-A +A

Geknoei met ademanalysetoestellen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Rechtspraak

• Politierechtbank Brugge 4 januari 2010, T. Pol 2011, 169

De Politierechtbank te Brugge diende een zaak te behandelen waarbij een persoon onderworpen werd aan een ademanalyse.

Er werd nogal stuntelig opgetreden, althans volgens het proces-verbaal.

De verbalisanten gaan aan de slag met een ademanalysetoestel en noteren een resultaat van 0,71 mg/liter. Volgens hen is dit resultaat ongeldig en gaan zij nadien over tot een 2de ademanalysetest die een resultaat geeft van 0,79 mg/liter. Ook dit resultaat wordt door de verbalisanten ongeldig gegeven.

Hierna gaan zij over tot de bloedproef en motiveren dit door te stellen dat het onmogelijk is om een ademanalyse uit te voeren.

Bij de behandeling van de zaak bleek dat er geen tickets konden worden voorgelegd waaruit bleek dat de ademanalyses ongeldig waren. De verbalisanten verklaarden dat hun printer defect was.

De ijverige verbalisanten namen dan maar hun fototoestel om de resultaten van de testen te fotograferen.

Een en ander kan de rechter bepaald niet smaken.

Er wordt enerzijds vastgesteld dat er wel degelijk 2 ademanalyses gebeurd zijn met 2 verschillende toestellen terwijl er slechts 1 toestel in het proces-verbaal werd omschreven.

Er werd gesteld dat er 2 ongeldige ademanalyses waren maar er werden wel 2 geldige resultaten opgeschreven, namelijk 0,71 en 0,79 mg/liter.

Er liggen geen tickets voor zodat de rechtbank in het dossier geen tastbaar bewijs van deze ademanalyses kan terug vinden.

Met de foto’s kan geen rekening gehouden worden. Zij hebben geen bewijswaarde omdat zij hun wettelijk voorziene ticket (voorzien in artikel 27 van het Koninklijk Besluit van 21 april 2007) niet kunnen vervangen. De rechtbank merkt zelfs op dat deze foto’s niet garanderen dat zij slaan op de testen die betrekking hebben op de beklaagde, nu zelf het serienummer van de beide toestellen niet te verifiëren is.

De rechtbank hekelt dan ook de grote onduidelijkheid nopens de controleprocedure en herinnert aan de bepalingen met betrekking tot de bloedproef. De bloedproef kan slechts worden uitgevoerd wanneer aan de voorwaarden voldaan is om tot de bloedproef over te gaan (artikel 63, paragraaf 1 van de wegverkeerwet). Concreet en in casu betekende dit dat er slechts tot bloedproef kon worden overgegaan indien de ademanalyse niet kon uitgevoerd worden en de betrokkene zich blijkbaar bevond in een toestand bedoeld in artikel 34 paragraaf 2 of in een toestand bedoeld in artikel 35 (artikel 36 paragraaf 1, ten 2de).

Uit alle voormelde verwarringen meent de rechtbank te kunnen afleiden dat er niet kon besloten worden tot rechtsgeldigheid van de bloedproef hetgeen in het voordeel van de beklaagde speelt waardoor er geen bewijs werd geleverd van een rechtsgeldig vastgestelde alcoholintoxicatie waarna betrokkene werd vrijgesproken.

• Pol. Brugge 13 februari 2013, RW 2015-2016, 32

samenvatting

Het feit dat in voorliggend geval door de verbalisant hetzelfde mondstuk werd gebruikt voor de ademtest en de ademanalyse, betekent niet dat de rechtbank geen wettelijke bewijswaarde zo mogen hechten aan de ademanalyse. Het gebruik van telkens een nieuw mondstuk is geen substantieel vormvereiste. Uit de verklaring van de verbalisant die de ademanalyse heeft verricht en die door de rechtbank onder eed werd verhoord, is gebleken dat er geen gevaar was voor de hygiëne of besmetting.

Zoals wettelijk voorgeschreven, werd een verpakt mondstuk getoond, de verpakking geopend en het mondstuk op het toestel aangebracht zonder het mondstuk aan te raken. Het mondstuk bevatte een anti-terugslaginrichting die de inademing van besmette lucht uit voorgaand gebruik verhindert. Met hetzelfde mondstuk werden de ademtest én de ademanalyse afgenomen. Gedaagde P. werd in kennis gesteld van de mogelijkheid een tweede ademanalyse af te leggen, maar hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Zijn eigen verklaring dat hij een zestal glazen bier had gedronken, strookt met het resultaat van de ademanalyse en wijst ook reeds op een strafbare alcoholintoxicatie. De rechtbank heeft dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de wetenschappelijke betrouwbaarheid van het resultaat van de ademanalyse.

