-A +A

Inzagetermijn strafbundel Recht op tegenspraak tijdens de controle op bijzondere opsporingsmethoden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
woe, 14/04/2010
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2010-2011
Pagina: 
1352
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

S.A. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 februari 2010.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

De kamer van inbeschuldigingstelling waarbij het openbaar ministerie de zaak op grond van art. 235ter Sv. aanhangig heeft gemaakt, heeft de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie onderzocht die in het raam van het opsporingsonderzoek of het gerechtelijk onderzoek van de zaak werden aangewend.

De eiser voert aan dat hij te laat voor de zitting werd opgeroepen en dat de kamer van inbeschuldigingstelling, door zijn verzoek tot uitstel niet in overweging te nemen, art. 235ter, § 2, derde lid, Sv. heeft geschonden.

Dat artikel bepaalt met name dat de kamer van inbeschuldigingstelling de inverdenkinggestelde hoort na kennisgeving, die hem ten laatste achtenveertig uur vóór de zitting wordt gedaan, en waarbij de griffier hem ter kennis brengt dat het strafdossier tijdens deze periode op de griffie ter inzage ligt.

Daaruit volgt dat de bij wet opgelegde termijn twee werkdagen bedraagt.

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de eiser op vrijdag 12 februari 2010, om 17 uur, in de strafinrichting waar hij is opgesloten, een bericht van vaststelling heeft ontvangen voor de zitting van maandag 15 februari 2010 om 9 uur.

Aangezien het dossier niet kan worden ingezien buiten de wettelijke openingsuren van de griffie, werd het in art. 235ter, § 2, derde lid, Sv. bepaalde voorschrift niet nageleefd.

Bijgevolg verantwoordt de kamer van inbeschuldigingstelling haar beslissing om het verzoek van de eiser tot uitstel niet in te willigen, niet naar recht.

• zie ook Cassatie 25/09/2007 P.07.0677.N

samenvatting

Artikel 6 E.V.R.M. verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging in bepaalde gevallen te regelen en te beperken: dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien ze evenredig is met het belang van de te bereiken doelstellingen, zoals de nationale veiligheid, de noodzaak onderzoeksmethoden geheim te houden om bepaalde vormen van zware criminaliteit te bestrijden of de veiligheid van getuigen, infiltranten of informanten te vrijwaren  (vergelijk: Cass., 23 aug. 2005, AR P.05.0805.N, nr 399).

Tekst van het arrest

Nr. P.07.0677.N
T. B.,
inverdenkinggestelde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 maart 2007.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Het onderdeel voert aan dat de rechtspleging van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering niet in overeenstemming is met artikel 6 EVRM.
Het stelt dat de controle van het vertrouwelijk dossier door een onafhankelijke en onpartijdige rechter niet volstaat en dat de vervolgende partij verplicht is alle bewijselementen aan de verdediging mede te delen. De strikte noodzaak om bepaalde elementen in een bepaalde zaak niet mede te delen kan enkel blijken uit een concrete afweging van het principe van de mededeling tegen andere belangen in die zelfde zaak.

Bovendien moet "gedurende het volledige proces (worden) nagegaan of de niet-overgemaakte informatie niet alsnog dient te worden gevoegd bij het reguliere strafdossier, omdat deze informatie in de loop van het proces aan relevantie wint, zodat de afweging van concrete belangen tot een ander resultaat leidt". Enkel het openbaar ministerie heeft echter kennis van het vertrouwelijk dossier. Dit houdt geen garantie in voor de verdediging gezien hun tegengestelde procespositie.

2. Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering verplicht de kamer van inbeschuldigingstelling, op vordering van het openbaar ministerie, tot controle van de regelmatigheid van de bijzondere opsporingsmethoden observatie en infiltratie aan de hand van het vertrouwelijk dossier bij het afsluiten van het opsporingsonderzoek, alvorens het openbaar ministerie tot rechtstreekse dagvaarding overgaat.

3. In afwijking van het strafdossier dat ter inzage van de burgerlijke partij en de inverdenkinggestelde is en dat alle andere informatie over de aanwending en het gebruik van de bijzondere opsporingsmethoden infiltratie en observatie bevat, worden in het vertrouwelijk dossier uitsluitend die inlichtingen opgenomen die van aard zijn de bescherming van de uitvoerders en de aanwending zelf van de opsporingsmethoden in het gedrang te brengen. Enkel deze gegevens worden aan de inzage van partijen, andere dan het openbaar ministerie, onttrokken. Zij kunnen niet als bewijs worden gebruikt ten nadele van de beklaagde.

