-A +A

De vervroegde terugbetaling van het consumentenkrediet artikel 23 WCK

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

 Opgelet vanaf 1 december 2016 zijn de nieuwe bepalingen op het consumentenkrediet van toepassing zoals opgenomen onder 

Titel IV WER (Wetboek Economisch Recht)
voor deze nieuwe wetgeving
 klik hier

Artikel 23 § 1 WCK bepaalt dat de consument het recht heeft op vervroegde terugbetaling van het gehele krediet of van een gedeelte ervan en dat hij in dat geval het recht heeft op een billijke vermindering van de kosten van het krediet.

Als tegengewicht voor het recht van de consument om tot vervroegde terugbetaling over te gaan, heeft de kredietgever het recht om in de kredietovereenkomst te bedingen dat een vergoeding verschuldigd is bij een vervroegde terugbetaling van het krediet, in de vorm van de zogenaamde wederbeleggingsvergoeding, die beoogt de kredietgever te vergoeden voor het verlies aan inkomsten in verband met de tijd die hij materieel nodig heeft om opnieuw een gepaste belegging te vinden voor de sommen die de consument vervroegd terugbetaald heeft.

De bedongen vergoeding is verschuldigd wanneer de consument vrijwillig tot een vervroegde terugbetaling overgaat.

Artikel 23 § 2 WCK bepaalt de maximale omvang van deze vergoeding voor het geval van een volledige vervroegde terugbetaling.

Dit artikel is niet van toepassing op een gedeeltelijke terugbetaling van het krediet. De WCK legt ook in geen enkel ander artikel een beperking op aan de vergoeding die de kredietgever mag vragen van de consument bij gedeeltelijke vervroegde terugbetaling.

Bijgevolg is het gemene recht met betrekking tot de lening op intrest van toepassing, dat wel een bovengrens bepaalt van de vergoeding die van de consument kan worden gevraagd bij gedeeltelijke terugbetaling.

Krachtens artikel 1907 van het BW. kan bij gedeeltelijke terugbetaling van een lening op intrest van de schuldenaar, buiten het terugbetaalde kapitaal en de vervallen intrest, in geen geval een vergoeding voor wederbelegging worden gevorderd die groter is dan 6 maanden intrest.

Bij toepassing van artikel 1907 bis BW geldt bovendien een andere berekeningsbasis: de intrest wordt berekend op de terugbetaalde som.

In het raam van een toepassing van artikel 23 § 2 WCK wordt het verschuldigde saldo op datum van de vervroegde terugbetaling als basis genomen voor de berekening van de vergoeding (D. Blommaert en F. Michels, “Artikelsgewijs commentaar financieel recht”, consumentenkrediet – wet van 12.07.1991, artikel 23, 5, nr. 4).

De vraag kan gesteld worden of een gedeeltelijke terugbetaling van de volledig nog verschuldigde som aanzien dient te worden als een vervroegde terugbetaling van het krediet dan wel als vooruitbetaling van mensualiteit.

Het is voor een consument niet steeds duidelijk hoeveel het de totaal terug te betalen bedrag bedraagt. Bovendien blinken de kredietgevers ook vaak niet uit in duidelijkheid en in correctheid met betrekking tot het totaal terug te betalen bedrag.

Heel wat kredietgevers argumenteren dat een partiële terugbetaling niet kan aanzien worden als een vervroegde terugbetaling, geheel noch gedeeltelijk.

Zij stellen dat wanneer een consument een krediet volledig wenst terug te betalen dan ook het volledig terug te betalen bedrag dient betaald te worden.

In de regel aanzien kredietgevers deze partiële of onvoldoende terugbetaling als een voorafbetaling van mensualiteiten. Zij houden dan het betaalde bedrag in en rekenen hierop elke maand de maandaflossing aan, tot wanneer dit bedrag opgesoupeerd is om hierna opnieuw maandelijkse mensualiteiten in rekening te brengen volgens de maandelijkse bedragen voorzien in de initiële overeenkomst.

Aldus blijft de consument volledig verstoken van het voordeel van de vervroegde terugbetaling.

Deze visie van de kredietgevers houdt geen steek.

Indien de kredietgever met wie de consument voorafgaandelijk geen concrete afspraak over een vervroegde terugbetaling heeft gemaakt de door de consument uitgevoerde betalingen aangehouden van een groter bedrag dan de periode aflossing, dan dient het onder zich houden van de reeds terugbetaalde fondsen door de kredietgever te worden aanzien als instemming met de wilsuiting van de consument om de kredietovereenkomst vervroegd terug te betalen (zie D. Blommaert en F. Michels, o.c., 6, nr. 5); zie ook “verslag aan de Koning bij het KB 04.08.1992 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van het consumentenkrediet”, Belgisch Staatsblad 08.09.1992, 19529).

De consument bewijst zijn wil tot vervroegde terugbetaling van zodra het door de consument betaalde bedrag vele malen hoger ligt dan de afgesproken mensualiteit.

In dit geval dient de kredietgever deze betaling consequent te aanvaarden als vervroegde terugbetaling en daaraan de passende gevolgen koppelen wat de eventuele wederbeleggingsvergoedingen en aanpassingen van het krediet betreft.

