-A +A

Heropening debatten voorwaarden en rechtspleging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Indien een verschijnende partij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit van overwegend belang ontdekt zij, zolang het vonnis niet uitgesproken is, de heropening der debatten vragen.


Uittreksel uit het gerechtelijk wetboek

Art. 772. Indien een verschijnende partij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit van overwegend belang ontdekt, kan zij, zolang het vonnis niet uitgesproken is, de heropening van de debatten vragen.

Commentaar: Een heropening is slechts mogelijk indien het ingeroepen stuk of feit "nieuw" is, d.w.z. op het ogenblik van de in beraadname aan huidig verzoekster "niet bekend was of kon zijn" (zie in Artikelsgewijze Commentaar Gerechtelijk Recht, Uitgeverij Kluwer rechtswetenschappen, commentaar 6 bij art. 772 Gerechtelijk Wetboek).
Argumenten of stukken waarvan men tijdens de hoorzitting kon kennis hebben, doch die niet werden meegedeeld kunnen derhalve nooit het voorwerp van een heropening der debatten uitmaken.


Art. 773. De aanvraag wordt in handen van de rechter gedaan door middel van een verzoekschrift, waarin het nieuwe stuk of feit nauwkeurig wordt aangegeven zonder nadere toelichting; zij wordt ondertekend door de advocaat van de partij of, bij zijn ontstentenis, door deze laatste, ter griffie neergelegd en overgelegd overeenkomstig de regels van de artikelen 742 tot 744. Zij wordt door de griffier bij gerechtsbrief ter kennis gebracht van de andere partijen die verschenen zijn.
Deze kunnen binnen acht dagen na de aanzegging op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de rechter doen toekomen.
De rechter doet uitspraak op stukken.

Art. 774. De rechter kan de heropening van de debatten ambtshalve bevelen.
Hij moet dit bevelen, alvorens de vordering geheel of gedeeltelijk af te wijzen, op grond van een exceptie die de partijen voor hem niet hadden ingeroepen.

Art. 775.  Indien de heropening van de debatten bevolen wordt, verzoekt de rechter de partijen om, binnen de termijnen die hij bepaalt en op straffe van ambtshalve verwijdering uit de debatten, hun schriftelijke opmerkingen over het middel of de verdediging ter rechtvaardiging ervan, uit te wisselen en hem deze te overhandigen. In voorkomend geval bepaalt hij dag en uur waarop de partijen over het door hem bepaalde onderwerp zullen worden gehoord.
De partijen worden bij gerechtsbrief verwittigd en, in voorkomend geval, hun advocaten bij gewone brief.
In ieder geval is de beslissing gewezen na de heropening van de debatten op tegenspraak gewezen indien de beslissing van heropening zelf op tegenspraak gewezen is.

Art. 776. Tegen de beslissing van de rechter over de aanvraag tot heropening van de debatten staat geen hoger beroep open.
In het vonnis van heropening van debatten moeten de rechter aangeven waarom de debatten heropend worden. Na de heropening kan immers enkel een conclusie genomen worden en gepleit over het onderwerp dat de rechter heeft aangegeven in het vonnis van heropening. Als zodanig kan geen uitbreiding van de eis meer plaatsvinden, geen hervatting van het geding, noch een nieuwe tegeneis worden gesteld of een andere tusseneis  die niet binnen het onderwerp van de heropening valt.

Commentaar:

Overeenkomstig artikel 772 Gerechtelijk Wetboek kan, indien een verschijnende partij gedurende het beraad een nieuw stuk of feit van overwegend belang ontdekt zij, zolang het vonnis niet uitgesproken is, de heropening der debatten vragen.

De rechter hoeft niet te antwoorden op de middelen tot staving van het verzoek, nu daarin enkel het een nieuw stuk of feit nauwkeurig moet worden aangegeven zonder nadere toelichting (cassatie AR 9512. 22 maart 1993 A.C. 1993, nummer 154, bladzijde 316).

