-A +A

Hoger beroep vernietiging vonnis en vernietiging van in eerste aanleg genomen onderzoeksmaatregelen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer de rechter het beroepen vonnis vernietigt, leidt die vernietiging tot die van de door hem bevolen onderzoeksmaatregelen.

Rechtspraak:

• Cass. 23/10/2015, RW 2016-2017, 1224

AR nr. C.14.0477.F

E. t/ NV C. du B. du L. in vereffening

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Bergen van 15 november 2013.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste onderdeel

Volgens art. 20 Ger.W. kunnen middelen van nietigheid niet worden aangewend tegen vonnissen en kunnen deze alleen worden vernietigd door de bij de wet bepaalde rechtsmiddelen.

Het hoger beroep is een bij de wet bepaald rechtsmiddel.

Wanneer de rechter het beroepen vonnis vernietigt, leidt die vernietiging tot die van de door hem bevolen onderzoeksmaatregelen.

Het bestreden vonnis, dat beslist dat “de vonnissen [van de eerste rechter] van 31 oktober 2006 en 11 januari 2007 nietig zijn” en dat “de nietigheid van het vonnis van 31 oktober 2006 noodzakelijkerwijs leidt tot de nietigheid van het plaatsbezoek”, en vervolgens overweegt dat “de nietigheid van het vonnis van 11 januari 2007, dat ten gevolge van dat plaatsbezoek werd gewezen, echter niet leidt tot de nietigheid van de twee deskundigenverslagen die door deskundigen M. en P. ter uitvoering van dat vonnis werden neergelegd”, schendt de voormelde wetsbepaling.

In zoverre is het onderdeel gegrond.


• Cassatie 29 januari 2004, RW 2004-2005, 339 met uitstekende noot Mosselmans, De Verwijzingsverplichting in de zin van artikel 1068 tweede lid Gerechtelijk Wetboek

NV M. & N. e.a. t/ Stad Antwerpen

I. Bestreden beslissing

Het cassatieberoep is gericht tegen twee arresten, op 1 oktober 1996 en 18 juni 2001 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.

...

IV. Beslissing van het Hof

Eerste middel

Eerste onderdeel

Overwegende dat luidens art. 1068, tweede lid, Ger. W., de rechter in hoger beroep de zaak alleen dan naar de eerste rechter verwijst indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt;

Dat de appèlrechters die, na de hogere beroepen gegrond te hebben verklaard, het beroepen vonnis wijzigen en zelf uitspraak doen over het geschil, de zaak niet naar de eerste rechter dienen te verwijzen wanneer zij zelf een onderzoeksmaatregel bevelen, ook al had het beroepen vonnis dezelfde onderzoeksmaatregel bevolen;

Dat het onderdeel faalt naar recht;

Nog dit: 

Hof van Cassatie, 3e Kamer – 10 januari 2011, RW 2011-2012, 1344

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens art. 1068, tweede lid Ger.W. verwijst de appelrechter de zaak alleen dan naar de eerste rechter indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

2. De appelrechter die het hoger beroep gegrond of ten dele gegrond verklaart, het beroepen vonnis wijzigt en zelf uitspraak doet over het geschil, mag de zaak niet naar de eerste rechter verwijzen, ook al beveelt hij tevens een onderzoeksmaatregel die dezelfde of grotendeels dezelfde is als die welke werd bevolen door het beroepen vonnis.

De appelrechter doet ook zelf uitspraak over het geschil wanneer hij een geschilpunt dat niet de grondslag vormt van de bevestigde onderzoeksmaatregel, anders beoordeelt dan de eerste rechter.

3. Het middel dat er geheel van uitgaat dat het verbod de zaak te verwijzen naar de eerste rechter, slechts geldt wanneer het geschilpunt dat de appelrechter in een andere zin beslecht dan de eerste rechter het uitgangspunt vormt van de bevestigde onderzoeksmaatregel, faalt naar recht.

Hof van Cassatie, 29/01/2010 AR. C.09.0143.F Juridat

G.F., naamloze vennootschap,
tegen
REMOS, naamloze vennootschap,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 november 2008 gewezen door het hof van beroep te Bergen.
Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert twee middelen aan, waarvan het eerste gesteld is als volgt:
Geschonden wettelijke bepalingen
- artikel 1068, eerste en tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest

