-A +A

Dwingend recht en aanvullend regelend recht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Een regel van dwingend recht:

Is een rechtsregel waarvan de partijen niet kunnen afwijken bij overeenkomst.

Een door een regel van dwingend recht beschermde partij kan niet kan verplicht worden zich te beroepen op de relatieve nietigheid die volgt uit de schending van de dwingende rechtsregel

Een regel van aanvullend recht (Synoniem: regelend recht of suppletief recht of recht van suppletieve aard):

Is een rechtsregel waarvan partijen bij overeenkomst kunnen afwijken.

 

De wet is er om gevolgd te worden, niet een klein beetje, maar helemaal. Deze regel is evenwel niet steeds juist.

Aanvullend recht (ius despositum): Sommige rechtsregels zijn van aanvullend recht en voorzien dus enkel in bepalingen voorzover de partijen er niet anders over hebben geoordeeld. In dit geval zijn de partijen dus niet verplicht de rechtsregel te volgen, mits zij er contractueel andere regels op nahouden of onderling afspreken dat deze bepaalde regel van aanvullend recht niet tussen hen niet geldt. Regels van aanvullend recht vullen de regels aan waarover partijen niet (anders) zijn overeengekomen.

Convenances vainquent la loi

Door een convenance (oude term voor vonventie of overeenkomst) kan afgeweken worden van de wet, waarbij de overeenkomst dan geldt in plaats van of aanvullend bij het gewone (gemene) recht.

Dit gewoon recht kan de wet zijn maar ook de gewoonte.

Voorbeeld Loysel, en ses instit. coûtum. liv. IV. tit. j. reg. 1. dit que convenances vainquent la loi, c'est - à - dire que par convention on peut déroger à ce qui est établi par la loi; ainsi quoique la coûtume de Paris établisse la communauté de biens entre conjoints, on peut convenir par contrat de mariage qu'il n'y en aura point: mais la convenance ou convention ne peut pas prévaloir sur un statut prohibitif négatif, tel par exemple, que l'article 282 de la coûtume de Paris, qui défend aux maris & femmes de s'avantager l'un l'autre, soit entre - vifs ou par testament.

Dwingend recht: Het merendeel van rechtsregels is van dwingend recht. Dit wil zeggen regels waarvan niet afgeweken mag worden.

Hoe kan men bepalen wanneer een regel van dwingend of van aanvullend recht is?

Voor het maken van onderscheid tussen een dwingende rechtsregel en een aanvullende rechtsbepaling zijn de volgende richtlijnen :
•• Ofwel aangegeven in de wet zelf als bepaling van de wet zelf die verwijst naar het dwingend karakter, dan wel middels bewoordingen waaruit het imperatief karakter blijkt;
•• Rechtsregels met die de openbare orde of de goede zeden raken zijn in het algemeen van dwingend recht, maar alle zaken van dwingend recht raken daarom niet de openbare orde.
•• Vormvoorschriften zijn in de regel van dwingend recht;
•• Maatregelen die de bescherming van een persoon tot voorwerp hebben zijn in de regel van dwingend recht;
•• Voorschriften mbt de staat van personen zijn van dwingend recht;
•• Strafrecht is van dwingend recht;
•• Procesrecht is in de regel van dwingend recht;
•• Vaak blijkt enkel uit de rechtspraak of de rechtsleer of een bepaling van dwingend recht is, dan wel van aanvullend recht.

Dwingend recht is geen synoniem van absolute nietigheid en aanvullend recht geen synoniem van relatieve nietigheid. Deze begrippen staan volledig los van mekaar.

Bepalingen van dwingend recht leiden daarom niet steeds tot een absolute nietigheid maar kunnen gesanctioneerd worden door een relatieve nietigheid.

Samengevat:


• Dwingend recht:

De partijen kunnen bij overeenkomst niet afwijken van de bij wet voorziene bepalingen die van dwingend recht zijn.

