-A +A

herroeping en herziening van adoptie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Herroeping van adoptie

Uittreksel burgerlijk wetboek

Art. 354-1.  De herroeping van de gewone adoptie kan om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.

In geval van gewone adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden kan de familierechtbank de herroeping uitspreken ten aanzien van slechts een van hen.

Art. 354-2. herroeping van de gewone adoptie van een kind ten aanzien van de adoptant of van de adopterende echtgenoten of samenwonenden, kunnen de vader en de moeder of een van hen vragen dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst.

Bij gebreke van een dergelijk verzoek of indien het wordt afgewezen, wordt de voogdij geregeld overeenkomstig dit boek, titel X, hoofdstuk II. In dit geval stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de bevoegde vrederechter onmiddellijk in kennis van de overschrijving van het vonnis waarbij de herroeping wordt uitgesproken.

Niettemin kunnen de moeder en de vader van het kind of een van hen, de familierechtbank later verzoeken dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst. Indien de familierechtbank] dit toestaat, houdt de voogdij bedoeld in het vorige lid op.

Herziening van adoptie

uittreksel uit het burgerlijk wetboek

Art. 351. Uitsluitend wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat de adoptie is totstandgekomen ingevolge de ontvoering van, de verkoop van of de handel in kinderen, wordt de herziening van het vonnis waarbij deze adoptie is uitgesproken, ten aanzien van de adoptant of van de adoptanten gevorderd door het openbaar ministerie.

De herziening kan eveneens worden gevorderd door een persoon die tot de derde graad deel uitmaakt van de biologische familie van het kind.
Indien het bewijs van de feiten als bedoeld in het eerste lid is geleverd, verklaart de familierechtbank dat de adoptie geen gevolgen meer heeft vanaf de overschrijving van het beschikkend gedeelte van de beslissing houdende herziening in de registers van de burgerlijke stand.

Rechtspraak

• Rb. Antwerpen (afd. Antwerpen), 06/11/2017, RABG 2018/3, 193-196

Samenvatting

Overeenkomstig artikel 354-1, eerste lid BW kan de herroeping van de gewone adoptie om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.

In de rechtspraak wordt het begrip “zeer gewichtige redenen” restrictief toegepast omwille van de rechtszekerheid en de stabiliteit van de afstammingsbanden. Vereist wordt dat buitengewone, onbedwingbare omstandigheden de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken.

Tekst vonnis

(D.L. / D.B. - Rolnr.: 17/2003/A)

1. Procedure
De rechtbank heeft onder meer kennis genomen van:

- de inleidende dagvaarding, betekend op 6 april 2017;

- de namens eisende partij en het Openbaar Ministerie neergelegde stukken.

Op de zitting van de kamer minnelijke schikking hebben partijen geen akkoord bereikt.

Ter zitting van 16 oktober 2017 werd eisende partijen gehoord. Verwerende partij is niet verschenen, noch iemand voor hem. Aangezien hij op de zitting van 24 april 2017 wel aanwezig was en de zaak in voortzetting geplaatst werd, wordt dit vonnis op tegenspraak gewezen.

De wet op het taalgebruik in gerechtszaken is nageleefd.

2. Situering van het geschil - Vordering
D.L., eisende partij, is geboren op 4 december 1993 als de dochter van S.C. en F.L.

S.C. heeft sinds 2001 een relatie met B.D., zij zijn in 2003 gehuwd.

Bij vonnis van de familierechtbank van Mechelen van 19 november 2015 werd de gewone adoptie uitgesproken door B.D. van L.L. en werd haar naam gewijzigd in D.L.

In huidige procedure vordert D.L. dat de adoptie wordt herroepen. Zij vraagt tevens om B.D. te veroordelen tot de kosten en om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3. Beoordeling
Overeenkomstig artikel 354-1, eerste lid BW kan de herroeping van de gewone adoptie om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.

In de rechtspraak wordt het begrip “zeer gewichtige redenen” restrictief toegepast omwille van de rechtszekerheid en de stabiliteit van de afstammingsbanden. Vereist wordt dat buitengewone, onbedwingbare omstandigheden de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken.

In het concrete geval blijkt dat, hoewel de eigenlijke adoptie dateert van 2015, toen verwerende partij 18 jaar was, de feitelijke band tussen eisende en verwerende partij is ontstaan in 2001, toen eisende partij 8 jaar oud was en verwerende partij een relatie is aangegaan met de moeder van verwerende partij.

In het kader van de adoptie verklaarde eisende partij:

“Gelet ik sedert 2010 definitief bij mijn moeder en B.D. woon beschouw ik hem als mijn vader. Ik vind zelf ook dat ik behandeld wordt als zijn dochter.”

B.D. verklaarde:

“Ik ken haar dus sedert ze 8 à 9 jaar oud was. Al die tijd heb ik voor haar gezorgd als een vader. Inmiddels is er ook een halfbroer van 10 jaar. Ze heeft daar een goed contact mee. Het is I. zelf die met de vraag tot adoptie is afgekomen. Ik vind het zelf ook goed en ga er zelf mee akkoord. Het is al 13 jaar dat ik haar eigenlijk beschouw als mijn dochter. Ik ben eveneens akkoord dat ze na de adoptie mijn naam zal dragen.”

Er blijkt eveneens dat er kort na de adoptie, in mei 2016, een conflict is ontstaan tussen eisende en verwerende partij.

Nadien zouden er nog al dan niet beledigende berichten gewisseld zijn via sociale media, maar was er verder geen contact.

De rechtbank is van oordeel dat er geenszins een fout is aangetoond in hoofde van één van partijen, maar dat er bovendien geen enkele sprake is van zwaarwichtige omstandigheden die het compleet onmogelijk maken dat er nog contacten zouden zijn tussen partijen.

Wrijvingen, meningsverschillen en strubbelingen die zich veelal voordoen in een familiale relatie kunnen geen grond vormen om een adoptie te herroepen.

Partijen slagen er niet in om aan te tonen dat hetgeen er zich tussen hen heeft voorgedaan, meer is dan een misverstand dat tot wrijving heeft geleid. Het gebrek aan contact is enkel te wijten aan het gegeven dat geen van beiden de eerste stap gezet heeft om opnieuw contact te zoeken.

Eisende partij zou dit als geen ander moeten beseffen, uit het adoptiedossier blijkt immers dat er ook een periode was dat zij ten tijde van de adoptie een conflict had met haar biologische vader waardoor ze geen contact meer met hem had. Ter zitting leken deze contacten thans hersteld te zijn.

Er is niets wat erop wijst dat de contacten met B.D. na verloop van tijd niet opnieuw hersteld zullen worden.

Het zou een aanfluiting zijn van de rechtsfiguur van de adoptie, die de bedoeling heeft om een afstammingsband te creëren die gelijk staat met een biologische afstammingsband, om een adoptie te herroepen louter en alleen omdat er een meningsverschil was en dat er een periode geen contacten meer geweest zijn.

Dit is des te meer het geval daar er blijkbaar nooit enige ernstige poging is ondernomen om met elkaar te praten eventueel in aanwezigheid van een familiaal bemiddelaar alvorens deze procedure werd aangevat.

De vordering van eisende partij wordt dan ook afgewezen als ongegrond.

4. Beslissing
De rechtbank stelt vast dat de wet op het taalgebruik in gerechtszaken is nageleefd en doet uitspraak op tegenspraak.

De vordering wordt ontvankelijk maar ongegrond verklaard.

D.L. wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding, in hoofde van B.D. op nihil.


 

• Hof van beroep Antwerpen 3 februari 2016, T. Fam 03/02/2016, 281

samenvatting

Een gewone adoptie kan slechts worden herroepen indien daartoe zeer gewichtige redenen kunnen worden aangetoond, namelijk als buitengewone, onbedwingbare omstandigheden de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken.

Enerzijds dient oneigenlijk of lichtzinnig gebruik van de herroepingsvordering gesanctioneerd, anderzijds dient een overdreven restrictieve benadering vermeden. In standhouden wat mislukt is, houdt geen steek, terwijl juridische en feitelijke realiteit zoveel mogelijk overeenstemmend dienen te zijn.

Tekst arrest

( ... )

Voorwerp van de vorderingen

2. Het hoger beroep ingesteld door mevrouw L.M.H. en de heer R.J.J.H. (hierna de appellanten), strekt ertoe, het bestreden vonnis teniet te doen en te hervormen.