Volledigheidshalve beklemtoont de rechtbank dat de meerderheidsstrekking in de rechtspraak in die zin is geëvolueerd dat de niet-vermelding in het aanvankelijk proces-verbaal van de naleving van art. 24 van het KB van 21 april 2007 geen schending van het recht van verdediging inhoudt, indien nadien blijkt (door een navolgend proces-verbaal of een verklaring onder eed door de verbalisant) dat de hygiënevoorschriften van voormeld art. 24 wel degelijk werden nagekomen (zie o.m. Rb. Brugge 26 oktober 2012, 13e kamer, vonnisnr. 2262, onuitg.; Rb. Brugge 26 oktober 2012, 13e kamer, vonnisnr. 2261, onuitg.).

Tekst vonnis

Openbaar ministerie t/ S.P., De M. M. en NV N.V.

1. Op strafrechtelijk gebied

...

1.2. De telastleggingen t.a.v. S.P.

S.P. werd door het openbaar ministerie gedagvaard wegens (A) een personenauto onder invloed van alcohol te hebben bestuurd (ademanalyse van ten minste 0,35 mg/l UAL); (B) als bestuurder niet in alle omstandigheden te hebben kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis (art. 10.1.3o Wegverkeersreglement) en (C) door gebrek aan voorzichtigheid een verkeersongeval te hebben veroorzaakt waarbij onopzettelijk slagen of verwondingen werden toegebracht aan Ma. De M., M. De M. en K.D (art. 418-420 Sw.).

Het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol (telastlegging A)

Wat het verloof van de alcoholprocedure betreft, voert S.P. ten onrechte aan dat het resultaat van de ademanalyse niet bewijskrachtig zou zijn omdat er maar één mondstuk werd gebruikt voor zowel de ademtest als de ademanalyse.

Het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol is een wanbedrijf waarvan het bewijs, wanneer het door een adem- of bloedanalyse wordt geleverd, bijzonder bij wet is geregeld. Wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de resultaten van een meting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht of per liter bloed, is hij, in de regel, gebonden door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen. Het verzuim van gelijk welk vormvereiste, dat voorgeschreven wordt door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen, is op zich evenwel niet noodzakelijk een afdoende reden om geen wettelijke bewijswaarde te hechten aan de analyse. Opdat het verzuim aldus tot een sanctie zou kunnen leiden, is immers tevens vereist dat het niet-nageleefde voorschrift tot doel heeft de kwaliteit van de intrinsieke waarde van het bijzonder bij wet geregelde bewijs te waarborgen.

Uit de bepalingen van art. 24 van het KB van 21 april 2007 en art. 3.2.1 en 3.2.2 van bijlage 2 van dit KB (art. 3.2.2 bepaalt dat de mondstukken bij elke meting moeten worden vervangen), die enkel betrekking hebben op de voorwaarden waaraan de mondstukken moeten voldoen met het oog op het verhinderen van de inademing van besmette lucht en op het gebruik van de analysatoren in hygiënische omstandigheden, evenals op de technische vereisten waaraan de ademanalysator moet voldoen om de aanwezige mondalcohol te detecteren, kan echter niet worden afgeleid dat het bedoelde voorschrift tot doel heeft de kwaliteit van de intrinsieke waarde van het bijzonder bij wet geregelde bewijs te waarborgen (Cass. 11 december 2012, nr. P.12.0467.N, onuitg.).

