-A +A

Herroeping probatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het vonnisgerecht bij wie een ontvankelijke vordering tot herroeping van het probatie-uitstel aanhangig is kan

• het probatie-uitstel handhaven,
• het probatie- uitstel herroepen
• kan nieuwe voorwaarden aan het reeds verleende probatie-uitstel verbinden.

Het vonnisgerecht dat moet oordelen over een ontvankelijke herroepingsvordering kan noch de aard noch het voorwerp van de uitgesproken straf wijzigen en kan dan ook een probatie-uitstel niet vervangen door een gewoon uitstel

De vordering tot herroeping van het probatie-uitstel wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden moet op straffe van verval worden ingesteld binnen één jaar na afloop van de proeftermijn en is bovendien onderworpen aan een verjaringstermijn van één jaar, die kan worden gestuit en geschorst.

De herroeping wegens niet-nakoming van één van de probatievoorwaarden wordt uitgesproken (na verslag van de probatiecommissie) indien de veroordeelde de opgelegde voorwaarden niet heeft nageleefd en indien geen alternatieve probatiemaatregelen mogelijk zijn (contra Cass. 15/12/2015 infra opgenomen in deze bijdrage). Aldus kunnen bestaande probatievoorwaarden worden vervangen door nieuwe voorwaarden of kunnen aan de bestaande voorwaarden nieuwe en andere worden toegevoegd, mits de instemming van de veroordeelde met deze nieuwe voorwaarden.

De voorziene proeftermijn kan evenwel niet worden verlengd.
De herroeping is geen sanctie voor het mislukken van de probatie. Probatie beoogt de veroordeelde, die de gunst van de opschorting of het uitstel van de tenuitvoerlegging geniet en die akkoord is gegaan met de opgelegde probatie, te helpen met succes zijn op proefstelling door te komen en af te ronden. De verwachting is immers dat zonder deze probatie de veroordeelde er niet in zal slagen niet te hervallen.

Het feit dat betrokkene gedurende zijn proeftermijn niet altijd en niet steeds stipt de opgelegde probatievoorwaarden zou zijn nagekomen, is op zich niet voldoende om hieruit ipso facto af te leiden dat de herroeping van het uitstel wegens niet-nakoming van de voorwaarden dient uitgesproken.

Het feit dat beklaagde zich opnieuw aan misdrijven zou hebben schuldig gemaakt, aangenomen dat dit bewezen is, kan een zelfstandige grondslag vormen om het toegekende uitstel te herroepen, maar betekent daarom al evenmin ipso facto dat hij daarom de hem opgelegde voorwaarden niet heeft nageleefd.

voor een toepassing zie Antwerpen 29 november 2007, RABG 2008/7, 447.

• Cassatie 13/12/2016, AR P.16.1103.N, juridat

Samenvatting

Uit de bepalingen van artikel 14, § 2, eerste en tweede lid, Probatiewet volgt dat het vonnisgerecht bij wie een ontvankelijke vordering tot herroeping van het probatie-uitstel aanhangig is slechts op drie wijzen kan beslissen: het kan het probatie-uitstel handhaven, het kan het probatie- uitstel herroepen of het kan nieuwe voorwaarden aan het reeds verleende probatie-uitstel verbinden; het vonnisgerecht dat moet oordelen over een ontvankelijke herroepingsvordering kan noch de aard noch het voorwerp van de uitgesproken straf wijzigen en kan dan ook een probatie-uitstel niet vervangen door een gewoon uitstel (1). (1) Cass. 11 september 2013, AR P.13.0706.F, AC 2013, nr. 439; P. HOET, Gemeenschapsgerichte straffen en maatregelen Opschorting, uitstel, probatie, werkstraf en elektronisch toezicht, Larcier, 2014, 217, p. 474-475.

Tekst arrest

Nr. P.16.1103.N
PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE,
verzoeker tot vernietiging van een vonnis,
eiser,
inzake van
M V,
beklaagde.