Dienvolgens de gewone adoptie door de heer S.H. (hierna: geintimeerde) van appellanten ingevolge het vonnis van 42ste kamer van de Jeugdrechtbank te Antwerpen dd. 08/02/1995, overgeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand te Zoersel op 24/10/1995, te herroepen. Tevens te zeggen voor recht dat alle gevolgen van de herroepen adoptie vanaf de datum van de gedinginleidende dagvaarding (10/07/2015) hebben opgehouden te bestaan.

Feiten en retro-acten

3. Huidig geïntimeerde heeft appellanten geadopteerd: de adoptie werd uitgesproken bij vonnis van 42''e kamer van de Jeugdrechtbank te Antwerpen dd. 08/02/1995.

Het betrof een gewone adoptie, meer bepaald een zgn. "stiefouderadoptie", aangezien geïntimeerde alsdan gehuwd was met de moeder van appellanten, mevrouw M.H. Naderhand is geïntimeerde uit de echt gescheiden van de moeder van appellanten.

Volgens appellanten zijn de voordien reeds moeilijke contacten sindsdien onbestaande geworden.

4. De herroeping van de adoptie werd niet toegestaan door de eerste rechter.

Deze overwoog dat het loutere feit dat de contacten verwaterd zijn en thans onbestaande zijn niet volstaat om tot herroeping van de adoptie over te gaan.

Beoordeling

5. ( ... )

 

6. In essentie strekt het hoger beroep er toe het bestreden vonnis teniet te doen, c.q. de oorspronkelijk gevorderde herroeping van de (gewone) adoptie toe te kennen.

De appellanten wensen het behoud van hun huidige familienaam H.

7. Met toepassing van artikel 354-1 BW kan de herroeping van de gewone adoptie om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.

Het (bewijs van het) bestaan van "zeer gewichtige redenen" conditioneert bijgevolg de vraag of het herroepingsverzoek dient toegestaan te worden.

Deze "zeer gewichtige redenen" worden in de regel door de rechtspraak op strenge wijze beoordeeld en wel zo dat de herroeping slechts in uitzonderlijke gevallen wordt aanvaard, namelijk wanneer zeer buitengewone, onbedwingbare omstandigheden de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken. Het gaat er immers om de stabiliteit van de burgerlijke staat van de personen te handhaven, en te voorkomen dat de gelijkstelling van het geadopteerde kind met het kind met gewone afstammingsband in het gedrang komt.

Wrijvingen, meningsverschillen en strubbelingen die zich soms in familiale of huiselijke kring voordoen vormen geen grond tot herroeping. Adoptie is een instelling die de openbare orde raakt en waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan, zowel voor wat de totstandkoming betreft als voor wat de eventuele ongedaanmaking betreft. Arbitraire verzoeken tot herroeping zijn uit den boze. Herroeping mag ook geen wapen of chantagemiddel worden in een, al dan niet tijdelijk, verziekte sfeer. Kortom: oneigenlijk of lichtzinnig gebruik van de herroepingsvordering moet worden gesanctioneerd. De principiële gelijkwaardigheid tussen gewone en adoptieve afstamming moet zo veel mogelijk worden gevrijwaard en behouden.

Rechtszekerheid en stabiliteit van het gezinsleven zijn trouwens belangrijke waarden, die moeten worden beschermd. Een overdreven restrictieve benadering is daarentegen evenmin op zijn plaats: de concrete omstandigheden eigen aan de zaak zijn doorslaggevend.

Het belang van het geadopteerde kind is maatgevend.

8. Anders dan de eerste rechter is het Hof de mening toegedaan dat het verzoek tot herroeping wel gegrond dient te worden verklaard.

Het Hof neemt hierbij o.a. in overweging dat:

• alle betrokken partijen akkoord gaan met de herroeping, inbegrepen de moeder van appellanten

• de voornaamste drijfveer voor het aangaan van de adoptie (met name het huwelijk door de adoptant met de moeder van appellanten) is weggevallen, door de echtscheiding korte tijd na de bewuste adoptie

• de adoptie destijds mede ingegeven was door fiscale redenen (met name om wettelijk erfrecht mogelijk te maken tegen een laag tarief)

• de adoptieve band (i.e. de juridische realiteit) niet wordt ondersteund door enige wezenlijke socio-affectieve realiteit, gelet op het gebrek aan contact tussen adoptant en geadopteerden

• de discrepantie tussen juridische en feitelijke realiteit al jaren duurt

• appellanten nog minderjarig waren ten tijde van de bewuste adoptie

• de gevolgen van de herroeping niet drastisch ingrijpend zijn, aangezien appellanten thans meerderjarig zijn.

Het gebrek aan positieve hechting tussen de adoptant en de geadopteerden, veruitwendigd in een jarenlange bestendige afwezigheid van contacten o.a. geïllustreerd door gerechtelijke uitspraken waar de adoptant moest worden veroordeeld om bij te dragen in het levensonderhoud van zijn adoptieve kinderen, wettigt de herroeping van de adoptie. In feite is de bewuste adoptie mislukt en een mislukte instelling ten alle prijze handhaven heeft geen zin.

Juridische en feitelijke realiteit dienen immers, althans zo veel als mogelijk, te sporen.

9. Het uitgangspunt is dat de gewone adoptie tussen de adoptant enerzijds en de geadopteerde en diens afstammelingen anderzijds een afstammingsband creëert. De gewone adoptie heeft dan ook verscheidene rechtsgevolgen op het vlak van de voornaam, de familienaam, het erfrecht, het ouderlijk gezag, het voogdijgezag, de huwelijksbeletselen en het levensonderhoud. De herroeping van de gewone adoptie maakt een einde aan al deze gevolgen, buiten de huwelijksbeletselen, vanaf de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand. Bijgevolg is er sprake van een werking ex nunc.

Op het verzoek van appellanten om te zeggen voor recht dat de gevolgen van de herroeping reeds ingaan vanaf de datum van de gedinginleidende dagvaarding, dit is met ingang van 10/07/2015, kan dan ook niet worden ingegaan.

10. Enkel indien de geadopteerde meerderjarig is, kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de naam van de geadopteerde onveranderd blijft op grond van artikel 353-3 BW. Appellanten vragen dit ook en op dit verzoek kan worden ingegaan.

11. De overschrijving van onderhavig arrest in de registers van de burgerlijke stand wordt geregeld in artikel 1231-19 Ger.W.

De griffier zal handelen overeenkomstig deze bepalingen.

12. Het hoger beroep is grotendeels gegrond.

Het bestreden vonnis wordt hervormd, in de mate zoals hierna bepaald wordt in het beschikkend gedeelte van onderhavig arrest.

( ... )

Beslissing

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak na behandeling van de zaak in raadkamer;

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Gehoord Substituut-Procureur-generaal m.o. F. BLEYEN in zijn advies dat omwille van de omstandigheden der zaak mondeling ter terechtzitting werd gegeven en waarop partijen hebben kunnen repliceren;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond in de hiernavolgende mate.

Hervormt het bestreden vonnis.

Opnieuw rechtsprekend, herroept de (gewone) adoptie door de heer S.H. van mevrouw L.M.H. en de heer R.J.J.H. ingevolge het vonnis van 42ste kamer van de Jeugdrechtbank te Antwerpen dd. 08/02/1995, overgeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand te Zoersel op 24/10/1995.

Verstaat dat appellanten hun naam zullen behouden. Wijzen appellanten af van het meer of anders gevorderde. Draagt de griffier op te handelen overeenkomstig artikel 1231-19 Ger.W.

Stelt vast dat, conform het akkoord tussen partijen, elke partij zijn eigen kosten draagt.


• Hof van beroep Antwerpen 22 februari 2016 Familiekamer (3e bis k.), T. Tam. 2017/10, 283

Herroeping adoptie - Zeer gewichtige redenen - Gebrek aan zorg en onderhoud - Akkoord tussen partijen

Een gewone adoptie kan slechts worden herroepen indien daartoe zeer gewichtige redenen kunnen worden aangetoond. Kunnen aldus in aanmerking worden genomen, het feit dat de adoptanten reeds gescheiden leefden vóór de adoptie en de adoptiemoeder steeds de enige zorgouder is geweest, alsook het gebrek aan zorg en onderhoud door de adoptievader.