• Aanvullend recht

De partijen kunnen bij overeenkomst wel afwijken van de bij wet voorziene bepalingen die van aanvullend recht zijn.

Synoniem voor aanvullend recht: regelend recht of suppletief recht of recht van suppletieve aard, ius despositum
De partijen hebben het recht om van de bij wet voorziene bepaling in een overeenkomst af te wijken

Het waarom van de regels van dwingend recht

Vertrekkende vanuit de gedachte van de vrije wil die aan de basis ligt van het burgerlijk recht, kan men zich de vraag stellen waarom deze contractuele vrijheid op diverse terreinen beperkt wordt door regels van dwingend recht.

Er zijn vooreerst de regels die de rechten willen beschermen van zwakkeren zoals consumenten, langstlevende echtgenoten, arbeiders en bedienden.

Daarnaast zijn er regels die de rechten van derden willen beschermen, ten slotte zijn er de regels die het Openbaar belang en het algemeen belang willen beschermen.

Nog dit: 

PEERAER, F., De verhouding tussen openbare orde en dwingend recht sensu stricto in het Belgische verbintenissenrecht, TPR 2013, afl. 4, 2705-2805

Inhoud:

I. Inleiding
II. Het “klassieke” onderscheid tussen openbare orde en dwingend recht en zijn gevolgen
A. Inleiding
B. Het conceptuele onderscheid tussen “openbare orde” en “dwingend recht” in het Belgische, Franse en Nederlandse recht
C. De gevolgen van dit “klassieke” onderscheid in het Belgische, Franse en Nederlandse recht
III. Het “klassieke” onderscheid onder druk
A. Inleiding
B. Kritiek op het conceptuele onderscheid
C. Kritiek op de rechtsgevolgen van het onderscheid
IV. En wat nu? Een blik op de toekomst
A. De toekomst van de absolute nietigheid
B. De toekomst van de relatieve nietigheid
V. Besluit

Commentaar: 

Partijen zijn vrij om hun rechtsverhoudingen te regelen zoals zij het wensen, mits een en ander niet gebeurt in strijd met de openbare orde of met de bepalingen van dwingend recht. Partijen kunnen vrij afwijken van regels van aanvullend recht.

Een wettelijk voorschrift van dwingend recht staat geen afwijking toe door de partijen.

Partijen kunnen daarentegen afwijken van een regel van aanvullend of regelend recht.

Regels van aanvullend recht hebben een subsidiaire werking, zij zijn toepasselijk in die situaties waarin partijen geen afwijkende regelingen hebben getroffen.

Niet alle rechtsverhoudingen worden geregeld door de wet. Op bepaalde terreinen en binnen bepaalde grenzen wordt de regeling van rechtsverhoudingen aan partijen zelf overgelaten. Regels waaraan partijen niet rechtsgeldig kunnen afwijken zijn van dwingend recht.

 

Het aanvullend recht wordt onderverdeeld in interpretatief recht en dispositief recht.

Met interpretatief recht bedoelt men bepalingen die de wetgever op grond van veronderstelde partij bedoeling heeft opgesteld voor het geval partijen zelf de verhouding niet hebben geregeld.

Men spreekt van dispositief recht voor die regels die door de wetgever opgesteld zijn ten behoeve van de partijen waarvan zij niettemin mogen afwijken.

Er zijn bepalingen van dwingend recht ten aanzien van een van de partijen en bepalingen van dwingend recht ten aanzien van alle partijen, het zogeheten eenzijdig dwingend recht tegenover het meerzijdig dwingend recht.

Er zijn bepalingen van dwingend recht waarvan kan worden afgeweken na een bepaald tijdstip. Daartegenover zijn er bepalingen waarvan afwijkingen van meetaf aan uitgesloten zijn, het zogeheten tijdelijk dwingend recht tegenover het definitieve dwingend recht.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: za, 03/02/2018 - 14:42

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.