-A +A

Herkwalificatie van de tenlastelegging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een strafrechter is door de zaak gevat en niet door de tenlastelegging zoals omschreven door het parket.

De strafrechter kan een tenlastelegging afzwakken of verzwaren, mits hij voor het afgezwakte of verzwaarde misdrijf eveneens bevoegd is en de beklaagde verwittigd wordt van de nieuwe tenlastelegging. Voor een herkwalificatie is geen nieuwe dagvaarding nodig. Wanneer de herkwalificatie een belangrijke impact kan hebben op de verdediging zal de strafrechter meestal uitstel toestaan om de verdediging te "her" organiseren.

Wijziging van de kwalificatie: verplichting beklaagde op de hoogte te brengen rechten van verdediging

• Cassatie 8 oktober 2014, 1193,

 

samenvatting:

De omschrijving van een telastlegging kan enkel regelmatig worden gewijzigd als de beklaagde op de hoogte werd gebracht van de wijziging of wanneer hij zich tegen de nieuwe omschrijving heeft verweerd of zich heeft kunnen verweren. Wanneer een beklaagde wordt vervolgd wegens verkrachting, kan hij niet wettig worden veroordeeld wegens een poging tot verkrachting wanneer niet blijkt dat de beklaagde zich heeft kunnen verweren tegen de bestanddelen van de poging tot verkrachting (zie ook: Cass. 23 mei 2012, AR P.12.0070.F, AC 2012, nr. 327).

tekst arrest

Nr. P.14.1063.F
A. H.,
tegen
1. Gh. E. en
2. N. D., optredend in eigen naam en in de hoedanigheid van wettelijke beheerders van de goederen van hun minderjarig kind Xavier,
3. A. E.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 22 mei 2014.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

De omschrijving van een telastlegging kan enkel regelmatig worden gewijzigd als de beklaagde op de hoogte werd gebracht van de wijziging of wanneer hij zich te-gen de nieuwe omschrijving heeft verweerd of zich heeft kunnen verweren.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser, die wegens verkrachting wordt vervolgd, zich heeft kunnen verweren tegen de be-standdelen van de poging tot verkrachting die het arrest bewezen verklaart.

Het middel is gegrond.

Aldus verantwoordt het arrest de schuldigverklaring van de eiser aan poging tot verkrachting niet naar recht, evenmin als de enige voor het geheel van de telast-leggingen opgelegde straf.

Wat de overige door de appelrechters bewezen verklaarde telastleggingen betreft, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen op de burger-lijke rechtsvorderingen tegen de eiser

1. door Gh. E. en N. D., optredend zowel in eigen naam als in de hoedanigheid van wettelijke beheerders van de goederen van hun minderjarig kind, met name

a. de beslissingen over het beginsel van aansprakelijkheid en over de omvang van de schade van Gh. E., optredend in eigen naam

De eiser voert geen middel aan.

b. de beslissingen over de omvang van de schade van Gh. E., optredend quali-tate qua en de schade van N. D., optredend in eigen naam en qualitate qua
Het arrest kent een provisionele schadevergoeding toe, beveelt een deskundigen-onderzoek en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de eerste rechter.

Dergelijke beslissingen zijn geen eindbeslissingen in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en houden geen verband met de gevallen die in het tweede lid van dat artikel zijn bepaald.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

2. door A. E.

Het arrest kent de verweerster een provisionele schadevergoeding toe, beveelt een deskundigenonderzoek en verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de eer-ste rechter.

De eiser voert geen bijzonder middel aan.

De hierna op het onbeperkte cassatieberoep van de eiser uit te spreken vernietiging van de schuldigverklaring wegens poging tot verkrachting leidt evenwel tot vernietiging van de gehele beslissing op de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering, die uit de eerstgenoemde beslissing voortvloeit.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, bij de uitspraak over de strafvorde-ring, de eiser schuldig verklaart aan poging tot verkrachting en uitspraak doet over het geheel van de straf, en in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechts-vordering van A.E.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten en laat de andere helft ten laste van de Staat.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel.

Rechtsleer:

De eerbiediging van het recht van verdediging bij een wijziging van de kwalificatie van een voltooid misdrijf naar een poging: wordt besproken in R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 693-694, nr. 1643 in fine; R. Verstraeten, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2012, p. 923, nr. 1839 in fine.

De heromschrijving van het ten laste gelegde: een greep uit de cassatierechtspraak (vanaf 2000 tot nu), Jos DECOKER, Tijdschrift voor strafrecht 2017/6, 347, Jurabibliotheek strafrecht.

Inhoud:
De omschrijving van het ten laste gelegde 348
Verplicht heromschrijven 349
Obscuri libelli 350
Onbegrensd heromschrijven? 351
Eerbiediging van het recht van verdediging 354
Vaststellen dat de feiten strafbaar zijn gebleven door een gewijzigde strafbepaling 356
Heromschrijven in hoger beroep 357

Zie ook:

• K. DE SCHEPPER, “De informatieplicht m.b.t. een ten laste gelegd gebruik van duidelijk omschreven valse stukken en de rol van het onderzoeksgerecht bij een onduidelijke tenlastelegging”, noot onder Cass. 21 januari 2014, NC 2015, 302.

W. DE PAUW, “Het bijwoord ‘minstens’ in de tenlastelegging – Een vlag die niet iedere lading dekt”, RAGB 2014, 542;

S. VAN OVERBEKE, “Ontdubbeling van de tenlastelegging door de strafrechter”, RW 2014-15, 1416-1420;

D. VAN DER KELEN, “Exceptio obscuri libelli, gevleugeld adagium of hersenspinsel?”, RAGB 2012, 513; J. DECOKER, “De controle door de rechter van zijn saisine bij een onduidelijke omschrijving van de ten laste gelegde feiten in de akte van aanhangigmaking”, T.Strafr. 2012, 29;

B. DE SMET, “Aanvulling van een onduidelijke tenlastelegging in de dagvaarding”, RW 2011-12, 1471;

P. ARNOU, “Onontvankelijkheid van de strafvordering wegens obscuri libelli”, noot onder Antwerpen 28 april 2009, RW 2010-11, 499;

O. MICHIELS, “La qualification imprécise face au droit à l’information du prévenu”, noot onder Rb Brussel 15 mei 2008, RDPC 2009, 229;

A. SMETRYNS, “De motiveringsverplichting van de strafrechter. Een algemene inleiding”, CABG 2005, afl. 1;

A.VANDEPLAS,“Over de feiten en de omschrijving ervan”, noot onder Gent 30 november 1998, RW 2000-2001, 777.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: do, 21/06/2018 - 18:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.