-A +A

Indicatieve tabel 2016

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De nieuwe indicatieve tabel 2016 verschilt enigszins van de vorige editie 2012. Door de Indicatieve Tabel om de 4 jaar opnieuw te evalueren en, waar nodig, aan te passen, geven de betrokken magistratenorganisaties uiting aan hun wens om deze evoluties op te volgen, er zich aan aan te passen of zelf te duiden.

Raadpleeg hier de integrale indicatieve tabel 2016 in pdf

Indicatieve Tabel - versie 2016

Hoofdstuk I. Schade aan personen
1. Principes
2. De tijdelijke schade
3. De blijvende schade
4. Het overlijden

Hoofdstuk II. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
2. Verplaatsingskosten
3. Administratiekosten
4. Kledijschade

Hoofdstuk III. Interest en provisie
1. De vergoedende interest
2. De moratoire interest
3. Provisie

Bijlage
Deskundigenopdracht

Tableau Indicatif - version 2016

Chapitre I. Dommage aux personnes
1. Principes
2. Le préjudice temporaire
3. Le dommage permanent
4. Le décès

Chapitre II. Dommage aux choses et frais
1. Dommage aux véhicules
2. Frais de déplacement
3. Frais administratifs
4. Frais vestimentaires

Chapitre III. Intérêts et provisions
1. Intérêts compensatoires
2. Intérêts moratoires
3. Provisions

Annexe
La mission d’expertise

GEGEVENS "INDICATIEVE TABEL" - Versie 2016
 
Voorgaande versies: l 995-l 998-2001-2004-2008-2012-2016.
 
Zie TIJDSCHRIFT van de POLITIERECHTERS, "Indicatieve Tabel 2016", maart 2017, Die Keure, p.3 e.v.
 
"De herwerkte Tabel is geen wondermiddel om snel een menselijke schade te berekenen, noch vormt zij een dwingende regel m.b.t. de wijze waarop deze schade dient benaderd te worden. Deze Tabel geeft slechts aan hoe de schade mogelijk kan begroot worden."1
 
SCHADE AAN PERSONEN
 
1. Principes
 
2.De tijdelijke schade
 
2.1. Medische kosten voor de consolidatie
 
2.2. De hulpmiddelen
 
2.2.1. Materiële hulpmiddelen
 
2.2.2. Hulp van derden
 
2.3. Persoonlijke ongeschiktheid
 
2.4. Huishoudelijke ongeschiktheid
 
2.5. Economische ongeschiktheid
 
2.5.1. Verlies van inkomen
 
2.5.2. Verhoogde inspanningen
 
2.6 Schade ontstaan tijdens de studies
 
2.6.1. Verhoogde inspanningen
 
2.6.2. Verlies van een studiejaar
 
2.6.2.1 Kosten
 
2.6.2.2. Morele schade
 
2.6.2.3. Achterstand loopbaan
 
2. 7. Schade geleden door naastbestaanden
 
3.De blijvende schade
 
3.1. De wijzen van vergoeding (rente, kapitalisatie, forfait)
 
3.2. Medische kosten na consolidatie
 
3.3. De hulpmiddelen
 
3.3.1. De materiële hulpmiddelen
 
3.3.2. Hulp van derden
 
3.4. De persoonlijke, huishoudelijke, economische ongeschiktheid
 
3.4.1. De persoonlijke ongeschiktheid
 
3.4.1.1. Algemeen
 
3.4.1.2. De specifieke schade
 
a. De pijn
 
b. De esthetische schade
 
c. De seksuele schade
 
d. De genoegenschade
 
3.4.2. De huishoudelijke ongeschiktheid
 
3.4.3. De economische ongeschiktheid
 
3.4.3.1. Algemeen
 
3.4.3.2. Inkomensverlies
 
3.4.3.3. Verhoogde inspanningen
 
3.4.3.4. Forfaitaire vergoeding
 
3.4.3.5. Postprofessionele schade
 
3.4.4. Tabel van forfaitaire vergoedingen
 
3.5. Schade geleden door naastbestaanden
 
3.6. Voorbehoud (reserves)
 
4.Het overlijden
 
4.1. Begrafeniskosten
 
4.2. Schade ex haerede
 
4.3. Schade van de naastbestaande
 
4.3.1. Morele schade
 
4.3.2. Materiële schade
 
4.3.2.1. Schade wegens het verlies van inkomsten van de overledene
 
4.3.2.2. Schade geleden door verlies van huishoudelijke taken geleverd door het slachtoffer
 
SCHADE AAN VOORWERPEN EN KOSTEN
 
1. Voertuigschade
 
1.1. Principe
 
1.2. De BTW
 
1.3. Takel- en stallingskosten 1.4. Gebruiksderving
 
1.4.1. Wachttijd
 
1.4.2. Herstellingsduur
 
1.4.3. Vervangdagen
 
1.4.4. Vergoeding wegens gebruiksderving
 
1.4.5. Financiering
 
2. Verplaatsingskosten
 
3. Administratiekosten
 
4. Kledijschade
 
INTEREST EN PROVISIE
 
1. De vergoedende interest
 
2. De moratoire interest
 
3. Provisie
 
http://www.fcgb-bgwf.be/documents/Indicatieve_Tab_2016.pdf
 
 
HOOFDSTUK 1. SCHADE AAN PERSONEN
 
1.Principes
 
De Indicatieve Tabel onderscheidt in hoofde van het slachtoffer drie levenssferen: het persoonlijk ( extra patrimoniale) leven, de huishoudelijke activiteiten en het professionele leven.
 
De aantasting van deze levenssferen wordt vertaald in een persoonlijke, huishoudelijke en/of economische ongeschiktheid.
 
De persoonlijke ongeschiktheid heeft betrekking op:
 
de niet-economische waardeerbare gevolgen van de aantasting van de fysieke en psychische integriteit van het slachtoffer in het dagelijks leven, voor zover niet begrepen in de huishoudelijke activiteiten.
 
Aldus omvat zij, onder meer:
 
-de beperkingen of de aantasting van de gedragingen en/of ervaringen en/of handelingen in het dagelijks leven te wijten aan het letsel,
 
-de pijnen die gebruikelijk gepaard gaan met dot letsel,
 
-de beperkingen en courante ongemakken veroorzaakt door het letsel,
 
-de frustraties en angsten waartoe dit alles leidt,
 
-de invloed op de persoonlijke activiteiten zoals vrijetijdsbesteding, sportbeoefening en hobby's en  p de sociale; vriendschappelijke en familiale relaties.
 
De deskundige bepaalt een percentage van de persoonlijke ongeschiktheid dat betrekking heeft op de schade die gelijkaardig is voor alle personen aangetast door de in aanmerking genomen letsels.
 
De deskundige kan dit percentage aanpassen in functie van de specifieke situatie van het slachtoffer. In zulks geval geeft hij toelichting bij zijn standpunt.
 
Indien de deskundige vaststelt dat bepaalde gevolgen van de letsels, omwille van hun specifiek belang, niet kunnen worden ondergebracht in de persoonlijke ongeschiktheid (tijdelijk of blijvend), maakt hij hiervan melding onder de rubriek "bijzondere schade" ( pijnen, esthetische schade, seksuele schade of genoegenschade ).
 
De huishoudelijke ongeschiktheid kan worden omschreven als:
 
de aantasting van het energetisch of functioneel potentieel van het slachtoffer met een economische waardeerbare weerslag op zijn geschiktheid tot het vervullen van de huishoudelijke taken.
 
