-A +A

Actio quanti minoris

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De actio (quanti) minoris (oof actio aestimatoria geheten) is de vordering tot verlindering (van de koopsom) ten belope (van de minwaarde) die de koper van een goed met een verborgen gebreken heeft bestaande uit de mogelijkheid om het goed te behouden en zich een gedeelte van de koopprijs te laten terugbetalen ten belope van de minwaarde. Dit gedeelte zal door een deskundige worden vastgesteld.

De redhibitoria (actio redhibitoria) is de vordering tot ontbindig (conversie) van een koopovereenkomst op grond van een gebrek in de verkochte zaak, waarbij de partijen terug in hun oorspronkelijke toestand ("Rückabwicklung" of in het Vlaams "terugdraaien van de zaken") worden geplaatst en dus de verkoper het verkochte goed terug ontvangt en de koper de koopprijs.

De actio redhibitoria is de eerste keuze-optie zoals beschreven in artikel 1644 B.W., zijnde de keuzeoptie om in plaats van de vermindering van de koopsom te eisen, de eis om als koper van een zaak met verborgen gebrek, de verkoop terug te draaien, lees te ontbinden met teruggave van de verkochte zaak en het terug bekomen van de koopprijs. (voor de vorderingen van de consument bij een consumentenkoop zie evenwel de koopwet)

De vordering tot prijsvermindering (actio aestimoria of actio (quanti) minoris tot vermindering van de koopsom is de tweede keuzeoptie zoals beschreven in artikel 1644 B.W.

De koper heeft dus een keuzerecht om ofwel de zaak terug te geven en terugbetaling van de prijs te bekomen, dan wel de zaak te behouden met prijsvermindering, lees terugbetaling van een deel van de koopsom zoals (bij gebreke aan akkoord) door een deskundige te bepalen.

Deze beide vorderingen die voorzien zijn in de keuzeoptie van art. 1644 BW (Actio redhibitoria enerzijds en actio aestimatoria worden worden samen de vordering op grond van koopvernietigende gebreken genoemd.

De koper heeft geen andere keuzemogelijkheden. Dit betekend dat bij een verborgen gebrek de koper niet de mogelijkheid heeft om de uitvoering in natura te eisen en de herstelling of de vervanging van de zaak te vorderen. Aldus is er een fundamenteel verschil tussen artikel 1644 BW en de vordering van artikel 1184 B.W. van het gemeen recht (I. CLAEYS en K. VAN STRYDONCK, “Contractuele aansprakelijkheidsbeperkingen voor de professionele verkoper bij verborgen gebreken in het algemeen kooprecht: elf argumenten pro”, Bijzondere overeenkomsten 2007-2008, XXXIVste postuniversitaire cyclus Willy Delva, Mechelen, Kluwer, 312; P.A. FORIERS, “Conformité et garantie dans la vente” in B. TILLEMAN en P.A. FORRIERS, De Koop, Reeks recht en onderneming, Brugge, die Keure, 2002, 36). Het verschil tussen de vordering redhibitoria en de gemeenrechtelijke ontbindingsgrond van artikel 1184 BW bestaat er in dat de koper slechts recht zal hebben op bijkomende schadevergoeding in het geval dat de verkoper te kwader trouw is (art. 1645 BW). Dit onderscheid bestaat niet in artikel 1184 BW (A. CHRISTIAENS, Bijzondere Overeenkomsten, Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, art. 1644 BW, p. 5).

De verkoper heeft de verbintenis tot levering en vrijwaring. Deze verplichtingen zijn te onderscheiden en worden op een verschillende wijze gesanctioneerd. De levering wordt in het Burgerlijk wetboek geregeld in de bepalingen 1602 tot 1624 B.W., Terwijl de vrijwaring geregeld wordt in de artikelen 1625-1649 B.W. 

Indien de verkochte zaak niet wordt geleverd of indien de levering niet-conform geleverd werd heeft de koper het recht een beroep te doen op artikel 1610 en 1611 Burgerlijk wetboek.

Art. 1610. Wanneer de verkoper in gebreke blijft de levering te doen binnen de tussen partijen bedongen tijd, heeft de koper de keus om ontbinding van de koop ofwel inbezitstelling te vorderen, indien de vertraging alleen aan de verkoper te wijten is.

Art. 1611. In elk geval moet de verkoper tot schadevergoeding veroordeeld worden, indien de koper schade lijdt doordat de levering niet op het bedongen tijdstip heeft plaatsgehad.