1. Voorgaanden

( ... )

2. Beoordeling

2.1. Ontvankelijkheid/toelaatbaarheid van het hoger beroep Volgens overgelegde stukken blijkt de gerechtsbrief ter kennisgeving van het bestreden vonnis verzonden te zijn op 2/4/2014 aan o.m. appellante en haar raadsman;

Ze stelt deze brief niet ontvangen te hebben; het blijkt dat appellante intussen verhuisd was, doch haar nieuw adres blijkbaar niet medegedeeld had aan de griffie;

Artikel 792, tweede lid Gerechtelijk Wetboek bepaalt echter het volgende:

"In afwijking van het vorige lid ... (alsook inzake adoptie) brengt de griffier binnen de acht dagen bij gerechtsbrief het vonnis ter kennis van de partijen";

Artikel 792, derde lid Gerechtelijk Wetboek vermeldt:

"Op straffe van nietigheid vermeldt deze kennisgeving de rechtsmiddelen, de termijn binnen welke dit verhaal moet worden ingesteld, evenals de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om er kennis van te nemen";

De kennisgeving van het bestreden vonnis gericht aan de raadsman van appellante conform artikel 792, tweede en derde lid Gerechtelijk Wetboek, bevatte een verzuim;

Op de kennisgeving van het bestreden vonnis dienden vermeld te worden: de rechtsmiddelen, de termijnen binnen dewelke het verhaal moet worden ingesteld en de benaming en het adres van de rechtsmacht die bevoegd is om kennis te nemen van een eventueel rechtsmiddel tegen het bestreden vonnis; er werd niet vermeld de benaming van de rechtsmacht die diende kennis te nemen van het hoger beroep, noch haar adres, en er was tevens een onzorgvuldigheid omtrent de aanvang van de beroepstermijn (betekening), zodat de kennisgeving van het bestreden vonnis niet beantwoordt aan hetgeen de wetgever krachtens artikel 792, tweede en derde lid Gerechtelijk Wetboek vereist;

Aan appellante werd op de kennisgeving zelfs niets vermeld van hetgeen vermeld diende door artikel 792, derde lid Gerechtelijk Wetboek;

Deze kennisgeving van het bestreden vonnis dient dan ook nietig verklaard;

De nietigheid kan niet gedekt worden;

Gezien het bestreden vonnis niet geldig werd betekend door voornoemde gerechtsbrief, heeft de termijn van hoger beroep nog geen aanvang genomen en is het hoger beroep, verder ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op 4 maart 2015 ontvankelijk/toelaatbaar;

2.2. Ten gronde

Er wordt verwezen naar het vorig tussenarrest waar gevraagd werd dat de voogd ad hoc standpunt zou innemen of zij verder als voogd ad hoc diende op te treden ofwel als raadsman van minderjarige, die dan procespartij wordt;

De voogd ad hoc wenst verder voogd ad hoc te blijven in deze procedure en de geadopteerde bij te staan, cfr. P.V. terechtzitting;

Indien de geadopteerde minstens twaalf jaar oud is, zoals ter zake, dient ze in de procedure zelf op te treden; ze is steeds procespartij;

Dit volgt uit artikel 1231-48 tweede lid Gerechtelijk Wetboek a contrario en desbetreffend wordt verwezen naar P. Senaeve, De hervorming van de interne en de internationale adoptie, Intersentia 2006, p.247;

Het meisje is in de procedure betrokken, werd gehoord en stelt van akkoord te gaan met de herroeping van de adoptie door één adoptant, de heer M., alsmede met de familienaam B. en behoud van de voornamen;

Appellante is de adoptante, doch niet de biologische moeder van het kind, zoals ten onrechte door de eerste rechter voorzien;

Voor het overige ging ook de heer M., geïntimeerde, akkoord met de vordering, alsmede de enige ouder nog in leven zijnde van de geadopteerde, mevrouw M.I.S.;

Het blijkt dat geïntimeerde reeds gescheiden leefde van de andere adoptant, mevrouw B., vooraleer de adoptie werd uitgesproken;

Geïntimeerde heeft nooit de zorg voor het kind opgenomen, nooit enige alimentatie betaald en had zelfs geen omgang met het meisje;

Appellante is steeds de enige zorgouder voor het kind geweest;

De desinteresse van geïntimeerde in het kind blijkt ten overvloede uit de aanvullende regelingsakte E.O.T., waar in de aanvullende regelingsakte voorzien wordt "De heer M. ziet af van enige vorm van gedwongen omgangsrecht met het kind, doch is altijd bereid, mits onderlinge afspraken het kind omgangsrecht te laten hebben.

Mevrouw B. zal dan ook de vereiste stappen ondernemen betreffende het adoptiedossier zodat zij alsdan de enige adoptie-ouder zal zijn.";

Dit voormelde citaat spreekt boekdelen;

Appellante, als adoptant, heeft dan ook voldoende zwaarwichtige redenen om de adoptie te herroepen ten aanzien van geïntimeerde, de heer M.F. van de geadopteerde B.M.L.E.F.;

Het kind zal voortaan heten: de familienaam zal zijn B. en de voornamen L.E.F.;

Het hoger beroep dient ingewilligd en het bestreden vonnis volledig hervormd;

De kosten der procedure dienen lastens geïntimeerde gelegd;( ... )

3. Beslissing

Het hof beslist bij arrest op tegenspraak, na behandeling van de zaak in raadkamer.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Gelet op het eensluidend advies van de heer Advocaat-generaal D. DE WAELE, dat omwille van de omstandigheden der zaak mondeling op de terechtzitting werd gegeven en waarop partijen hebben kunnen repliceren.

Gelet op het tussenarrest van de derde ter kamer van dit hof en dit verder uitwerkende;

Gelet op het P.V. van onderhoud met de geadopteerde L.B.-M.;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk/toelaatbaar en tevens gegrond

Trekt de zaak tot zich Hervormt het bestreden vonnis

Verklaart de oorspronkelijke vordering gegrond

Spreekt de herroeping uit van de gewone adoptie door M. F. van:

B.-M.L.E.F., geboren te L. op ( ... ) augustus 2002, destijds ( ... ) R., thans( ... ) N., zoals deze adoptie blijkt uit een akte verleden op 24 september 2004 voor het ambt van notaris A. Dessers, met standplaats te Antwerpen, akte die werd gehomologeerd in een vonnis dd. 12 september 2006 van de Tweede Kamer van de Jeugdrechtbank te Antwerpen (A.R.V. JR 5637)

Bij dagvaarding betekend voor de eerste rechter op 5 september 2012

en waarbij de adoptanten DESTIJDS waren M.F.C., geboren te L. op ( ... )/5/1954, en zijn echtgenote B.E.L.H., geboren te

L. op( ... ) juni 1967, beiden wonende te( ... ) R. ( )

Adoptanten van B.-M.L.E.F., geboren te L. op ( ) augustus 2002, en wonende te( ... ) R.,( ... )

Zegt rechtens dat de familienaam van het geadopteerde kind "B." zal zijn en het kind "L.E.F.B." zal heten;

Machtigt appellante om de herroeping van de adoptie ten aanzien van geïntimeerde M.F. te doen overschrijven in de registers van de burgerlijke stand;

( ... )
 


• Hof van beroep Gent 27 oktober 2016 Familiekamer (11 e k.), T. Fam. 2017/10, 284

Samenvatting:

Een definitieve onomkeerbare breuk kan een reden zijn tot herroeping adoptie. Een loutere onenigheid tussen adoptant en geadopteerde na een jarenlange harmonieuze verhouding of het ontstaan van wrijvingen zoals die zich veelal in huiselijke kringen voordoen, volstaat echter om een adoptie te herroepen.

Tekst arrest:

( ... )

1. Relevante feitelijke en procedurele elementen 1. S.K. wordt geboren in Cambodja in 1973.

In 1979 (op het einde van het Pol Pot-regime) wordt hij als wees via het Belgische Rode Kruis ondergebracht in een weeshuis in Brussel.

In december 1979 nemen J.V. en M.V.D. (hierna: V.-V.D.) hem op in hun gezin.

S.K. loopt tot en met het vierde middelbaar school in het Sint-Barbara College te Gent. Vanaf het vijfde middelbaar woont hij samen met zijn oudere broer en twee oudere zussen te Gent. Het studeren verloopt moeizamer.

In 1993 behaalt S.K. een A2 diploma in de Tuinbouwschool te Melle.

Uiteindelijk besluit hij een legeropleiding te volgen. Daartoe is de Belgische nationaliteit vereist.

(Mede) in het licht daarvan wordt een procedure tot gewone adoptie opgestart.

2. Bij vonnis van 18 maart 1994 spreekt de eerste kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Aarlen de gewone adoptie van S.K. door V.-V.D. uit.

3. Het leger wordt niets voor S.K.-V. Hij gaat terug bij zijn broer en zussen wonen en voltooit een opleiding (deeltijds onderwijs met leercontract) tandtechniek.