Als huishoudelijke taken kunnen onder meer worden beschouwd: de opvoeding van de kinderen, het onderhoud van de woning en de tuin, de huishoudelijke aankopen en de ermee gepaard gaande verplaatsingen, de bereiding van de maaltijden, het onderhoud van de kledij, de administratieve en budgettaire beheer van het huishouden, de zorg voor de huisdieren.
 
De deskundige bepaalt een percentage van de huishoudelijke ongeschiktheid dat betrekking heeft op de schade die gelijkaardig is voor alle personen aangetast door de in aanmerking genomen letsels.
 
De deskundige kan dit percentage aanpassen in functie van de specifieke situatie van het slachtoffer. In zulk geval geeft hij toelichting bij zijn standpunt
 
De economische ongeschiktheid kan worden omschreven als het geheel van de gevolgen van de aantasting van de fysieke en psychische integriteit op de handelingen en de gedragingen in het professioneel en lucratief leven van het slachtoffer, alsook de aantasting van de concurrentiekracht van het slachtoffer op de arbeidsmarkt.
 
Indien de deskundige een bepaalde evolutie of complicatie voorziet, waarvan niet zeker is dat ze zich zal voordoen, zal hij deze vermelden onder de vorm van een voorbehoud.
 
De deskundige geeft een zo precies mogelijk beschrijving van alle nuttige elementen. De deskundige onderbouwt zijn besluiten, onder meer door in een begrijpelijke taal te verduidelijken welke parameters hij gehanteerd heeft als basis voor zijn besluiten.
 
Aldus wordt de deskundige in zijn opdracht uitgenodigd om:
 
-in de aanvang van zijn verslag het geheel van de letsels en de aantasting van de fysieke en psychische integriteit van het slachtoffer ingevolge het schade verwekkend feit te beschrijven, in een begrijpelijk taal. Deze aantasting van de fysieke en psychische integriteit zal niet worden gekwantificeerd, zij maakt de basis uit op grond waarvan de verschillende graden van de ongeschiktheid en de bijzondere schade kunnen worden bepaald,
 
-in het voorkomend geval, een beschrijving te geven van een eventueel vooraf bestaande toestand,
 
-alle mogelijke wijzen om de schade te herstellen te onderzoeken, hetzij via technische en materiële hulpmiddelen, hetzij onder de vorm van hulp van derden,
 
-deze hulpmiddelen zijn van aard het slachtoffer terug te brengen in een toestand die zo dicht mogelijk aanleunt bij deze die de zijne zou zijn geweest zonder het schade verwekkend feit,
 
-de tijdelijke en de blijvende ongeschiktheden van het slachtoffer te beoordelen, rekening houdend met de in aanmerking genomen hulpmiddelen
 
2. De tijdelijke schade
 
2.1.Medische kosten voor de consolidatie
 
Het komt aan het slachtoffer toe een volledig overzicht te verschaffen van de medische en farmaceutische kosten die te wijten zijn aan het schade verwekkend feit. Bij dit overzicht dienen de bewijsstukken van deze kosten te worden gevoegd, evenals een overzicht van de tussenkomsten van de mutualiteit en/of hospitalisatieverzekeraar en/of andere gebsubrogeerde derde-betalers.
 
Er dient rekening te worden gehouden met de "maximumfactuur" zoals bepaald in de wet van 5 juni 2002.
 
De deskundigenopdracht( ... ) nodigt de deskundige expliciet uit zich over deze kosten uit te spreken.
 
2.2. De hulpmiddelen
 
2.1.1. Materiële hulpmiddelen
 
De materiële hulpmiddelen van welke aard ook, zoals orthesen, prothesen, technische hulpmiddelen, aanpassingen aan de woning en aan het voertuig, dienen er veeleer toe de schade te herstellen door het slachtoffer terug te plaatsen in zijn situatie die zo dicht mogelijk aanleunt bij deze die zou hebben bestaan indien het schade verwekkend feit niet zou hebben plaatsgehad, dan wel hem een compensatie voor dit bewezen gedeelte toe te kennen.
 
Deze hulpmiddelen moeten in rekening gebracht worden voor de bepaling van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of economische ongeschiktheid. Deze uitgaven worden vergoed op basis van bewijsstukken.
 
2.1.2. Hulp van derden
 
Op dezelfde wijze kan, in het voorkomend geval, rekening gehouden worden met de hulp van derden voor de bepaling van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of de economische ongeschiktheid van het slachtoffer.
 
De noodzaak om een beroep te doen op de hulp van een derde, diens kwalificatie en de aard en de omvang van zijn prestaties moeten steeds in concreto worden omschreven. De vergoeding van het uurloon zal op basis van deze criteria worden vastgesteld.
 
De omstandigheid dat deze hulp wordt verleend door een naaste van het slachtoffer, vormt op zich geen beletsel om deze te vergoeden. Bij gebrek aan bewijsstukken, kan de hulp van een niet­gekwalificeerde hulpverlener worden vergoed mits een forfaitair bedrag van 10 euro per gepresteerd uur.
 
2.3. Persoonlijke ongeschiktheid
 
De tijdelijke persoonlijke tijdelijke ongeschiktheid kan worden vergoed door een bedrag van 34 euro per gewone dag hospitalisatie of per dag revalidatie in een gespecialiseerd centrum en door 28 euro per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100 % en vervolgens pro rata.
 
Behoudens uitzonderlijke omstandigheden wordt de specifieke schade, zoals de pijnen, de tijdelijke esthetische schade, seksuele schade en genoegenschade, niet afzonderlijk vergoed ( voor een begripsomschrijving van de soorten specifieke schade wordt verwezen naar de blijvende ongeschiktheid).
 
Indien de pijnen afzonderlijk worden vergoed, kunnen volgende bedragen per dag in aanmerking worden genomen.
 
1/7: 1,00 euro
 
2/7: 1,50 euro x 2 = 3,00 euro 3/7: 2,00 euro x 3 = 6,00 euro 4/7: 2,50 euro X 4 = 10,00 euro 5/7: 3,00 euro x 5 = 15,00 euro 6/7: 3,50 euro x 6 = 21,00 euro 7/7: 4,00 euro x 7 = 28,00 euro
 
2.4. Huishoudelijke ongeschiktheid
 
De tijdelijk huishoudelijke ongeschiktheid kan worden vergoed door een forfaitair bedrag van 20,00 euro per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100 % en vervolgens pro rata, zowel voor een alleenstaande als voor een gezin zonder kinderlast. Dit bedrag wordt verhoogd met 7,00 euro per kind ten laste.
 
Deze vergoedingen kunnen worden aangepast in functie van de bijdrage die elke partner in het huishouden levert. Bij gebrek aan concrete gegevens wordt de bijdrage gesplitst ten belope van 65 % voor de vrouw en 35 % voor de man.
 
2.5. De economische ongeschiktheid
 
2.5.1. Verlies van inkomen
 
Het verlies aan inkomen moet steeds in concreto bewezen worden.
 
De schadevergoeding strekt ertoe hetzelfde netto-inkomen te verkrijgen als hetgeen het slachtoffer zou hebben verworven zonder het schade verwekkend feit.
 
Het netto-inkomen moet in aanmerking worden genomen tenzij aangetoond wordt dat de op de toe te kennen vergoeding gelijkwaardige fiscale en sociale lasten rusten als deze die het inkomen bezwaren. Als het nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen reserves worden toegekend voor de fiscale en sociale lasten.
 
