-A +A

bevoegdheidsbeding en kortgeding afwijkingen in geval van dringende noodzaak

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Andere
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
woe, 11/02/2009
Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009-2010
Pagina: 
1268
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Rechtbank van Koophandel te Dendermonde,Kort geding – 11 februari 2009

NV V.A.B. t/ NV O.

...

A. Voorwerp van de vordering

1. De eis ingeleid bij exploot van 12 december 2008 strekt ertoe, onder voorbehoud van alle rechten van partijen wat het bodemgeschil betreft, verweerster te veroordelen tot het betalen van een provisioneel bedrag van 350.000 euro aan eiseres, minstens verweerster te veroordelen tot het kantonneren van een bedrag van 350.000 euro in handen van gerechtsdeurwaarder F.S., en dit binnen 24 uur na de betekening van de uit te spreken beschikking.

Eiseres vordert tevens verweerster te horen veroordelen tot een dwangsom van 10.000 euro voor iedere dag dat verweerster in gebreke blijft aan de hoofdvordering te voldoen, met ingang vanaf de dag van betekening van de uit te spreken beschikking.

2. Bij conclusie van 8 januari 2009 vorderde NV O., voor zover we ons bevoegd zouden verklaren ratione loci, de aanstelling van een deskundige.

...

B. Feiten – Voorwerp van de betwisting

4. Tussen eiseres en verweerster werd op 30 mei 2005 een overeenkomst gesloten met betrekking tot de realisatie van een project (...) te Sint-Niklaas, bestaande uit het bouwen en oprichten van een appartementsgebouw (...).

Eiseres betoogt dat verweerster in uitvoering van de overeenkomst een bedrag verschuldigd blijft van 820.598,56 euro. Eiseres heeft verweerster ten gronde gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel te Gent. Thans vordert eiseres een provisioneel bedrag van 350.000 euro, minstens het kantonneren van deze som onder verbeurdverklaring van een dwangsom in afwachting van een definitieve uitspraak in de procedure ten gronde.

5. Verweerster betwist de vordering. Verweerster wijst erop dat tot op heden nog steeds geen volledige oplevering van het hele gebouw is gebeurd. Verweerster is van oordeel dat een deel van de werken nog niet werden uitgevoerd, zodat de oplevering van minstens appartement C 10 nog niet kon gebeuren. Bovendien wijst verweerster erop dat er belangrijke vertraging werd opgelopen (minstens één jaar). Het bedrag aan meerwerken is volgens verweerster bovendien betwist, omdat een aantal meerwerken niet werden goedgekeurd. Verweerster vraagt daarom bij tegeneis de aanstelling van een deskundige.

C. Beoordeling

6. In hoofdorde betwist verweerster onze territoriale bevoegdheid. Verweerster verwijst naar art. 10 van de overeenkomst van 30 mei 2005, dat in een bevoegdheidsbeding voorziet in volgende termen: «Alle eventuele betwistingen die voortvloeien uit de interpretatie en/of de uitvoering van onderhavige overeenkomst zullen uitsluitend door de rechtbanken te Gent worden beslecht. Enkel Belgisch recht wordt toegepast».

Eiseres heeft ten gronde verweerster gedagvaard voor de Rechtbank van Koophandel te Gent, en in deze dagvaarding heeft eiseres uitdrukkelijk naar dit bevoegdheidsbeding verwezen.

7. In beginsel is in kort geding de voorzitter van de rechtbank bevoegd die territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van het bodemgeschil (A. Fettweis, De bevoegdheid, in Handboek Gerechtelijk Recht, II, p. 330, nr. 600; H. Storme en P. Taelman, «Het kort geding: ontwikkelingen en perspectieven», in Procederen in nieuw België en komend Europa. XVIIe Postuniversitaire lessencyclus W. Delva, 1990-1991, p. 55, nr. 48). De territoriaal bevoegde rechter is ingevolge het bevoegdheidsbeding de Rechtbank van Koophandel te Gent.

8. Enkel in geval van dwingende noodzakelijkheid, ingevolge de aard van het kort geding en van de gevorderde maatregel in kort geding, kan de wilsautonomie van partijen inzake bevoegdheid terzijde worden gesteld. De vordering in kort geding kan dan bij uitzondering voor een andere rechter worden gebracht. Zo kan de vordering in kort geding tot aanstelling van een deskundige worden gebracht voor de voorzitter in wiens rechtsgebied deze onderzoeksmaatregel moet worden uitgevoerd, zelfs wanneer zijn rechtbank ten gronde niet bevoegd is (Cass. 22 december 1989, R.W. 1989-90, 1087, met conclusie van procureur-generaal E. Krings).

9. Onzens inziens is er echter geen dwingende noodzakelijkheid om voor de betaling van een provisie de vordering aanhangig te maken bij een andere rechter in kort geding dan die welke, ingevolge de wil van partijen in het bevoegdheidsbeding, aangewezen is en territoriaal bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.

10. De uitzonderingen op het beginsel in randnr. 7 vermeld, moeten immers beperkt worden tot de gevallen waarin zulks uit de aard van de gevorderde maatregel in kort geding werkelijk voortvloeit en als noodzakelijk wordt ervaren. Dit is niet het geval voor een vordering tot betaling van een provisie op een openstaande factuurschuld.

We zijn derhalve van oordeel dat de exceptie van onbevoegdheid terecht wordt opgeworpen en de zaak derhalve dient te worden verwezen naar de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Gent.

...
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 21/03/2010 - 22:45
Laatst aangepast op: vr, 02/12/2016 - 20:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.