De vrijwaringsverplichting van de verkoper bestaat enerzijds uit de vrijwaringsverplichting wegens uitwinning en anderzijds uit de vrijwaringsverplichting wegens verborgen gebreken.

De vrijwaring betekent het vrijwaren, lees garanderen, instaan voor...

Vrijwaring wegens uitwinning (art. 1626 en volgende B.W). behelst garant staan dat derden geen aanspraak maken op de verkochte zaak op sanctie van terugbetaling van de koopsom). 

De vrijwaringsverplichting voor verborgen gebreken van de verkochte zaak wordt omschreven in art. 1641 -1649 Burgerlijk wetboek.

Art. 1641. De verkoper is gehouden tot vrijwaring voor de verborgen gebreken van de verkochte zaak, die deze ongeschikt maken tot het gebruik waartoe men ze bestemt, of die dit gebruik zodanig verminderen dat de koper, indien hij de gebreken gekend had, de zaak niet of slechts voor een mindere prijs zou hebben gekocht.

Art. 1642. De verkoper moet niet instaan voor de gebreken die zichtbaar zijn en die de koper zelf heeft kunnen waarnemen.

Art. 1643. Hij moet instaan voor de verborgen gebreken, zelfs wanneer hij die niet gekend heeft, tenzij hij in dat geval bedongen heeft dat hij tot geen vrijwaring zal zijn gehouden.

Art. 1644. In het geval van de artikelen 1641 en 1643, heeft de koper de keus om ofwel de zaak terug te geven en zich de prijs te doen terugbetalen, ofwel de zaak te behouden en zich een gedeelte van de prijs te doen terugbetalen, welk gedeelte door deskundigen zal worden bepaald.

Art. 1645. _ Indien de verkoper de gebreken van de zaak gekend heeft, is hij niet alleen gehouden tot teruggave van de prijs die hij ervoor ontvangen heeft, maar bovendien tot vergoeding van alle schade aan de koper.

Art. 1646. Indien de verkoper de gebreken van de zaak niet gekend heeft, is hij slechts gehouden tot teruggave van de prijs, en tot vergoeding aan de koper van de door de koop veroorzaakte kosten.

Art. 1647. Indien de zaak welke gebreken had, is teniet gegaan ten gevolge van haar slechte hoedanigheid, is het verlies voor rekening van de verkoper, die jegens de koper gehouden is tot teruggave van de prijs, en tot de overige schadevergoedingen in de twee vorige artikelen bepaald.
Maar het verlies door toeval veroorzaakt is voor rekening van de koper.

Art. 1648. De rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken moet door de koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en de gebruiken van de plaats waar de koop gesloten is.

Art. 1649. Deze vordering kan niet worden ingesteld wat betreft verkopingen die op rechterlijk gezag geschieden.

De actio redhibitoria is de eerste keuze-optie zoals beschreven in artikel 1644 B.W., zijnde de keuzeoptie om in plaats van de vermindering van de koopsom te eisen, de eis als koper van een zaak met verborgen gebrek de verkoop terug te draaien, lees te ontbinden met teruggave van de verkochte zaak en het terug bekomen van de koopprijs.

Artikel 1644 B.W. verschaft aan de koper van een zaak met verborgen gebrek dus een keuzerecht tussen de gerechtelijke ontbinding van de koop-verkoop (actio redhibitoria) en de vordering tot prijsvermindering (actio aestimoria of actio minoris). De koper heeft dus een keuzerecht om ofwel de zaak terug te geven en terugbetaling van de prijs te bekomen, dan wel de zaak te behouden met prijsvermindering, lees terugbetaling van een deel van de koopsom zoals (bij gebreke aan akkoord) door een deskundige te bepalen. 

De vorderinge voorzien in artikel 1644 B.W. kunnen gecumuleerd worden met een vordering in bijkomende schadevergoeding indien de verkoper de gebreken heeft gekend (art. 1645 B.W.).

Let wel deze vorderingen op grond van koopvernietigende gebreken dienen ingesteld binnen een korte termijn. wat onder een korte termijn wordt verstaan, wordt in concreto ingevuld door de rechter.

Wanneer de verkochte zaak door een verborgen gebrek is aangetast, kan de koper alleen de rechtsvordering tot vrijwaring voor verborgen gebreken instellen en niet de rechtsvordering wegens niet-nakoming van de verbintenis om een zaak te leveren conform de verkochte zaak. (Cass. 19/10/2007, juridat).