2.5.2. Verhoogde meerinspanningen
 
Indien verhoogde meerinspanningen worden geleverd en deze niet in concreto begrootbaar zijn, kunnen zij worden vergoed door een bedrag van 25,00 euro per gepresteerde dag aan 100 % ongeschiktheid en vervolgens pro rata, vanaf de hernieuwing van de professionele activiteit.
 
2.6. Schade ontstaan tijdens de studies
 
2.6.1. Verhoogde inspanningen
 
Indien de rechter oordeelt dat er aanleiding bestaat om een vergoeding voor de verhoogde inspanningen toe te kennen, dan worden de volgende vergoedingen geadviseerd:
 
lager onderwijs: middelbaar onderwijs: hoger onderwijs:
 
5,00 euro per dag 10,00 euro per dag 15,00 euro per dag
 
Deze vergoedingen worden toegekend per gepresteerde dag in functie van de effectieve ongeschiktheden.
 
2.6.2. Verlies van een schooljaar
 
Deze schade kan bestaan uit een materiële schade, een morele schade en een financieel verlies naar de toekomst toe.
 
2.6.2.1.Kosten
 
Eerst en vooral is er de schade bestaande uit de kosten van het verloren studiejaar.
 
Wanneer de schade niet concreet kan worden aangetoond, kunnen de volgende forfaitaire bedragen worden geadviseerd:
 
lager onderwijs: middelbaar onderwijs: hoger onderwijs:
 
400,00 euro 1000,00 euro
 
2500,00 euro +huuruitgaven kot
 
2.6.2.2. Morele schade
 
Het verlies van een studiejaar kan tevens gepaard gaan met een specifieke morele schade wegens het verlies van bijzondere studieactiviteiten en de frustratie van de leerling/student wegens aantasting van zijn studietraject.
 
Voor alle onderwijstypes: 3.750,00 euro.
 
2.6.2.3. Achterstand loopbaan
 
Het verlies van een studiejaar kan schade teweegbrengen ten aanzien van de toekomstige beroepsactiviteit of loopbaan. Indien de achterstand in de loopbaan wordt bewezen, kan de actuele nettowaarde van het eerste jaar beroepsinkomen als basis dienen voor de berekening van de schade.
 
2.7. Schade geleden door naastbestaanden
 
Indien een naaste aantoont dat hij materiële schade heeft geleden in causaal verband met het schade verwekkend feit dat het slachtoffer is overkomen, kan hij hiervoor worden vergoed.
 
Op dezelfde wijze kan deze naaste aanspraak maken op een vergoeding wanneer de fysieke en /of psychische toestand van het slachtoffer een fatale afloop laat vrezen of uiterst zorgwekkend is.
 
3. De blijvende schade
 
3.1.De wijzen van vergoeding (rente, kapitalisatie,forfait)
 
Voor de vergoeding van de blijvende schade, kent de rechtspraak drie wijzen van vergoeding : toekenning van een rente, kapitalisatie of toekenning van een forfait.
 
De rechter beoordeelt onaantastbaar, maar binnen de perken van de conclusies van de partijen, het bestaan en de omvang van de schade, alsook het bedrag van de vergoeding dat nodig is voor het volledig herstel van de schade.
 
Indien de rechter vaststelt dat hij de door partijen voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen, motiveert hij dit.
 
Bij de toekenning van een rente of bij de toepassing van een kapitalisatie, waarbij telkens een onderscheid wordt gemaakt tussen de schade geleden in het verleden en de toekomstige schade, dient de datum van de rechterlijke beslissing of de minnelijke regeling in aanmerking te worden genomen als "scharnierdatum".
 
Bij toekenning van een forfait, is de "scharnierdatum" in principe de datum van de consolidatie.
 
Bij de medische evaluatie van de blijvende letsels is de "scharnierdatum" deze van de consolidatie.
 
(1). Rente
 
De toekenning van een geïndexeerde en al dan iet herzienbare rente is een passende vorm van vergoeding van de schade voortkomend uit de blijvende ongeschiktheid. Het komt erop neer dat het slachtoffer voor de toekomst een herzienbaar en/of geïndexeerd periodiek bedrag ontvangt. Een dergelijke vergoeding is gunstig voor het slachtoffer omdat het aldus toegekende bedrag zo dicht als mogelijk aansluit bij de reële schade en het partijen behoedt voor toekomstige en dus onzekere elementen.
 
(2). Kapitalisatie
 
Een tweede methode van vergoeding van de toekomstige schade, is deze door kapitalisatie. Het is de omzetting in een kapitaal van alle jaarlijkse, maandelijkse bedragen of dagelijkse bedragen over de periode waarover de vergoeding na de rechterlijke uitspraak verschuldigd is.
 
De te hanteren kapitalisatiecoëfficiënt wordt bepaald in functie van de gegevens op het ogenblik van de uitspraak of de minnelijke regeling, niet van de consolidatiedatum of een andere voorgaande datum.
 
Rekening houdend met de actuele rendementen van financiële beleggingen, verricht door een goed huisvader, en gelet op de adviezen van de actuarissen die werd geraadpleegd stellen de auteurs van de Indicatieve Tabel voor om een gemiddelde rentevoet van 1 % in aanmerking te nemen. Deze is vatbaar voor aanpassing, in meer of in min, rekening houdend met de concrete omstandigheden.
 
(3).Forfaitaire vergoeding
 
Een derde wijze van vergoeden is de toekenning van een forfaitair bedrag.
 
3.2. Medische kosten na consolidatie
 
Het komt aan het slachtoffer toe een volledig overzicht te verschaffen van de medische en farmaceutische kosten die te wijten zijn aan het schade verwekkend feit. Bij dit overzicht dienen de bewijsstukken van deze kosten te worden gevoegd, evenals een overzicht van de tussenkomsten van de mutualiteit en / hospitalisatieverzekeraar en/of andere gebsubrogeerde derde-betalers.
 
Er dient rekening te worden gehouden met de "maximumfactuur" zoals bepaald in de wet van 5 juni 2002.
 
De deskundigenopdracht( ... ) nodigt de deskundige expliciet uit zich over deze kosten uit te spreken.
 
3.3.De hulpmiddelen
 
3 .3 .1. De materiële hulpmiddelen
 
De materiële hulpmiddelen, zoals orthesen, prothesen en alle technische hulpmiddelen, aanpassingen aan de woning en aan het voertuig, dienen ertoe de schade te herstellen door te trachten het slachtoffer terug te plaatsen in een toestand die zo dicht mogelijk aanleunt bij deze die zou hebben bestaan indien het schade verwekkend feit niet zou hebben plaatsgehad, dan wel hem een compensatie voor dit bewezen gedeelte toe te kennen.
 
Deze hulpmiddelen kunnen in rekening gebracht worden voor de bepaling van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of economische ongeschiktheid.
 
Deze uitgaven worden vergoed op basis van bewijsstukken. De toekomstige schade wordt berekend op basis van de voor dat specifiek slachtoffer meest aangewezen methode, met mogelijke verdiscontering.
 
3.3.2. Hulp van derden
 
Er kan, in het voorkomend geval, rekening worden gehouden worden met de hulp van derden voor het bepalen van de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, de huishoudelijke en/of de economische ongeschiktheid.
 
De noodzaak om een beroep te doen op de hulp van een derde, diens kwalificatie en de aard en de omvang van ZIJn prestaties moeten steeds in concreto worden omschreven.
 