"Verklaart het hoofdberoep van de (eiseres) ontvankelijk en verklaart het gedeeltelijk gegrond binnen de hierna volgende grenzen:
Verklaart het incidenteel beroep van de (verweerster) ontvankelijk maar niet-gegrond;
Verklaart de nieuwe vordering die de (verweerster) heeft ingesteld met betrekking tot de als bewijs geldende feiten, ontvankelijk en gegrond binnen de hierna volgende grenzen;
Bevestigt het beroepen vonnis in al zijn beschikkingen, behalve wat betreft het door het vonnis, in dit stadium, bevolen deskundigenonderzoek naar de waarde van de verkochte percelen en wat betreft de omschrijving van de als bewijs geldende feiten;
Wijzigt het vonnis en doet wat dat betreft uitspraak bij wege van nieuwe beschikkingen,
Staat de (verweerster) toe om, door alle middelen rechtens, de volgende precieze en ter zake dienende feiten aan te tonen: (...);
Zegt voor recht dat er grond bestaat om de uitspraak over de oorspronkelijke subsidiaire vordering van de (verweerster) betreffende de nietigverklaring van de verkoop wegens benadeling, aan te houden tot uitspraak is gedaan over de hoofdvordering tot nietigverklaring van die verkoop wegens bedrog;
Verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de eerste rechter, overeenkomstig artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek".
Het arrest grondt die beslissingen hierop dat "er grond bestaat tot bevestiging van het beroepen vonnis, in zoverre het de getuigenverhoren beveelt, onder voorbehoud van de gewijzigde omschrijving van de feiten, zoals deze in het dictum van dit arrest is gepreciseerd" en "dat het, in dit stadium, te vroeg is om uitspraak te doen over de vordering tot nietigverklaring wegens gekwalificeerde benadeling en over de bijkomende vordering tot het bevelen van een deskundigenonderzoek dienaangaande".

Grieven

Artikel 1068 van het Gerechtelijk Wetboek luidt als volgt:

"Hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen maakt het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.
Deze verwijst de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt."
In de regel heeft het hoger beroep dus devolutieve kracht, zoals bepaald in het eerste lid van voormeld artikel 1068, en vormt de verwijzing naar de eerste rechter, zoals bepaald in het tweede lid van datzelfde artikel, slechts een uitzondering op die regel.

Die uitzondering moet strikt worden toegepast: de appelrechter die zich niet ertoe beperkt een door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel geheel of gedeeltelijk te bevestigen, kan de zaak niet naar die rechter verwijzen.

Wanneer de appelrechter het beroepen vonnis heeft gewijzigd en zelf over het geschil uitspraak heeft gedaan, kan hij de zaak niet verwijzen wanneer hij zelf een onderzoeksmaatregel beveelt, zelfs als die onderzoeksmaatregel grotendeels overeenstemt met die welke door het beroepen vonnis was bevolen.

Het arrest bevestigt te dezen het bestreden vonnis, behalve wat betreft het door het vonnis, in dit stadium, bevolen deskundigenonderzoek naar de waarde van de verkochte percelen en wat betreft de omschrijving van de als bewijs geldende feiten.

Het verklaart het vonnis te wijzigen en wat dat betreft bij wege van nieuwe beschikkingen uitspraak te doen.

Na het beroepen vonnis te hebben gewijzigd door, enerzijds, te beslissen dat het, in dit stadium, te vroeg was om uitspraak te doen over de vordering tot nietigverklaring wegens gekwalificeerde benadeling en over de vordering om hierover een deskundigenonderzoek te bevelen en door, anderzijds, de als bewijs geldende feiten en hun omschrijving te wijzigen, had de appelrechter de zaak niet mogen verwijzen, ook al stemde de door hem bevolen onderzoeksmaatregel maar gedeeltelijk overeen met die welke door de eerste rechter was bevolen.

Het arrest, dat niettemin de zaak voor verdere behandeling naar de eerste rechter verwijst, 1° miskent de devolutieve kracht van het hoger beroep, volgens welke het hof van beroep kennisgenomen had van het geschil in zijn geheel, met alle feitelijke of juridische kwesties die daarmee verband houden, en schendt derhalve artikel 1068, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, en 2° schendt artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, door het toe te passen hoewel de voorwaarden hiertoe niet waren vervuld.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, verwijst de appelrechter de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

Het arrest, dat het hoofdberoep van de eiseres ontvankelijk en vervolgens gedeeltelijk gegrond verklaart, wijzigt enerzijds het beroepen vonnis, in zoverre het een deskundigenonderzoek had bevolen om uitspraak te doen over de subsidiaire vordering van de verweerster tot nietigverklaring wegens benadeling, en zegt voor recht dat er grond bestaat om de uitspraak over die vordering aan te houden "tot uitspraak is gedaan over (haar) hoofdvordering tot nietigverklaring van die verkoop wegens bedrog", en wijzigt anderzijds, in zijn uitspraak over de nieuwe vordering van de eiseres, de feiten die tot staving van de voormelde vordering tot nietigverklaring waren aangevoerd en die de eerste rechter als bewijs had aangenomen.

Het arrest, dat de zaak naar de eerste rechter verwijst, beperkt er zich niet toe een door die rechter bevolen onderzoeksmaatregel geheel of gedeeltelijk te bevestigen en schendt derhalve artikel 1068, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Het middel is gegrond.

De vernietiging van de beslissing die de zaak naar de eerste rechter verwijst, strekt zich uit tot de beslissing van het arrest over de kosten van het hoger beroep, die het gevolg daarvan is.

Er bestaat bijgevolg geen grond tot onderzoek van het tweede middel, dat niet kan leiden tot ruimere vernietiging.