In 1999 gaat hij (26 jaar) zelfstandig wonen. Sinds 2004 tot op heden werkt hij bij VOLVO CARS Gent. Intussen studeert hij Oosterse natuurgeneeskunde te Gent en Antwerpen. Mede door misverstanden/discussies in 2009 en ook/vooral rond het 7oste verjaardagsfeest van M.V.D. in 2010 geraakt de verstandhouding tussen S.K.-V. en V.-V.D. stroef tot ernstig verstoord.

II Beroepen vonnis

1. Middels een bij dagvaarding van 16 april 2014 geïnitieerde procedure beogen V.-V.D. de herroeping van de gewone adoptie met toepassing van artikel 354-1 BW.

2. Bij vonnis van 5 februari 2015 in de zaak met AR nummer 14/1433/A verklaart de 17de familiekamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent de vordering tot herroeping van de gewone adoptie, conform het schriftelijke advies van het openbaar ministerie, ontvankelijk doch ongegrond.

De rechtbank slaat de gedingkosten om derwijze dat elke partij haar eigen kosten draagt en geen rechtsplegingsvergoedingen worden toegekend.

III. Hoger beroep

1. Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 5 maart 2015 stellen V.-V.D. tijdig en regelmatig en aldus ontvankelijk hoger beroep in.

Zij beogen daarbij, met hervorming van het beroepen vonnis, de herroeping van de gewone adoptie van S.K.-V., met veroordeling van S.K.-V. tot de niet nader opgegeven gedingkosten van beide aanleggen.

2. S.K.-V. beoogt de bevestiging van het beroepen vonnis. Mede bij wijze van impliciet incidenteel hoger beroep beoogt hij de veroordeling van V.-V.D. tot de gedingkosten van beide aanleggen. Ondergeschikt mogen de rechtsplegingsvergoedingen worden omgeslagen.

3. ( )

4. ( )

IV. Beoordeling

1. Krachtens artikel 3 54-1 BW kan de herroeping van de gewone adoptie op verzoek van (1) de adoptant, (2) de adoptanten of één van hen, (3) de geadopteerde of (4) de procureur des Konings omwille van zeer gewichtige redenen worden uitgesproken.

De vereiste 'zeer gewichtige redenen' wordt door de wetgever niet nader geduid, zodat de waardering aan de soevereine beoordeling van de familierechter toekomt.

De herroeping mag niet al te gemakkelijk worden uitgesproken omwille van de rechtszekerheid en de stabiliteit van de afstammingsbanden.

Buitengewone omstandigheden moeten het behoud van de adoptie onmogelijk maken, zodat het in het belang is van de geadopteerde om de adoptie te beëindigen (G. Baeteman e.a., "Overzicht van rechtspraak (1995-2000): Personen en familierecht", TPR 2001, 1926 nr. 488).

In de rechtspraak worden twee soorten van zeer gewichtige redenen onderscheiden:

* de foutieve handeling of het schuldige gedrag van de geadopteerde of de adoptant;

* andere zwaarwichtige omstandigheden, inzonderheid de psychologische onmogelijkheid van samenleven en/of de volledige mislukking van de opvoedingsrelatie zodat de adoptieve afstamming niet door enige socio-affectieve werkelijkheid wordt bevestigd (M. Dekervel, "Gedane zaken nemen geen keer: het onomkeerbare karakter van een breuk in de gewone adoptierelatie", T.Fam. 2013, 115-119).

De voornaamste overweging in beide categorieën is het belang van de geadopteerde doch dit sluit niet uit dat ook het voordeel van de adoptanten in aanmerking worden genomen (M. Dekervel, "Artikel 354-1 BW", Comm.Pers. 2014, 5, nr. 7). De loutere mislukking van de adoptie als zodanig kan niet volstaan voor de herroeping (G. Maes, "De beëindiging van de adoptie" in P. Senaeve en F. Swennen (eds.). De hervorming van de interne en de internationale adoptie, Intersentia, 2006, 205-207, nrs. 390-391).

Er is een voldoende graad van ernst vereist. De onmogelijkheid van het behoud van de band tussen adoptant en geadopteerde moet een ernstige rechtvaardiging hebben. Daaruit volgt logischerwijs dat de breuk in de verstandhouding een definitief karakter kent. Een loutere onenigheid tussen adoptant en geadopteerde na een jarenlange harmonieuze verhouding of het ontstaan van wrijvingen zoals die zich veelal in huiselijke kringen voordoen, volstaat niet.

2. V.-V.D. houden in essentie voor dat:

* S.K.-V. in 1996 stilaan meer afstand neemt van het gezin V.-V.D.;

* S.K.-V. meer en meer een andere koers/levenskeuze volgt/ maakt en het gezin V.-V.D. enkel kent in financiële nood;

* zij sinds 2009, behalve eenmalig in november 2011, geen nieuws/contact meer krijgen van/met S.K.-V.;

* de aanvraag van S.K.-V. in november 2011 tot familienaamswijziging in K. (zonder V.) voor hen de doorslaggevende bevestiging is dat hij zich definitief wil losmaken van het gezin K.-V.;

* de beslissing om destijds de adoptieprocedure op te starten louter was ingegeven door de voor de legeropleiding van S.K.-V. benodigde Belgische nationaliteit.

Zij besluiten dat S.K.-V. zichzelf in volle overtuiging buiten de familie plaats door (1) zelf nadrukkelijk afstand te nemen van zijn adoptieouders, (2) het contact te verbreken ook met de andere gezinsleden, (3) een officiële aanvraag tot naamswijziging in te dienen en (4) jarenlang niets meer van zich te laten horen.

S.K.-V. verzet zich tegen de herroeping van de gewone adoptie.

Hij ontkent niet dat de verstandhouding met V.-V.D. reeds jaren ernstig is verstoord. Volgens hem zijn het echter V.V.D. die het contact wilden verbreken en in die context ook de aanzet gaven tot zijn aanvraag tot naamswijziging. Hij geeft aan hen wel nog als zijn familie te beschouwen en nog contact te hebben met andere familieleden.

3. Anders dan V.-V.D. aangeven, is niet afdoende aangetoond dat S.K.-V. zichzelf buiten de familie plaatst en zich in jarenlange onverschilligheid hult. Voor een en ander geeft elk zijn verhaallijn, waarbij weinig stoffering wordt geboden.

V.-V.D. dragen de bewijslast/het bewijsrisico inzake de beoogde herroeping.

Het interactieve debat ter terechtzitting van 20 oktober 2016 leert dat elk bij zijn uitgesproken standpunt blijft. V.-V.D. hameren vooral op de door S.K.-V. in 2011 beoogde naamswijziging. Zij vragen nog steeds overlegging van de aanvraag daartoe. S.K.-V. bevestigt deze aanvraag doch herhaalt dat V.-V.D. hem daartoe hebben aangezet omdat zij hem niet langer als deel van de familie beschouwden gelet op zijn door hen geïnterpreteerde houding. Het staat vast dat deze aanvraag negatief is beantwoord en S. tot op vandaag als familienaam K.-V. draagt. Hij geeft aan dat hij deze naam ook wil behouden en ondanks de moeilijkheden/misverstanden in het verleden de contacten wil herstellen. Hij heeft naar eigen zeggen wel nog contact met zijn doopmeter en -peter (vrienden/kennissen van V.-V.D.). V.-V.D. blijken geen contactherstel meer na te streven.

Het hof acht(te) een uitstel van de zaak/een heropening van het debat tot overlegging van de naamswijzigingsaanvraag niet opportuun. Deze aanvraag situeerde zich in de geschetste context en bleef hoe dan ook zonder 'positief' gevolg. De (alsdan bij de) aanvraag (opgegeven motivering) kan niet doorslaggevend zijn.

V.-V.D. bewijzen niet dat zij inspanningen hebben geleverd om het contact te herstellen. Dat S.K.-V. elk contact met hen weigert, maken zij evenmin hard. S.K.-V. preciseert/ illustreert dat hij zelf voor, tijdens en na de terechtzittingen zowel voor de eerste rechter als voor het hof (letterlijk) de hand uitstak/uitsteekt. V.-V.D. wensen hierop (hic et nunc) niet in te gaan.