De vergoeding van het uurloon zal op basis van deze criteria worden vastgesteld. De omstandigheid dat deze hulp wordt verleend door een naaste van het slachtoffer vormt op zich geen beletsel om deze te vergoeden. Bij gebrek aan bewijsstukken kan de hulp van een niet-gekwalificeerde hulpverlener worden vergoed mits een forfaitair bedrag van 10,00 euro per gepresteerd uur.
 
Wat de toekomstige schade betreft kan deze worden vergoed op basis van de voor het specifiek slachtoffer meest aangewezen methode, met mogelijke verdiscontering.
 
3.4. De persoonlijke, huishoudelijke, economische ongeschiktheid
 
3 .4.1. De persoonlijke ongeschiktheid
 
3.4.1.1. Algemeen
 
Indien de persoonlijke ongeschiktheid wordt vergoed door middel van de kapitalisatiemethode, dienen niet noodzakelijkerwijze dezelfde basisbedragen als deze voor de tijdelijke ongeschiktheid in aanmerking te worden genomen. Naargelang de specifieke elementen van de zaak, kunnen zij in min of meer worden aangepast.
 
Wanneer deze schade forfaitair wordt vergoed, wordt verwezen naar de bedragen voorgesteld in de hiernavolgende tabel.
 
3.4.1.2. De specifieke schade
 
Indien niet vervat in de graad van de persoonlijke ongeschiktheid, kan een bijkomende vergoeding worden toegekend voor de hiernavolgende specifieke schade.
 
a. De pijn
 
Indien de deskundige het bestaan van uitzonderlijke blijvende pijnen weerhoudt, kan deze schade afzonderlijk worden vergoed.
 
Dit geschiedt bij voorkeur op basis van de schaal 1/7.
 
b. De esthetische schade
 
Deze schade beoogt niet de economische schade die voortvloeit uit een esthetische ontsiering.
 
De medisch deskundige baseert zich in principe op de gebruikelijke schaal van 1 tot 7 (schaal van JULIN) en hij wordt uitgenodigd om de criteria te preciseren waarmee hij rekening heeft gehouden.
 
De rechter houdt rekening met de concrete elementen van de zaak.
 
Daarbij kunnen onder meer de plaats van de ontsiering, het geslacht, de leeftijd en de activiteiten van het slachtoffer in aanmerking worden genomen. Met activiteiten worden niet alleen de professionele activiteiten bedoeld maar ook de sociale en culturele activiteiten waarbij het slachtoffer geconfronteerd wordt met anderen.
 
De volgende bedragen kunnen worden aanbevolen:
Leeftijd
01/07
02/07
3/7
4/7
5/7
6/7
7/7
 
miniem
zeer licht
licht
middel-
ernstig
zeer
uitzonderlijk
 
 
 
 
matig
 
ernstig
 
0-10
€ 540
€2.150
€4.850
€ 8.625
€15.000*
€20.000*
€30.000*
11-20
€ 520
€ 2.075
€ 4.700
€ 8.300
€14.500
€19.250
€29.000
21-30
€ 490
€ 2.000
€ 4.400
€ 7.850
€13.700
€18.250
€27.500
31-40
€ 450
€ 1.800
€ 4.100
€ 7.250
€12.600
€16.800
€25.250
41-50
€400
€ 1.600
€ 3.600
€ 6.500
€11.200
€14.900
€22.250
51-60
€ 350
€ 1.400
€ 3.100
€ 5.550
€9.700
€12.900
€19.500
61-70
€ 275
€ 1.100
€ 2.600
€ 4.400
€7.750
€10.350
€15.500
71-80
€200
€ 800
€ 1.750
€ 3.100
€5.500
€7.300
€11.000
81 en ouder
€ 115
€450
€ 1.050
€ 1.850
€3.200
€4.250
€6.400
 
 
c. De seksuele schade
 
Deze schade kan, als zeer specifieke schade afzonderlijk in aanmerking genomen worden. Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de schade door verlies of aantasting van het seksueel leven (v. impotentie, anorgasmie, aantasting van libido en gevoelloosheid) en anderzijds het verlies van zekerheid op nageslacht, waaronder o.m. steriliteit.
 
De kosten verbonden aan de noodzaak van bijvoorbeeld een keizersnede of kunstmatige inseminatie kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Zowel de materiële schade ( o.m. de aankoop van medicatie, medisch materiaal, medische ingrepen ... ) als de uit de noodzakelijke ingrepen voortvloeiende aantasting op psychisch vlak kunnen worden vergoed.
 
De partner die hierdoor schade lijdt, kan om vergoeding verzoeken.
 
d. De genoegenschade
 
Deze schade kan afzonderlijk worden vergoed in de uitzonderlijke gevallen waarin het slachtoffer als gevolg van het schade verwekkend feit een bewezen op doorgedreven wijze uitgeoefende sport of hobby geheel of gedeeltelijk diende stop te zetten.
 
3.4.2. De huishoudelijke ongeschiktheid
 
Indien de huishoudelijke ongeschiktheid wordt vergoed door middel van de kapitalisatiemethode, dienen niet noodzakelijkerwijze dezelfde basisbedragen als deze voor de tijdelijke ongeschiktheid in aanmerking te worden genomen. Naargelang de specifieke elementen van de zaak, kunnen zij in min of in meer worden aangepast.
 
Bij de toepassing van de kapitalisatiemethode zal evenwel rekening worden gehouden met de gebruikelijke te verwachten evolutie van de gezinssamenstelling van het slachtoffer.
 
Wanneer deze schade forfaitair wordt vergoed, wordt verwezen naar de bedragen voorgesteld in onderstaande tabel.
 
Deze forfaitaire vergoedingen moeten worden aangepast aan de omvang van de bijdrage die het slachtoffer in het huishouden levert.
 
Bij gebrek aan concrete gegevens, wordt de bijdrage gespitst ten belope van 65 % voor de vrouw en 35% voor de man.
 
3.4.3. De economische ongeschiktheid
 
3.4.3.1. Algemeen
 
De materiële schade die een slachtoffer lijdt als gevolgd van een blijvende economische ongeschiktheid, kan zowel bestaan uit een inkomensverlies, als uit een aantasting van de economische waarde op de arbeidsmarkt als uit de eventuele noodzaak om verhoogde inspanningen te leveren tijdens de uitoefening van de beroepsactiviteit.
 
3.4.3.2. Inkomensverlies
 
Het basisinkomen waarop de berekening gebaseerd wordt, moet in concreto worden begroot. Aan jonge slachtoffers die nog geen of een gering inkomen hebben, moet bijzondere aandacht worden besteed.
 
Het netto-inkomen moet in aanmerking genomen worden, tenzij wordt aangetoond dat de fiscale en sociale lasten op de toe te kennen vergoeding gelijkwaardig zijn aan deze die het verdiende inkomen belasten.
 
Als het nettoloon als basis wordt gebruikt, kunnen reserves worden toegekend voor de hongergenoemde fiscale en sociale lasten.
 
Het inkomen kan verhoogd worden als toekomstige loonsverhogingen los van de indexering kunnen aangetoond worden.
 
Het is aangewezen rekening te houden met een referentieperiode gespreid over meerdere jaren, inzonderheid indien het slachtoffer een zelfstandige is.
 