Het verborgen gebrek is het gebrek dat de koper bij de levering niet kon of moest kunnen vaststellen (Cass. 19/10/2007, juridat).

De zaak die met zichtbare (in plaats van verborgen) gebreken is behept, moet is niet niet-conforme geleverd. Derhalve zal hiervoor de vordering wegens zichtbare gebreken zal moeten ingesteld worden overeenkomstig art. 1184 B.W., waar art. 1610 en 1611 B.W. een toepassing van zijn.

Het gemeen recht voorziet in een andere regeling in artikel 1184 B.W, met name de gerechtelijke ontbinding van wederkerige overeenkomsten.

Art. 1184. In wederkerige contracten is de ontbindende voorwaarde altijd stilzwijgend begrepen, voor het geval dat een van beide partijen haar verbintenis niet nakomt.
In dit geval is het contract niet van rechtswege ontbonden. De partij jegens wie de verbintenis niet is uitgevoerd, heeft de keus om ofwel de andere partij te noodzaken de overeenkomst uit te voeren, wanneer de uitvoering mogelijk is, ofwel de ontbinding van de overeenkomst te vorderen, met schadevergoeding.
De ontbinding moet in rechte gevorderd worden, en aan de verweerder kan, naar gelang van de omstandigheden, uitstel worden verleend.

Vergeleken met art. 1184 B.W. , sluit het keuzemechanisme van artikel 1644 B.W. de optie voor een gedwongen uitvoering in natura van de verbintenis van de verkoper om een nuttig bezit te verschaffen uit en onderwerpt het de ontbinding aan meer stringente voorwaarden (korte termijn, ernst van het verborgen gebrek in verhouding tot normale of door partijen gekende gebruik van de zaak, kwade trouw van de verkoper vereist voor een volledige schadevergoeding) (Sophie Stijns, De gerechtelijke en de buitengerechtelijke ontbinding van overeenkomsten, p. 379-380 en verwijzingen aldaar).

De koper van een zaak behept met verborgen gebrek heeft de keuze tussen de actio redhibitoria en de vordering aestimoria (terugdraaien of prijsverminderen) zijnde een keuze tussen twee opties, zonder andere mogelijkheid. De wet verschaft dus geen vordering tot bijvoorbeeld gedwongen herstelling of de vordering tot vervanging en ook de rechtspraak erkent deze aanvullende keuzeopties niet (Brussel 10 juni 1976, RW 1976-1977, 1579 [m.b.t. de afwijzing van een vordering tot herstel] en Kh. Leuven 16 november 1979, 1980-1981, 197 met noot Cauwelaert, Verborgen gebreken bij koop, actiemogelijkheden voor de koper [afwijzing vordering tot vervanging]). 

Het keuzerecht tussen de actio redhibitoria en de actio aestimoria blijft door de koper behouden ook na het instellen van de vordering. Dit betekent dat de koper tijdens het geding zijn vordering mag wijzigen. Dit is ook logisch omdat tijdens het geding omstandigheden kunnen wijzigen waardoor de teruggave praktisch onmogelijk of bemoeilijkt wordt.

Wanneer een koper opteert voor een actio redhibitoria dient de koper in staat te zijn om de verkochte zaak in zelfde oorspronkelijke staat terug te geven. Zo zal een koper van een verkocht voertuig behept met een gebrek de actio redhibitoria zeer kort na de verkoop dienen in te stellen. Wanneer een koper van een voertuig langere tijd met een gebrek gekocht voertuig  blijft rijden kan de koper de wagen niet meer in zelfde staat terug bezorgen en verkiest de koper de mogelijkheid tot het instellen van de actio redhibitoria. 

Rechtspraak: 

• Rechtbank van koophandel Kortrijk op 27 juni 2007

Samenvatting

Een koper van een zaak behept met een verborgen gebrek die opteert voor een actio redhibitoria dient in staat te zijn om de verkochte zaak in zelfde oorspronkelijke staat terug te geven. Zo zal een koper van een verkocht voertuig behept met een gebrek de actio redhibitoria zeer kort na de verkoop dienen in te stellen. Wanneer een koper van een voertuig langere tijd met een gebrek gekocht voertuig blijft rijden kan de koper de wagen niet meer in zelfde staat terug bezorgen en verkiest de koper de mogelijkheid tot het instellen van de actio redhibitoria.

