-A +A

Herstel in eer en rechten of eerherstel

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het herstel in eer en rechten is de maatregel waardoor de ontzetting uit bepaalde rechten ongedaan wordt gemaakt, de veroordeling niet meer wordt vermeld op de uittreksels uit het strafregister en veroordeling niet meer als basis kan dienen voor herhaling ingeval van nieuwe veroordelingen.

Veroordelingen tot een politiestraf (d.w.z. gevangenisstraf van 1 dag tot 7 dagen en / of een geldboete van 1 tot 25 euro, of een werkstraf van 20 tot 45 uren) worden – behalve in uitzonderlijke gevallen - na een termijn van 3 jaar automatisch uit het strafregister gewist. Deze uitwissing is aan geen voorwaarden verbonden. Zij werkt automatisch en is kosteloos.

Voor de straffen die niet automatisch worden uitgewist, bestaat de procedure van herstel in eer en rechten. Deze procedure is niet kosteloos en werkt niet automatisch. Zij vergt een procedure.

Een straf die niet kan worden uitgewist, (dus een straf hoger dan een politiestraf) kan  "verschoond" worden door een aanvraag tot herstel in eer en rechten. Dit vergt wel een persoonlijk initiatief en dus  een gerechtelijke beslissing. 

Niettemin:

- wordt u door herstel in eer en en rechten niet hersteld  in de titels, graden, openbare ambten, bedieningen en betrekkingen die u door de afzetting verloren hebt (bijvoorbeeld, een adellijke titel, een ministeriële functie of een graad in het leger);
- la
at het herstel in eer en rechten  niet toe om te genieten van een erfenis waarvan u uitgesloten werd (bijvoorbeeld, een moordenaar kan niet erven van de persoon die hij gedood heeft)

Voorwaarden voorafgaand aan de aanvraag tot herstel in eer en rechten

gedurende een proeftijd:

- een vaste verblijfplaats in België of in het buitenland hebben gehad,
- blijk hebben gegeven van verbetering en van goed
gedrag.

Deze proeftijd duurt 3 tot 10 jaar afhankelijk van het
soort straf.

Om in eer en rechten hersteld te worden:

- moet u de vrijheidsstraffen uitgezeten hebben en de
geldstraffen waartoe u werd veroordeeld, betaald hebben ;
- moet u voldaan hebben aan de in het vonnis bepaalde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en
betaling van kosten ;
- indien de verjaringstermijn van uw straf verstreken
is, mag u niet de oorzaak zijn van het verstrijken van deze termijn ;
- mag u niet van een zodanig herstel genoten hebben
in de loop van de afgelopen 10 jaar 3
 

Indien het herstel in eer en rechten sedert minder dan tien jaar
is verleend en betrekking heeft op sommige veroordelingen (die
worden opgesomd in artikel 627 W.Sv), kan het Hof evenwel beslissen dat zulks geen beletsel vormt voor een nieuw herstel in eer
en rechten voor het verstrijken van deze termijn van 10 jaar.

Het herstel in eer en rechten is ondeelbaar

• Cass. 25/02/2014, RABG 2014/14, 952, met noot Van Den Berge, Y., « De principiële ondeelbaarheid van het herstel in eer en rechten », R.A.B.G., 2014/14, p. 953-955

Samenvatting
Het herstel in eer en rechten is in beginsel ondeelbaar. Enkel de veroordelingen, bedoeld in artikel 627 Sv., gepleegd tijdens de proefperiode bedoeld in artikel 625 Sv., waarvan het hof van beroep kan beslissen dat ze geen beletsel vormen voor de toekenning van het herstel in eer en rechten, kunnen uitgesloten worden van het herstel in eer en rechten.

Tekst arrest

(Procureur-Generaal bij het Hof van Beroep te Gent / M.H.)

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 621, 622, 623, 624, 625, 626 en 627 Wetboek van Strafvordering: het arrest spreekt het herstel in eer en rechten uit voor de andere veroordelingen dan die door de correctionele rechtbank te Dendermonde van 7 januari 1998 uitgesproken, waarvoor de aanvraag werd verworpen, terwijl het herstel in eer en rechten in beginsel ondeelbaar is, en voormeld veroordelend vonnis geen vonnis is dat zoals bepaald in artikel 627 Wetboek van Strafvordering, het herstel in eer en rechten niet belet.