3.4.3.3. Verhoogde inspanningen
 
Indien de verhoogde inspanningen worden vergoed door middel van de kapitalisatiemethode dienen niet noodzakelijkerwijze dezelfde basisbedragen als deze voor de tijdelijke ongeschiktheid, in aanmerking te worden genomen. Naargelang de specifieke elementen van de zaak, kunnen zijn in min of meer worden aangepast.
 
Deze vergoeding kan enkel worden toegekend voor de dagen tijdens dewelke effectief wordt gewerkt.
 
3.4.3.4. Forfaitaire vergoeding
 
Wanneer de economische ongeschiktheid forfaitair wordt vergoed, wordt verwezen naar de bedragen die zijn opgenomen in de hiernavolgende tabel.
 
3.4.3.5. Postprofessionele schade
 
Postprofessionele schade is de materiële schade voortvloeiend uit de onmogelijkheid om, vanaf het pensioen, nog lucratieve activiteiten uit te oefenen, andere dan deze tijdens de professionele loopbaan.
 
Tevens kan er rekening worden gehouden met de gebruikelijke bewezen weerslagen van de gevolgen van het schadeverwekkend feit op de rechten op een rustpensioen van het slachtoffer.
 
3.4.4. Tabel van de forfaitaire vergoedingen
 
De hierna vermelde bedragen geven de vergoeding per graad van ongeschiktheid weer.
 
Het forfaitaire bedrag dat aan het slachtoffer toekomt, wordt berekend per ongeschiktheid (de persoonlijk, de huishoudelijke en de economische) en dit in functie van de door de deskundige weerhouden percentages voor elk van deze ongeschiktheden.
 
Ten aanzien van de huishoudelijke ongeschiktheid dient een aanpassing te geschieden rekening houdend met de bijdrage van het slachtoffer in het huishouden. Bij gebrek aan concrete gegevens, wordt de bijdrage gesplitst ten beloop van 65 % voor de vrouw en 35 % voor de man.
 
Deze forfaitaire bedragen kunnen worden vermeerderd of verminderd en dit in functie van de (beperkte of hoge) graden van de ongeschiktheid en de bijzonderheden van de zaak, evenals de aangetoonde, concrete gevolgen in het leven van het slachtoffer.
 
Tot 15 jaar
€ 1.220
16 jaar
€ 1.200
17 jaar
€ 1.185
18 jaar
€ 1.170
19 jaar
€ 1.155
20 jaar
€ 1.140
21 jaar
€ 1.125
22 jaar
€ 1.110
23 jaar
€ 1.095
24 jaar
€ 1.080
25 jaar
€ 1.065
26 jaar
€ 1.050
27 jaar
€ 1.035
28 jaar
€ 1.020
29 jaar
€ 1.005
30 jaar
€ 990
31 jaar
€ 975
32 jaar
€ 960
33 jaar
€ 945
34 jaar
€ 930
35 jaar
€ 915
36 jaar
€ 900
37 jaar
€ 885
38 jaar
€ 870
39 jaar
€ 855
40 jaar
€ 840
4ljaar
€ 825
42 jaar
€ 810
43 jaar
€ 795
44 jaar
€ 780
45 jaar
€ 765
46 jaar
€ 750
47 jaar
€ 735
48 jaar
€ 720
49 jaar
€705
50 jaar
€690
51 jaar
€675
52 jaar
€660
53 jaar
€645
54 jaar
€ 630
55 jaar
€ 615
56 jaar
€ 600
57 jaar
€ 585
58 jaar
€ 570
59 jaar
€ 555
60 jaar
€ 540
61 jaar
€ 525
62 jaar
€ 510
63 jaar
€495
64 jaar
€ 480
65 jaar
€ 465
 
66 jaar
€ 450
67 jaar
€ 435
68 jaar
€ 420
69 jaar
€ 405
70 jaar
€ 390
71 jaar
€375
72 jaar
€ 360
73 jaar
€ 345
74 jaar
€ 330
75 jaar
€ 315
76 jaar
€ 300
77 jaar
€ 285
78 jaar
€ 270
79 jaar
€ 255
80 jaar
€ 240
81 jaar
€ 225
82 jaar
€ 210
83 jaar
€ 195
84 jaar
€ 180
85 jaar en meer
€ 165
Voorbeeld:
 
Slachtoffer: man - 20 jaar oud Persoonlijke ongeschiktheid: 15% Huishoudelijke ongeschiktheid: 10% Economische ongeschiktheid: 6% Aandeel huishouden: 35%
 
Vergoeding=
 
Persoonlijke ongeschiktheid: 15x 1.140, OOeuro = 17.100, OOeuro Huishoudelijke ongeschiktheid: JO x 1.140,00 euro x 35% = 3.990,00 euro Economische ongeschiktheid: 6 x 1.140,00 euro= 6.840, 00 euro
 
3.5. Schade geleden door naastbestaanden
 
Indien een naaste aantoont dat hij materiële schade lijdt in causaal verband met het schadeverwekkend feit dat het slachtoffer is overkomen, kan hij hiervoor worden vergoed.
 
Deze naaste kan ook aanspraak maken op vergoeding van de schade die hij lijdt door het aanzien van het slachtoffer, waarvan de dagelijkse en langdurige toestand gekenmerkt wordt door een uitzonderlijke psychische, fysieke of mentale aftakeling.
 
3.6. Voorbehoud
 
Zowel de door de deskundige weerhouden medische reserves als de fiscale reserves, die een weerslag hebben op de toegekende vergoedingen uit hoofde van het verlies van loon of inkomen, worden vermeld in de rechterlijke uispraak.
 
4. Het overlijden
 
4.1. Begrafeniskosten
 
De begrafeniskosten maken in principe een last uit van de nalatenschap. Zij worden echter door de aansprakelijke terugbetaald aan de persoon die deze kosten effectief heeft gemaakt.
 
Buitensporige kosten kunnen worde herleid.
 
Bij vergoeding van grafkelders, grafzerken, grafmonumenten en concessies wordt eventueel rekening gehouden met het aantal voorziene plaatsen.
 
Er moet rekening mee gehouden worden dat deze uitgaven een vervroegde betaling kan uitmaken:
 
- indien de waarschijnlijke overlevingsduur van degene die de schade draagt, langer is dan deze van het slachtoffer, zou deze laatste ook zonder het schadeverwekkend feit de begrafeniskosten hebben moeten dragen en bestaat zijn schade uit de vervroegde betaling ervan. De schade bestaat alsdan uit het verschil tussen de huidige uitgave en de constante waarde van het bedrag dat normaal uitgegeven zou zijn op de vermoedelijke toekomstige datum van het overlijden, gesteld dat er geen schadegeval zou zijn gebeurd;
 
- indien de waarschijnlijke overlevingsduur van degene die de schade draagt, korter is dan deze van het slachtoffer, zou deze schadelijder de kosten normaliter niet hebben moeten dragen, zodat er geen verrekening dient te geschieden (bv. de ouder voor zijn kind).
 
4.2. Schade ex haerede
 
Deze omvat het geheel van de morele en materiële schade die het slachtoffer lijdt tussen de datum van het schadeverwekkend feit en deze van het overlijden.
 
Deze schade, waarvan de vergoeding een schuldvordering uitmaakt van de nalatenschap, mag niet worden verward met de schade van de naastbestaande.
 
Indien bewezen wordt dat het slachtoffer zich bewust was van zijn nakend overlijden, kan hiervoor als vergoeding voor morele schade, een forfaitair bedrag van 75,00 euro per dag worden toegekend.
 
