-A +A

de termijn van dagvaarding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De termijn van dagvaarding is de termijn tussen de betekening van de dagvaarding of de kennisname van het inleidend exploot en de inleidende zitting. De wet voorziet uitdrukkelijk in een te respecteren termijn zodat de betrokken gedaagde zich kan voorbereiden op zijn verdediging.

De GEWONE TERMIJN van dagvaarding van hen die hun woon- of verblijfplaats in België hebben, is acht dagen en die termijn geldt ook in geval van betekening aan de persoon, aan de gekozen woonplaats en aan hem die geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in België of in het buitenland (art. 707 Ger, W.).

Art. 706.De vordering kan voor de rechtbanken van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel, de vrederechter of de politierechtbank, worden ingesteld bij gezamenlijk verzoekschrift van de partijen die het op straffe van nietigheid hebben ondertekend en gedagtekend.

Het verzoekschrift wordt neergelegd ter griffie of per aangetekende brief aan de griffie gericht.

De neerlegging van het verzoekschrift ter griffie of de verzending per aangetekende brief geldt als betekening.

Het verzoekschrift wordt op de rol ingeschreven nadat, in voorkomend geval, de rolrechten zijn betaald.

Ingeval de partijen of een van hen in het verzoekschrift daarom verzoeken, of wanneer de rechter het noodzakelijk acht, bepaalt deze laatste een zitting binnen vijftien dagen te rekenen van de neerlegging van het verzoekschrift. De partijen en, in voorkomend geval, hun raadsman worden dan door de griffier opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt bij gewone brief.

VERKORTING: art 708 Ger W.

Art. 708.In spoedeisende gevallen kan de vrederechter [1 , de voorzitter van de rechtbank of de familie- en jeugdrechtbank]1 waarvoor een zaak moet worden gebracht, op een door een advocaat of een gerechtsdeurwaarder ingediend en door hen ondertekend verzoekschrift een beschikking geven om de termijnen te verkorten, en zelfs, indien daartoe grond bestaat, verlof verlenen om binnen dezelfde dag en op het gestelde uur te dagvaarden.

Op verzoekschriften evenwel die tot de rechtbank worden gericht, na de toewijzing van de zaak aan een kamer en in de loop van de behandeling, wordt beschikt door de voorzitter van die kamer.

Dit artikel is van toepassing op het verzoekschrift op tegenspraak.

VERLENGING voor hen die noch (bekende) woonplaats, noch verblijfplaats noch gekozen woonplaats hebben in België, behoudens betekening aan persoon: art. 709 en 55 Ger. W.

Art. 709. Voor hen die noch woonplaats, noch verblijfplaats noch gekozen woonplaats hebben in België, wordt de termijn verlengd zoals bepaald is in artikel 55, behalve wanneer de dagvaarding aan hun persoon in België is betekend.

De termijn is voorgeschreven op straffe van NIETIGHEID (art. 710 Ger_ W.). Deze nietigheid moet ambtshalve worden opgeworpen (art.. 862, 1, 1°, en 52 Ger. W.), maar een enkele onregelmatigheid in de ve¬melding van de termijn levert alleen nietigheid op in geval van bewezen schade (Cass., 26 okt. 1973, A.C., 1974, 234, R.W., 1973-74, 1393; Cass., 23 mei 1975, AC.., 1975, 1011, R.W., 1975-76, 118).

De termijn van dagvaarding (acht dagen) is een minimumtermijn (Cass.., 8 feb 1974, A.C., 1974, 619, R.W., 1973-74, kol. 2264). De gedaagde kan niet verplicht worden te verschijnen vóór het verstrijken ervan (Cass., 3 dec. 1979, A.C., 1979-80, nr.. 211).

De termijn van dagvaarding is de termijn tussen de betekening van de dagvaarding of de kennisname van het inleidend exploot en de inleidende zitting. De wet voorziet uitdrukkelijk in een te respecteren termijn zodat de betrokken gedaagde zich kan voorbereiden op zijn verdediging.

De datum van de betekening van een dagvaarding is de datum waarop de te betekenen akte wordt aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde (of van beroep Antwerpen 10 maart 2008 (nieuwt juridisch weekblad 204,10 juni 2009, pagina 504 volgende).
Wat is wanneer de termijn van dagvaarding niet gerespecteerd werd?


De termijnen van dagvaarding wordt de zogeheten wachttermijn geheten.


Het normdoel van de wachttermijn, is ervoor te zorgen dat de gedaagde, die de begunstigde van de termijn is, de nodige tijd krijgt om zich te beraden of om zich voor te bereiden. 
Dit beraden betekent “raad inwinnen, nadenken over wat men gaat doen, eventueel een raadsman contacteren, een dossier samenstellen, soms een verweer voorbereiden” (in deze zin Kris Wagner, sancties in het burgerlijk procesrecht, clean, Antwerpen, 2007, nummer 295).

