-A +A

interpretatie in het strafrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het strafrecht mag bij onduidelijkheid vastgesteld door de rechter geïnterpreteerd worden maar niet naar analogie uitgebreid.

Een gedraging of onthouding is slechts strafbaar wanneer de wetgever ze uitdrukkelijk strafbaar heeft gesteld. Dit is overigens de draagwijdte van het adagium "Nullum crimen sine lege" (Er bestaat geen misdrijf zonder wet).

Toch wordt aanvaard dat de rechter de strafwet niet alleen kan toepassen op gedragingen en onthoudingen die uitdrukkelijk strafbaar zijn gesteld, maar ook op gedragingen en onthoudingen die impliciet door de wetgever geviseerd zijn. De analogische toepassing van de strafwet op vergelijkbare, maar niet uitdrukkelijk of impliciet geviseerde gedragingen is verboden. Wel is het de rechter toegelaten buiten de tekst van de wet om te zoeken naar de wil van de wetgever en de tekst derwijze te interpreteren dat hij met de bedoelingen van de wetgever overeenstemt (Chris Van den Wyngaert, Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen pagina 86.

De strafwet mag door de rechter enkel geïnterpreerd indien de strafwet onduidelijk is. Indien er tot interpretatie dient overgegaan dient de interpretatie letterlijk te gebeuren. Dit betekent dat de rechter de woorden in hun normale, taalkundige betekenis worden begrepen. Wanneer de wet begrippen niet nader omschrijft, moet de rechter ze volgens hun normale, gangbare actuele betekenis, interpreteren. Aldus laat een letterlijke interpretatie wel een evolutieve invullende intrerpretatie toe. Een dergelijke interpretatie zal noodzakelijk zijn telkens de rechter begrippen van de strafwet dient te hanteren die de wetgever niet in concreto heeft ingevuld (zoals het begrip goede zeden of het begrip ontucht.

Een analogische interpretatie, waarbij de rechter vergelijkbare, maar niet door de wetgever bedoelde gedragingen onder het toepassingsgebied van de wet zou brengen is echter absoluut verboden. 

Het strafrecht dient strikt geïnterpreteerd. De strikte interpretatie betekent dat de strafrechter de strafwet niet mag uitbreiden. Hij mag hem slechts toepassen op die gedragingen die de wetgever uitdrukkelijk dan wel impliciet doch zeker beoogde strafbaar te stellen.

Aldus zal de strafrechter de scheiding maken tussen wat strafbaar is volgens de wetgever en wat niet.

Bepaalde misdrijven worden door de strafwet zeer specifiek omschreven, vb. moeskopperij. Andere misdrijven worden niet omschreven bv. ontucht.

De strikte interpretatie betekent dat de strafrechter de strafbepalingen moet begrijpen in hun normale taalkundige betekenis en dat hij die niet mag miskennen. In de gevallen waar de strafbepaling een woord definieert, dan is de strafrechter hierdoor gebonden.

De restrictieve uitlegging van een strafwet is alleen gegrond als de rechter twijfelt over de draagwijdte ervan; als hij niet twijfelt, moet hij ervoor zorgen dat de wet volledige uitwerking heeft. Cassatie 18/12/2013, Juridat P.13.0708.F.

autonomie van het strafrecht

De strafrechter hanteert de begrippen in hun algemeen gangbare betekenis, zelfs wanneer dit gewone taalgebruik verschilt van het specifieke taalgebruik van een bepaald rechtsdomein. vb. in het gewone taalgebruik is een bestuurder de persoon die toezicht en controle uitoefent, in het vennootschapsrecht is dit het orgaan via hetwelk de vennootschap als rechtspersoon deelneemt aan het maatschappelijk leven. Wanneer de strafwet een handeling van een bestuurder strafbaar stelt zal de strafrechter de gewone gangbare betekenis van bestuurder dienen te gebruiken.

geen misdrijf zonder wet: nullum crimen sine lege

Bestaande strafbepalingen kunnen niet naar analogie toegepast op een (nieuwe gedraging), aangezien zulke "analoge interpretatie" in ons strafrecht niet toelaatbaar is.

Rechtspraak

La manière d'interpréter

• Cass., 1er mai 1893, Pas., I, p. 208 (port illégal de l’habit)

• Cass., 23 décembre 1968, Pas., 1969, I, p. 379 (secret médical mal interprété)

• Cass., 21 octobre 1992, Pas., I, p. 1180 (notion de domicile)

• Cass., 9 mai 1955, Pas., I, p. 978 (souteneur marié à sa prostituée)

• Cass., 19 mai 1993, Pas., I, p. 498 (racisme non intentionnel)

• Cass., 4 mai 1988, Pas., I, p. 1071 (images contraires aux bonnes moeurs et cassettes vidéos)

• Cass., 30 avril 1986, R.W., 1986-1987, col. 1358 et note D. VOORHOOF (bonnes mœurs et films d’horreur sadique)

• Cass., 23 novembre 1982, Pas., 1983, I, p. 355 (le chasseur ayant manqué sa proie)

• Bruxelles, 10 avril 1992, J.T., 1992, p. 601 (abriter des jeux de hasard)

• Cass., 6 janvier 1993, Pas., I, p. 14 et Cass., 20 décembre 1995, I, p. 1185 (priorité de droite, voie publique et chemin de terre privé)

• Cass., 23 septembre 1981, Pas., 1982, I, p. 121 (vol d’électricité)

• Cass., 14 avril 1992, Pas., 1992, I, p. 732 (fumée sur la voie publique)

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: zo, 04/03/2018 - 13:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.