-A +A

Identificatie bestuurder voertuig aan de hand van de nummerplaat aangebracht op de fietsdrager

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Uit de artikelen 67bis Wegverkeerswet en 30, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen volgt dat indien op een voertuig een fietsdrager is gemonteerd waarop een reproductie van de kentekenplaat is aangebracht, de rechter mag aannemen dat die kentekenplaat werd uitgereikt voor het motorvoertuig waarop die fietsendrager is aangebracht en dat de natuurlijke persoon op wiens naam dit motorvoertuig is ingeschreven, wordt vermoed de met de met dit voertuig begane overtredingen op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan te hebben begaan; deze kan daarvan het tegenbewijs leveren.

Rechtspraak

• Cassatie 15/11/2016, P.15.0989.N, juridat

Samenvatting

Uit de artikelen 67bis Wegverkeerswet en 30, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen volgt dat indien op een voertuig een fietsdrager is gemonteerd waarop een reproductie van de kentekenplaat is aangebracht, de rechter mag aannemen dat die kentekenplaat werd uitgereikt voor het motorvoertuig waarop die fietsendrager is aangebracht en dat de natuurlijke persoon op wiens naam dit motorvoertuig is ingeschreven, wordt vermoed de met de met dit voertuig begane overtredingen op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan te hebben begaan; deze kan daarvan het tegenbewijs leveren.

Tekst arrest

Nr. P.15.0989.N
C P M B,
beklaagde,
eiser,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 16 april 2015.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 67bis Wegverkeerswet: het be-streden vonnis oordeelt onwettig dat de inbreuk is gepleegd met eisers voertuig aangezien op de foto genomen met een radar enkel een fietsendrager met de nummerplaat [ ... ] te zien is, wat geen voertuig is; het openbaar ministerie bewijst niet dat de inbreuk is gepleegd met een voertuig waarvan men vermoedt dat de eiser bestuurder was op het moment van de feiten.

2. In zoverre het middel is gericht tegen de houding van het openbaar ministe-rie en dus niet tegen het bestreden vonnis, is het niet ontvankelijk.

3. Artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer een overtreding van de-ze wet en haar uitvoeringsbesluiten is begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, wordt vermoed dat deze is begaan door de titularis van het voertuig. Dit vermoeden van schuld kan worden weerlegd met elk middel.

4. Krachtens artikel 30, vijfde lid, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen wordt indien achteraan op het voertuig of op zijn trekhaak een fietsdrager wordt gemonteerd, op die fietsdrager een re-productie van de kentekenplaat van het voertuig aangebracht.

5. Hieruit volgt dat indien op een voertuig een fietsdrager is gemonteerd waar-op een reproductie van de kentekenplaat is aangebracht, de rechter mag aannemen dat die kentekenplaat werd uitgereikt voor het motorvoertuig waarop die fietsen-drager is aangebracht en dat de natuurlijke persoon op wiens naam dit motorvoertuig is ingeschreven, wordt vermoed de met de met dit voertuig begane overtre-dingen op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan te hebben begaan. Hij kan daarvan het tegenbewijs leveren.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

6. Het bestreden vonnis oordeelt: "Overeenkomstig artikel 30 lid 4 (lees: 5) KB 20 juli 2001 dient, indien het voertuig achteraan is voorzien van een fietsenrek, hierop een reproductie te worden aangebracht van de kentekenplaat van het voer-tuig. Dit was in de onderhavige zaak het geval, en geconfronteerd met het fotomateriaal van de vaststellingen heeft [de eiser] in zijn initiële verklaring van 29 no-vember 2013 verkozen niets te zeggen.

[De eiser] ontkent niet dat de nummerplaat met de karakters [ ... ] werd toegekend aan de [automerk, type] die zijn eigendom is. Evenmin wordt ontkend dat de reproductieplaat voorkomend op de fietsplaat dezelfde karakters draagt."

Met die redenen is de beslissing naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Tweede middel

7. Het middel voert schending aan van artikel 30, vierde lid, koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen: het bestreden vonnis gaat er onwettig van uit dat een voertuig altijd dezelfde nummerplaat draagt dan de aanhangwagen die het voorttrekt, terwijl dat niet geldt voor een aanhangwagen die reeds een nummerplaat draagt van een ander land, zodat het vermoeden van artikel 67bis Wegverkeerswet niet toepasselijk kan zijn.

8. Het middel is afgeleid uit de vergeefs met het eerste middel aangevoerde schending van artikel 67bis Wegverkeerswet.

Het middel is niet ontvankelijk.

Derde middel

9. Het middel voert schending aan van artikel 779, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek: de zetel die de bestreden beslissing heeft uitgesproken, is niet op de-zelfde wijze samengesteld als de zetel die over de zaak heeft geoordeeld.

10. Krachtens artikel 779 Gerechtelijk Wetboek kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters. Dezen moeten alle rechtszittin-gen over de zaak bijgewoond hebben. Een en ander op straffe van nietigheid.

11. Uit de processen-verbaal van de rechtszittingen van de correctionele recht-bank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 26 maart 2015 en 16 april 2015 en het bestreden vonnis blijkt dat al de rechters die het vonnis hebben gewezen ook alle zittingen over de zaak hebben bijgewoond.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 67,71 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer en op de openbare rechtszitting van 15 november 2016 uitgesproken

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 28/11/2017 - 14:34
Laatst aangepast op: di, 28/11/2017 - 14:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.