2. Het herstel in eer en rechten is in beginsel ondeelbaar.

Enkel de veroordelingen, bedoeld in artikel 627 Wetboek van Strafvordering, gepleegd tijdens de proefperiode bedoeld in artikel 625 Wetboek van Strafvordering, waarvan het hof van beroep kan beslissen dat ze geen beletsel vormen voor de toekenning van het herstel in eer en rechten, kunnen uitgesloten worden van het herstel in eer en rechten.

3. De verweerster werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 7 januari 1998 veroordeeld wegens bedrieglijke en eenvoudige bankbreuk. Dit is geen veroordeling zoals bedoeld in artikel 627 Wetboek van Strafvordering.

4. Het arrest dat enerzijds het herstel in eer en rechten uitspreekt van de verweerster voor haar veroordelingen bij de vonnissen van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 19 april 1978, de correctionele rechtbank te Oudenaarde van 29 juni 1979, de correctionele rechtbank te Dendermonde van 27 maart 1985, 4 november 1992 en 31 oktober 1995 en van de politierechtbank te Antwerpen van 6 mei 2002, maar anderzijds de aanvraag verwerpt voor het vonnis van de correctionele rechtbank te Dendermonde van 7 januari 1998, schendt artikel 627 Wetboek van Strafvordering.

Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.

Procedure

Voor het herstel in eer en rechten, moet u een aanvraag opstellen waarin u de veroordeling(en) waarvoor het herstel in eer en rechten wordt gevraagd en de plaatsen waar u gedurende de proeftijd verbleven hebt, vermeldt

Deze aanvraag wordt gericht aan de procureur des Konings van het arrondissement waarin u verblijft. Indien u in het buitenland verblijft, moet uw aanvraag worden gericht aan de procureur des Konings van het arrondissement Brussel.

De bevoegde rechtsmacht voor het toekennen van het herstel in eer en rechten is de kamer van inbeschuldigingstelling.

De kosten voor het herstel in eer en rechten zijn voor
rekening van de aanvrager..

verplichte aanwezigheid op de zittingen van de K.I.

Art. 630 Sv. bepaalt dat, wanneer de procureur-generaal bij het hof van beroep oordeelt dat de verschijning van de verzoeker niet onontbeerlijk is en er grond bestaat om de aanvraag in te willigen, het Hof zonder verdere formaliteiten herstel in eer en rechten kan verlenen. Buiten dat geval moet de verzoeker op elke rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling in persoon verschijnen, behalve op die waarop het arrest wordt uitgesproken. Indien hij niet verschijnt zonder een wettige reden van verschoning aan te voeren, wordt zijn aanvraag afgewezen; indien hij aanwezig is, moet hij worden gehoord.rd of niet is verschenen zonder wettige reden van verschoning. .

In een arrest van het Hof van Cassatie 2° kamer van 21 met 2008, RW 2009-2010, 710 met noot Vandeplas (lees deze noot herstel in eer en rechten met het het paswoord RW) werd evenwel formeel gesteld dat de beslissing van de kamer van inbeschuldigingstelling over de aanvraag tot herstel in eer en rechten met de nodige zorg dient opgesteld en dat wanneer uit die beslissing niet kan afgeleid worden of de verzoeker werd gehoord in zijn uitleg of dat hij niet ter zitting is verschenen zonder wettige reden van verschoning, de K.I. de beslissing niet mag afwijzen. Indien deze regel geschonden wordt staat tegen de beslissing van de K.I. (kamer van inbeschuldigingstelling) Cassatieberoep open.

proeftermijn:

de proeftermijn die 3 jaar bedraagt begint pas te lopen vanaf het tijdstip van de volledige vereffening van de geldboete.
Men kan ten vroegste I jaar voor het verstrijken van de proeftermijn herstel in eer en rechten
aanvragen met andere woorden 2 jaar na de volledige betaling van de geldboete.

Na een voortijdig en afgewezen verzoek kan wel een nieuw verzoek worden ingediend eens aan de voorwaarden voldaan is.

Bij het verzoek dient het bewijs van betaling van de geldboeten als  bijlage gevoegd.

Het spreekt voor zich dat ook de gerechtskosten dienen betaald te zijn, evenals de verschuldigde schadevergoedingen aan de mogelijke burgerlijke partijen.