De “actio rebihitoria” zal door de rechtbank als ongegrond moeten worden afgewezen wanneer de koper het voertuig onmogelijk in dezelfde staat kan teruggeven als deze bij de ontdekking van het verborgen gebrek (Gent, 7 februari 2007, 12de kamer, AR 2004/2706 inzake NV Fiat Auto Belgio tegen Benoit P. e.a., onuitgegeven).

Ook herstellingen uitgevoerd aan het voertuig, beletten de teruggave eveneens belet (Deli D., “Vrijwaring voor verborgen gebreken bij koop-verkoop: conventionele regeling van de korte termijn (art. 1648 B.W.) en de invloed van herstellingen die de koper laat uitvoeren op zijn recht op vrijwaring”, R.W. 1088-89,1063, nr. 6)

Verder komt het de rechtbank niet toe om de optie van de koper tot ontbinding van de overeenkomst ambtshalve te wijzigen dan een vordering tot prijsvermindering.

Tekst van het vonnis

De rechtbank van koophandel van het rechtsgebied Kortrijk, vijfde kamer, A.R. nr. 868/2004

Mevrouw A,

TEGEN :

De heer B,
Verweerder op hoofdeis,
Eiser in tussenkomst en vrijwaring,

EN :

NV YOUCARS,
Verweerder in tussenkomst en vrijwaring

De rechtbank heeft de partijen gehoord in openbare zitting van 30 mei 2007 en heeft kennis genomen van de neergelegde stukken, hierbij toepassing makend van de artikelen 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van talen in gerechtszaken.
1. Wat er voorafging.

Met dagvaarding betekend op 23 februari 2004 vorderde A de nietigverklaring, minstens de ontbinding van de verkoopovereenkomst d.d. 10 augustus 2003 met betrekking tot het voertuig Mercedes type A, lastens B en diens veroordeling tot de betaling van euro 11.500,00 (aankoopprijs), van euro 2.500,00 (provisionele schadevergoeding), vermeerderd met de rente vanaf 11 augustus 2003 en van de kosten van het geding.

Bij tussenvonnis van 25 maart 2004 werd akte genomen van het akkoord van de partijen met de aanstelling van een gerechtsdeskundige en werd de heer Johan Depuydt aangesteld om het voertuig Mercedes type A, chassisnummer WDB1680081J275247, voorwerp van de betwiste koopovereenkomst, te onderzoeken volgens de opdracht in dat vonnis omschreven.
Op 4 juni 2004 heeft de deskundige zijn voorverslag opgesteld en op 15 september 2004 zijn eindverslag neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel te Kortrijk.

Met dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring betekend op 8 juli 2004 vorderde B
de gedwongen tussenkomst van de NV Youcars in de procedure tussen A en B voormeld,
te zeggen voor recht dat de NV Youcars gedwongen is tussen te komen in het deskundigenonderzoek uit te voeren door deskundige Johan Depuydt,
de veroordeling van de NV Youcars tot zijn vrijwaring voor alle bedragen waartoe hij zou gehouden zijn ten opzichte van A, zowel in hoofdsom, intresten als kosten,
de veroordeling van de NV Youcars tot de kosten van de procedure.

Bij tussenvonnis van 3 november 2004, gewezen door deze kamer en deze rechtbank, werd de vordering van B lastens de NV Youcars ontvankelijk verklaard en werd, alvorens recht te doen, de heer Carl Goddeeris aangesteld als deskundige om een nieuw deskundigenonderzoek uit te voeren, en wel tussen de huidige drie partijen, betreffende het voertuig Mercedes type A, chassisnummer WDB1680081J275247, voorwerp van de betwiste koopovereenkomst gesloten tussen A en B, en dit volgens de opdracht in dat tussenvonnis omschreven.

De deskundige, de heer Carl Goddeeris, heeft zijn voorverslag ter griffie neergelegd op 17 maart 2005. Diens eindverslag werd neergelegd op 4 november 2005.
De deskundige kwam tot het volgend eindbesluit (blz. 4 van het eindverslag):

