een overeenkomst blijven de bepalingen van § 3 van toepassing.
Deze paragraaf is slechts van toepassing voor zover de indiensttreding plaatsheeft na de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.) <W 1994-03-30/31, art. 136, 030; Inwerkingtreding : 10-04-1994>

Art. 83. (§ 1.) (Indien het ontslag gegeven wordt om aan de voor onbepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst een einde te maken vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de bediende de leeftijd van vijfenzestig jaar bereikt, wordt de opzeggingstermijn in afwijking van artikel 82 vastgesteld op zes maanden wanneer het ontslag van de werkgever uitgaat. Deze leeftijd wordt tot zestig jaar teruggebracht en de opzeggingstermijn wordt tot drie maanden herleid wanneer het ontslag van de bediende uitgaat. De opzeggingstermijn die de werkgever of de bediende moet eerbiedigen, wordt tot de helft teruggebracht indien de bediende minder dan vijf jaar dienst telt in de onderneming.) (Voor de leden van het stuurpersoneel of van het cabinepersoneel van de burgerlijke luchtvaart worden de leeftijden van 65 en van 60 jaar vervangen door de leeftijd van 55 jaar.) <W 1990-07-20/34, art. 15, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1991; de bepalingen van artikel 15 zijn alleen van toepassing op de opzeggingen die vanaf 1 januari 1991 worden ter kennis gebracht> <W 1991-07-20/30, art. 7, 026; Inwerkingtreding : 11-08-1991>
Tijdens de in het eerste lid bepaalde opzeggingstermijnen geniet de bediende het voordeel van het bepaalde in artikel 85.
(§ 2. De opzeggingstermijn die de bediende moet naleven wordt verkort tot zeven dagen in het kader van wedertewerkstellingsprogramma's, bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.) <W 1991-07-20/31, art. 117, 025; Inwerkingtreding : 1991-09-01>

Art. 84.De bediende die door zijn werkgever opgezegd is overeenkomstig het bepaalde in artikel 82, kan aan de overeenkomst een einde maken mits een verkorte opzeggingstermijn, wanneer hij een andere dienstbetrekking heeft gevonden.
Van deze opzegging wordt kennis gegeven in de vorm bepaald in artikel 37, tweede tot vierde lid.
Niettegenstaande elk strijdig beding, bedraagt deze opzeggingstermijn een maand wanneer het jaarlijks loon niet hoger is dan ((16 100) EUR) en (twee maanden) wanneer het loon hoger is dan ((16 100) EUR) zonder ((32 200) EUR) te overschrijden. <KB 1984-12-14/33, art. 5, 008> <W 1985-07-17/41, art. 13, 010> <KB 2000-07-20/66, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(NOTA : de bedragen van 16 100 EUR en 32 200 EUR worden bij indexering respectievelijk gebracht op 25.277 EUR en op 50.554 EUR <VARIA 2001-10-30/30, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2002>)
(NOTA : de bedragen van 16 100 EUR en 32 200 EUR worden bij indexering gebracht op 25.921 EUR en 51 842 EUR <VARIA 2002-11-07/30, art. M, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2003>)
(NOTA : de bedragen van 16 100 EUR en 32 200 EUR worden, bij indexering gebracht op 26 418 EUR en 52.836 EUR <VARIA 2003-11-28/30, art. M, 057; Inwerkingtreding : 01-01-2004>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 26.912 EUR en 53.825 EUR <VARIA 2004-12-10/30, art. M, 059; Inwerkingtreding : 01-01-2005>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 27.597 EUR en 55.193 EUR <VARIA 2005-12-02/30, art. M, 061; Inwerkingtreding : 01-01-2006>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 28.093 EUR en 56.187 EUR <VARIA 2006-12-07/31, art. M, 063; Inwerkingtreding : 01-01-2007>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 28.580 EUR en 57.162 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2008>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 29.729 EUR en 59.460 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
(NOTA : de bedragen van 16.100 EUR en 32.200 EUR worden bij indexering gebracht op 30.322 EUR en 60.645 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2010>)
Indien het jaarlijks loon hoger is dan ((32 200) EUR), wordt de in het eerste lid bedoelde opzeggingstermijn bepaald bij overeenkomst gesloten vanaf het ogenblik waarop deze opzegging wordt gegeven, of door de rechter, zonder (vier maanden) te mogen overschrijden. <KB 1984-12-14/33, art. 5, 008; Inwerkingtreding : > <W 1985-07-17/41, art. 13, 01> <KB 2000-07-20/66, art. 1, 046; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
(NOTA : het bedrag van 32 200 EUR wordt bij indexering gebracht op 50.554 EUR <VARIA 2001-10-30/30, art. M, 048; Inwerkingtreding : 01-01-2002>)
(NOTA : het bedrag van 32 200 EUR wordt bij indexering gebracht op 51 842 EUR <VARIA 2002-11-07/30, art. M, 055; Inwerkingtreding : 01-01-2003>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 52.836 EUR <VARIA 2003-11-28/30, art. M, 057; Inwerkingtreding : 01-01-2004>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 53.825 EUR <VARIA 2004-12-10/30, art. M, 059; ED : 01-01-2005>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 55.193 EUR <VARIA 2005-12-02/30, art. M, 061; Inwerkingtreding : 01-01-2006>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 56.187 EUR <VARIA 2006-12-07/31, art. M, 063; Inwerkingtreding : 01-01-2007>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 57.162 EUR <VARIA 2007-11-30/31, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2008>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 59.460 EUR <VARIA 2008-11-12/30, art. M, Inwerkingtreding : 01-01-2009>)
(NOTA : het bedrag van 32.200 EUR wordt bij indexering gebracht op 60.645 EUR <VARIA 2009-10-27/01, art. M; Inwerkingtreding : 01-01-2010>)
 