Uittreksel uit het wetboek van strafvordering

AFDELING II. - HERSTEL IN EER EN RECHTEN IN STRAFZAKEN.

Art. 621.  Iedere veroordeelde tot straffen die niet kunnen worden uitgewist overeenkomstig artikel 619, kan in eer en rechten hersteld worden, indien hij sedert ten minste tien jaar geen zodanig herstel heeft genoten. 

Indien het herstel in eer en rechten sedert minder dan tien jaar is verleend en alleen betrekking heeft op de veroordelingen bedoeld in artikel 627, kan het Hof evenwel beslissen dat zulks geen beletsel vormt voor een nieuw herstel in eer en rechten voor het verstrijken van deze termijn.

Art. 622. De veroordeelde moet de vrijheidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen hebben gekweten, tenzij die straffen krachtens het recht van genade kwijtgescholden zijn, of, indien zij voorwaardelijk zijn uitgesproken of voorwaardelijk zijn geworden bij genademaatregel, als niet bestaande worden beschouwd. Is de straf verjaard, dan kan de veroordeelde alleen in eer en rechten hersteld worden wanneer de niet-uitvoering niet aan hem te wijten is.

Art. 623.  De veroordeelde moet voldaan hebben aan de in het vonnis bepaalde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten, en indien hij veroordeeld is wegens overtreding van artikel 489ter van het Strafwetboek moet hij het passief van het faillissement, hoofdsom, interesten en kosten, hebben gekweten. 

Het hof dat over het verzoek tot eerherstel moet beslissen, kan de veroordeelde evenwel van deze voorwaarde ontslaan, indien hij aantoont dat hij in de onmogelijkheid verkeerde om aan de verplichtingen te voldoen hetzij wegens zijn onvermogen, hetzij wegens enig ander feit waaraan hij geen schuld heeft. Het hof kan in dat geval, onverminderd de rechten van de schuldeisers, ook het gedeelte bepalen van de teruggave, de schadevergoeding, de gerechtskosten en het passief, dat de veroordeelde moet hebben voldaan alvorens hem herstel in eer en rechten kan worden toegestaan.

Art. 624. Herstel in eer en rechten is afhankelijk van een proeftijd gedurende welke de verzoeker een vaste verblijfplaats in België of in het buitenland moet hebben gehad, blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag moet zijn geweest.

Het hof moet bij zijn beoordeling inzonderheid rekening houden met de moeite door de verzoeker gedaan om de uit de misdrijven voortvloeiende schade die niet gerechtelijk mocht zijn vastgesteld, te herstellen.

Art. 625.  De proeftijd, (die voortduurt tot de dag waarop het arrest van eerherstel wordt gewezen), loopt 

1° Van de dag van de voorwaardelijke veroordeling;
2° Van de dagtekening van het koninklijk genadebesluit waarbij de straf voorwaardelijk wordt gemaakt;
3° Van de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling, mits de definitieve invrijheidstelling verkregen is ten tijde van het indienen van de aanvraag;
4° In de overige gevallen bedoeld bij artikel 622, van de dag van het verval van de straffen of van de dag waarop zij verjaren, voor zover de niet-uitvoering niet te wijten is aan de verzoeker.

Art. 626. De minimumduur van de proeftijd is bepaald op drie jaar voor veroordelingen tot politiestraffen of correctionele straffen die een gevangenisstraf van vijf jaar niet te boven gaan. Die termijn wordt echter op ten minste zes jaar gebracht), indien de verzoeker wegens wettelijke herhaling veroordeeld is overeenkomstig de artikelen 54 tot 57 van het Strafwetboek of indien hij ter beschikking van de Regering is gesteld ingevolge artikel 23, tweede lid, van de wet van 9 april 1930, zoals deze is gewijzigd bij de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers. 

De minimumduur van de proeftijd is bepaald op vijf jaar voor veroordelingen tot criminele straffen of tot correctionele straffen die een gevangenisstraf van vijf jaar te boven gaan. Die termijn wordt echter op ten minste tien jaar gebracht, indien de verzoeker wegens wettelijke herhaling veroordeeld is overeenkomstig de artikelen 54 tot 57 van het Strafwetboek of indien hij ter beschikking van de regering is gesteld ingevolge artikel 23, tweede lid, van de wet van 9 april 1930, als gewijzigd bij de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers.