4.3. Schade van de naastbestaande
 
4.3 .1. Morele schade
 
Het overlijden van het slachtoffer raakt de naastbestaande emotioneel in die mate dat elke mogelijkheid om een affectieve band te beleven met deze persoon wordt tenietgedaan. De vergoeding beoogt de erkenning van het bestaan van het lijden.
 
De bedragen die in de onderstaande tabel worden voorgesteld, zijn forfaitaire vergoedingen, bepaald in functie van de vermoede intensiteit van de affectieve band met het slachtoffer.
 
Vermits elk schadegeval bijzonder is, kunnen deze bedragen worden aangepast rekening houdend met de specifieke omstandigheden.
 
 
Overleden slachtoffer
Begunstigde
Vergoeding
Gehuwd/samenwonend/samenlevingscontract
Gehuwd/samenwonend/samenlevingscontract
€ 15.000
Inwonende ouder
Inwonend kind
€ 15.000
Inwonende ouder
Inwonend weeskind
€ 24.000
Niet-inwonende ouder
Niet-inwonend kind
€ 6.000
Inwonend kind
Ouder
€ 15.000
Zelfstandig wonend kind
Ouder
€ 6.000
Miskraam
Ouder
€ 3.000
Inwonende broer/zuster
Inwonende broer/zuster
€ 3.000
Niet-inwonende broer/zuster
Niet-inwonende broer/zuster
€ 1.800
Inwonende grootouders
Inwonende kleinkinderen
€ 3.000
Niet-inwonende grootouders
Niet-inwonende kleinkinderen
€ 1.500
Inwonende kleinkinderen
Inwonende grootouders
€ 3.000
Niet-inwonende kleinkinderen
Niet-inwonende grootouders
€ 1.500
Ook andere personen kunnen aanspraak maken op een vergoeding, op voorwaarde dat het vaststaat dat zij een
specifieke affectieve band hadden met het slachtoffer.
 
4.3.2. Materiële schade
 
Het overlijden van het slachtoffer kan voor de naastbestaande een economisch verlies uitmaken.
 
4.3.2.1. Schade wegens het verlies van het inkomen van de overledene
 
Nabestaanden die voordeel haalden uit het beroepsinkomen van de overledene, kunnen slechts aanspraak maken op dat deel van het inkomen waaruit ze persoonlijk voordeel genoten of zouden kunnen genoten. Het is dan ook belangrijk het aandeel van het persoonlijk onderhoud van het slachtoffer te bepalen.
 
Het aandeel van het persoonlijke onderhoud van het slachtoffer wordt berekend op basis van de gezamenlijke gezinsinkomsten en dient in mindering te worden gebracht van het eigen inkomen van het slachtoffer.
 
Bij de begroting van het aandeel voor het eigen onderhoud moet onder meer rekening worden gehouden met de leeftijd van de partner en de kinderen, de vaststelling dat het om een eenverdienersgezin dan wel om een tweeverdienersgezin gaat, het niveau van het inkomen, de levensstandaard van het gezin, het beroep van de overledene, de vraag of het echtpaar een gemeenschappelijk vermogen zou opbouwen en de gemeenschappelijke lasten.
 
Bij gebrek aan concrete elementen voor de berekening van het persoonlijk aandeel kan de volgende formule als vuistregel worden gehanteerd:
 
Gezinsinkomen 100 %
 
Totaal aantal gezinsleden vóór overlijden + 1
 
Bij het vaststellen van het aantal gezinsleden kan rekening gehouden worden met het feit dat de kinderen op een bepaalde leeftijd het ouderlijke huis verlaten, waardoor het persoonlijk aandeel van de overledene zal toenemen. Men kan dus, voor de toekomst, in verschillende periodes met onderscheiden percentages voorzien. Bij gebrek aan criteria kan de leeftijd van 25 jaar voor het verlaten van de ouderlijke woonst in aanmerking worden genomen.
 
4.3.2.2. Schade geleden door verlies van de bijdrage in huishoudelijke activiteiten geleverd door het slachtoffer
 
De huishoudelijke schade die door de overlevende partner wordt geleden kan worden berekend op basis van het aandeel van het slachtoffer n de huishoudelijke activiteiten voor het overlijden, hetzij 20 euro voor een huishouden zonder kinderlast, te verhogen met 7 euro per kind ten laste, met een aandeel van 65 % voor de vrouw en 35 % voor de man, tenzij zich een andere verdeling opdringt.
 
Dit forfait wordt vervolgens gekapitaliseerd in hoofde van diegene die de minst lange levensduurverwachting heeft.
 
Er zal tevens rekening gehouden worden met de voorzienbare evolutie van de samenstelling van het kerngezin.
 
De rechter moet rekening houden met het aandeel uit hoofde van het persoonlijk onderhoud van het slachtoffer. In de regel wordt dit aandeel berekend in functie van de globale economische waarde van het gezin en vervolgens in mindering gebracht van de economische huishoudelijke waarde van het slachtoffer. Bij gebrek aan concrete beoordelingselementen kan dit aandeel forfaitaire geraamd worden op 20 % in het geval aan een gezin zonder kinderlast en op 15 % indien het gezin minstens één kind telt.
 
Voorbeeld:
 
De man overlijdt op de leeftijd van 40 jaar, gezin zonder kinderen.
 
Berekenen van de huishoudelijke schade in hoofde van de weduwe 35 jaar oud:
 
1. Berekening verlies aandeel in huishouden is forfaitair 35 % (zie punt 2.3) of 35 % van 20 euro= 7 euro
 
2. Berekening besparing persoonlijk onderhoud man:
 
20 % (aandeel zonder kinderen) van 20 euro (forfait) = 4 euro
 
3. Eindberekening en kapitalisatie op basis van volgend bedrag per dag :
 
Forfait 7 euro- 4 euro= 3 euro
 
HOOFDSTUK Il. SCHADE AAN VOORWERPEN EN KOSTEN
 
1. Voertuigschade
 
J. J Principe
 
In principe wordt de schade, die voortvloeit uit het verlies van een voertuig of de noodzaak om het te laten herstellen, vergoed op basis van het proces-verbaal van de deskundige dat tot stand is gekomen op initiatief van de verzekeraar van de benadeelde (toepassing van de RDR -conventie) of van de verzekeraar van de aansprakelijke. Deze processen-verbaal verbinden enkel de ondertekenaars.
 
Bij ontstentenis van concrete elementen om deze schade te begroten, kan In bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bij een nieuw voertuig of een oldtimer, wegens een waardevermindering na de herstelling, een forfaitaire vergoeding van ongeveer 10 % worden toegekend op de waarde van het zwaar gehavende voertuig.
 
1.2.De btw
 
In het geval van een totaal verlies heeft de schadelijder, die niet btw-plichtig is toch recht op de btw op de waarde voor het schadeverwekkend feit, zelfs wanneer hij het vernielde voertuig niet vervangt of wanneer hij de schadevergoeding aanwendt voor de aankoop van een tweedehandswagen waarop bij de aankoop geen btw verschuldigd is of slechts btw op het verschil tussen de verkoop- en de inkoopprijs van de garagehouder. De btw­aanslagvoet is deze op het ogenblik van de vervanging van het voertuig.
 
Indien het voertuig van een niet-btw-plichtige bij een ongeval wordt beschadigd, heeft de schadelijder recht op de btw, ongeacht of hij al dan niet de herstelling laat uitvoeren.
 