* De litigieuze MERCEDES was 100% zeker van het type CLASSIC, geleverd af fabriek en niet van het type ELEGANCE, die meer opties kent.
* De kilometerteller van de MERCEDES werd wel degelijk ‘aangepast’ na de verkoop van de wagen bij VAG concessiehouder SADIAV te Valenciennes in Frankrijk.
* De reële huidige kilometerstand van de wagen bedraagt: 175.011 + (104.892 – 79.518) =
200.385 km.
* Op datum van verkoop van de MERCEDES aan mevr. A (11/08/2003) had de wagen zeker 175.011 km gereden in plaats van de vermelde 85.000 km op de factuur.
* Slijtageverschijnselen als gevolg van deze hoge kilometerstand zijn:
– de koppeling, maar dit kan pas technisch vastgesteld worden na demontage van de versnellingsbak
– de koppelingsbediening
* Verborgen gebreken bij aankoop zijn:
– de “aangepaste” kilometerstand
– en hierdoor de extra slijtage aan koppeling en bediening
– de niet conforme velgen voor dit type wagen
– de verkeerde wielgeometrie (de versleten rechter voorband) kan een verborgen gebrek geweest zijn bij aankoop, maar kan ook veroorzaakt zijn na de aankoop van de wagen. Dit is op heden niet meer te achterhalen.
* De marktwaarde geprojecteerd op datum van aankoop van de wagen, rekening houdende met
de effectieve gereden kilometers en de CLASSIC versie begroten we op 8.940 euro , BTW incl., dit is 2.310 euro minder dan het toenmalig factuurbedrag.
* De huidige marktwaarde, rekening houdende met de effectieve kilometerstand, de CLASSIC
versie en de huidige staat (opgewaardeerd door de meeruitgaven) wordt begroot op 8.032 euro + BTW.
* Uit de stukken van mr. VERHAMME halen we de meeruitgaven van mevr. A om de wagen rijvaardig te houden, d.i. 1.505,07 euro excl. BTW.
* Het bedrag van terugbetaling bij behoud van de wagen begroten we op 2.310 euro
* Het bedrag van de gebruiksvergoeding bij teruggave van de auto wordt begroot op 2.729,13 euro .

Op 29 maart 2006 werd de NV Youcars failliet verklaard. Mter. Johan Vansuyt werd aangesteld als curator. Op 30 mei 2007 heeft de curator, voor zoveel als nodig, het geding hervat.

Na de neerlegging van het expertiseverslag vordert A:
de ontbinding, minstens de nietigverklaring van de verkoopovereenkomst d.d. 10 augustus 2003 met betrekking tot het voertuig Mercedes type A,
de veroordeling van B tot de betaling van euro 11.500,00, te vermeerderen met de rente vanaf 13 oktober 2003 tot 10 januari 2006 en de gerechtelijke rente op de gecumuleerde bedragen vanaf die laatste datum tot de dag van de betaling,
de veroordeling van B tot de betaling van euro 6.051,79, te vermeerderen met de moratoire rente vanaf 13 oktober 2003 tot 10 januari 2006 en de gerechtelijke rente op de gecumuleerde bedragen vanaf die laatste datum tot de dag van de betaling,
akte te geven aan A van haar aanbod tot teruggave van het bewuste voertuig, van zodra aan de veroordeling door B is voldaan in hoofdsom, rente en kosten,
de veroordeling van B tot de betaling van de kosten van het geding.

B vordert thans lastens de curator hetgeen hij in zijn dagvaarding van 8 juli 2004 lastens de NV Youcars vorderde.
2. Korte schets van de feiten en het standpunt van de partijen.

A kocht op 10 augustus 2003 een tweedehands auto bij B: een Mercedes A klasse 170 CDI, bouwjaar augustus 1999, type Elegance – zwart,
kilometerstand 85.034 km, met keuringsbewijs en drie maand waarborg op de motor.
De aankoopprijs bedroeg euro 11.500,00 incl. BTW.

A ondervond meteen meerdere moeilijkheden met het voertuig en liet het voertuig bij derden onderzoeken. Daarbij kwam vooral vast te staan dat de kilometerteller niet het exact aantal kilometer weergaf.

Na enkele pogingen om de zaak in der minne te regelen ging A op 23 februari 2004 over tot dagvaarding, waarna een eerste expert met een onderzoek van het voertuig werd belast. Na de dagvaarding van B lastens de NV Youcars, werd een tweede expert met een onderzoek van het beschreven voertuig belast.

De beide deskundigen komen tot soortgelijke bevindingen, zoals hiervoor omschreven.

Op grond van die vaststellingen vordert A thans de ontbinding, minstens de nietigverklaring van de koopovereenkomst, met teruggave van de wederzijdse prestaties en vergoeding voor de door de koop veroorzaakte kosten en betaling van schadevergoeding.