Aangezien de vernietiging niet beperkt is tot de beslissing tot verwijzing van de zaak naar de eerste rechter, moet de zaak, overeenkomstig artikel 1110, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, worden verwezen naar een ander hof van beroep.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het de zaak naar de eerste rechter verwijst en in zoverre het over de kosten uitspraak doet.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel

• Cassatie 17/11/2011, RW 2012-2013, 1026

Samenvatting

1. Wegens de devolutieve werking van het hoger beroep in de zin van art. 1068 Ger.W. moet de appelrechter binnen de perken van het door de partijen ingestelde hoger beroep over de hele zaak oordelen. De devolutieve werking van het hoger beroep wordt enkel beperkt indien de appelrechter, zelfs gedeeltelijk, een door de eerste rechter bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

Wanneer een onbeperkt hoger beroep voorligt tegen een vonnis waarbij de eerste rechter de vordering ontvankelijk verklaart en het debat heropent alvorens verder recht te doen over de grond van de zaak, moet de appelrechter die het hoger beroep afwijst, zelf de grond van de zaak beoordelen.

2. Wanneer de appelrechter ten onrechte de grond van de zaak niet heeft behandeld en zijn vonnis door het Hof van Cassatie wordt vernietigd, kan hij de zaak verder beoordelen en bestaat er geen aanleiding tot verwijzing.

Tekst arrest

AR nr. C.10.0453.N

CVA T. De R. t/ BVBA The S.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen van 18 april 2008.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Luidens art. 1068 Ger.W. maakt een hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.

Deze verwijst de zaak alleen dan naar de eerste rechter, indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het aangevochten vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

2. Hieruit volgt dat de rechter die uitspraak moet doen over het hoger beroep tegen het vonnis dat een vordering ontvankelijk verklaart en vooraleer te oordelen over de grond het debat heropent, en die dit hoger beroep niet gegrond verklaart, zelf moet oordelen over de grond van het geschil.

3. De partijen kunnen weliswaar door het hoger beroep en het incidenteel beroep de grenzen bepalen waarbinnen de appelrechter uitspraak moet doen over de betwisting die aan de eerste rechter is voorgelegd.

4. Uit dit alles volgt dat in geval van een onbeperkt hoger beroep, de zaak in haar geheel bij de rechter in hoger beroep aanhangig is. Hij moet er dan ook uitspraak over doen.

5. De appelrechters beslissen dat zij geen rechtsmacht hebben om te oordelen over de grond van het geschil, omdat de eiser geen incidenteel beroep heeft ingesteld. Aldus schenden ze art. 1068 Ger.W.

Het onderdeel is gegrond.

...

Verwijzing

7. De Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, rechtsprekend in hoger beroep, die ten onrechte de grond van de zaak niet heeft behandeld, kan de zaak verder beoordelen. Er is dus geen aanleiding tot verwijzing.
 


• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 7 oktober 2011

samenvatting

1. De appelrechter die het beroepen vonnis bevestigt met de wijzigingen dat het bevolen bloedonderzoek wordt vervangen door een genetisch onderzoek en dat een andere deskundige wordt aangewezen, bevestigt gedeeltelijk de bedoelde onderzoeksmaatregel en moet bijgevolg de zaak naar de eerste rechter terugwijzen.

2. Wanneer het Hof van Cassatie een beslissing vernietigt waarbij de appelrechter, met schending van art. 1068, tweede lid Ger.W., nagelaten heeft de zaak naar de eerste rechter te verwijzen, verwijst het Hof de zaak naar die rechter opdat hij de behandeling ervan voortzet.

Tekst arrest

AR nr. C.10.0298.F

M.C. en V.D. t/ P.G. en E.D.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 26 januari 2010.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Luidens art. 1068, eerste lid Ger.W. maakt elk hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.

Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat de rechter in hoger beroep de zaak alleen dan naar de eerste rechter verwijst indien hij, zelfs gedeeltelijk, een in het beroepen vonnis bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt.

Het arrest bevestigt het beroepen vonnis met de wijziging dat het het door dat vonnis bevolen bloedonderzoek vervangt door een genetisch onderzoek en dat het die opdracht aan een andere deskundige toevertrouwt.

Het arrest dat over een geschilpunt geen andere uitspraak doet dan de eerste rechter en gedeeltelijk de door laatstgenoemde bevolen onderzoeksmaatregel bevestigt, zonder de zaak naar hem te verwijzen, schendt art. 1068, tweede lid Ger.W.

Het middel is gegrond.

De verwijzing

Het Hof, dat een beslissing vernietigt waarbij de appelrechter, met schending van art. 1068, tweede lid Ger.W., nagelaten heeft de zaak naar de eerste rechter te verwijzen, verwijst de zaak naar die rechter opdat hij de behandeling ervan voortzet.


 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: vr, 05/05/2017 - 13:18
Laatst aangepast op: vr, 05/05/2017 - 13:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.