Uitgangspunt is dat de heropening der debatten een uitzonderingsmaatregel moet blijven vermits het burgerlijk geding een tijdsgebonden gebeuren bij uitstek is (gerechtelijk recht, artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Kluwer, commentaar bij artikel 772 gerechtelijk wetboek).

Zowel de term “stuk” als “feit” dienen ruim geïnterpreteerd te worden. Het moet wel gaan om een element tot bewijs van de argumenten van een partij. De wens om louter een bijkomend argument te willen aanvoeren, kan niet worden beschouwd als een nieuwsfeit.

De term “nieuw” betekent dat het stuk of het feit tijdens het beraad moet zijn ontdekt; het mag de verzoekster dus niet gekend zijn of bekend kunnen zijn voor de sluiting der debatten.

Het behoort aan de verzoekster deed aan te tonen.

Wanneer blijkt dat de verzoekster het kwestige stuk of feit had achtergehouden of geen moeite heeft gedaan om het tijdig naar voren te brengen moet het verzoek worden afgewezen (J. J. Laenens, K. Broeckx, D. Scheers, P. Thiriar, handboek gerechtelijk recht, tweede editie nummers 942 & 943, bladzijde 440.

De nalatigheid van een partij om te gelegener tijd de bewijsstukken te verzamelen waarvan ze gebruik wenst te maken is geen voldoende motief om op grond van artikel 772 gerechtelijk wetboek de heropening van de debatten te vragen (Brussel 12 september 2000, AJT 2001-2002, 551.

Ook wanneer het nieuwe stuk voortkomt uit het initiatief van de verzoekster zelve, kan het niet tot basis dienen voor de heropening der debatten; het nieuwe stuk mag immers niet voortkomen uit de loutere wil van de betrokken partij.

( Vredegerecht Zottegem-Herzele 8 november 2013, tijdschrift van de vrederechters 2014,11 - 12,519)

Een conclusie, genomen na de heropening, waarin andere onderwerpen worden behandeld dan deze waarvoor de debatten werden geopend kan uit de debatten worden geweerd. (D. Scheers en P. Thiriar, in "het gerechtelijk recht in de hoogste versnelling?", Antwerpen, Intersentia, 77.

Wanneer in een tussenvonnis een partij wordt aangespoord om nadere verduidelijking te verschaffen en de hierop volgende conclusies geen antwoord bevatten op de vragen gesteld in het tussenvonnis, dienen deze conclusies uit de debatten te worden geweerd. zie rechtbank van koophandel te Veurne, AR A/07/00333, Folio 484, 20 februari 2008, onuitgegeven (6760).

Krachtens art. 774, tweede lid, Ger. W., moet de rechter de heropening van het debat bevelen alvorens de vordering geheel of gedeeltelijk af te wijzen, op grond van een exceptie die de partijen voor hem niet hadden aangevoerd.

De mogelijkheid die de artikelen 766, eerste lid, en 767, § 3, tweede lid, Ger. W., de partijen bieden om conclusies neer te leggen nadat de rechter de sluiting van het debat heeft uitgesproken en het openbaar ministerie zijn advies heeft gegeven, heeft uitsluitend betrekking op de inhoud van dat advies en houdt geen enkele afwijking in van de toepassing, door de rechter, van voormeld art. 774, tweede lid.

Het louter verschaffen van een repliek van de partijen op het advies van het openbaar ministerie over een exceptie, zonder evenwel dat de partijen zelf de exceptie aanvoerden en zonder dat zij de heropening van de debatten vroegen verschaft de rechter niet de macht vonnis te verlenen alvorens de debatten te heropenen wanneer hij op basis van de niet door de partijen opgeworpen exceptie meent de vordering te moeten afwijzen. Deze houding is strijdig met  de artikelen 766, eerste lid, 767, § 3, tweede lid, en 774, tweede lid, Ger. W. (Cass. 6 november 2006, R.W. 2007-2008, 1406)

Zie ook:
• Cass. 13 februari 2006, Pas. 2006, 356
• Cass. 14 februari 2001, RW 2002-03, 1624, noot;
• Cass. 26 juni 2001, T.Strafr. 2002, 317, noot Ph. Traest, “Heropening van de debatten na een verstekprocedure”;
• Cass. 9 december 2008, Arr.Cass. 2008, p. 2986, nr. 712;

Rechtsleer
R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 741-744, nrs. 1674-1677.