A grondt haar vordering op de wet van 12 maart 2000 tot beteugeling van bepaalde vormen van bedrog met de kilometerstand van voertuigen, gewijzigd door de wet van 11 juni 2004, op art. 11164 B.W. (minstens incidenteel bedrog) en ondergeschikt op art 1641 en volgende B.W.

B betwist vooreerst de ontvankelijkheid en de toelaatbaarheid van de vordering en houdt omtrent de grond van de zaak voor dat art. 3 van de wet van 12 maart 2000 tot beteugeling van bepaalde vormen van bedrog met de kilometerstand van voertuigen niet kan worden toegepast omdat uit het expertiseverslag blijkt dat de kilometerteller niet door hem maar door een andere autohandelaar, veel vroeger in de verkoopsketting, werd aangepast, er geen bedrog is bewezen en de vordering wegens koopvernietigende gebreken niet meer kan ingewilligd worden omdat A sedert de aankoop van het voertuig, augustus 2003, tot op heden met het voertuig is blijven rijden.
3. Beoordeling.

B besluit tot de niet ontvankelijkheid en de niet toelaatbaarheid van de vordering van A, zonder daaromtrent argumenten te ontwikkelen.
De rechtbank ontwaart geen argumenten die ambtshalve zouden moeten worden opgeworpen en wijst dit eerst aangehaalde argument van de hand als loutere bladvulling.

* * *

Wat de grond van de zaak betreft komt het beroep van A op de wet van 12 maart 2000 tot beteugeling van bepaalde vormen van bedrog met de kilometerstand van voertuigen de rechtbank niet gegrond over.

Het kan wel niet meer betwist worden dat de kilometerteller van het door B aan A verkochte voertuig gewijzigd werd: van een kilometerstand van 175.011 km tot 79.518 km. Dit volgt uit het onderzoek van de deskundige.
De kilometerteller gaf bij de verkoop derhalve 95.493 minder gereden kilometer weer dan het aantal kilometer dat het voertuig effectief had afgelegd.
Met B neemt de rechtbank echter aan dat niet hij het verbod om de kilometerteller te wijzigen heeft overtreden, maar een andere autohandelaar in de ketting-verkoop, namelijk bij de doorverkoop door een zekere P aan een zekere H.
Waar art. 6 van voornoemde wet van 12 maart 2000 enkel de mogelijkheid laat voor de koper om in geval van een overtreding van art. 3 de verkoop te ontbinden kan A zich derhalve niet op de wet van 12 maart 2000 beroepen.

Tevergeefs verwijst A naar art. 7 van de wet tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen van 11 juni 2004 die de wet van 12 maart 2000 heeft opgeheven. Dat art. 7 beteugelt weliswaar de inbreuken op art. 3 én 4 van de wet. Maar op het ogenblik van de verkoop van het voertuig door B aan A was die wet van 11 juni 2004 nog niet in werking getreden en kan deze uiteraard niet toepasselijk zijn op een overeenkomst, gesloten op 10 augustus 2003.

* * *

Terecht werpt B vervolgens op dat A geen ontbinding van de koopovereenkomst meer kan vorderen wegens koopvernietigende gebreken.

A heeft in haar besluiten geopteerd voor de “actio redhibitoria”. Zij opteert voor de teruggave van het voertuig en de terugbetaling van de koopprijs.
A geeft daarbij toe dat zij thans reeds bijna vier jaar met het voertuig rijdt.

Het is derhalve meteen duidelijk dat de “actio rebihitoria” als ongegrond moet worden afgewezen.
A kan het voertuig onmogelijk in dezelfde staat teruggeven als deze bij de ontdekking van het verborgen gebrek (Gent, 7 februari 2007, 12de kamer, AR 2004/2706 inzake NV Fiat Auto Belgio tegen Benoit P. e.a., onuitgegeven).
Daarbij heeft A ook meerdere herstellingen uitgevoerd aan het voertuig, wat teruggave eveneens belet {Deli D., “Vrijwaring voor verborgen gebreken bij koop-verkoop: conventionele regeling van de korte termijn (art. 1648 B.W.) en de invloed van herstellingen die de koper laat uitvoeren op zijn recht op vrijwaring”, R.W. 1088-89,1063, nr. 6}

Verder komt het de rechtbank niet toe om de optie van A tot ontbinding van de overeenkomst ambtshalve te wijzigen dan een vordering tot prijsvermindering.