I. VORDERING

De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie heeft gevorderd zoals volgt:

"Aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie.

De ondergetekende Procureur-generaal heeft de eer U hierbij kenbaar te maken dat, bij brief van 28 september 2016 met referte 377.835, de minister van Justitie hem gelast heeft bij het Hof, overeenkomstig artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, aangifte te doen van het vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012 in het kader van een herroeping van het probatie-uitstel, dat beslist aan M V een gewoon uitstel te verlenen voor de helft van de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

De correctionele rechtbank te Brussel veroordeelde M V op 14 mei 2010 tot een gevangenisstraf van 18 maanden met probatie-uitstel gedurende vijf jaar voor de totaliteit van de gevangenisstraf uit hoofde van verkrachting en poging tot ver-krachting.

Ingevolge een voorstel van de probatiecommissie tot herroeping van het probatie-uitstel wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden, werd een procedure in die zin opgestart en ging de correctionele rechtbank te Brussel, bij verstek, hierop in bij vonnis van 20 januari 2012 en werd derhalve het uitstel volledig herroepen.

Betrokkene tekende verzet aan tegen dit vonnis en op 14 september 2012 besliste de correctionele rechtbank te Brussel aan de betrokkene een gewoon uitstel te verlenen voor de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

Artikel 14, § 2, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie stelt:

"Het probatie-uitstel kan worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen, de opgelegde voorwaarden niet naleeft.

In dat geval dagvaardt het openbaar ministerie, op verslag van de commissie dat strekt tot herroeping, de betrokkene, ten einde het uitstel te doen herroepen, voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats of, in het geval bepaald in § 1ter, voor de politierechtbank van de plaats van het misdrijf binnen dezelfde termijn, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken. Dit geldt zelfs bij een herroeping van een uitstel dat door het Hof van Assi-sen is uitgesproken. Herroept het vonnisgerecht het uitstel niet, dan kan het nieuwe voorwaarden verbinden aan het probatie-uitstel, gelast bij de eerste veroordeling.

Tegen deze beslissingen kan worden opgekomen met alle rechtsmiddelen waarin het Wetboek van Strafvordering voorziet."

Hieruit volgt dat de rechtbank derhalve beschikt over drie mogelijkheden: ofwel een weigering tot herroeping, ofwel een herroeping van het probatie- ofwel een wijziging van de probatievoorwaarden, maar dat zij de aard of het voorwerp van de opgelegde straf niet kan wijzigen.

De beslissing van de correctionele rechtbank van Brussel op verzet van 14 sep-tember 2012 is dus onwettig.

Om deze redenen vordert de ondergetekende Procureur-generaal dat het aan het Hof moge behagen het aangegeven vonnis te vernietigen, te bevelen dat van zijn arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing en de zaak te verwijzen naar een andere correctionele rechtbank."
Brussel, 4 november 2016

Voor de Procureur-generaal,
De advocaat-generaal m.o.
A. WINANTS

II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De vordering beoogt de vernietiging wegens schending van artikel 14, § 2, Probatiewet van het in kracht van gewijsde getreden vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012, waarbij in het kader van een herroeping van het probatie-uitstel werd beslist aan M V een gewoon uitstel van tenuitvoerlegging te verlenen voor de helft van de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 14, § 2, eerste lid, Probatiewet bepaalt dat probatie-uitstel kan wor-den herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen de opgelegde voorwaarden niet naleeft.

Artikel 14, § 2, tweede lid, laatste zin, Probatiewet bepaalt dat indien het vonnis-gerecht het uitstel niet herroept, het nieuwe voorwaarden kan verbinden aan het probatieuitstel gelast bij de eerste veroordeling.

