-A +A

Fiscaal bezwaar op basis van foutieve boeking

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Zolang de bezwaartermijn niet is verstreken, heeft de belastingsplichtige het recht om onjuistheden in zijn aangifte die ertoe leiden dat een wettelijk niet verschuldigde belasting gevestigd wordt, recht te zetten, ook al zijn die onjuistheden het gevolg van een bewust genomen beslissing.

Wanneer bijgevolg de aangifte gebaseerd is op een met het boekhoudrecht strijdige boeking en dit leidt tot de vestiging van een wettelijk niet verschuldigde belasting, kan de belastingplichtige, zolang de termijn van bezwaar niet is verstreken, hiertegen opkomen, ook al is de onjuiste boeking het gevolg van een bewuste beslissing.

Slechts wanneer het boekhoudrecht aan de belastingplichtige een beoordelingsmarge laat en de belastingplichtige binnen dit wettelijke kader een beleidsbeslissing neemt, kan hij niet terugkomen op de gemaakte keuze. Boekingen of waarderingen die het gevolg zijn van een eerder genomen beleidsbeslissing zijn bijgevolg definitief, ook al blijken zij achteraf onoordeelkundig of lichtzinnig te zijn geweest.

Tekst Cass. 10/03:2016, RW 2016-2017? 1256

AR nr. C.14.0399.N

bvba K. t/Belgische Staat, minister van Financiën

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 25 maart 2014.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

5. Overeenkomstig art. 339, eerste lid WIB92 wordt de aangifte onderzocht en wordt de aangifte gevestigd door de administratie der directe belastingen. Deze neemt als belastinggrondslag de aangegeven inkomsten en andere gegevens, tenzij zij die onjuist bevindt.

Overeenkomstig art. 366, eerste lid WIB92 kan de belastingplichtige tegen het bedrag van de gevestigde aanslag schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.

6. Uit het in art. 170 Gw. neergelegde fiscaal wettigheidsbeginsel en het openbare orde-karakter van de fiscale wet volgt dat de belastingschuld uitsluitend uit de wet voortvloeit en dat de Staat enkel de wettelijk verschuldigde belastingen kan vestigen.

Hieruit volgt dat de belastingplichtige, zolang de bezwaartermijn niet is verstreken, het recht heeft om onjuistheden in zijn aangifte die ertoe leiden dat een wettelijk niet verschuldigde belasting gevestigd wordt, recht te zetten, ook al zijn die onjuistheden het gevolg van een bewust genomen beslissing.

Wanneer bijgevolg de aangifte gebaseerd is op een met het boekhoudrecht strijdige boeking en dit leidt tot de vestiging van een wettelijk niet verschuldigde belasting, kan de belastingplichtige, zolang de termijn van bezwaar niet is verstreken, hiertegen opkomen, ook al is de onjuiste boeking het gevolg van een bewuste beslissing.

Slechts wanneer het boekhoudrecht aan de belastingplichtige een beoordelingsmarge laat en de belastingplichtige binnen dit wettelijke kader een beleidsbeslissing neemt, kan hij niet terugkomen op de gemaakte keuze. Boekingen of waarderingen die het gevolg zijn van een eerder genomen beleidsbeslissing zijn bijgevolg definitief, ook al blijken zij achteraf onoordeelkundig of lichtzinnig te zijn geweest.

7. De appelrechter oordeelt dat het boeken van de diamanten in voorraad een beleidsbeslissing van de vennootschap is geweest, zelfs als deze boeking onterecht zou zijn geweest en de edelstenen buiten balans hadden moeten worden gehouden omdat het ging om consignatie- en pandgoederen.

Door aldus te oordelen dat de eiseres gebonden is door haar aangifte omdat de beslissing om de diamanten in voorraad op te nemen een bewuste keuze was en dat het daarbij van geen belang is of de boeking al dan niet in overeenstemming is met de regels van het boekhoudrecht, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

 

 

Nog dit: 

Hof van Cassatie, 1e Kamer – 5 juni 2014, RW 2014-2015, 1066 over het gebrek aan ondertekening van het bezwaarschrift

AR nr. F.13.0117.N

Belgische Staat, minister van Financiën t/ E.G. en M.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 28 februari 2012.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

1. Art. 366 WIB92 bepaalt dat de belastingschuldige, alsmede zijn echtgenoot op wiens goederen de aanslag wordt ingevorderd, tegen het bedrag van de gevestigde aanslag, opcentiemen, verhogingen en boeten inbegrepen, schriftelijk bezwaar kan indienen bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag, de verhoging en de boete zijn gevestigd.

Krachtens art. 371 WIB92 moeten de bezwaarschriften worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat, en die voorkomt op voormeld aanslagbiljet, dan wel de datum van de kennisgeving van de aanslag of van de inning van de belastingen op een andere wijze dan per kohier.

2. Het binnen de wettelijke termijn ingediend schriftelijk en gemotiveerd bezwaarschrift is regelmatig, ook al draagt het niet de handtekening van degene die bezwaar indient, indien aan de hand van de elementen waarover de administratie beschikt op het ogenblik dat het beslist over de toelaatbaarheid van het bezwaarschrift, vaststaat dat het bezwaarschrift uitgaat van de indiener ervan.

3. De appelrechters oordelen dat:

– de wet niet bepaalt dat een bezwaarschrift ondertekend moet zijn om geldig te zijn, van zodra blijkt dat het uitgaat van iemand die de hoedanigheid had om bezwaar in te dienen;

– in deze zaak uit de brief van 19 november 2003 blijkt dat de gewestelijke directie er niet aan twijfelde dat de op 6 november 2013 ontvangen brief uitging van de eerste verweerder.

4. Door op grond van de niet-betwiste vaststelling dat er hier zekerheid bestond dat het bezwaarschrift van de eerste verweerder uitging, te oordelen dat het op 6 november 2003 door de administratie ontvangen, maar niet-ondertekend bezwaarschrift een geldig bezwaarschrift is, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 07/05/2017 - 12:30
Laatst aangepast op: zo, 07/05/2017 - 12:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.