Het feit dat in voorliggend geval door de verbalisant hetzelfde mondstuk werd gebruikt voor de ademtest en de ademanalyse, betekent niet dat de rechtbank geen wettelijke bewijswaarde zo mogen hechten aan de ademanalyse. Het gebruik van telkens een nieuw mondstuk is geen substantieel vormvereiste. Uit de verklaring van de verbalisant die de ademanalyse heeft verricht en die door de rechtbank onder eed werd verhoord, is gebleken dat er geen gevaar was voor de hygiëne of besmetting. Zoals wettelijk voorgeschreven, werd een verpakt mondstuk getoond, de verpakking geopend en het mondstuk op het toestel aangebracht zonder het mondstuk aan te raken. Het mondstuk bevatte een anti-terugslaginrichting die de inademing van besmette lucht uit voorgaand gebruik verhindert. Met hetzelfde mondstuk werden de ademtest én de ademanalyse afgenomen. Gedaagde P. werd in kennis gesteld van de mogelijkheid een tweede ademanalyse af te leggen, maar hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Zijn eigen verklaring dat hij een zestal glazen bier had gedronken, strookt met het resultaat van de ademanalyse en wijst ook reeds op een strafbare alcoholintoxicatie. De rechtbank heeft dan ook geen enkele reden om te twijfelen aan de wetenschappelijke betrouwbaarheid van het resultaat van de ademanalyse.

Volledigheidshalve beklemtoont de rechtbank dat de meerderheidsstrekking in de rechtspraak in die zin is geëvolueerd dat de niet-vermelding in het aanvankelijk proces-verbaal van de naleving van art. 24 van het KB van 21 april 2007 geen schending van het recht van verdediging inhoudt, indien nadien blijkt (door een navolgend proces-verbaal of een verklaring onder eed door de verbalisant) dat de hygiënevoorschriften van voormeld art. 24 wel degelijk werden nagekomen (zie o.m. Rb. Brugge 26 oktober 2012, 13e kamer, vonnisnr. 2262, onuitg.; Rb. Brugge 26 oktober 2012, 13e kamer, vonnisnr. 2261, onuitg.).

Omdat de ademanalyse als resultaat 0,42 mg/l UAL (wat overeenstemt met 0,96 pro mille alcohol in het bloed) gaf, komt de telastlegging A bewezen voor.

...

2. Op burgerrechtelijk gebied

...

Medische kosten – ziekenvervoer

Bij de beoordeling van deze vordering moet rekening worden gehouden met het prioriteitsrecht van het ziekenfonds.

Het ziekenfonds wordt principieel voor het geheel van de door hem betaalde bedragen in de rechten gesteld van zijn verzekerde en kan deze integraal verhalen op de aansprakelijke, zonder dat deze laatste evenwel tot meer kan gehouden zijn dan hetgeen hij in gemeen recht aan de getroffene verschuldigd was, indien het ziekenfonds niet zou zijn tussengekomen (Pol. Brugge 27 december 2001, RW 2002-03, 108, noot D. Simoens).

Het subrogatierecht van het ziekenfonds heeft een dubbele grens: enerzijds kan het ziekenfonds nooit meer terugvorderen dan de eigen uitgaven en anderzijds is de betalingsplicht van de aansprakelijke beperkt tot datgene waarop het slachtoffer zelf recht heeft in gemeen recht.

In de verhouding “ziekenfonds – sociaal gerechtigde” beschikt het ziekenfonds over een prioriteitsrecht; met andere woorden dient eerst de vordering van het ziekenfonds t.a.v. de aansprakelijke derde te worden voldaan. Wanneer de vordering in gemeen recht van de sociaal gerechtigde tegen de derde aansprakelijke beperkt is tot twee derden van de schade, moet de vordering van het gesubrogeerde ziekenfonds niet worden verminderd tot twee derden van het bedrag van de uitkeringen, daar zij integendeel slaat op het gehele bedrag van de uitkeringen, evenwel beperkt tot het bedrag dat de sociaal verzekerde van de derde mede-aansprakelijke kan vorderen (Cass. 3 mei 2004, Arr.Cass. 2004, 761). Bij wijze van voorbeeld: indien de geneeskosten in totaliteit 100 euro bedragen, moet de aansprakelijke in gemeen recht bij een verdeelsleutel van 2/3 ten laste van de aansprakelijke een bedrag van 66,66 euro ten laste nemen; indien per hypothese het ziekenfonds tussengekomen is tot beloop van 70 euro, kan het ziekenfonds op basis van zijn prioriteitsrecht 66,66 euro terugvorderen van de aansprakelijke en blijft er niets meer over voor de verzekerde om terug te vorderen, omdat de aansprakelijke in gemeen recht niet tot meer dan 66,66 euro kan gehouden zijn (P. Graulus, “Nogmaals de splitsingsmethode” (noot onder Pol. Brugge 5 mei 2000), De Verz. 2001, 589).