Het is de kredietgever niet toegestaan de fondsen eenvoudig onder zich te houden en er maandelijks een som, gelijk aan een bedongen maandaflossing, van in mindering te brengen op de lopende lening alsof er geen vervroegde terugbetaling was gebeurd.

Immers, de kredietgever heeft ondertussen het geld, voor andere doeleinden kunnen aanwenden en doen renderen, hetgeen een voordeel is dat zij niet gehad zouden hebben indien er niet vervroegd terugbetaald was geweest.

Bezwaarlijk kunnen kredietgevers stellen dat er geen sprake kan zijn van een gedeeltelijke terugbetaling omdat de consument beweerd zou hebben tot volledige terugbetaling te willen overgaan, zonder dat er een “volledige” terugbetaling is gebeurd maar slechts een partiële. Deze redenering houdt geen steek. Zelfs wanneer de consument zijn schuld als een volledige terugbetaling kwalificeert, terwijl hij in werkelijkheid slechts een gedeelte van de schuld aanzuivert, dient de betaling als een terugbetaling gekwalificeerd te worden en niet als een voorschot op mensualiteit.

Zodra een kredietgever een bedrag inhoudt dat vele malen hoger is dan een maandaflossing, erkent de kredietgever impliciet daarmee dat dit een vervroegde terugbetaling is, ongeacht of deze volledig of gedeeltelijk is.

Het zal de rechter zijn die aan de hand van de bewijsstukken zal beoordelen of de terugbetaling geheel of gedeeltelijk is, ongeacht hoe de consument zijn betaling benoemt.

Het feit dat de consument zijn terugbetaling ten onrechte geheel noemt in plaats van gedeeltelijk, ontneemt aan zijn betaling het karakter van vervroegde terugbetaling niet.

Bezwaarlijk kan de kredietgever de geldigheid van een vervroegde terugbetaling in vraag stellen bij gebreke aan een aangetekende brief waarin het voornemen tot vervroegde terugbetaling wordt voorgesteld zoals voorgeschreven in artikel 23 van de wet op het consumentenkrediet. De wettelijke vereist van een aangetekende brief is niet voorgeschreven op straffe van nietigheid (D. Blommaert en F. Michels, o.c., pagina 6, nr. 5).

Ook het niet betalen van een wederbeleggingsvergoeding door de consument ontneemt de partiële betaling niet het karakter van een vervroegde terugbetaling.

Wanneer een kredietgever een vervroegde terugbetaling weigert, dan dient zij de ontvangen betaling integraal terug te storten. Van zodra de kredietgever het geld inhoudt, aanvaardt zij de betalingen als vervroegde terugbetaling.

Dit onverminderd de regeling zoals voorzien in artikel 23 WCK waarin de voorwaarden worden bepaald onder dewelke de consument het recht heeft op vervroegde terugbetaling van het gehele krediet of van een gedeelte ervan.

Wat zijn de verplichtingen van de kredietgever die een vervroegde terugbetaling krijgt die onvoldoende is voor de volledige terugbetaling?

In dit geval dient de kredietgever onmiddellijk te besluiten dat hij een gedeeltelijke vervroegde terugbetaling ontvangt en dient de kredietgever een correcte afrekening te bezorgen waarin de partiële betaling wordt verwerkt als gedeeltelijke vervroegde terugbetaling met opstelling van een nieuwe aflossingstabel aangepast aan het herleidde, nog openstaande kapitaalsaldo.

Heel wat kredietgevers beginnen na een partiële terugbetaling een hele reeks geautomatiseerde brieven te versturen waarin allerlei verkeerde afrekeningen en verkeerde toepassingen van de wettelijke principes worden gehanteerd, zo ondermeer de bewering dat zij het geld mogen inhouden als voorgeschoten mensualiteiten en waarbij aangedrongen wordt op de betaling van het saldo, hetweze onmiddellijk, hetweze nadat de voorafbetaling opgebruikt is aan nog te vervallen mensualiteiten.

Het versturen van een hele resem brieven en ingebrekestellingen verschaft de kredietgever ter zake geen enkel recht of voordeel.

Evenmin kan het stilzwijgen van de consument op een brief van de kredietgever waarbij een vervroegde terugbetaling wordt aanzien als een voorschot op mensualiteiten als een instemming worden aanzien. De stilzwijgende aanvaarding is immers enkel van toepassing op handelaars.

Wanneer consumenten op diverse onjuiste brieven van handelaars of financiële instelling niet antwoorden en dus blijven stilzitten, kan hieruit geen enkel juridisch gevolg worden getrokken in het nadeel van de consument.

Een en ander kan niet worden aanzien als een aanvaarding of een bekentenis.

Rechtspraak en tevens bron voor deze bijdrage, zie Vredegerecht Landen-Zoutleeuw, 27.12.2012, T. Vred. 2013, 656, met noot Christine Biquet-Mathieu, remboursement volentaire anticipé et décomptes, T. Vred., 2013, 663.
 

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 19/04/2014 - 19:44
Laatst aangepast op: za, 28/05/2016 - 14:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.