V.-V.D. overtuigen niet dat de breuk definitief en onomkeerbaar is. Het hof sluit een herstel van de relatie op termijn niet uit. V.-V.D. moeten inzien dat, zoals aangegeven, de wetgever (hierin gevolgd door rechtspraak en rechtsleer) de herroepingsmogelijk zeer restrictief ziet. De benodigde ernstige rechtvaardiging/zeer gewichtige redenen ontbreken in casu. De uitgesproken/aangehouden wil van V.-V.D. kan niet volstaan. De stoffering tot de beoogde herroeping blijkt/blijft te pover. Anders dan zij aanvoeren, is een volledige mislukking van de opvoedingsrelatie en/of de psychologische onmogelijkheid van samenleven hier niet (afdoende) aangetoond. Anders dan zij willen voordoen, kan (de overlegging/ de motivering van) de naamswijzigingsaanvraag als zodanig daaraan niet veranderen.

Rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de zaak en voormelde criteria, oordeelt het hof, in de lijn met het mondelinge advies van het openbaar ministerie ter terechtzitting van 20 oktober 2016, dat er geen zwaarwichtige redenen zijn om de adoptie van S. K.-V. te herroepen. Foutieve handelingen/schuldig gedrag van S. K.-V. zijn/is niet voorhanden, in ieder geval niet aangetoond. Evenmin zijn er andere voldoende zwaarwichtige omstandigheden die een herroeping van de adoptie verantwoorden.

4. Het hoger beroep van V.-V.D. faalt. ( ... )

OP DEZE GRONDEN, HET HOF,

RECHT DOENDE OP TEGENSPRAAK( ... )

verklaart het hoger beroep van J.V. en M.V. D. ontvankelijk doch ongegrond,

bevestigt het vonnis van 5 februari 2015 in de zaak met AR nummer 14/1433/A van de 17de familiekamer van de rechtbank van eerste aanleg te Gent,

( ... )

Noot - Tim Quireyns, De beoordeling van een verzoek tot herroeping van een gewone adoptie, NJW 2017/10, 286

• M. DEKERVEL, "Gedane zaken nemen geen keer: het onomkeerbare karakter van een breuk in de gewone adoptierelatie" (noot onder Brussel 29 maart 2012), T.Fam. 2013, 115-119.

•. J. GERLO, "Adoptie en volle adoptie" in G. BAETEMAN e.a., "Overzicht van rechtspraak. Personen en familierecht (1995-2000)''. TPR 2001, 1926, nr. 488.

•  G. MAES, "De beëindiging van de adoptie" in P. SENAEVE en F. SWENNEN (eds.), De hervorming van de interne en de internationale adoptie, Antwerpen, lntersentia, 2006, 205, nr. 390.

•. C. CASTELEIN, "Over herroeping van de adoptie en opeenvolgende en nieuwe adoptie naar huidig en komend recht'; T.Not. 2004, 581, nr. 3; in die zin: Gent 15 maart 1973, RW 1973-74, 1271.

•. G. MAES, "De beëindiging van de adoptie" in P. SENAEVE en F. SWENNEN (eds.), De hervorming van de interne en de internationale adoptie, Antwerpen, lntersentia, 2006, 205, nr. 390.

Zie ook: Rb. Tongeren 10 december 1964, RW 1964-65, 1271; C. CASTELEIN, "Commentaar bij art. 347-1 BW"in Comm.Pers., Mechelen, KI uwer, 2006, nr. 5.
 


Erkenning van buitenlandse beslissingen van herroeping, herziening en nietigverklaring van een adoptie. 

Uittreksel uit het burgerlijk wetboek

Art. 366-1.  Een vreemde beslissing van herroeping of herziening van adoptie wordt erkend in België wanneer :

1° de beslissing is genomen door de autoriteit welke door het recht van die Staat als bevoegd wordt beschouwd, conform de geldende vormvereisten en procedures in die Staat;

2° de beslissing in die Staat als in kracht van gewijsde gegaan kan worden beschouwd;

De erkenning wordt evenwel geweigerd wanneer de verzoekers bewust bedrog hebben gepleegd tijdens de procedure of wanneer de beslissing het gevolg is van wetsontduiking. Van deze regel kan slechts worden afgeweken indien behoorlijk vastgestelde redenen met betrekking tot de eerbied van de rechten van het kind dit vereisen.

De erkenning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de beslissing kennelijk strijdig is met de openbare orde.

Art. 366-2.  Eenieder die in België een vreemde beslissing van herroeping of herziening van een adoptie wenst te laten erkennen, richt zijn verzoek hiertoe tot de federale centrale autoriteit. Deze gaat na of is voldaan aan de door artikel 366-1 opgelegde voorwaarden.

Het verzoek bedoeld in het vorige lid wordt in tweevoud opgesteld en bevat :

1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing;

2° een door een beëdigd vertaler voor echt verklaarde vertaling van de beslissing;

3° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van de geadopteerde;

4° een authentiek stuk waarin de identiteit, de datum en plaats van geboorte, de nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de adoptanten of van de adoptant zijn vermeld;

5° een authentiek stuk waarin de nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de geadopteerde zijn vermeld;

6° een stuk waarin de identiteit is vermeld van de moeder en van de vader van het kind, ingeval deze gekend is en mag worden meegedeeld, of bij gebreke daarvan de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die het kind tijdens de buitenlandse adoptieprocedure heeft vertegenwoordigd.

Indien voornoemde stukken niet worden overgelegd, kan de federale centrale autoriteit een termijn bepalen waarbinnen dit moet geschieden. Zij kan ook documenten aanvaarden welke met die stukken zijn gelijkgesteld, behalve wat de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde stukken betreft. Indien zij van oordeel is voldoende te zijn ingelicht, kan zij vrijstelling verlenen van de overlegging van één of meerdere stukken bedoeld in het eerste lid, 4° tot 6°.

Art. 366-3.  Onverminderd artikel 351 kan een vreemde beslissing tot nietigverklaring van een adoptie in België geen gevolgen hebben.

§ 4. Registratie. 

Art. 367-1.  Iedere beslissing van de federale centrale autoriteit inzake een verzoek houdende erkenning in België van een in deze afdeling bedoelde vreemde beslissing dient te worden gemotiveerd en overhandigd aan de verzoekers of wordt hen betekend bij ter post aangetekend schrijven. Wanneer de federale centrale autoriteit een vreemde beslissing houdende adoptie erkent, bepaalt zij in haar beslissing uitdrukkelijk of deze met een gewone dan wel met een volle adoptie overeenstemt.

Art. 367-2.  Wanneer is voldaan aan de voorwaarden voor de erkenning in België van een in een andere Staat gewezen beslissing houdende totstandkoming, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie, wordt die beslissing door de federale centrale autoriteit geregistreerd. Deze stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen hiervan in kennis.

De Koning bepaalt de nadere regels voor deze registratie en voor de afgifte van het bewijs ervan. Dit geschiedt zonder heffing van enige rechten of taksen.

Onverminderd beroep tegen een beslissing die overeenkomstig deze afdeling door de federale centrale autoriteit is gewezen, wordt iedere op grond van het eerste lid geregistreerde beslissing, op eenvoudig vertoon van het bewijs van registratie, door iedere overheid of rechtsmacht, erkend, alsook door ieder ander persoon.

Art. 367-3.

§ 1. De verzoekers kunnen beroep instellen bij de familierechtbank te Brussel binnen zestig dagen te rekenen van de overhandiging of de betekening van de beslissing van de federale centrale autoriteit.

Iedere belanghebbende of het openbaar ministerie kan beroep instellen binnen de termijn van een jaar te rekenen van de datum van de beslissing tot weigering om de adoptie te erkennen of van de datum van de in artikel 367-2, bedoelde registratie.

De vordering wordt ingesteld en behandeld overeenkomstig de in de artikelen 1034bis tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de familierechtbank.

De federale centrale autoriteit stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen in kennis van het beroep.

§ 2. Wanneer het vonnis in kracht van gewijsde treedt, bezorgt de griffier binnen een maand een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van het vonnis en de vermelding van de datum waarop het in kracht van gewijsde is getreden, bevat, bij een per post aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het beschikkend gedeelte van de vreemde beslissing is overgeschreven dan wel, bij gebreke daarvan, van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant of de adoptanten of van één van hen, hetzij, bij gebreke daarvan, van de geadopteerde.

Het ontvangstbewijs wordt door de griffier ter kennis gebracht van de partijen.

Binnen een maand te rekenen van de kennisgeving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, schrijft deze het beschikkend gedeelte over in zijn registers en maakt hij er in voorkomend geval melding van op de kant van de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van de vreemde beslissing.

Indien het een vonnis betreft waarbij een beslissing tot niet-erkenning teniet wordt gedaan, wacht de ambtenaar van de burgerlijke stand totdat de erkende en geregistreerde vreemde beslissing hem wordt toegezonden met het oog op de overschrijving ervan.