Wat de voorwaardelijke veroordelingen betreft, mag de duur van de proeftijd niet minder bedragen dan de duur van het uitstel, tenzij deze bij genademiddel werd verminderd.) 
Art. 627. <W 1997-08-08/14, art. 20, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001> Indien de verzoeker tijdens de proeftijd bedoeld in de vorige artikelen veroordeeld is tot een politiestraf, tot een correctionele geldboete of tot een correctionele hoofdgevangenisstraf van ten hoogste een maand wegens overtreding van :
de artikelen 242, 263, 283, 285, 294, 295, tweede lid, 361, 362, 419, 420, 421, 422 en 519 van het Strafwetboek;
de artikelen 333 en 334 van hetzelfde Wetboek, die betrekking hebben op gevallen van nalatigheid;
bijzondere wetten en verordeningen,
kan het Hof beslissen dat deze veroordelingen geen beletsel vormen voor de toekenning van het herstel in eer en rechten.

Art. 628. De verzoeker richt zijn aanvraag tot herstel in eer en rechten aan de procureur des Konings van het arrondissement waarin hij verblijft, waarbij hij de veroordelingen waarop de aanvraag betrekking heeft, de plaatsen waar hij gedurende de proeftijd heeft verbleven en, in voorkomend geval, de in artikel 627 bedoelde veroordelingen moet vermelden.

Verblijft hij in het buitenland, dan wordt de aanvraag gericht aan de procureur des Konings van het arrondissement Brussel.
De aanvraag kan ten vroegste een jaar vóór het verstrijken van de in artikel 626 bedoelde termijn worden ingediend.)

Art. 629. De procureur des Konings laat zich afgeven :
1° Een uittreksel uit het strafregister van de verzoeker;
2° Een voor eensluidend verklaard uittreksel uit alle arresten en vonnissen in strafzaken de verzoeker betreffende.
Die uittreksels vermelden, benevens de juiste aard der feiten en de uitgesproken straffen of maatregelen, iedere veroordeling tot teruggave, tot schadevergoeding jegens een burgerlijke partij en in de proceskosten.
3° Een uittreksel uit het moraliteitsregister van de verzoeker gehouden tijdens de uitvoering van de vrijheidsstraffen of de maatregelen van vrijheidsbeneming die hij heeft ondergaan;
4° De verklaringen van de burgemeesters der gemeenten waar de verzoeker gedurende de proeftijd heeft verbleven, betreffende het tijdstip en de duur van zijn verblijf in elke gemeente, zijn beroepsarbeid, zijn middelen van bestaan en zijn gedrag gedurende die tijd.
Wanneer de verzoeker in het buitenland verblijft of heeft verbleven, bepaalt de procureur des Konings welke verklaringen moeten worden overgelegd ter vervanging van de hierboven bedoelde, of verschaft zich de nodige bescheiden.
De procureur des Konings wint ambtshalve of op verzoek van de procureur-generaal alle nodig geachte inlichtingen in. Hij zendt het dossier met de stukken en zijn advies aan de procureur-generaal. Wanneer de veroordeelde een straf heeft ondergaan voor feiten bedoeld bij de artikelen 372 tot 378 van het Strafwetboek of voor feiten bedoeld bij de artikelen 379 tot 386ter van hetzelfde Wetboek indien ze gepleegd werden op minderjarigen of met hun deelneming, moet het dossier het advies van een dienst die gespecialiseerd is in de begeleiding of de behandeling van seksuele delinquenten bevatten.

Art. 630.  Binnen twee maanden na ontvangst van de aanvraag legt de procureur-generaal de processtukken voor aan de kamer van inbeschuldigingstelling die binnen een maand de zaak behandelt en beslist met gesloten deuren.
Oordeelt de procureur-generaal dat het verschijnen van de verzoeker niet onontbeerlijk is en dat er grond bestaat om de aanvraag in te willigen, dan kan het hof zonder verdere formaliteiten herstel in eer en rechten verlenen.
In de overige gevallen worden de procureur-generaal, de verzoeker en zijn raadsman gehoord.
Het dossier wordt gedurende ten minste vijf dagen ter beschikking gesteld van de verzoeker en van zijn raadsman.
De verzoeker verschijnt op een dagvaarding die hem door de procureur-generaal ten minste acht vrije dagen vóór de vastgestelde dag wordt gedaan.
Oordeelt het hof, na de verschijning, dat een onderzoek nodig is, dan bepaalt het de feiten waarop dit moet slaan, wijst het de getuigen aan en stelt een dag vast voor hun verhoor.
Dadelijk na het verhoor van de getuigen worden de procureur-generaal, de verzoeker en zijn raadsman opnieuw gehoord.
De getuigen worden opgeroepen door de zorg van de procureur-generaal. Hun verschijning, verhoor en vergoedingen worden geregeld als voor de getuigen in correctionele zaken.
De verzoeker moet in persoon verschijnen op elke terechtzitting, behalve op die waarop het arrest wordt uitgesproken.
Indien hij niet verschijnt zonder een wettige reden van verschoning aan te voeren, wijst het hof zijn aanvraag af.
Voert hij zodanige reden wel aan, dan zet het hof, na de raadsman te hebben gehoord, de behandeling van de zaak voort of stelt deze uit.