2. Uit die wetsbepalingen volgt dat het vonnisgerecht bij wie een ontvankelijke vordering tot herroeping van het probatie-uitstel aanhangig is slechts op drie wij-zen kan beslissen: het kan het probatie-uitstel handhaven, het kan het probatie- uitstel herroepen of het kan nieuwe voorwaarden aan het reeds verleende probatie-uitstel verbinden. Het vonnisgerecht dat moet oordelen over een ontvankelijke herroepingsvordering kan noch de aard noch het voorwerp van de uitgesproken straf wijzigen. Het kan dan ook een probatie-uitstel niet vervangen door een ge-woon uitstel.

3. M V werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 mei 2010 veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 18 maanden, met probatie-uitstel gedurende een termijn van vijf jaar.

4. Het vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 sep-tember 2012 herroept het bij vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 mei 2010 toegekende probatie-uitstel en het verleent M V gewoon uitstel van tenuitvoerlegging voor de helft van de opgelegde hoofdgevangenisstraf van 18 maanden gedurende een termijn van vijf jaar.
Aldus schendt het artikel 14, § 2, Probatiewet.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het op verzet gewezen vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.
Laat de kosten ten laste van de Staat.
Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Leuven.
Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, op de openbare rechtszitting van 13 december 2016 uitgesproken

Nog dit: 

Rechtspraak:

• Cassatie 11/09/2013, juridat

samenvatting

In het geval van een verzoek tot herroeping van een probatie-uitstel, heeft de beslissing van de rechter om het uitstel te handhaven, te herroepen of de voorwaarden ervan aan te vullen, alleen gevolgen voor de tenuitvoerlegging van de straf zoals ze werd uitgesproken en kan ze de aard of het voorwerp ervan niet wijzigen; de wet staat de rechter bij wie een dagvaarding tot herroeping van het uitstel aanhangig is gemaakt, bijgevolg niet toe de gevangenisstraf die samen met het te herroepen uitstel is uitgesproken, te vervangen door een werkstraf.

tekst arrest

Nr. P.13.0706.F
C. A.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 18 maart 2013....

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens artikel 14, § 2, eerste lid, Probatiewet, kan het probatie-uitstel worden herroepen indien degene ten aanzien van wie de maatregel is genomen de opge-legde voorwaarden niet naleeft.

Artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet preciseert dat als het vonnisgerecht het uitstel niet herroept, het aan dat probatie-uitstel nieuwe voorwaarden kan verbin-den.

De beslissing van de rechter om het uitstel te handhaven, te herroepen of de voorwaarden ervan aan te vullen, heeft alleen gevolgen voor de tenuitvoerlegging van de straf zoals ze werd uitgesproken en kan de aard of het voorwerp ervan niet wijzigen.

De wet staat de rechter bij wie een dagvaarding tot herroeping van het uitstel aan-hangig is gemaakt, bijgevolg niet toe de gevangenisstraf die samen met het te her-roepen uitstel is uitgesproken, te vervangen door een werkstraf.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiser tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel

Het louter schenden van één voorwaarde is voldoende voor de herroeping

• Cass. 15/12/2015, P.15.1242.N, juridat

Samenvatting:

Het is vereist, doch voldoende dat degene voor wie de maatregel van probatieuitstel is genomen één van de opgelegde voorwaarden niet naleeft opdat het probatieuitstel zou kunnen worden herroepen; de herroeping vereist niet dat wordt vastgesteld dat alternatieve probatiemaatregelen niet mogelijk zijn (1). (1) Zie: Cass. 3 oktober 2001, AR P.01.0881.F., AC 2001, nr. 520; Cass. 6 oktober 2004, AR P.04.0919.F, AC 2004, nr. 461.

Tekst arrest

Nr. P.15.1242.N
G L D,
veroordeelde, gedetineerd,
eiseres,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest (nr. 2015/2945) van het hof van be-roep te Gent, correctionele kamer, van 24 augustus 2015.

II. BESLISSING VAN HET HOF
Beoordeling
Middel
1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 68 Wetboek van Strafvordering: het arrest herroept het aan de eiseres verleende pro-batie-uitstel en verwijst daartoe naar het proces-verbaal van de zitting van de pro-batiecommissie, waarin werd vastgesteld dat de afspraken met de justitie-assistent niet werden nageleefd; uit deze motivering kan niet worden afgeleid dat er vol-doende bezwaren zijn om de probatievoorwaarden te herroepen.