* * *

In derde instantie vordert A de nietigheid van de overeenkomst op grond van bedrog gepleegd door B bij de totstandkoming van de overeenkomst.
Ter pleitzitting heeft A, bij monde van haar raadsman, er op gewezen dat, voor zover geen hoofdbedrog door de rechtbank wordt weerhouden, er ongetwijfeld incidenteel bedrog werd gepleegd, zodat B in elk geval gehouden is haar schadeloos te stellen.

Zelfs indien B zelf de kilometerteller niet terugdraaide, moet hij als tussenhandelaar in de autobranche op de hoogte zijn van de staat van het te verkopen voertuig. Hij is voldoende technisch onderlegd en ervaren, minstens wordt hij geacht dit te zijn, om vooreerst aan de staat van het voertuig vast te stellen dat het voertuig veel meer kilometers moet hebben afgelegd dan deze die de teller van het voertuig aangaf.
Vervolgens staan B, zoals de deskundige, voldoende kanalen ter beschikking om na te gaan of zijn ervaring hem al dan niet bedriegt en wat de oorsprong is van het voertuig en hoeveel kilometers effectief met het voertuig werden afgelegd.
Naar het oordeel van de rechtbank wist B bij de verkoop van het bewuste voertuig, minstens moet hij geacht zijn te weten, dat de kilometerteller gewijzigd was.
Het opzettelijk niet informeren van de koper daaromtrent weerhoudt de rechtbank als een kunstgreep, waardoor bij A een verkeerde voorstelling van de werkelijkheid het gevolg was en waarbij B de opzettelijke benadeling van A op het oog had.
De rechtbank komt derhalve tot de conclusie dat er door B wel degelijk bedrog werd gepleegd, zelfs al wijzigde hij de tellerstand niet zelf.

Evenwel is het niet bewezen dat het niet tot de aankoop van het voertuig zou zijn gekomen indien A de juiste kilometerstand had meegedeeld gekregen.
Dit neemt echter niet weg dat er in elk geval een mindere prijs zou zijn overeengekomen, indien het bekend was dat er een kleine 100.000 km meer gereden was met het voertuig. Incidenteel bedrog is dan ook voor handen, wat aanleiding geeft tot het herstel van de berokkende schade.

De bij het incidenteel bedrog toe te kennen schadevergoeding kan bestaan in een matiging van de prijs (Luik, 30 oktober 1990, J.T. 1991,129).
De deskundige heeft geadviseerd dat de marktwaarde van het voertuig, rekening houdend met het correcte aantal kilometer, bij de aankoop euro 2.310,00 lager lag dan door B gefactureerd. De rechtbank volgt dit advies en kent A als eerste element van haar schadevergoeding dit prijsverschil toe.

Met de deskundige neemt de rechtbank vervolgens aan dat de meeruitgaven van A voor reeds uitgevoerde herstellingen niet in rekening kunnen worden gebracht.
Voor de mindere aankoopprijs kon er immers maar een auto met 175.011 km op de teller aangekocht worden, die het nodige onderhoud vergde.

Vervolgens vordert A een dervingsvergoeding. Zij verwijst daarbij ten onrechte naar het bedrag van euro 2.729,14 in het deskundigenverslag weerhouden. Dit bedrag is door de deskundige geadviseerd als vergoeding door A verschuldigd aan B voor het gebruik van het voertuig (straks 4 volle jaren), indien er tot de ontbinding van de koopovereenkomst zou worden besloten, wat niet het geval is.
Voor de derving tijdens de uitgevoerde herstellingen wordt geen vergoeding toegekend. Die derving had A eveneens moeten ondergaan bij de aankoop aan een mindere prijs van een voertuig met hogere kilometerstand.
Het is evenwel correct dat A veelvuldig haar voertuig heeft moeten derven buiten de herstellingen. De door A in haar besluiten opgesomde bijeenkomsten om het voertuig te laten onderzoeken (minnelijk + twee expertises door de rechtbank bevolen), de rompslomp, het werkverlet en de kosten van administratie rechtvaardigen volgens de rechtbank de geclaimde vergoeding van euro 1.500,00.

De rechtbank staat dan ook een schadevergoeding toe van euro 2.310,00 + euro 1.500,00 = euro 3.810,00, te vermeerderen met de rente, vanaf 13 oktober 2003 tot de dag van de betaling.