Nog dit: 

Over de uitbreiding van de vordering na heropening van de debatten en de mogelijkheid tot aanvullende conclusie na heropening debatten:

Cass. 20/09/2010, RABG 2011/6, 411

samenvatting

Uit de artikelen 775 en 807 Ger.W. volgt dat uitbreidingen of wijzigingen van vordering, na de heropening van het debat, enkel kunnen worden geformuleerd wanneer ze verband houden met het voorwerp van de heropening van het debat Zie de conclusie van het openbaar ministerie.

uittreksel uit het arrest

Nr. S.09.0039.N

D.A.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

CODA BELGIUM, naamloze vennootschap, met zetel te 2140 Antwerpen (Borgerhout), Plantin en Moretuslei 285,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest.

 

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten, op 17 maart 2008 en 15 december 2008 gewezen door het arbeidshof te Antwerpen.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan.

Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 775 van het Gerechtelijk Wetboek, verzoekt de rechter, indien de heropening van het debat bevolen wordt, de partijen om, binnen de termijnen die hij bepaalt en op straffe van ambtshalve verwijdering uit het debat, hun schriftelijke opmerkingen over het middel of de verdediging ter rechtvaardiging ervan, uit te wisselen en hem deze te overhandigen. In voorkomend geval bepaalt hij dag en uur waarop de partijen over het door hem bepaalde onderwerp zullen worden gehoord.

2. Krachtens artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek, kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is.

3. Uit deze bepalingen volgt dat uitbreidingen of wijzigingen van vordering, na de heropening van het debat, enkel kunnen worden geformuleerd wanneer ze verband houden met het voorwerp van de heropening van het debat.

4. Wanneer het debat wordt heropend met betrekking tot een ambtshalve ingeroepen middel tot afwijzing van de vorderingen omdat de laatste appelconclusie van de eiser niet uitdrukkelijk overeenkomstig artikel 744, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek diens eisen uiteenzet, houdt de precisering van die vorderingen in de conclusie na heropening van het debat verband met die heropening van het debat.

5. De appelrechters stellen in het tussenarrest van 17 maart 2008 onder de titel "procedure in eerste aanleg" op gedetailleerde wijze vast welke bedragen gevorderd werden door de eiser en de aanpassing ervan lopende het geding in eerste aanleg.

Zij stellen verder onder de titel "eisen in hoger beroep" vast dat:

- de vordering van de eiser ertoe strekt het bestreden vonnis te vernietigen en dienvolgens de oorspronkelijke vorderingen van de eiser ontvankelijk en gegrond te verklaren;

- de eiser in de syntheseconclusie van 20 november 2007 zijn vorderingen "handhaaft" en ermee akkoord gaat de interesten te berekenen op de hem toekomende bedragen.

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser op 25 maart 2008, na heropening van het debat, een syntheseconclusie heeft neergelegd, identiek aan de syntheseconclusie waaromtrent betwisting, evenwel met precisering in het dispositief van de gevorderde bedragen, overeenstemmend met de aanspraak van de eiser zoals vastgesteld in het tussenarrest.

7. De appelrechters oordelen in het eindarrest van 15 december 2008 dat:

- de eiser na de beslissing tot heropening van het debat zijn eisen niet kan uitbreiden of wijzigen, en zeker niet wanneer het voorwerp van de heropening van het debat juist betrekking had op de vaststelling dat mogelijks geen eis in hoger beroep was geformuleerd waarop het arbeidshof gehouden was te antwoorden en waardoor het hoger beroep mogelijks ongegrond zou zijn;

- de in de conclusie van 25 maart 2008 geformuleerde eisen dan ook te aanzien zijn als nieuwe eisen en niet-ontvankelijk zijn.

8. Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest van 15 december 2008.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent.