2. Artikel 68 Wetboek van Strafvordering is vreemd aan de aangevoerde grief.
In zoverre faalt het middel naar recht.

3. Artikel 14, §2, eerste lid, Probatiewet bepaalt: "Het probatie-uitstel kan worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen, de opgelegde voorwaarden niet naleeft." Daartoe is het vereist, doch voldoende dat één voorwaarde niet volledig wordt nagekomen. De herroeping vereist evenmin de vaststelling dat alternatieve probatiemaatregelen niet mogelijk zijn.

4. Het arrest oordeelt, eensdeels, dat bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van 20 december 2011 van de correctionele rechtbank te Kortrijk probatie-uitstel werd toegestaan en dat één van de opgelegde voorwaarden "het stipt con-tact onderhouden met de justitie-assistent en strikt diens richtlijnen naleven" is en, anderdeels, dat de eiseres de afspraken met de justitie-assistent niet voldoende naleefde. Aldus is de beslissing het probatie-uitstel te herroepen naar recht ver-antwoord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten op 64,41 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer

zie ook:
• Cass. 3 oktober 2001, Arr.Cass. 2001, nr. 520
• Cass. 6 oktober 2004, Arr.Cass. 2004, nr. 461

• Cass. 13/12/2016, RABG 2017/7, 571

Samenvatting

Uit de bepalingen van artikel 14, § 2, eerste en tweede lid, Probatiewet volgt dat het vonnisgerecht bij wie een ontvankelijke vordering tot herroeping van het probatie-uitstel aanhangig is slechts op drie wijzen kan beslissen: het kan het probatie-uitstel handhaven, het kan het probatie- uitstel herroepen of het kan nieuwe voorwaarden aan het reeds verleende probatie-uitstel verbinden; het vonnisgerecht dat moet oordelen over een ontvankelijke herroepingsvordering kan noch de aard noch het voorwerp van de uitgesproken straf wijzigen en kan dan ook een probatie-uitstel niet vervangen door een gewoon uitstel.

Tekst arrest

(PG Cass. / M.G.W.V. - Rolnr.: P.16.1103.N)

(...)

I. Vordering
De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie heeft gevorderd zoals volgt:

“Aan de tweede kamer van het Hof van Cassatie.

De ondergetekende procureur-generaal heeft de eer U hierbij kenbaar te maken dat, bij brief van 28 september 2016 met referte 377.835, de minister van Justitie hem gelast heeft bij het Hof, overeenkomstig artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering, aangifte te doen van het vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012 in het kader van een herroeping van het probatie-uitstel, dat beslist aan M.V. geboren te A. op 30 december 1973, een gewoon uitstel te verlenen voor de helft van de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

De correctionele rechtbank te Brussel veroordeelde V.M. op 14 mei 2010 tot een gevangenisstraf van 18 maanden met probatie-uitstel gedurende 5 jaar voor de totaliteit van de gevangenisstraf uit hoofde van verkrachting en poging tot verkrachting.

Ingevolge een voorstel van de probatiecommissie tot herroeping van het probatie-uitstel wegens niet-naleving van de opgelegde voorwaarden, werd een procedure in die zin opgestart en ging de correctionele rechtbank te Brussel, bij verstek, hierop in bij vonnis van 20 januari 2012 en werd derhalve het uitstel volledig herroepen.

Betrokkene tekende verzet aan tegen dit vonnis en op 14 september 2012 besliste de correctionele rechtbank te Brussel aan de betrokkene een gewoon uitstel te verlenen voor de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

Artikel 14, § 2 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie stelt:

'Het probatie-uitstel kan worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen, de opgelegde voorwaarden niet naleeft.