De dagvaarding*is een termijn die bedoeld wordt in afdeling vijf van hoofdstuk VII en titel III van boek II gerechtelijk wetboek, zodat bij toepassing van artikel 867 gerechtelijk wetboek het niet respecteren van de hier toepasselijke termijn, niet tot de nietigheid van dagvaarding kan leiden indien uit de gedingstukken blijkt dat het doel dat de wet met deze termijn beoogt, werd bereikt.


Uit het verschijnen van de verwerende partij ter zitting, het nemen van (meerdere) conclusies , gebeurlijke verdagingen, beperking van het beraad om alvorens verder recht te doen tot een beslissing te komen enkel over de opgeworpen nietigheid, kunnen onder meer blijken dat het normdoel bereikt is, ook al zal de wachttermijn niet bereikt zijn. 
Zie vredegerecht Kapellen 23 januari 2013, tijdschrift van de vrederechters 2014/11 - 12, pagina 498


uittreksel uit het gerechtelijk wetboek:

Art. 707. De gewone termijn van dagvaarding voor hen die hun woon- of verblijfplaats hebben in België, is acht dagen.
Hetzelfde geldt :
1° wanneer de dagvaarding in België aan de gekozen woonplaats wordt betekend;
2° wanneer de persoon ter kennis van wie de dagvaarding wordt gebracht, geen bekende woon- of verblijfplaats heeft in België of in het buitenland;
3° wanneer een dagvaarding aan een partij die haar woonplaats heeft in het buitenland, wordt betekend aan haar persoon in België.

Art. 708. In spoedeisende gevallen kan de vrederechter of de voorzitter van de rechtbank waarvoor een zaak moet worden gebracht, op een door een advocaat of een gerechtsdeurwaarder ingediend en door hen ondertekend verzoekschrift een beschikking geven om de termijnen te verkorten, en zelfs, indien daartoe grond bestaat, verlof verlenen om binnen dezelfde dag en op het gestelde uur te dagvaarden.
Op verzoekschriften evenwel die tot de rechtbank worden gericht, na de toewijzing van de zaak aan een kamer en in de loop van de behandeling, wordt beschikt door de voorzitter van die kamer.
(Dit artikel is van toepassing op het verzoekschrift op tegenspraak.) <W 1992-08-03/31, art. 13, 020; Inwerkingtreding : 01-01-1993>

Art. 709. Voor hen die noch woonplaats, noch verblijfplaats noch gekozen woonplaats hebben in België, wordt de termijn verlengd zoals bepaald is in artikel 55, behalve wanneer de dagvaarding aan hun persoon in België is betekend.

Art. 710. De termijnen van dagvaarding zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid.
Dezelfde regel is van toepassing op de andere vormen van oproeping die de wet bepaalt.

Afwijkende termijnen:

kortgeding: 2 dagen

mogelijkheden tot inkorting van de termijn bestaan op verzoekschrift
 

Commentaar: 

Termijn van dagvaarding en normdoel

Cass. 29 november 2010, RABG 2011/6, 402, met noot Bruno Maes, Het bereiken van het normdoel bij de niet-naleving van een termijn van dagvaarding, met talrijke verwijzingen, RABG 2011/6, 406

samenvatting

Wanneer het bestreden arrest vaststelt dat er, ondanks de niet-naleving van de termijn van dagvaarding, die op straffe van nietigheid is voorgeschreven bij de artikelen 55, 3°, en 707, eerste lid, 709 en 710, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, tegen de gedaagde partij een veroordelend verstekvonnis is gewezen en de gedaagde partij tegen dat vonnis verzet heeft gedaan, kan het het vonnis dat, op dat verzet, de oorspronkelijke dagvaarding nietig heeft verklaard, niet wettig wijzigen op grond dat die dagvaarding het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt, te weten de gedaagde partij voor de rechtbank te brengen teneinde voor dat rechtscollege een rechtspleging op tegenspraak te voeren die het recht van verdediging eerbiedigt. Zie concl. O.M. in Pas., 2010, nr. ... ; art. 867, Ger. W., zoals het van kracht was vóór de wijziging ervan bij de W. 26 april 2007.

uittreksel uit het arrest

Nr. S.09.0062.F

REPUBLIEK ZUID-AFRIKA, 

eiseres,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

G. N., 

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 16 maart 2009 gewezen door het arbeidshof te Brussel onder het nummer 49.250 van de algemene rol.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert de volgende twee middelen aan, waarvan het eerste gesteld is als volgt:

Geschonden wettelijke bepalingen

De artikelen 55, 707, 709, 710, 860, 861, 862, § 1, 1°, 867 (vóór de wijziging ervan door de wet van 26 april 2007) en 1047 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, wijzigt het beroepen vonnis, verklaart de oorspronkelijke vordering van de verweerster ontvankelijk en gegrond en veroordeelt de eiseres om aan de verweerster een brutobedrag van 15.458,19 euro te betalen ter vergoeding van het willekeurig ontslag, vermeerderd met de wettelijke verwijlinterest met ingang van 1 september 2003. Het arrest legt de kosten van het verzet voor de arbeidsrechtbank (alsook de kosten van de vordering tot bindendverklaring van het arrest) ten laste van de verweerster en legt de andere kosten ten laste van de eiseres, die voor de verweerster op 2.836,02 euro zijn bepaald.

Het arrest grondt zijn beslissing over de regelmatigheid van de dagvaarding op de redenen die zijn uiteengezet op de bladzijden 5 tot 11, waaronder de volgende redenen, die betrekking hebben op de mogelijke nietigheid van de dagvaarding, wegens het niet naleven van de dagvaardingstermijn:

"De niet-naleving van de op straffe van nietigheid voorgeschreven dagvaardingstermijn leidt te dezen niet tot de nietigheid van de dagvaarding (artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek);

(De verweerster) heeft de op straffe van nietigheid voorgeschreven termijn van acht dagen, verlengd met tachtig dagen, niet nageleefd (de artikelen 55, 707 en 710 van het Gerechtelijk Wetboek);

Uit de processtukken blijkt evenwel dat de dagvaarding van maart 2004 het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt. Dat doel bestond er immers in de (eiseres) voor de arbeidsrechtbank te Brussel te brengen (om die reden verlengt het Gerechtelijk Wetboek de dagvaardingstermijn, en de tegensprekelijke verzetprocedure werd ingeleid op 4 oktober 2004, dat wil zeggen meer dan achtentachtig dagen na maart 2004) teneinde voor dat gerecht een tegensprekelijke procedure te voeren die het recht van verdediging eerbiedigt (de (eiseres) heeft zich volledig kunnen uitdrukken voor de arbeidsrechtbank, die de zaak op 28 september 2006 in beraad heeft genomen, en vervolgens voor het arbeidshof, dat de zaak op 12 januari 2009 in beraad heeft genomen);

Het oorspronkelijke verstekvonnis, dat voortvloeide uit de niet-naleving van de dagvaardingstermijn, belet niet dat de oorspronkelijke dagvaarding het doel kan bereiken dat de wet ermee beoogt wanneer er na dat verstekvonnis, zoals te dezen, voor dezelfde rechter, op verzet, over de zaak een tegensprekelijk debat is gevoerd dat het recht van verdediging eerbiedigt, waarbij de kosten van de verzetprocedure ten laste zijn gelegd van de partij die deze procedure veroorzaakt heeft door de dagvaardingstermijn niet na te leven".

Grieven

Luidens artikel 710 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de termijnen van dagvaarding voorgeschreven op straffe van nietigheid.

Volgens artikel 707 van het Gerechtelijk Wetboek is de gewone termijn van dagvaarding voor hen die hun woon- of verblijfplaats hebben in België, acht dagen. Artikel 709 van dat wetboek bepaalt dat voor hen die noch woonplaats, noch verblijfplaats noch gekozen woonplaats hebben in België, de termijn wordt verlengd zoals bepaald is in artikel 55, behalve wanneer de dagvaarding aan hun persoon in België is betekend.

Wanneer de wet bepaalt dat ten aanzien van de partij die in België noch woonplaats, noch verblijfplaats, noch gekozen woonplaats heeft, de termijnen die haar verleend werden verlengd dienen te worden, bedraagt die verlenging volgens artikel 55 van hetzelfde wetboek tachtig dagen wanneer die partij in een ander werelddeel dan Europa verblijft.

Het arrest stelt vast, zonder op dat punt bekritiseerd te worden, dat de verweerster de op straffe van nietigheid voorgeschreven dagvaardingstermijn  van acht dagen, verlengd met tachtig dagen, niet heeft nageleefd.

Artikel 860, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, wat de verzuimde of onregelmatig verrichte vorm ook zij, geen proceshandeling nietig kan worden verklaard indien de wet de nietigheid ervan niet uitdrukkelijk heeft bevolen.

Artikel 861 van dat wetboek bepaalt dat de rechter een proceshandeling alleen dan nietig kan verklaren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt.