Art. 631. <W 07-04-1964, art. 14> Indien het hof de aanvraag afwijst, mag deze pas worden hernieuwd na verloop van twee jaren na de dagtekening van het arrest. In het afwijzend arrest mag het hof een kortere termijn stellen, behalve wanneer het herstel in eer en rechten geweigerd wordt wegens gemis van verbetering of van goed gedrag.
Indien het hof het herstel verleent, wordt het arrest door de zorg van de procureur-generaal ten uitvoer gelegd.

Art. 632. <W 07-04-1964, art. 15> Van het herstel in eer en rechten wordt melding gemaakt op de kant van de eindarresten of -vonnissen waarvoor het wordt verleend; een uittreksel uit het arrest wordt gezonden aan de minister van Justitie, aan de procureur des Konings die verslag heeft gedaan, aan de burgemeester van de gemeente waar de verzoeker zijn woonplaats heeft en, wanneer deze laatste nog dienstplichtig is, aan de auditeur-generaal.
De in eer en rechten herstelde kan zich een uitgifte van het arrest van herstel doen afgeven.

Art. 633. <W 07-04-1964, art. 16> (De kosten van de rechtspleging tot herstel in eer en rechten komen ten laste van de verzoeker. Zij worden geregeld zoals in correctionele zaken.
De griffier van het Hof stelt de verzoeker bij een ter post aangetekende brief in kennis van het bedrag van de procedurekosten, waarbij aan betrokkene wordt gevraagd daarvan binnen twee maanden na de uitspraak ter griffie betaling te doen.
Een kopie van de kwitantie wordt bij het dossier gevoegd en het arrest wordt vervolgens ten uitvoer gelegd overeenkomstig artikel 631, tweede lid.) <W 1997-08-08/14, art. 23, 006; Inwerkingtreding : 03-09-2001>

Art. 634. <W 07-04-1964, art. 17> Herstel in eer en rechten doet voor het toekomende alle gevolgen van de veroordeling ophouden in de persoon van de veroordeelde, onverminderd de rechten door derden verkregen.
en met name :

Het doet in de persoon van de veroordeelde de onbekwaamheden ophouden die uit de veroordeling zijn voortgevloeid;

Het verhindert dat die beslissing als grondslag dient voor de herhaling, een beletsel vormt voor de voorwaardelijke veroordeling of in de uittreksels uit het strafregister of uit het militair stamboek wordt vermeld;
Het herstelt de veroordeelde niet in de titels, graden, openbare ambten, bedieningen en betrekkingen die hij door afzetting verloren heeft;
Het ontheft hem niet van de onwaardigheid om te erven;
Het verhindert noch de rechtsvordering tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed, noch de rechtsvordering tot schadevergoeding, die op de rechterlijke beslissing gegrond is.


HOOFDSTUK VI. - BIJZONDERE BEPALING.
Art. 644. <W 23-12-1963, enig art.> Wanneer de wettelijke termijn om een proceshandeling in strafzaken te verrichten, eindigt op een zaterdag, op een zondag of een andere wettelijke feestdag, wordt hij verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Wanneer de wettelijke termijn om een handeling in strafzaken op een griffie te verrichten, eindigt op een dag dat deze gesloten is, wordt de handeling er op geldige wijze verricht, de eerstvolgende dag dat de griffie geopend is.

zie ook:de onderscheiden rechtsfiguur
uitwissing van de veroordeling

gevolgen van  herstel in eer en rechten

• doet de  onbekwaamheden ophouden die uit de veroordeling zijn voortgevloeid (bijvoorbeeld, het niet meer mogen stemmen of verkozen worden);
• verhindert dat de veroordeling als grondslag dient voor de herhaling of in de uittreksels uit het strafregister wordt vermeld.