Bepaalt de kosten op de som van 163,55 euro jegens de eisende partij en op de som van 225,43 euro jegens de verwerende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer

raadpleeg dit arrest op juridat

download dit arrest in pdf

Conclusie van Mevrouw de Advocaat-generaal R. Mortier, bij voormeld arrest

1. Waar de rechter krachtens artikel 774 Ger. W. ambtshalve de heropening van het debat kan bevelen en hij hiertoe zelfs verplicht is alvorens de vordering af te wijzen op grond van een exceptie die partijen voor hem niet hadden ingeroepen, is in voorliggende zaak de vraag aan de orde in welke mate partijen binnen het heropend debat opmerkingen kunnen formuleren.

2.1. Artikel 775 bepaalde vóór de wijziging ervan bij de wet van 26 april 2007, dat de rechter door de heropening van de debatten de partijen kan horen over het door hem bepaalde onderwerp.

Zo kan hij de heropening van het debat bevelen teneinde nadere toelichting te bekomen over bepaalde punten, of om een partij de mogelijkheid te geven haar vordering nader te preciseren en, in voorkomend geval de hiermee gepaard gaande bewijzen over te leggen.(1)

2.2. Het heropend debat beperkt zich dan evenwel tot hetgeen het voorwerp uitmaakte van de beslissing van de rechter.

Uw Hof oordeelde bij arrest van 23 december 1976(2) dat wettig kan beslist worden om een nieuwe conclusie na heropening van het debat af te wijzen in zoverre zij een ander onderwerp heeft dan hetgeen waarop de heropening van het debat betrekking had. 

In dezelfde zin werd bij arrest van 29 juni 1995(3) geoordeeld dat de rechter wettig nieuwe vorderingen kan afwijzen die gesteld worden na heropening van het debat, maar die geen betrekking hebben op het onderwerp waarover het debat werd heropend.

Bij arrest van 20 oktober 2003(4) werd geoordeeld dat uit artikel 775 Ger.W. volgt dat na een bevolen heropening van het debat, dit enkel nog kan gaan over het door de rechter aangewezen onderwerp en geen nieuwe vorderingen kunnen worden gesteld en bestaande vorderingen die buiten het aangewezen onderwerp vallen, niet kunnen worden uitgebreid of gewijzigd.

3. Bij de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand, werd de tekst van artikel 775 Ger.W. gewijzigd in die zin dat, indien de heropening van het debat wordt bevolen, de rechter de partijen verzoekt om, binnen de termijnen die hij bepaalt en op straffe van ambtshalve verwijdering uit de debatten, hun schriftelijke opmerkingen over het middel of de verdediging ter rechtvaardiging ervan uit te wisselen en hem te overhandigen.

Mede in het kader van de algemene filosofie van het wetsontwerp om de civiele rechtsgang te verbeteren, onder andere door de actieve rol van de rechter te versterken en de kennisname door de rechter van de geschriften vóór de zitting te bevorderen, zodat de zitting interactief kan worden en heropeningen van het debat kunnen voorkomen worden, had de wijziging van artikel 775 vooral tot doel de rechten van verdediging en de doeltreffendheid van de heropening van het debat op elkaar af te stemmen. Het werd de rechter mogelijk gemaakt de partijen een dwingend tijdschema op te leggen met betrekking tot de ontvangst van hun opmerkingen en met nadruk op de schriftelijke procedure. De tekst werd belangrijk geacht in algemene zin, nu de heropening van het debat een tegengewicht kan vormen voor de actieve rol van de rechter bij de toepassing van het recht.(5)

De wijziging was er dus niet op gericht partijen andere mogelijkheden toe te kennen voor het formuleren van opmerkingen na heropening van het debat.

De rechtspraak van uw Hof zoals van toepassing vóór de wetswijziging, blijft dus gelden.

Zo oordeelde uw Hof bij arrest van 23 mei 2008(6) dat, ingeval van heropening van het debat krachtens artikel 775, eerste lid, het debat slechts over dat onderwerp kan gaan. Geen enkele nieuwe vordering mag worden ingediend en de bestaande vorderingen die niet behoren tot het door de rechter bepaalde onderwerp, mogen niet worden uitgebreid of gewijzigd.