Na de overschrijving stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de procureur des Konings [1 bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel]1, onverwijld ervan in kennis.

§ 3. Wanneer het vonnis in kracht van gewijsde treedt, bezorgt de griffier onverwijld een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van het vonnis en de vermelding van de datum waarop het in kracht van gewijsde is gegaan, bevat, bij per post aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de federale centrale autoriteit.

Het ontvangstbewijs wordt door de griffier ter kennis gebracht van de andere partijen.

Binnen vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving aan de federale centrale autoriteit registreert, wijzigt of vernietigt deze, naar gelang van het geval, de reeds ingeschreven beslissing. Zij stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen ervan in kennis.

Nadat de federale centrale autoriteit tot registratie is overgegaan, wordt aan de adoptanten een bewijs van registratie afgeleverd. 

• Hof van beroep Antwerpen, 3 mei 2017, RW 2017-2018, 1621

samenvatting

De herroeping van de gewone adoptie kan alleen om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken. Onder zeer gewichtige redenen wordt verstaan, buitengewone, onbedwingbare omstandigheden die van aard zijn de handhaving van de adoptieband onmogelijk te maken. Wrijvingen, meningsverschillen en strubbelingen die op zich niet vreemd zijn aan de meeste familiale banden en terug te vinden zijn en in een huiselijke kring zowel mogelijk als zeer waarschijnlijk zijn, maken geen geen grond uit tot herroeping. Adoptie is niet herroepbaar op eenvoudig verzoek, zelfs indien naderhand blijkt dat de door adoptie gevestigde afstammingsband in de feiten niet geheel werd gerealiseerd of niet tot eenieders tevredenheid werd beleefd.

tekst arrest

X. t/ Y. e.a.

...

Voorwerp van de vorderingen

2. Het hoger beroep ingesteld door mevr. X. (hierna «de appellante») strekt ertoe het bestreden vonnis te hervormen en bijgevolg de gewone adoptie van de h. Y. en mevr. Z. (hierna: «de geadopteerden») door haar te herroepen met toepassing van artt. 354-1 tot 354-3 BW.

Feiten en retroacten

3. Appellante was destijds gehuwd met de heer B. op 30 januari 1988.

Appellante adopteerde de twee kinderen van haar toenmalige echtgenoot, de h. Y. en mevr. Z.

De akte van adoptie voor de vrederechter van het eerste kanton Turnhout dateert van 4 september 1991 en de adoptie werd gehomologeerd door de Jeugdrechtbank te Turnhout bij vonnis van 15 januari 1992.

Appellante scheidde uit de echt van de h. B. voornoemd, op 19 januari 1995.

Naar wat appellante stelt, heeft zij destijds nooit meer contact gehad met haar ex-echtgenoot noch met diens kinderen, beiden door haar geadopteerd.

B., voornoemd, hertrouwde op 1 oktober 2004.

Ook appellante is hertrouwd en zij heeft een dochter met haar huidige echtgenoot.

Volgens appellante bestaat er een psychologische onmogelijkheid tot samenleven tussen de adoptant en de geadopteerden en zelfs tot het onderhouden van enig contact. Er is volgens haar sprake van een onomkeerbare relatiebreuk.

Na nog geen twee jaar te hebben samengeleefd, zou er reeds twintig jaar geen enkel contact meer zijn geweest.

...

Bespreking

...

8. De vordering van appellante strekt ertoe de gewone adoptie te herroepen.

9. Met toepassing van art. 354-1 BW kan de herroeping van de gewone adoptie om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.

Het is in casu van de adoptant dat het verzoek tot herroeping uitgaat.

10. Het (bewijs van het) bestaan van «zeer gewichtige redenen» conditioneert, zoals hiervoor vermeld onder randnr. 9 van onderhavig arrest, de vraag of het herroepingsverzoek dient te worden toegestaan.

11. Deze «zeer gewichtige redenen» worden in de regel door de rechtspraak op strenge wijze beoordeeld en wel zo dat de herroeping slechts in uitzonderlijke gevallen wordt aanvaard, namelijk wanneer zeer buitengewone, onbedwingbare omstandigheden de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken. Het gaat er immers om de stabiliteit van de burgerlijke staat van de personen te handhaven en te voorkomen dat de gelijkstelling van het geadopteerde kind met het kind met gewone afstammingsband in het gedrang komt.

Wrijvingen, meningsverschillen en strubbelingen die zich soms in familiale of huiselijk kring voordoen, vormen geen grond tot herroeping.

Adoptie is een instelling die de openbare orde raakt en waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan, zowel voor wat de totstandkoming betreft als voor wat de eventuele ongedaanmaking betreft.

Arbitraire verzoeken tot herroeping zijn uit den boze.

Herroeping mag ook geen wapen of chantagemiddel worden in een, al dan niet tijdelijk, verziekte sfeer.

Oneigenlijk of lichtzinnig gebruik van de herroepingsvordering moet dan ook tot een sanctie leiden.

12. De principiële gelijkwaardigheid tussen gewone en adoptieve afstamming moet zoveel mogelijk worden gevrijwaard en behouden.

Rechtszekerheid en stabiliteit van het gezinsleven zijn trouwens belangrijke waarden, die moeten worden beschermd. Het instituut van de adoptie(ve afstamming) raakt als aspect van de staat van personen immers de openbare orde, zodat ook het algemeen belang in het geding is en deze rechtsfiguur de louter private belangen van de betrokkenen overstijgt.

13. Het belang van de geadopteerde(n) is maatgevend en minstens zo belangrijk als het belang van de adoptant.

14. In het bestreden vonnis heeft de eerste rechter, op grond van een oordeelkundige motivering, die, voor zover niet tegengesproken door wat hierna gesteld wordt, door het hof wordt bijgevallen en overgenomen, terecht geoordeeld dat de vordering tot herroeping van de adoptie uitgevoerd door huidige appellante ongegrond is.

Ter aanvulling van de redengeving van de eerste rechter en ter beantwoording van de conclusies in hoger beroep kan daar nog aan worden toegevoegd wat volgt in randnrs. 15 e.v.

15. Laakbare gedragingen of handelingen van de geadopteerden worden niet aangevoerd.

Dat de geadopteerden de relatiebreuk tussen appellante en hun vader mogelijk hebben ervaren als een «breekpunt», kan hen niet ten kwade worden geduid; zij waren toen jongvolwassenen en dienden na het overlijden van hun moeder opnieuw een verlies te verwerken van een moederfiguur.

De op dat vlak niet weerlegde of tegengesproken bewering van de geadopteerden dat appellante voor een andere man is vertrokken, zal ongetwijfeld dit verwerkingsproces hebben bemoeilijkt en de verstandhouding blijvend hebben gehypothekeerd.

16. De adoptie kan als bijzondere rechtsfiguur niet (op eenvoudig verzoek) worden herroepen, zelfs indien naderhand blijkt dat de door de adoptie gevestigde afstammingsband in de feiten niet geheel werd gerealiseerd of niet tot eenieders tevredenheid werd beleefd. Anders oordelen zou deze waardevolle rechtsfiguur denatureren tot een gemeenrechtelijke rechtshandeling, die de kenmerken vertoont van een opzegbaar duurcontract.

Adoptie is overigens geen contract, maar een «instelling», een rechtsinstituut van openbare orde.

Dat de geadopteerden thans reeds lang volwassen zijn, doet aan het bovenstaande geen afbreuk.

17. Ook de theorie van de doorslaggevende beweegreden, waarop lijkt gealludeerd te worden door appellante, kan niet slagen.

Dat de voornaamste beweegreden voor de adoptie de uitbouw van een gezin was samen met de toenmalige echtgenoot van appellante, vader van de geadopteerden, en dat deze relatie spaak liep (ongeacht wie de oorzaak was van deze relatiebreuk), schept bijgevolg geen afdwingbare rechten op herroeping van deze adoptie.

De doorslaggevende beweegreden houdt verband met het oorzaakvereiste, dat als geldigheidsvereiste van een rechtshandeling slechts dient te worden beoordeeld ten tijde dat de rechtshandeling wordt gesteld.

18. In zoverre appellante meermaals verwijst naar het gegeven dat er al twintig jaar geen contact meer is, zij opgemerkt dat afstammings- of verwantschapsbanden, ook die wel ingevolge adoptie tot stand komen, geen voorwerp kunnen uitmaken van een soort van «uitdovende verjaring», door het verstrijken van een bepaalde – zelfs langdurige – termijn.