Artikel 862, § 1,  1°, van datzelfde wetboek preciseert dat de regel van artikel 861 niet geldt voor een verzuim of een onregelmatigheid betreffende  de op straffe van verval of nietigheid voorgeschreven termijnen. Zo zal de dagvaarding, ingeval de eisende partij de termijn ervan niet naleeft, nietig kunnen worden verklaard zonder dat de verwerende partij hoeft aan te tonen dat die onregelmatigheid haar belangen heeft geschaad.

Artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek, vóór de wijziging ervan door de wet van 26 april 2007, bepaalt evenwel dat het verzuim of de onregelmatigheid van de vorm van een proceshandeling met inbegrip van de niet-naleving van de op straffe van nietigheid voorgeschreven termijnen of van de vermelding van een vorm, niet tot nietigheid kan leiden, wanneer uit de processtukken blijkt ofwel dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt (ofwel dat die niet-vermelde vorm werkelijk in acht is genomen).

Het arrest stelt het volgende vast: 1. de door de verweerster aangezochte gerechtsdeurwaarder heeft in maart 2004 aan de eiseres een dagvaarding doen betekenen om op 19 april 2004 voor de arbeidsrechtbank te Brussel te verschijnen, 2. die rechtbank heeft een verstekvonnis gewezen op 10 juni 2004, 3. de eiseres heeft op 30 juli 2004 tegen dat vonnis verzet gedaan, en 4. de arbeidsrechtbank heeft, na een tegensprekelijk debat op verzet, op 20 oktober 2006 een vonnis gewezen waartegen de verweerster vervolgens hoger beroep heeft ingesteld. Het arrest erkent dat het voormelde verstekvonnis het gevolg is van de niet-naleving van de dagvaardingstermijn.

Luidens artikel 1047 van het Gerechtelijk Wetboek kan tegen ieder verstekvonnis verzet worden gedaan, onverminderd de bij de wet bepaalde uitzonderingen (eerste lid), en wordt het verzet betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot, dat dagvaarding inhoudt om te verschijnen voor de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen (tweede lid).

Zo kan er over de zaak waarin een verstekvonnis is gewezen ten gevolge van de niet-naleving van de dagvaardingstermijn slechts een tegensprekelijk debat worden gevoerd dat het recht van verdediging eerbiedigt, op voorwaarde dat de partij jegens wie het verstekvonnis is gewezen, verzet doet en, meer bepaald, haar akte van verzet bij gerechtsdeurwaardersexploot betekent en de oorspronkelijk eisende partij tegelijkertijd dagvaardt om te verschijnen voor de rechter die het verstekvonnis gewezen heeft. De verschijning van de partijen en het debat dat tegensprekelijk is en het recht van verdediging eerbiedigt, zijn derhalve het gevolg van een door de oorspronkelijk gedaagde partij gestelde proceshandeling, die losstaat van de oorspronkelijke dagvaarding.

Het arrest heeft bijgevolg niet wettig kunnen beslissen dat de oorspronkelijke dagvaarding het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt en  dat de oorspronkelijke dagvaarding niet nietig hoefde te worden verklaard.

Het arrest schendt derhalve alle in het middel vermelde bepalingen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste middel

Luidens artikel 710, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zijn de termijnen van dagvaarding voorgeschreven op straffe van nietigheid.

Krachtens artikel 867 van datzelfde wetboek kan de niet-naleving van die termijnen evenwel niet tot nietigheid leiden, wanneer uit de gedingstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt.

Het arrest stelt vast dat de gewone dagvaardingstermijn van acht dagen, bepaald in artikel 707, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, te dezen was verlengd met tachtig dagen, overeenkomstig artikel 55, 3°, van dat wetboek, en dat "(de verweerster) in maart 2004 aan de (eiseres) een dagvaarding heeft doen betekenen om op 19 april 2004 voor de arbeidsrechtbank te verschijnen", en dat die rechtbank, die bij verstek uitspraak heeft gedaan, op 10 juni 2004 een vonnis heeft gewezen waarin zij de eiseres veroordeelt en oordeelt dat "(de verweerster) de op straffe van nietigheid voorgeschreven dagvaardingstermijn niet heeft nageleefd".

Het arrest, dat vaststelt dat de eiseres verzet heeft gedaan tegen het voormelde vonnis van 10 juni 2004, heeft het op dat verzet gewezen vonnis, dat de oorspronkelijke dagvaarding nietig had verklaard, niet wettig kunnen wijzigen, op grond dat voormeld vonnis "het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt, dat erin bestaat de [eiseres] voor de arbeidsrechtbank te brengen teneinde voor dat gerecht een tegensprekelijke procedure te voeren die het recht van verdediging eerbiedigt".

Het middel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van het tweede middel, dat niet kan leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Luik.

lees dit arrest op juridat

download dit arrest in pdf

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: wo, 06/09/2017 - 12:49

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.