4. Uw Hof heeft dus in de voormelde rechtspraak de mogelijkheid voor partijen om opmerkingen te formuleren in negatieve zin bepaald. Vorderingen die niet behoren tot het door de rechter bepaalde onderwerp mogen niet worden uitgebreid of gewijzigd.

Maar wanneer het debat overeenkomstig artikel 775 Ger.W. wordt heropend, wordt het vorig debat met betrekking tot dit specifiek voorwerp voortgezet.(7)

Dit impliceert dat, binnen de perken van het voorwerp van de heropening, ook een toelichting of een precisering van de vordering tot de mogelijkheden behoort en nieuwe stukken kunnen voorgelegd worden.

5. Uit de stukken waarop mag acht geslaan worden blijkt het volgende.

De appelrechters stellen vast dat eiser in zijn gedinginleidende dagvaarding een becijferde ontslagvergoeding vorderde waarvan het bedrag in latere conclusies werd aangepast.

Zij stellen vast dat eiser in de akte hoger beroep vordert "de oorspronkelijke vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren" en hij in de syntheseconclusie stelt dat de door hem gevorderde opzeggingsvergoeding op basis van de formule Claeys gegrond is.

Zij oordelen echter dat waar eiser in zijn syntheseconclusie "volhardt" voor wat de opzeggingsvergoeding betreft, maar hij nergens de veroordeling van verweerder vordert tot betaling van een geldsom, er mogelijks zou kunnen besloten worden dat geen enkele vordering gesteld wordt waarop de appelrechters gehouden zijn te antwoorden en het hoger beroep om die reden ongegrond zou zijn.

Zij heropenen het debat op dit punt.

Eiser formuleert zijn schriftelijke opmerkingen door het neerleggen van een syntheseconclusie die identiek is aan de eerder neergelegde syntheseconclusie, maar waar het dispositief "volhardt" wordt vervangen door een cijfermatige berekening van de opzeggingsvergoeding zoals reeds door de appelrechters vastgesteld in het tussenarrest.

Hierdoor heeft eiser, binnen de perken van het heropend debat, enkel de reeds door hem gestelde vordering verduidelijkt.

De appelrechters die, ne het heropenen van het debat om duidelijkheid te krijgen over de vorderingen die eiser formuleert, oordelen dat deze verduidelijking een nieuwe eis betreft, die geen verband houdt met het door de rechter aangewezen onderwerp voor het heropenen van het debat, schenden artikel 775 Ger.W. en verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het tweede onderdeel is gegrond.

Conclusie: VERNIETIGING

____________________

(1) Zie Cass. 23 oktober 1992, AR 7770, A.C., 1991-1992, 1239.

(2) Cass. 23 december 1976, A.C. 1977, 462.

(3) Cass. 29 juni 1995, AR C.94.0407.F, A.C. 1995, nr. 341.

(4) Cass. 28 oktober 2003, AR P.03.0832.N, A.C. 2003, nr. 536.

(5) Kamer, Doc. 51-2811/005, 86.

(6) Cass. 23 mei 2008, AR C.06.0607.F, Pas., 2008, n° 313, met conclusie Advocaat-generaal met opdracht de Koster.

(7) Zie Cass. 12 december 2008, AR C.08.0087.N

• Hof van Cassatie, 1e Kamer – 12 december 2008, RW 2010-2011, 1473

NV S.E. en Vennootschap naar Engels recht S.E.L.L. t/ Faillissement NV E.-E.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een tussenarrest, op 10 september 2007 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens het toepasselijke art. 779, eerste lid, Ger. W. kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters, die alle zittingen van de zaak moeten hebben bijgewoond, een en ander op straffe van nietigheid.

Hieruit volgt dat, wanneer de heropening van het debat wordt bevolen over een bepaald onderwerp krachtens het toepasselijke art. 775, eerste lid, Ger. W., zodat het vorige debat over dat punt wordt voortgezet, de latere beslissing over de vordering moet worden gewezen door de rechters die de vorige terechtzittingen hebben bijgewoond of, zo niet, door de rechters voor wie het debat is hervat.