19. Appellante heeft minstens een even grote verantwoordelijkheid bij het uitblijven van de contacten: zij heeft, getuige de zeer summiere contacten bepaald in de akte voorafgaand aan de echtscheiding door onderlinge toestemming, de kinderen duidelijk gezien als een deel van de huwelijksrelatie met de h. B. en heeft, na de relatiebreuk, de kinderen van haar gewezen partner niet willen of kunnen loskoppelen van deze mislukte relatie.

20. Het hof releveert overigens uit de dossiergegevens dat aan de litigieuze adoptie door appellante een meerjarige periode van zorg en opvoeding voor de kinderen is voorafgegaan, waarna de adoptie ook nog is gevolgd door opnieuw een meerjarige periode van samenleving in de familiale cel waarbinnen appellante en geïntimeerden als één hecht gezin hebben samengeleefd. Het is dus geenszins zo dat de «moeder/kindrelatie» nooit werd beleefd.

21. In zoverre appellante aanvoert dat er na de echtscheiding door onderlinge toestemming geen (noemenswaardige) contacten meer zijn geweest van de zijde van de geadopteerden, heeft zij zich kennelijk ook zelf nagenoeg onmiddellijk bij deze gang van zaken neergelegd. Deze berustende houding kan geen rechtsgrond opleveren om thans de adoptieve afstammingsband alsnog teniet te doen.

22. Het is ten slotte ook niet ongeloofwaardig dat appellante, die thans bijna 58 jaar oud is, de herroeping van de adoptie gebruikt om haar eigen biologisch kind zoveel mogelijk te kunnen bevoordelen en de geadopteerden op die manier op erfrechtelijk vlak uit te sluiten. Deze instrumentalisering van een zo kostbare rechtsfiguur kan uiteraard niet worden gehonoreerd.

23. Het hoger beroep faalt en het bestreden vonnis wordt bevestigd.

...

noot

• G. Maes, «De beëindiging van de adoptie» in P. Senaeve en F. Swennen (eds.), De hervorming van de interne en de internationale adoptie. Commentaar op de wetten van 13 maart en 24 april 2003 en het decreet van 15 juli 2005, Antwerpen, Intersentia, 2006, 205-207.

Nog dit: 

De herroeping van de gewone adoptie is geen recht en wordt slechts toegelaten is “om zeer gewichtige redenen” die zeer streng door de rechtbank worden beoordeeld. Het bewijs dient geleverd dat er buitengewone, onbedwingbare omstandigheden voorhanden zijn die het in standhouden van de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken.

Ondermeer: ernsitige feitelijkheden van de adoptant of de geaopteerde tegenover de andere, dan wel de psychologische onmogelijkheid van samenleven en/of de volledige mislukking van de opvoedings­relatie, dan wel door een zeer conrete ernstige toestand die zelfs los staat van fout.

Een totaal verstoorde relatie tussen adoptant en geadopteerde is op zich voldoende mits deze voldoende zwaarwichtig is en meer is dan een louter meningsverschil.

Rechtspraak: Hof van Beroep, arrest
Plaats: Brussel
Kamer:
Datum: 29.03.2012
Tijdschrift: Familierecht 2013/5
Pagina: 110

Tekst:

( ... )

Voorgaanden

N.A. werd geboren op 26 oktober 1992 te Marokko als N.E.H.
Zij is de biologische dochter van de zus van A.A..
In 2003 heeft A.A. N. mee naar België genomen en in haar gezin opgenomen. De natuurlijke ouders van N. wonen nog steeds in Marokko.

Op 17 juni 2004 werd voor de vrederechter van het kanton Diest een akte verleden waarbij A.A. overging tot de gewone adoptie van N.
Bij vonnis van de jeugdrechtbank te Leuven, uitgesproken op 25 oktober 2005, werd de gewone adoptie van N. door geïntimeerde gehomologeerd.

De verstandhouding tussen N. en haar adoptiemoeder verslechterde en het kwam tot een incident tijdens een reis naar Marokko in de zomervakantie van 2009, waarna A.A. op 3 september 2009 zonder N. terugkeerde naar België.
Via tussenkomst van de politie en het Belgische consulaat te Cassablanca - Marokko kon N.A. terugkeren naar België op 13 augustus 2009.
De minderjarige werd na haar terugkeer eerst opgevangen door haar oom H.A. en nadien door de ouders van een vriendin, die bereid waren als pleeggezin te fungeren.

Daar de adoptiemoeder niet wenste mee te werken met het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg en afwezig bleef op de Bemiddelingscommissie, kwam de minderjarige N. onder toezicht van de jeugdrechter, die N. toevertrouwde aan het pleeggezin, waar zij meerdere jaren verbleef.

Bij verzoekschrift van 21 januari 2010 vorderde A.A. de herroeping van de adoptie van N.A.

In conclusies van 20 juli 2011 vorderde N. A. eveneens de herroeping van de adoptie en vorderde zij te zeggen voor recht dat zij voortaan niet meer A. zal heten.

Ondertussen is N. meerderjarig en wordt zij begeleid door de dienst Begeleid Wonen Vestah te Aarschot.

Er is geen contact meer tussen de geadopteerde en haar adoptiemoeder.

Het bestreden vonnis

Bij het bestreden vonnis worden de vorderingen tot herroeping van de gewone adoptie ongegrond verklaard.

( ... )

Voorwerp van het hoger beroep

Overeenkomstig haar verzoekschrift tot hoger beroep vordert N.A. het vonnis a quo te vernietigen en te zeggen voor recht dat de gewone adoptie door A.A. van N. A. wordt herroepen en dat N. voortaan niet meer A. zal heten.

De ontvankelijkheid van de oorspronkelijke vordering wordt niet betwist en staat in graad van hoger beroep bijgevolg niet ter discussie.

Beoordeling

1. Wettelijk kader

Overeenkomstig artikel 354-1, eerste lid B.W. kan de herroeping van de gewone adoptie om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.

In de rechtspraak wordt het begrip "zeer gewichtige redenen" restrictief toegepast, omwille van de rechtszekerheid en de stabiliteit van de afstammingsbanden. Vereist wordt dat buitengewone, onbedwingbare omstandigheden de handhaving van de adoptieband onmogelijk maken.

In de rechtspraktijk gaat het om twee soorten gevallen:
1 ° foutieve handelingen of foutief gedrag van een van de partijen tegenover de andere partij, zowel van de adoptandus als van de adoptant;
2° andere zwaarwichtige omstandigheden, inzonderheid de psychologische onmogelijkheid van samenleven en/of de volledige mislukking van de opvoedingsrelatie, zodat er geen enkele socio-affectieve werkelijkheid vasthangt aan de adoptieve afstammingsband.

Uiteindelijk moet het belang van het kind de voornaamste overweging zijn (P. SENAEVE, Compendium van het Personen- en Familierecht, Acco Leuven, 2011, 332; G. MAES, "De beëindiging van de adoptie" in P. SENAEVE en F. SWENNEN (eds.), De hervorming van de interne en de internationale adoptie, Intersentia 2006, 204-209).

2. Toepassing in huidige zaak

Terecht stelt appellante dat de herroeping van de adoptie gerechtvaardigd kan worden door omstandigheden die geen verband houden met de fout van de betrokkene, maar door de noodzaak van de concrete toestand.
Zoals hoger vermeld moet het gaan om zwaarwichtige omstandigheden, inzonderheid de psychologische onmogelijkheid om samen te leven en/of de mislukte opvoedingsrelatie, waarbij de socio-affectieve realiteit niet (meer) overeenstemt met de adoptieve afstammingsband.

Het openbaar ministerie meent dat er onvoldoende zwaarwichtige redenen voorhanden zijn om de adoptie te herroepen en geeft een negatief advies.

Volgens het schriftelijke advies van het openbaar ministerie in eerste aanleg is de opvoeding jarenlang zonder noemenswaardige problemen verlopen tot N. zich in haar puberteit tegen deze opvoeding ging verzetten, hebben er geen manifeste foutieve gedragingen plaatsgegrepen en is er weliswaar een breuk ontstaan tussen de geadopteerde en de adoptante, maar staat het niet vast dat deze breuk onomkeerbaar is.

De eerste rechter heeft dit negatieve advies gevolgd en overweegt dat hoewel de verstandhouding tussen N. en haar adoptiemoeder op dit ogenblik verstoord is, zeker niet kan worden gesteld dat deze breuk onomkeerbaar is.