 

Nog dit: 

Hof van Cassatie, 2e Kamer – 15 juni 2010, RW 2010-2011, 1601

R.H.D.S. t/ Openbaar ministerie

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 januari 2010.

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van art. 623 Sv.: de verzoeker werd in het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 8 november 1989, dat het voorwerp uitmaakt van zijn verzoek tot herstel in eer en rechten, veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van één frank provisioneel aan de burgerlijke partij die haar vordering had geraamd op 715.278 fr.; deze laatste die daartoe de initiatiefplicht heeft, heeft nooit enige moeite gedaan haar vordering ter zake te begroten in tegenstelling tot de eiser, zoals uit de stukken blijkt; de kamer van inbeschuldigingstelling wijst ten onrechte eisers verzoek af op grond van de vaststelling dat hij zich niet van zijn burgerlijke veroordeling heeft gekweten.

2. Krachtens art. 624, tweede lid, Sv. moet het hof van beroep bij zijn beoordeling van een verzoek tot herstel in eer en rechten inzonderheid rekening houden met de moeite door de verzoeker gedaan om de uit de misdrijven voortvloeiende schade die niet gerechtelijk mocht zijn vastgesteld, te herstellen.

In zoverre het middel opkomt tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de kamer van inbeschuldigingstelling of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

Het Hof gaat enkel na of de kamer van inbeschuldigingstelling uit de door haar vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

3. De kamer van inbeschuldigingstelling stelt onaantastbaar vast dat:

– uit de gegevens van het dossier blijkt dat de eiser «geen enkele inspanning heeft geleverd om de door hem veroorzaakte schade te vergoeden, noch om deze schade gerechtelijk te laten vaststellen indien hij ze betwist»;

– de eiser duidelijk op de hoogte is van de vordering van de burgerlijke partij, zoals blijkt uit het op tegenspraak gewezen vonnis van de Correctionele Rechtbank te Mechelen van 8 november 1989 en eisers verklaring dienaangaande naar aanleiding van een eerdere vraag tot eerherstel;

...

Aldus verantwoordt zij haar beslissing dat het verzoek op grond van art. 624 Sv. dient te worden afgewezen, naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...

NOOT – T. Roes gepubliceerd onder dit arrest in het RW Herstel in eer en rechten
 

Commentaar: 

Iedere veroordeelde tot een criminele of correctionele straf kan in eer en rechten worden hersteld, terwijl de politiestraffen het voorwerp uitmaken van de uitwissing waarin artikel 619 van het Wetboek voorziet. De veroordeelde moet in beginsel de vrijheidsstraffen hebben ondergaan en de geldstraffen volledig hebben gekweten (artikel 622). Tevens moet hij aan de in het vonnis vastgestelde verplichting tot teruggave, schadevergoeding en betaling van kosten hebben voldaan (artikel 623). Ten slotte moet de betrokkene een proeftijd ondergaan, gedurende welke hij een vaste verblijfplaats in België of in het buitenland moet hebben gehad, blijk moet hebben gegeven van verbetering en van goed gedrag moet zijn geweest (artikel 624).
Een herstel in eer en rechten heeft tot gevolg dat voor de toekomst een einde wordt gemaakt aan de strafrechtelijke gevolgen van de veroordeling (artikel 634).

Met het herstel in eer en rechten streeft de wetgever voornamelijk de maatschappelijke re-integratie na. Reeds bij de wet van 25 april 1896 werd de figuur van het eerherstel gezien als een moreel herstel dat door de openbare macht wordt toegekend aan een veroordeelde wiens gedrag onberispelijk is geweest (Pasin., 1896, 111). Ook bij de wet van 7 april 1964 werd gesteld dat « de nieuwe wetgeving [tegemoet] komt aan het verlangen van vergeving voor de veroordeelde » en « dit is trouwens in het belang van de maatschappelijke rust » (Parl. St., Senaat, 1962-1963, nr. 186, p. 2). Herstel in eer en rechten bestaat bijgevolg zowel in het belang van de veroordeelde als in het belang van de maatschappij.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: za, 08/07/2017 - 10:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.