Indien echter op de zitting waarop de heropening van het debat is vastgesteld, het debat door de partijen ab initio wordt hernomen, is dit debat hierdoor niet langer beperkt tot de in de beslissing tot heropening aangewezen punten.

2. Het arrest van het hof van beroep van 25 september 2006 verklaart het hoger beroep toelaatbaar en heropent, alvorens verder te oordelen, ambtshalve het debat, teneinde de verweerder in staat te stellen standpunt in te nemen omtrent de kwalificatie van de met de eiseressen gesloten overeenkomst en de partijen in staat te stellen te antwoorden en eventueel te concluderen over een door het hof voorgestelde alternatieve kwalificatie van de overeenkomst, evenals over de daaruit voortspruitende consequenties.

3. Uit de processtukken blijkt dat:

– het tussenarrest van 25 september 2006 werd gewezen door «P. R., voorzitter, P. De B. en P. V., raadsheren», laatstgenoemde aangewezen om A. Van M. te vervangen, die wettig verhinderd was de uitspraak bij te wonen van het arrest waarover zij mede heeft beraadslaagd;

– het daaropvolgende en thans bestreden arrest van 10 september 2007 werd gewezen door «P. R., voorzitter, P. De B. en B. P., raadsheren»;

– blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 april 2007 de zaak «ab initio» werd hernomen, gelet op de gewijzigde samenstelling.

4. De appelrechters die oordelen dat de conclusie van de eiseressen neergelegd na het tussenarrest, uit het debat dient te worden geweerd, in de mate dat deze betrekking heeft op andere onderwerpen dan die vermeld in het tussenarrest, terwijl het debat ab initio was hernomen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Zie ook: Cass. 30 juni 2000, Arr. Cass. 2000, 1260, Pas. 2000, 1238, P.&B. 2001, 109, noot P. Vanlersberghe.


Wanneer het debat wordt hernomen door de gewijzigde samenstelling van de zetel, kunnen na heropening van het debat nieuwe middelen worden aangewend.

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 17 januari 2013, 1027

Samenvatting

Hoewel art. 775, eerste lid Ger.W. in de regel uitsluit dat nieuwe middelen worden aangebracht die geen verband houden met het voorwerp van de heropening van het debat, verhindert die bepaling niet dat dergelijke middelen worden aangevoerd na een heropening van het debat wanneer na die heropening het debat volledig wordt hernomen, gelet op de gewijzigde samenstelling van de zetel.

AR nr. C.11.0582.F

NV F.B. t/ Vennootschap naar Frans recht C.L. en NV D.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 16 maart 2011.

Tekst arrest

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Eerste middel

...

Voor de feitenrechters kunnen nieuwe verweermiddelen over de zaak zelf, in beginsel worden aangebracht tot de sluiting van het debat, voor zover ze geen betrekking hebben op een geschilpunt waarover reeds uitspraak is gedaan.

Art. 775, eerste lid Ger.W. sluit weliswaar in de regel uit dat nieuwe middelen worden aangebracht die geen verband houden met het voorwerp van de heropening van het debat, maar die bepaling staat er niet aan in de weg dat dergelijke middelen worden aangevoerd na een heropening van het debat wanneer na die heropening het debat volledig wordt hernomen omdat de samenstelling van de zetel gewijzigd was.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het debat ab initio werd hernomen over al hetgeen niet definitief beslecht was door het arrest van 28 oktober 2009. Dat arrest heeft enkel definitief beslist over de ontvankelijkheid van die hogere beroepen.

Het bestreden arrest dat, op grond van art. 775, eerste lid Ger.W. oordeelt dat de eiseres geen nieuw middel mocht uiteenzetten, afgeleid uit de schending van art. 26 van het reglement van januari 1989 van de compensatiekamer te Brussel omdat genoemd middel de grenzen overschreed van het voorwerp van de door het arrest van 28 oktober 2009 bevolen heropening van het debat, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing dat pagina’s 56 en 57 van de aanvullende en syntheseconclusie, die dat middel bevat, die de eiseres na de heropening van het debat heeft neergelegd, uit het debat moeten worden geweerd.