4. Artikel 6 EVRM verbiedt niet de uitoefening van het recht van verdediging in bepaalde gevallen te regelen en te beperken.

Dergelijke beperking kan verantwoord zijn indien ze evenredig is met het belang van de te bereiken doelstellingen, zoals de nationale veiligheid, de noodzaak onderzoeksmethoden geheim te houden om bepaalde vormen van zware criminaliteit te bestrijden of de veiligheid van getuigen, infiltranten of informanten te vrijwaren.

5. Artikel 235ter Wetboek van Strafvordering is in overeenstemming met artikel 6 EVRM dat alleen vereist dat op enig ogenblik in de loop van de rechtspleging een onafhankelijke en onpartijdige rechter mede aan de hand van het vertrouwelijk dossier de wettigheid van de observatie zou onderzoeken. Die rechter zal tevens ter gelegenheid van de controle bij toepassing van artikel 235ter Wetboek van Strafvordering, kunnen nagaan of er zich in het vertrouwelijk dossier stukken bevinden die deel moeten uitmaken van het strafdossier en daarin niet voorkomen.

Uit voormelde verdragsbepaling volgt niet dat het recht van verdediging noodzakelijk inhoudt dat de verdediging zelf in staat moet worden gesteld de regelmatigheid van de machtiging tot observatie en van de uitgevoerde machtiging aan de hand van het vertrouwelijk dossier te controleren. Evenmin moet dat nazicht geschieden telkens wanneer de verdachte daarom verzoekt.

Het onderdeel faalt naar recht.

Eerste onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM. Het stelt dat de onmogelijkheid van volledige tegenspraak ingevolge het aanwenden van een vertrouwelijk dossier bij de beoordeling van de bijzondere opsporingsmethode "observatie", in een latere fase van de rechtspleging niet kan worden hersteld. Aldus kon de kamer van inbeschuldigingstelling reeds zonder de verdere behandeling van de zaak in haar geheel af te wachten, vaststellen dat de schending van het recht op een eerlijk proces en van het recht van verdediging onherroepelijk was.

7. Het artikel 6 EVRM is niet toepasselijk op het onderzoeksgerecht dat de rechtspleging regelt behalve wanneer de schending van deze verdragsrechtelijke bepalingen het eerlijk karakter van het proces ernstig in het gedrang brengt.

Uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt dat het recht op een eerlijk proces niet in het gedrang wordt gebracht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof

8. De eiser verzoekt het Hof twee prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof te stellen. Deze luiden:

"Schenden de artikelen 47sexies, 47septies en 235ter Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenspraak met artikel 6 EVRM, voor zover bepaalde stukken van het onderzoek, met name de stukken die worden gevoegd aan het vertrouwelijk dossier, aan de tegenspraak worden onttrokken zonder rechterlijke beslissing, rekening houdende met de concrete omstandigheden van de individuele zaak?"

"Schenden de artikelen 47sexies, 47septies, 189ter en 235ter Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenspraak met artikel 6 EVRM, doordat tijdens de behandeling ten gronde geen mogelijkheid bestaat tot bijkomende controle of kennisname van de elementen van het vertrouwelijk dossier op initiatief van enige partij, naast het openbaar ministerie, die kennis heeft van de inhoud van het vertrouwelijk dossier?"

9. Bij arrest nr. 105/2007 van 19 juli 2007 heeft het Grondwettelijk Hof voor recht gezegd dat de onmogelijkheid voor de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij om het vertrouwelijk dossier te raadplegen, de artikelen 10 en 11 Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 EVRM, niet schendt.

De artikelen 10 en 11 Grondwet stellen geen verdergaande eisen inzake het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces dan artikel 6 EVRM. Om de redenen, uiteengezet in het antwoord op het tweede onderdeel is er geen schending van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces.

Er is geen aanleiding om de prejudiciële vragen te stellen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verleent de eiser akte van zijn afstand.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Veroordeelt de eiser in de kosten.
Begroot de kosten op 72,80 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer,

Noot: 

Noot gepubliceerd-onder dit arrest in het RW, Bart De Smet Recht op tegenspraak tijdens de controle op bijzondere opsporingsmethoden

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 07/04/2011 - 16:31
Laatst aangepast op: wo, 03/01/2018 - 11:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.