1.3.Takel- en stallingskosten
 
De tabelkosten maken deel uit van de vergoedbare schade.
 
De stallings- of bergingskosten die aangetoond worden door stukken, moeten eveneens ten laste van de aansprakelijke worden gelegd voor de volledige periode gedurende dewelke het voertuig ter beschikking moet blijven van de deskundige en vervolgens gedurende de tijd nodig voor de verkoop van het wrak of in afwachting van de uit te voeren herstellingen.
 
1. 4. Gebruiksderving
 
1.4.1.Wachttijd
 
De duur van de wachttijd stemt overeen met de tijd nodig om de voertuigschade te bepalen en te begroten.
 
Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden naargelang het een totaal verlies betreft, dan wel een herstelling mogelijk is.
 
In het geval van een totaal verlies kan de wachttijd worden verlengd tot de dag waarop de benadeelde in kennis wordt gesteld van het totale verlies, van de waarde voor het schadeverwekkend feit en van de waarde van het wrak.
 
Indien bij de herstelling het voertuig geïmmobiliseerd is, kan de wachttijd worden verlengd tot de dag waarop de benadeelde kennis krijgt van de kostprijs van de herstelling.
 
Als het voertuig niet buiten gebruik is, wordt 1 dag toegekend voor de expertiseverrichtingen.
 
1.4.2.Herstellingsduur
 
Onder de herstellingsduur wordt begrepen de tijd die nodig is om de herstellingen uit te voeren aan het voertuig, in beginsel conform de gegevens van het deskundig verslag.
 
1.4.3.Vervangingsduur
 
De vervangingsduur betreft de periode die nodig is om het vernielde voertuig te vervangen; deze duur moet concreet worden bewezen. Bij gebrek aan concrete elementen kan deze forfaitair worden bepaald op15 dagen.
 
1.4.4.Vergoeding wegen gebruiksderving
 
Indien de benadeelde een vervangwagen huurt, heeft hij recht op de terugbetaling van de gemaakte kosten, op voorwaarde dat de vervangwagen van hetzelfde type is.
 
Bovendien kan als besparing voor het niet-gebruik van het eigen voertuig een bedrag worden aangerekend gelijk aan 10 % van de huurfactuur.
 
Indien geen vervangvoertuig wordt gehuurd kunnen de hierna vermelde forfaitaire bedragen worden toegekend.
Voertuig
 
Vergoeding/dag
fiets (al dan niet met trapondersteuning tot 25km/u)
10,00 euro
gemotoriseerde tweewieler (2 of 3 wielen), quad en speed pedelec
15 euro
aanhangwagen personenwagen
 
 
< 750 kg
 
10 euro
> 750 kg
 
15 euro
personenwagen (ook voor professioneel gebruik en leasing)
20 euro
mobilhome
 
50 euro
taxi grote maatschappijen
 
50 euro
taxi zelfstandige uitbater
 
60 euro
huurwagen ( exclusief leasing)
 
46 euro
Lichte vrachtwagen/bestelwagen tot 3,50 ton nettolaadvermogen
 
 
 
40 euro
Vrachtwagen en geleed voertuig vanaf 3,50 ton netto laadvermogen
 
 
 
50 euro+ 10,00 euro per ton
eigenaar van één vrachtwagen
 
€ 62
Zware voertuigen van bijzondere aard zoals:
 
Takelvoertuig
 
150 euro
Tankwagen
 
 
Kraanwagen
 
 
Betonwagen
 
 
Landbouwtractor
 
 
Trekker van oplegger
 
 
Oplegger vrachtwagen
 
 
ziekenwagen
 
87 euro
kampeeraanhangwagen/caravan
 
24 euro
autobus
autocars
 
< 50 plaatsen
< 31 plaatsen
50 euro
~ 50 plaatsen
~ 31 plaatsen
90 euro
> 60 plaatsen
> 38 plaatsen
115 euro
> 70 plaatsen
> 44 plaatsen
140 euro
> 80 plaatsen
> 50 plaatsen
180 euro
 
 
1.4.5.Financiering
 
Indien het slachtoffer voor de aanschaf van een ander voertuig of voor de uitvoering van de herstellingskosten een lening aangaat, kunnen de kosten van deze financiering met inbegrip van de interesten een vergoedbare schade uitmaken.
 
2. Verplaatsingskosten
 
Het is aan het slachtoffer om een precies overzicht te verschaffen van zijn verplaatsingen.
 
Indien de verplaatsingskosten forfaitair worden berekend, kan een vergoeding van 0,33 euro/km worden aanvaard, ongeacht het type van voertuig.
 
3.Administratiekosten
 
Een globale forfaitaire tegemoetkoming van 100,00 euro kan worden toegekend uit hoofde van administratie, correspondentie- de telefoonkosten.
 
4.Kledij schade
 
Wanneer het bestaan van een dergelijke schade aangetoond is, maar de omvang ervan niet exact kan worden bewezen, kan naar billijkheid, de gemiddelde waarde van de gehele kledij geschat worden op 375, 00 euro, vetusteit inbegrepen. Deze raming heeft enkel betrekking op de eigenlijke kledijschade, met uitsluiting van de beschadiging van juwelen, uurwerk en vervoerde goederen of bijzondere uitrusting, waarvan het verlies, indien dit bewezen wordt, afzonderlijk kan worden geraamd. Indien een aankoopfactuur van de beschadigde kledij kan worden voorgelegd, wordt de vetusteit in aanmerking genomen
 
HOOFDSTUK 111. INTEREST EN PROVISIE
 
1. De vergoedende interest
 
De vergoedende interest maakt een bestanddeel uit van de schade en vergoedt zowel de schade voortvloeiend uit de vertraging van de betaling van de schadevergoeding als het nadeel van de muntontwaarding.
 
Indien de toegekende bedragen werden geactualiseerd, wordt alleen de schade voortvloeiend uit de vertraging in betaling van de schadevergoeding in rekening gebracht.
 
De rechter moet de rentevoet in concreto begroten.
 
De aanvangsdatum voor de berekening van de verschuldigde vergoedende interest kan worden bepaald als volgt:
 
voor de kosten of de schade die zich gespreid voordoen over een bepaalde periode voorafgaand aan het vonnis: vanaf een gemiddelde datum;
 
voor de schade aan goederen: vanaf de datum van het schadeverwekkend feit;
 
voor de schade voortvloeiend uit de tijdelijke ongeschiktheden vanaf een gemiddelde datum;
 
voor de schade voortvloeiend uit de specifieke blijvende ongeschiktheden: vanaf de datum van het schadeverwekkend feit; ingeval er een tijdelijke specifieke schade werd erkend, is de aanvangsdatum van de interest de consolidatiedatum van de letsels;
 
voor de schade ingevolge het verlies van een schooljaar : vanaf de datum van het niet slagen;
 
wat betreft de vergoeding van de persoonlijke, de huishoudelijke of de economische blijvende ongeschiktheden:
 
a. bij kapitalisatie: geen interest op het gekapitaliseerde bedrag; op de vergoeding die de periode dekt tussen de consolidatie en de uitspraak: interest vanaf een gemiddelde datum;
 
b. bij forfait : wanneer de schade in haar geheel wordt begroot op het ogenblijk van de consolidatie: vanaf die datum;
 
voor de schade voortvloeiend uit het overlijden: vanaf datum van het overlijden behoudens berekening door kapitalisatie;
 
voor de schade ex haerede: vanaf de gemiddelde datum tussen het schadeverwekkend feit en het overlijden.
 