In zoverre is het middel gegrond....

Commentaar: 

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 22 februari 2013, RW 2014-2015, 458

samenvatting:

Krachtens art. 779 en 1042 Ger.W. kan een rechterlijke beslissing enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters, die alle zittingen in de zaak hebben bijgewoond, een en ander op straffe van nietigheid. Hieruit volgt dat, wanneer de heropening van het debat over een bepaald onderwerp wordt bevolen krachtens art. 775, eerste lid Ger.W., zodat het vorige debat over dat punt wordt voortgezet, de latere beslissing over de vordering moet worden gewezen door de rechters die de vorige terechtzittingen hebben bijgewoond of, zo dat niet het geval is, door de rechters voor wie het debat is hervat.

Art. 779 Ger.W. is in burgerlijke geschillen niet van openbare orde, zodat partijen in onderling overleg kunnen afwijken van het principe dat het debat ab initio wordt hervat voor de anders samengestelde zetel en zij aldus afstand kunnen doen van art. 779 Ger.W.

tekst arrest

AR nr. C.12.0309.N

NV C.E. t/ NV V.I. & C.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent van 19 januari 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Krachtens art. 779 en 1042 Ger.W. kan een rechterlijke beslissing enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters, die alle zittingen in de zaak hebben bijgewoond, een en ander op straffe van nietigheid.

Hieruit volgt dat, wanneer de heropening van het debat over een bepaald onderwerp wordt bevolen krachtens art. 775, eerste lid Ger.W., zodat het vorige debat over dat punt wordt voortgezet, de latere beslissing over de vordering moet worden gewezen door de rechters die de vorige terechtzittingen hebben bijgewoond of, zo dat niet het geval is, door de rechters voor wie het debat is hervat.

2. Art. 779 Ger.W. is in burgerlijke geschillen niet van openbare orde. Partijen kunnen in onderling overleg afwijken van het principe dat het debat ab initio wordt hervat voor de anders samengestelde zetel en aldus afstand doen van de regel van art. 779 Ger.W.

3. Uit de processtukken blijkt dat:

– het tussenarrest van 26 mei 2011, waarin het debat werd heropend om de partijen in staat te stellen standpunt in te nemen over de invloed op de totstandkoming van de koopovereenkomst van de bij de eiseres bestaande regeling betreffende de vertegenwoordigingsbevoegdheid, werd gewezen door B. Wylleman, raadsheer, waarnemend voorzitter, L. Tavernier, raadsheer en J. Van Beneden, plaatsvervangend raadsheer;

– de zaak met akkoord van alle partijen op de terechtzitting van 22 december 2011 voor de zetel van het hof zoals samengesteld op deze terechtzitting werd “verdergezet” zonder herneming ab initio van de zaak;

– de appelrechters in het bestreden arrest vaststellen dat het debat beperkt is tot het onderwerp waarvoor de heropening van het debat was bevolen;

– het bestreden eindarrest van 19 januari 2012 werd gewezen door D. Floren, raadsheer en kamervoorzitter, B. Wylleman, raadsheer en L. Tavernier, raadsheer.

4. De appelrechters oordelen dat “enkel rekening [kan] worden gehouden met de syntheseconclusies van eiseres neergelegd ter griffie op 29 september 2011 in de mate waarin deze betrekking hebben op de kwestie van de vertegenwoordigingsbevoegdheid” en “dat voor het overige de syntheseconclusies neergelegd vóór de heropening van het debat [...] in acht [worden] genomen”.

Door aldus te oordelen, verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

noot:   Bart Van den Bergh, onder deze publicatie in het RW : Si judicas, (semper) cognosce”? Over de (afstand inzake de) toepassing van art. 779 Ger.W. in geval van heropening van het debat

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 06/09/2017 - 14:51
Laatst aangepast op: wo, 06/09/2017 - 14:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.