 

dienstboden:

Art. 115. De bepalingen van de artikelen 59 en 64, eerste lid, zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomst voor dienstboden.

Franse term: 
ancienneté
Rechtspraak: 

Arbeidshof Gent, 13/05/2016, RW 2016-2017,747

Samenvatting:

De “dienst bij dezelfde werkgever” vangt aan op het ogenblik waarop de partijen door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn en eindigt op het ogenblik waarop dit niet langer het geval is (wel mag er geen onderbreking zijn, maar dat is in casu niet het geval). Of de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gedurende een deel van deze periode is geschorst, om welke reden dat het geval is en hoelang de schorsing duurt, is van geen enkel belang (zie: Cass. 28 juni 1982, Arr.Cass. 1981-82, 1384; zie: W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium Arbeidsrecht. 2013-14, Mechelen, Kluwer, 2013, p. 2087, nr. 4023; A. Witters, “Anciënniteit en het einde van de arbeidsovereenkomst”, Or. 2000, (87) 92-93).

Tekst arrest:

NV A. t/ Van E.

1. De feiten

De geïntimeerde was sinds 1 januari 1981 met de appellante en haar rechtsvoorgangers verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Sinds 1 november 1983 fungeerde hij als winkelbediende.

Per aangetekende brief van 4 oktober 2000 deelde de geïntimeerde aan de appellante mee dat hij kandidaat was voor de gemeenteraadsverkiezingen in Sint-Niklaas van 8 oktober 2000 (hij had op 27 juni 1994 al hetzelfde gedaan met het oog op de vorige gemeenteraadsverkiezingen, waarbij hij echter niet was verkozen).

De geïntimeerde werd tot gemeenteraadslid (en op 2 januari tot schepen) verkozen. Per brief van 7 december 2000 vroeg hij om “loopbaanonderbreking” te mogen nemen “in het algemeen stelsel van de loopbaanonderbreking”.

De partijen ondertekenden op 27 december 2000 een “onderlinge overeenkomst” krachtens welke de uitvoering van de arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 2001 volledig werd geschorst “gedurende de hele periode dat de werknemer zijn huidige verkozen politiek mandaat (max. één ambtstermijn) in de gemeente Sint-Niklaas” zou opnemen, zonder recht op loon.

Na de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober 2006, waarbij de geïntimeerde opnieuw werd verkozen, liet hij de appellante op 28 december 2006 weten dat hij op 2 januari 2007 opnieuw als schepen zou worden verkozen en dat hij “opnieuw een aanvraag voor zes jaar loopbaanonderbreking wegens een politiek mandaat” indiende. De appellante antwoordde hierop dat de periode van schorsing voorlopig slechts tot 10 februari 2007 zou worden verlengd.

De partijen ondertekenden op 16 februari 2007 een “onderlinge overeenkomst” krachtens welke de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2012 volledig werd geschorst “gedurende de periode dat de werknemer zijn huidige verkozen politiek mandaat in de gemeente Sint-Niklaas” zou opnemen, zonder recht op loon.