2.De moratoire interest
 
De moratoire interest, berekend aan de wettelijke rentevoet, zal worden toegekend op de hoofdsom vermeerderd met de vergoedende interest voor de periode na het vonnis en dit tot de datum van de algehele betaling.
 
3. Provisie
 
De betaalde provisies (voorschotten) kunnen worden verhoogd met een creditinterest, waarvan de rentevoet door de rechter wordt bepaald.
 
 
Nog dit: 

Indicatieve tabel 2016/Tableau indicatif 2016 (uitgave die Keure)

Inhoudstafel

Tableau Indicatif - version 2016

Chapitre I. Dommage aux personnes
1. Principes
2. Le préjudice temporaire
3. Le dommage permanent
4. Le décès

Chapitre II. Dommage aux choses et frais
1. Dommage aux véhicules
2. Frais de déplacement
3. Frais administratifs
4. Frais vestimentaires

Chapitre III. Intérêts et provisions
1. Intérêts compensatoires
2. Intérêts moratoires
3. Provisions

Annexe
La mission d’expertise

Indicatieve Tabel - versie 2016

Hoofdstuk I. Schade aan personen
1. Principes
2. De tijdelijke schade
3. De blijvende schade
4. Het overlijden

Hoofdstuk II. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
2. Verplaatsingskosten
3. Administratiekosten
4. Kledijschade

Hoofdstuk III. Interest en provisie
1. De vergoedende interest
2. De moratoire interest
3. Provisie

Bijlage
Deskundigenopdracht

Le dommage corporel, après 2012
par Jean-Luc Fagnart

Introduction
Section 1. La justification
§ 1. L’Organisation mondiale de la santé
§ 2. L’Organisation des Nations Unies
Section 2. L’explication
§ 1. L’invalidité et l’incapacité personnelle
§ 2. L’obsession mathématique
Section 3. L’amélioration
§ 1. La standardisation
§ 2. L’amalgame
§ 3. Synthèse
Section 4. L’application
§ 1. Le barème, mal nécessaire?
§ 2. Le barème impossible
§ 3. L’expert de la vie réelle

Voorbeschiktheid tot schade: over welke schade gaat het?
door Marc Vandeweerdt

I. Inleiding
II. Het probleem en de principes van de oplossing
III. Nadere analyse
IV. Evaluatie van de schade ingevolge blijvende arbeidsongeschiktheid bij voorbeschiktheid of vooraf bestaande toestand
§ 1. Blijvende arbeidsongeschiktheid (BAO): begripsinhoud
§ 2. Het verlies van arbeidsinkomen van de eenogige die zijn enige goede oog verliest
§ 3. Het verlies van arbeidsinkomen bij opeenvolgende ongevallen
§ 4. Voorbeschiktheid
V. De arresten van het Hof van Cassatie
§ 1. Het arrest van 8 juni 1951
§ 2. Het arrest van 9 maart 1971
§ 3. Het arrest van 13 oktober 1981
§ 4. Het arrest van 6 januari 1993
§ 5. Het arrest van 14 juni 1995
§ 6. Het arrest van 2 februari 2011
VI. Besluit

De theorie van het verlies van een kans vanuit een rechtsvergelijkend perspectief
door Sander Baeyens

I. Inleiding
II. De erkenning van de theorie van het verlies van een kans binnen de Europese rechtsstelsels
§ 1. Algemeen
§ 2. De voortrekkersrol van het Franse recht
§ 3. Een bewogen wandeling langs het Belgische recht
§ 4. Doos van Pandora in het Engelse recht
§ 5. De proportionele benadering in het Nederlandse recht
III. De toepassingsvoorwaarden van de theorie van het verlies van een kans
§ 1. Het beschikkingsbeginsel
§ 2. Het bestaan van een zeker causaal verband
§ 3. Het verlies van een reële kans
§ 4. Een definitief verloren kans
§ 5. Het verlies van een kans en de hypothetische handeling van een derde
partij: een bijkomende voorwaarde gewenst (?)
IV. De begroting van het kansverlies
V. Besluit

Opinion sur le taux d’intérêt à utiliser pour la conversion d’une rente en un capital dans le cadre de l’indemnisation d’un dommage corporel
par l’Institut des Actuaires en Belgique (IA|BE)

A. Introduction
B. Approche suivie
C. Sélection du cadre du travail
D. Résultats
E. Conclusion

Opinie met betrekking tot de te gebruiken interestvoet bij de omzetting van renten naar kapitaal in het kader van de vergoeding van letselschaden
door het Instituut van de Actuarissen in België

A. Inleiding
B. Gevolgde aanpak
C. Gekozen uitgangspunten
D. Resultaten
E. Besluit

Le choix des bases techniques (table de mortalité, type d’annuité, taux d’intérêt) dans la capitalisation des dommages et intérêts en droit commun
par Christian Jaumain

1. Choix de la table de mortalité: stationnaire ou prospective?
1.1. Espérance de vie
1.2. Table de mortalité prospective
1.3. Comparaison des deux tables de mortalité
1.4. Comparaison entre annuité certaine et annuité temporaire
1.5. Le caractère essentiellement hypothétique de l’espérance de vie (stationnaire ou prospective)
1.6. Des espérances de vie aux annuités viagères: une interprétation financière de l’espérance de vie
1.7. Pour les annuités temporaires, peu importe que la table de mortalité soit stationnaire ou prospective
1.8. Tables d’annuités disponibles en pratique
2. Choix du type d’annuité (l’annuité certaine n’a aucun rôle à jouer dans la capitalisation des dommages)
2.1. Un accord unanime
2.2. La rente certaine: une aubaine pour la victime
2.3. Le choix de la victime
3. Choix du taux d’intérêt d’évaluation
3.1. Principe général
3.2. Dommage constant
3.3. Dommage indexé
3.4. Quel taux d’intérêt pour le Tableau Indicatif 2016?
3.5. Dommage croissant ou décroissant

Keuze van de technische basis (sterftetafel, type annuïteit, rentevoet) bij de kapitalisatie van schadevergoedingen in gemeen recht
door Christian Jaumain

1. Keuze van de sterftetafel: stationair of prospectief?
1.1. Levensverwachting
1.2. Prospectieve sterftetafel
1.3. Vergelijking tussen beide sterftetafels
1.4. Vergelijking tussen vaste annuïteit en tijdelijke annuïteit
1.5. Het essentieel hypothetische karakter van de levensverwachting (stationair of prospectief)
1.6. Uitbreiding tot de levenslange annuïteiten: een financiële interpretatie van de levensverwachting
1.7. Voor de tijdelijke annuïteiten is het van weinig belang dat de sterftetafel stationair of prospectief is
1.8. Annuïteittafels beschikbaar in de praktijk
2. Keuze van het type annuïteit (de vaste annuïteit heeft geen enkele rol te spelen bij de kapitalisatie van de schadevergoedingen)
2.1. Een unaniem akkoord
2.2. De vaste rente: een meevaller voor het slachtoffer
2.3. De keuze van het slachtoffer
3. Keuze van de waarderingsrentevoet
3.1. Algemeen principe
3.2. Constante schade
3.3. Geïndexeerde schade
3.4. Welke rentevoet voor de Indicatieve Tabel 2016?
3.5. Toenemende of afnemende schade

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 22/05/2017 - 09:55
Laatst aangepast op: ma, 22/05/2017 - 10:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.