Op 29 augustus 2009 zou er ruzie zijn ontstaan over huishoudelijk werk en zou zij door de adoptiemoeder op straat zijn gezet, waarna zij bij haar natuurlijke moeder is ingetrokken.
Geen van beide partijen is het hiermee eens.

De eerste rechter kan worden gevolgd waar wordt vastgesteld dat er geen bewijs is van de bewering dat N. door haar adoptiemoeder slecht zou zijn behandeld.

Wel blijkt dat er zich problemen voordeden in de opvoeding en N. zich afzette tegen de traditionele opvoeding die de adoptiemoeder wenste te geven.
A.A. verklaarde hierover op 9 september 2009 aan de politie PZ D. dat er problemen waren met het gedrag van N., zij een moeilijk kind was en zij niet goed studeerde.

Bij vonnis van 9 april 2008 werd N. door de jeugdrechter berispt wegens het plegen van winkeldiefstallen.

De eerste rechter oordeelde terecht dat deze feiten op zich niet voldoende zwaarwichtig zijn om een herroeping van de adoptie te kunnen verantwoorden.

Met betrekking tot het incident in Marokko dat aanleiding was tot de definitieve breuk tussen partijen, hebben beiden een verschillend verhaal.
A.A. verklaarde aan de politie dat er tijdens het verblijf in Marokko een discussie was met de natuurlijke moeder over het gedrag van N. en over een heelkundige ingreep aan de schildklier die N. had ondergaan, waarbij het eind augustus tot een slaande ruzie kwam tussen de adoptiemoeder en de natuurlijke moeder.
Volgens A.A. wenste de natuurlijke moeder van N. dat N. in Marokko bleef en heeft A.A. dan beslist om vervroegd terug te keren naar België, daar waar de terugkeer naar België normaal voorzien was op 7 september 2009.
Het vliegtuigticket van N. liet zij bij haar thuis in Marokko liggen.
A.A. verklaarde dat zij noch de Marokkaanse politie, noch het Belgische consulaat of de Belgische ambassade om hulp heeft gevraagd om N. te kunnen meenemen naar België. Ook in België heeft zij geen hulp gezocht en heeft zij niets ondernomen via de politie of het stadhuis.
Zij zou wel een advocaat hebben geraadpleegd die haar doorverwees naar de politie.
Zij heeft de school verwittigd dat N. niet meer ging komen.
Zij verklaarde nochtans dat zij wenste dat N. terug naar Diest kwam en zij bij haar mocht blijven tot haar meerderjarigheid.

N. verklaarde op 14 september 2009 aan de politie PZ Demerdal dat zij in Marokko in de woning van haar adoptiemoeder geen tijd kreeg voor zichzelf, maar er moest helpen in het huishouden en voortdurend opletten op het kindje van haar adoptiezus, en zij de behoefte voelde om bij haar natuurlijke moeder en zussen te zijn.
Op 29 augustus 2009 zou er ruzie zijn ontstaan over huishoudelijk werk en zou zij door de adoptiemoeder op straat zijn gezet, waarna zij bij haar natuurlijke moeder is ingetrokken.
Volgens N. had de adoptiemoeder haar paspoort in haar bezit en gebruikte zij dit als drukkingsmiddel; wanneer haar natuurlijke moeder dit paspoort ging vragen, zou A dit geweigerd hebben, en hiervoor geld gevraagd hebben.
Op 4 september 2009 zou A.A. geconvoceerd zijn door de Marokkaanse politie, doch zij keerde reeds op 3 september vervroegd terug naar België, waarbij zij N. zou hebben achtergelaten zonder paspoort of kleding.
Hoewel deze versies van beide partijen volledig tegenstrijdig zijn, is het wel zeer duidelijk dat het in Marokko tussen beiden volledig verkeerd liep en de verstandhouding ernstig was verstoord.
Tevens blijkt geenszins dat N. zelf niet wenste terug te keren naar België, zoals geïntimeerde beweert, nu de minderjarige reeds op 29 augustus 2009 zelf de hulp inriep van de politie van PZ D. en het Belgische consulaat te Cassablanca diende te worden ingeschakeld om een voorlopig paspoort af te leveren, teneinde de terugkeer van N. mogelijk te maken.

Wel blijkt uit het proces-verbaal dat N. onder geen beding nog wilde terugkeren naar haar adoptiemoeder.

Tevens meldde de politie-inspecteur dat hij A.A. verzocht om de kleding van het kind klaar te zetten voor afhaling, waarop A.A. beweerde dat N. al haar kleren mee naar Marokko had genomen en ze daar zou verkocht hebben, en N. geen andere bezittingen zou hebben.
De opmerking van de politie-inspecteur dat het kind toch onmogelijk alles kon hebben meegenomen, werd door de adoptiemoeder dreigend beantwoord.
Hieruit kan worden besloten dat A.A. na het mislopen van de relatie met haar adoptiedochter in Marokko, alleen is teruggekeerd naar België en haar adoptiekind heeft achter gelaten in Marokko zonder de nodige documenten om te kunnen terugkeren, en zonder haar kleding.
Vervolgens kwam N. terecht in de hulpverlening en diende de jeugdrechter te worden ingeschakeld daar volgens het verslag van de Bemiddelingscommissie de adoptiemoeder niet wenste mee te werken met de consulente van het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg en zich afwezig meldde op de bemiddelingszitting.

Uit deze gegevens van het dossier en de debatten ter zitting blijkt zeer duidelijk dat de breuk tussen de partijen definitief is en verzoening niet meer mogelijk is.

Sinds de feiten die zich voordeden in Marokko is er tussen partijen geen enkele toenadering en geen enkel contact meer geweest.

Uit het verslag van de dienst Begeleid Wonen Vestah, die N. begeleidt, blijkt dat de opvoeding door haar tante voor N. geen positieve ervaring was en zij laat merken dat zij nu pas de mogelijkheden krijgt om zich te ontwikkelen tot een volwassen zelfstandige vrouw, wat tot nu toe erg goed lukt.
De begeleiding merkt op dat er een hindernis is die N. belemmert in het proces om haar verleden en de mindere ervaringen achter zich te laten, en dat is de achternaam die ze draagt, waardoor ze steeds geconfronteerd wordt met iets waarvan ze juist afstand wil nemen.
Uit al deze elementen blijkt zeer duidelijk dat er wel degelijk zwaarwichtige omstandigheden zijn en het niet louter gaat om een onenigheid die zich voordeed na een jarenlange harmonieuze samenleving.

In casu is de opvoedingsrelatie tussen partijen duidelijk volledig misgelopen tijdens de vakantie in Marokko, waarna geïntimeerde zonder haar adoptiekind naar België terugkeerde, wat tot een definitieve breuk in de verstandhouding heeft geleid en tot gevolg heeft dat beide partijen geen enkel contact meer met elkaar wensen en het behoud van de adoptie band voor beiden enkel een zware psychologische hinderpaal vormt.
Bijgevolg is duidelijk dat er tussen partijen een psychologische onmogelijkheid bestaat tot samenleven en zelfs tot het onderhouden van nog enig contact, en het behoud van de adoptieband niet meer beantwoordt aan de socio-affectieve realiteit en geenszins in het belang is van het kind, wel integendeel.

Het hoger beroep is dan ook gegrond.

Het bestreden vonnis dient te worden hervormd.

( ... )

OM DEZE REDENEN, HET HOF, jeugdkamer, ( ... )

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond;

( ... )

Noot:
Michèle Dekervel
Gedane zaken nemen geen keer: het onomkeerbare karkater van een breuk in de gewone adoptierelatie. Tijdschrift voor familierecht 2013/5, pagina 115.
 

 

Rechtsleer:

• Christoph Castelein, Over herroeping van de adoptie en opeenvolgende en nieuwe adoptie naar huidig en komend recht, noot onder Rb. Brugge, 7e kamer d.d. 9 maart 2004, Tijd. Not. 2004 blz. 580 nr. 3).

•  Gunter Maes, De beeindiging van de adoptie in P. Senaeve en F. Swennen (ed), De hervorming van de interne en de internationale adoptie Intersentia 2006 blz.206 en volgende nr. 391 en volgende).

 

Rechtspraak:

• Gent 15/3/1973, R.W., 1973-74, 1271.

• Rb.Brussel 2/10/1996, J.L.M.B., 1997,514 :

• Luik 3/3/1988, RRD 1998, 427 :

• Rb.Mechelen 10/4/1979, Rev. Trim.Dr.Fam., 1979, 430 :

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: za, 02/06/2018 - 20:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.