De appellante beëindigde de arbeidsovereenkomst van de geïntimeerde op 18 december 2012 onregelmatig want zonder opzegging of dringende reden. Zij betaalde een opzeggingsvergoeding overeenstemmend met het loon van twaalf maanden.

...

5.2.2. Er is betwisting over de in aanmerking te nemen anciënniteit, die volgens de appellante slechts de periode omvat van 1 januari 1981 tot en met 31 december 2000, maar volgens de geïntimeerde – en de eerste rechter – de hele periode omvat van 1 januari 1981 tot de datum van het ontslag.

...

De “dienst bij dezelfde werkgever” vangt aan op het ogenblik waarop de partijen door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn en eindigt op het ogenblik waarop dit niet langer het geval is (wel mag er geen onderbreking zijn, maar dat is in casu niet het geval). Of de uitvoering van de arbeidsovereenkomst gedurende een deel van deze periode is geschorst, om welke reden dat het geval is en hoelang de schorsing duurt, is van geen enkel belang (zie: Cass. 28 juni 1982, Arr.Cass. 1981-82, 1384; zie: W. Van Eeckhoutte, Sociaal Compendium Arbeidsrecht. 2013-14, Mechelen, Kluwer, 2013, p. 2087, nr. 4023; A. Witters, “Anciënniteit en het einde van de arbeidsovereenkomst”, Or. 2000, (87) 92-93).

...

5.3. De gegrondheid van het incidenteel beroep

5.3.1. Art. 2, § 1 Wet Politiek Verlof bepaalt dat de werknemers die lid zijn van (inzonderheid) een gemeenteraad, recht hebben op een politiek verlof om hun mandaat uit te oefenen. De duur van dit verlof wordt bepaald in art. 2 van het uitvoeringsbesluit van 28 december 1976.

De werknemer die het “ambt of mandaat” van schepen opneemt, heeft het recht om voor de uitoefening ervan, de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst volledig te schorsen tijdens de periode van zijn mandaat of ambt, waarbij dit recht echter slechts toegekend wordt voor de uitoefening van één enkel mandaat of ambt (art. 4bis, § 2, eerste lid Wet Politiek Verlof). Volgens het tweede lid van deze bepaling wordt de duur van de schorsing vastgesteld op minstens twaalf maanden, maar kan de schorsing “meermaals worden opgenomen met of zonder onderbreking tussen de periodes telkens voor een duur van ten minste twaalf maanden”.

Art. 5 van de Wet Politiek Verlof bepaalt:

“§ 1. De werknemer die kandidaat is bij één van de in artikel 2 vermelde instellingen bericht zijn werkgever hiervan per aangetekend schrijven binnen zes maanden vóór een verkiezing.

Ҥ 2. Vanaf de ontvangst van het schrijven en tot de verkiezing, mag de werkgever geen daad stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te maken aan de dienstbetrekking, behalve om redenen die vreemd zijn aan het feit dat de werknemer kandidaat is.

“§ 3. Voor zover de werknemer daadwerkelijk op de kandidatenlijsten voorkomt, blijft de door § 2 ingestelde bescherming van kracht gedurende drie maanden na de verkiezing, zelfs als de werknemer niet verkozen wordt.

“§ 4. Ingeval de werknemer wordt verkozen, blijft de door § 3 ingestelde bescherming van kracht tijdens de hele duur van het mandaat en tijdens de zes maanden die er onmiddellijk op volgen.

“§ 5. Het bewijs van de in § 2 aangehaalde redenen is ten laste van de werkgever. Indien de voor het ontslag aangevoerde reden niet beantwoordt aan de bovenvermelde voorschriften of bij ontstentenis van redenen zal de werkgever aan de werknemer een forfaitaire vergoeding betalen, gelijk aan het brutoloon van zes maanden, onverminderd de vergoedingen verschuldigd in geval van beëindiging van een arbeidsovereenkomst.”

5.3.2. De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2007 was geen schorsing die in de regeling van het politiek verlof kaderde. Het betrof een gewone conventionele schorsing. Gedurende deze schorsing kon de geïntimeerde bijgevolg geen aanspraak meer maken op de bijzondere bescherming tegen ontslag waarin de Wet Politiek Verlof voorziet. Mogelijk was het anders geweest indien de partijen dit laatste uitdrukkelijk waren overeengekomen, maar dit is nu eenmaal niet gebeurd.