Rekening houdend met de bovenvermelde beperkingen kan voor deze schaderubriek enkel een voorbehoud worden toegekend.

...

Hof van Cassatie, 2e Kamer – 26 mei 2015, RW 2016-2017, 1419, met noot

Samenvatting

Overeenkomstig art. 32 Voorafgaande Titel Sv. kan de rechter, wat het criterium van de betrouwbaarheid van het bewijs betreft, slechts tot bewijsuitsluiting overgaan indien hij vaststelt dat de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs daadwerkelijk heeft aangetast.

Wanneer de rechter oordeelt dat de miskenning van de tussentijd zoals bepaald in punt .3.6 van bijlage 2 bij het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtoestellen en de ademanalysetoestellen de betrouwbaarheid van het bewijs kan aantasten indien mondalcohol de resultaten van de tweede analyse zou hebben beïnvloed, is zijn beslissing om de resultaten van de ademanalyse uit te sluiten als bewijs niet naar recht verantwoord indien hij niet vaststelt dat mondalcohol het bewijs effectief heeft aangetast.

Tekst arrest

AR nr. P.14.0262.N

Procureur des Konings bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen t/ J.G.P.L.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Mechelen, van 20 december 2013.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

– art. 32 Voorafgaande Titel Sv.

1. Art. 32 Voorafgaande Titel Sv. bepaalt: «Tot nietigheid van onregelmatig verkregen bewijselement wordt enkel besloten indien:

– de naleving van de betrokken vormvoorwaarden wordt voorgeschreven op straffe van nietigheid, of

– de begane onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast, of;

– het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces».

2. De rechter kan voor wat het criterium van de betrouwbaarheid van het bewijs betreft, slechts tot bewijsuitsluiting overgaan, indien hij vaststelt dat de onregelmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs daadwerkelijk heeft aangetast.

3. Het bestreden vonnis oordeelt: «De rechtbank is van oordeel dat de termijn van 15 minuten die in acht dient te worden genomen vooraleer tot de verplichte tweede meetcyclus dient te worden overgegaan, geen loutere formaliteit uitmaakt. Mondalcohol betreft immers alcohol die aanwezig is in de afgegeven ademlucht, maar die niet afkomstig is van de longblaasjes (zie art. 2.17 van de vermelde bijlage). Dat deze mondalcohol een invloed kan uitoefenen op de meetresultaten, blijkt op zich al uit het feit dat er een detectiesysteem voor deze mondalcohol uitgewerkt werd. Door in een minimumtermijn van 15 minuten te voorzien, werd een waarborg ingebouwd opdat er bij de ademanalyse geen mondalcohol wordt gemeten en er tot een betrouwbare meting van de alveolaire lucht kan worden gekomen. Het waarborgen van deze termijn is aldus een verplichting die betrekking heeft op de betrouwbaarheid van de meetresultaten en die tot doel heeft de intrinsieke waarde van het bewijs te waarborgen. Daar er in casu geen sprake was van een regelmatige ademanalyse, worden de resultaten van de ademanalyse uitgesloten als bewijs».

4. Met deze redenen oordeelt het bestreden vonnis dat de miskenning van de tussentijd bepaald in punt 3.6 van bijlage 2 van het KB van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen de betrouwbaarheid van het bewijs kan aantasten, indien mondalcohol de resultaten van de tweede analyse zou hebben beïnvloed.

Het bestreden vonnis stelt echter niet vast dat mondalcohol het bewijs effectief heeft aangetast en verantwoordt aldus zijn beslissing niet naar recht.

Rechtsleer:

• C. De Roy, «Kroniek wegverkeersrecht 2010-2013: overzicht van de belangrijkste evoluties in wetgeving en rechtspraak», RW 2013-14, (1323), p. 1324-1325, nrs. 9-15;

• M. Sterkens, «Antigoon op het pad van de alcoholintoxicatie» (noot onder Corr. Brugge 18 mei 2005), RW 2007-08, 37;

• ’T Kint, «La preuve légale en matière de circulation routière et la Cour de cassation», JT 2013, (205), p. 210-212, nrs. 32-50).
 

 


Gerelateerd
0
Aangemaakt op: vr, 19/10/2012 - 23:47
Laatst aangepast op: vr, 12/05/2017 - 14:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.