* * *

Het komt de curator niet toe om B te vrijwaren.
Hoogstens zou de NV Youcars in staat van faillissement daartoe gehouden zijn.
De NV Youcars is als verkoper van het voertuig principieel gehouden de koper ervan te vrijwaren.
De NV Youcars houdt tot haar ontlasting enkel voor dat niet zij, maar vorige verkopers de kilometerteller hebben gewijzigd.
Dit verweer is, zoals voorzegd, ter zake finaal niet dienend, zodat de vordering tot vrijwaring van B gegrond wordt verklaard, zoals hierna is omschreven.

* * *

Bij gebreke aan specifieke motivering, die de toestand van de schuldeiser betreft, waarom de schuldenaar van zijn principieel recht tot kantonnement zou moeten uitgesloten worden, wordt op de eis tot uitsluiting van de mogelijkheid tot kantonnement door de rechtbank niet ingegaan.
OM DEZE REDENEN
DE RECHTBANK, recht doende op tegenspraak;

Alle anders luidende en / of tegenstrijdige conclusies van de hand wijzend;

Verklaart de vordering van A lastens B ontvankelijk;

Zegt voor recht dat de vordering tot ontbinding of tot nietigverklaring van de koopovereenkomst gesloten tussen A en B op 10 augustus 2003 met betrekking tot het voertuig Mercedes type A, ongegrond is;

Zegt voor recht dat bij het sluiten tot die koopovereenkomst door B incidenteel bedrog is gepleegd en hij uit dien hoofde gehouden is tot vergoeding van de schade daardoor aan A veroorzaakt en veroordeelt B dienvolgens om aan A te betalen de som van euro 3.810,00 euro (drieduizend achthonderd en tien euro en nul cent), te vermeerderen met rente vanaf 13 oktober 2003 tot aan de dag van de betaling, en dit tegen de wettelijke rentevoet, zoals vastgelegd in burgerlijke en handelszaken buiten de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van betalingsachterstand in handelstransacties;

Wijst het anders of meer gevorderde door A lastens B af als ongegrond;

Veroordeelt B tot de kosten van het geding en stelt deze tot op heden vast aan de kant van A op euro 227,80 euro kosten dagvaarding en rolstelling, euro 364,40 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, euro 60,73 geïndexeerde aanvullende rechtsplegingsvergoeding, euro 2.607,02 kosten expertise Depuydt en de eventuele kosten van de tenuitvoerlegging;

Verklaart de vordering van B tot vrijwaring lastens de NV Youcars, thans in staat van faillissement, ontvankelijk en gegrond;

Veroordeelt dienvolgens de NV Youcars, in staat van faillissement, tot de betaling aan B van de bedragen, in hoofdsom, rente en kosten, waartoe B hiervoor tot betaling werd veroordeeld ten opzichte van A en tot de kosten gevallen aan de kant van B, die worden vastgesteld op euro 133,37 dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring, euro 364,40 geïndexeerde rechtsplegingsvergoeding, euro 60,73 geïndexeerde aanvullende rechtsplegingsvergoeding, euro 1.828,90 kosten expertise Goddeeris en de eventuele kosten van tenuitvoerlegging;

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elke voorziening en zonder borgstelling;

Aldus het vonnis uitgesproken in het gerechtsgebouw II te Kortrijk in openbare terechtzitting op
woensdag, ZEVENENTWINTIG JUNI TWEEDUIZEND EN ZEVEN.

Commentaar: 

De actio redhibitoria vind haar oorsprong in het Romeinse recht.

Het Romeins recht kende dit vorderingsrecht (actio) toe aan kopers van van slaven en trekdieren die nadien gebreken vertoonden die op het ogenblik van de koop niet aan de koper bekend waren.
De actio redhibitoria draait de koop-verkoop terug. Wanneer de vordering wordt ingewilligd werd de aankoopprijs terugbetaald en de goederen teruggegeven.

In de Digesten vinden we de actio redhibitoria XXI in het eerste hoofdstuk van het boek: "De aedilicio edicto et redhibitione et quanti minoris".

De actio redhibitoria is in sommige continentaal-Europese codificaties rechtsreeks opgenomen in Duitsland in § 462 BGB, in Oostenrijk in § 932 ABGB en in Zwitserland in artikel 205 OR.

L'action rédhibitoire staat aldus danig in art. 1644 van het Franse en het Belgische Burgerlijk Wetboek zoals de acción redhibitoria in art. 1484 ev. van de Spaanse Código civil.

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: wo, 07/02/2018 - 13:55
Laatst aangepast op: wo, 07/02/2018 - 13:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.