In dat geval dagvaardt het Openbaar Ministerie, op verslag van de Commissie dat strekt tot herroeping, de betrokkene, ten einde het uitstel te doen herroepen, voor de rechtbank van eerste aanleg van zijn verblijfplaats of, in het geval bepaald in § 1ter, voor de politierechtbank van de plaats van het misdrijf binnen dezelfde termijn, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde vormen als in correctionele zaken. Dit geldt zelfs bij een herroeping van een uitstel dat door het hof van assisen is uitgesproken. Herroept het vonnisgerecht het uitstel niet, dan kan het nieuwe voorwaarden verbinden aan het probatie-uitstel, gelast bij de eerste veroordeling.

Tegen deze beslissingen kan worden opgekomen met alle rechtsmiddelen waarin het Wetboek van Strafvordering voorziet.'

Hieruit volgt dat de rechtbank derhalve beschikt over drie mogelijkheden: ofwel een weigering tot herroeping, ofwel een herroeping van het probatie-uitstel ofwel een wijziging van de probatievoorwaarden, maar dat zij de aard of het voorwerp van de opgelegde straf niet kan wijzigen.

De beslissing van de correctionele rechtbank van Brussel op verzet van 14 september 2012 is dus onwettig.

Om deze redenen vordert de ondergetekende procureur-generaal dat het aan het Hof moge behagen het aangegeven vonnis te vernietigen, te bevelen dat van zijn arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde beslissing en de zaak te verwijzen naar een andere correctionele rechtbank.

Brussel, 4 november 2016

Voor de procureur-generaal,

De advocaat-generaal m.o.

A. Winants”

II. Rechtspleging voor het Hof
De vordering beoogt de vernietiging wegens schending van artikel 14, § 2 probatiewet van het in kracht van gewijsde getreden vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012, waarbij in het kader van een herroeping van het probatie-uitstel werd beslist aan M.V. een gewoon uitstel van tenuitvoerlegging te verlenen voor de helft van de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
1. Artikel 14, § 2, eerste lid probatiewet bepaalt dat probatie-uitstel kan worden herroepen indien degene voor wie die maatregel is genomen de opgelegde voorwaarden niet naleeft.

Artikel 14, § 2, tweede lid, laatste zin probatiewet bepaalt dat indien het vonnisgerecht het uitstel niet herroept, het nieuwe voorwaarden kan verbinden aan het probatie-uitstel gelast bij de eerste veroordeling.

2. Uit die wetsbepalingen volgt dat het vonnisgerecht bij wie een ontvankelijke vordering tot herroeping van het probatie-uitstel aanhangig is slechts op drie wijzen kan beslissen: het kan het probatie-uitstel handhaven, het kan het probatie-uitstel herroepen of het kan nieuwe voorwaarden aan het reeds verleende probatie-uitstel verbinden. Het vonnisgerecht dat moet oordelen over een ontvankelijke herroepingsvordering kan noch de aard noch het voorwerp van de uitgesproken straf wijzigen. Het kan dan ook een probatie-uitstel niet vervangen door een gewoon uitstel.

3. M.V. werd bij vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 mei 2010 veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 18 maanden, met probatie-uitstel gedurende een termijn van 5 jaar.

4. Het vonnis op verzet van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012 herroept het bij vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 mei 2010 toegekende probatie-uitstel en het verleent M.V. gewoon uitstel van tenuitvoerlegging voor de helft van de opgelegde hoofdgevangenisstraf van 18 maanden gedurende een termijn van 5 jaar.

Aldus schendt het artikel 14, § 2 probatiewet.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het op verzet gewezen vonnis van de correctionele rechtbank te Brussel van 14 september 2012. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Leuven.

(…)

• Cass. 11 september 2013, AR P.13.0706.F, AC 2013, nr. 439;

Rechtsleer:

• P. HOET, Gemeenschapsgerichte straffen en maatregelen Opschorting, uitstel, probatie, werkstraf en elektronisch toezicht, Larcier, 2014, 217, p. 474-475.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: vr, 21/07/2017 - 09:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.