Zoals de eerste rechter oordeelde, genoot de geïntimeerde nochtans tijdens de periode van zijn tweede mandaat als schepen de bijzondere bescherming tegen ontslag wegens zijn hoedanigheid als gemeenteraadslid. De schepenen worden uit de gemeenteraadsleden verkozen en verliezen deze laatste hoedanigheid niet wanneer zij schepen worden (zie art. 7 en 15 van de Nieuwe Gemeentewet).

De appellante voert echter aan dat er geen bescherming was omdat de geïntimeerde haar nooit heeft ingelicht van zijn kandidatuur bij de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012. Dit laatste bewijst de geïntimeerde inderdaad niet. Toch kan dit naar het oordeel van het arbeidshof geen afbreuk doen aan de bescherming die de geïntimeerde in casu genoot. Wanneer een werknemer tot gemeenteraadslid wordt verkozen, is hij tegen ontslag beschermd tijdens de periode waarin hij zijn mandaat uitoefent, ook al heeft hij zijn werkgever niet voordien van zijn kandidatuur op de hoogte gebracht (Parl.St. Kamer, 1974, nr. 29/14, p. 5; Parl.St. Senaat, 1975-76, nr. 908/2, p. 7; Arbh. Luik 16 september 1987, JTT 1988, 162; Arbh. Gent, afd. Brugge, 27 september 2010, JTT 2011, 311). De regel die de werknemer oplegt de werkgever van zijn kandidatuur op de hoogte te brengen, heeft enkel tot doel de bescherming al vanaf deze informatieverstrekking te laten ingaan, niet om afbreuk te doen aan de bescherming vanaf “de verkiezing” (die dan nog enkele weken zal voorafgaan aan de eedaflegging door de betrokkene). Dit alles geldt natuurlijk op voorwaarde dat de werkgever op de hoogte is van deze “verkiezing”. In casu was dit zeker het geval. Zij was in elk geval op de hoogte van het mandaat van schepen en diende natuurlijk te weten dat het schepenambt volgens de wet geen einde maakte aan de hoedanigheid van gemeenteraadslid.

Vraag is wel of de appellante bewijst dat zij de geïntimeerde heeft ontslagen om een reden die “vreemd is aan het feit dat de werknemer kandidaat is”, wat in casu moet worden gelezen als “vreemd is aan het feit dat de werknemer een politiek mandaat uitoefent” (de Wet Politiek Verlof is geen voorbeeld van succesvol legifereren).

Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat dit bewijs was geleverd. Dat de appellante ooit enig probleem heeft gehad met de politieke activiteit van de geïntimeerde, blijkt niet, wel integendeel, gelet op de grote tegemoetkomingen die zij zich heeft getroost zolang de geïntimeerde een politiek mandaat bekleedde (waarbij moet worden opgemerkt dat, eens aan diens politieke loopbaan een einde was gekomen, meteen ook een einde aan de welwillendheid van de appellante kwam. De wet voorziet echter niet in een bescherming tegen ontslag wegens het verlies van een politiek mandaat. Het zij herhaald dat de appellante zonder twijfel veeleer meende voordeel te kunnen halen uit de politieke bedrijvigheid van haar werknemer. Zij heeft de geïntimeerde niet wegens diens politiek mandaat ontslagen. De reden die zij aanvoert – en dat kan redelijkerwijze niet de wijze van presteren zijn in de periode voorafgaand aan 1 januari 2001! – is plausibel: het alcoholprobleem van de geïntimeerde. Uit de door de appellante overgelegde stukken kan de realiteit hiervan worden afgeleid, ook al werd na het ongeval op 22 augustus 2011 geen strafbare graad van alcoholemie – laat staan dronkenschap – vastgesteld (of beter: kon worden vastgesteld, omdat de geïntimeerde na het ongeval de benen had genomen om zijn roes uit te slapen). Het is begrijpelijk dat de appellante hier na de terugkeer van de geïntimeerde niet mee wilde geconfronteerd worden. Zonder twijfel werd het ongeval in de populaire pers opgeklopt wegens de bijzondere hoedanigheid – schepen – van de geïntimeerde. Maar stellen dat het ontslag mede ingevolge deze publiciteit, zelf het gevolg van het bekleden van het schepenambt, verband houdt met de uitoefening van het mandaat als gemeenteraadslid, gaat te ver.

De vordering is ongegrond.
 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: vr, 21/01/2011 - 19:18
Laatst aangepast op: di, 14/02/2017 - 14:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.