-A +A

De onbevoegdheid van de arbeidsgeneesheer-preventieadviseur om tijdens de periode van schorsing van de arbeidsongeschiktheid een gezondheidsbeoordeling uit te voeren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Overeenkomstig artikel 12, §3 van het koninklijk besluit inzake het gezondheidstoezicht, is, onder voorbehoud van die bepalingen betreffende de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, de gezondheidsbeoordeling van een definitieve arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn reïntegratie en het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting, elk verzoek om gezondheidsbeoordeling tijdens de periode van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst absoluut nietig en heeft zij de absolute nietigheid van de beslissing van de preventie-arbeidsgeneesheer tot gevolg

Rechtspraak Arbeidshof Antwerpen 23 november 2011, NJW 267, 550

De definitieve ongeschiktheid voor de werknemer om de overeengekomen arbeid te verrichten, die de beëindiging van de arbeidsovereenkomst door overmacht tot gevolg heeft, is een rechtsfeit dat de werkgever voor het arbeidsgerecht door alle middelen van recht kan bewijzen (Cass. 23 maart 1998, Arr. Cass. 1998, 163).

Wanneer een werkgever zich op overmacht heeft beroepen om de overeenkomst met zijn werknemer te beëindigen rust op de werkgever de bewijslast aan te tonen dat deze zich terecht heeft beroepen op overmacht, zijnde de definitieve onmogelijkheid voor de werknemer om de overeengekomen arbeid te verrichten.

Een schrijven van een arts aan de werkgever kan niet dienen als bewijs gezien dit bewijs onregelmatig is en strijdig met het beroepsgeheim.

Ook de arbeidsongeschiktheid van een patiënt onder het beroepsgeheim van de arts, behoudens wanneer dit aspect van het medisch geheim bij wet is opgeheven.

Een dergelijke uitzondering wordt voorzien in artikel 31, §3 van de Arbeidsovereenkomstenwet dat stelt dat de door de werkgever gemachtigde en betaalde controlearts nagaat of de werknemer werkelijk arbeidsongeschikt is, de waarschijnlijke duur van de arbeidsongeschiktheid verifieert en, in voorkomend geval, de andere medische gegevens voor zover zij noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepaling van deze wet.

Deze uitzonderingsbepaling dient strikt te worden geïnterpreteerd (Cass, 6 december 1984, RW 1985 -1986,941) en kan niet uitgebreid worden tot de behandelende arts van de werknemer.

Het is anderzijds een algemeen aanvaard principe dat de patiënt zijn arts van de geheimhoudingsplicht kan ontslaan, waardoor het wederrechtelijk karakter van een schending van de geheimhoudingsplicht wordt opgeheven.

De behandelende arts van een werknemer kan bijgevolg, wanneer deze laatste hiermee instemt, gegevens of feiten die normaal gezien onder het medisch geheim vallen, aan derden overmaken.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de werknemer, in het kader van zijn verplichting zijn werkgever op de hoogte te brengen van zijn arbeidsongeschiktheid, aan deze laatste een medisch attest dient te overhandigen waarin melding wordt gemaakt van de arbeidsongeschiktheid, alsmede van de waarschijnlijke duur ervan.

Wanneer een arts in dat verband ingaat op het verzoek van zijn patiënt een getuigschrift op te stellen, dan dient hij dit in principe aan die patiënt te overhandigen.

Het is evenwel absoluut onaanvaardbaar dat een behandelende arts geheel op eigen initiatief of, zoals in deze het geval op verzoek van de werkgever en zonder medeweten van de werknemer attesteert over de arbeidsongeschiktheid van zijn patiënt.

Dit betekent evenwel niet dat een schrijven inhoudende de medische toestand van een werknemer gesteld door een arts en gericht aan een werkgever zonder toestemming van de werknemer zonder meer uit de debatten moet geweerd worden.

Het is immers de rechter die de toelaatbaarheid van een nrechtmatig verkregen bewijs dient te beoordelen, rekening houdend met de elementen van de zaak in haar geheel genomen, inbegrepen de wijze waarop.

Enkel wanneer de naleving van bepaalde vormvoorwaarden voorgeschreven wordt op straffe van nietigheid, de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast of wanneer het gebruik van het bewijs strijdig is met het recht op een eerlijk proces, dient overgegaan te worden tot nietigverklaring van het bewijs (Cass. 14 oktober 2003, NjW 2003, 1367 en Cass. 23 maart 2004, RABG 2004, 1061).

In een arrest van 10 maart 2008 heeft het Hof van Cassatie bevestigd dat deze beoordeling van het onrechtmatig bewijs ook geldt in burgerlijke zaken (Cass. 10 maart 2008, AR S.07.0073.N, www.juridat.be).

Maar de rechter dient een medisch attest zeker niet als zomaar als volledig bewijskrachtig te aanzien en kan in concreto de bewijswaarde beoordelen. Zo kan de rechter de bewijswaarde van een medisch attest in twijfel trekken wanneer blijkt dat er geen voorafgaand medisch onderzoek voorafging aan het uitschrijven na het uitschrijven van een attest inhoudende definitieve arbeidsongeschiktheid, in tegenstelling tot een eerder medisch attest van deze arts inhoudende attestatie van tijdelijke arbeidsogeschiktheid voorafgegaan door een medisch onderzoek.

Quid met de attestaties van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer?

Overeenkomstig artikel 12, §3 van dit koninklijk besluit is, onder voorbehoud van die bepalingen betreffende de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, de gezondheidsbeoordeling van een definitieve arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn reïntegratie en het bezoek voorafgaand aan de werkhervatting, elk verzoek om gezondheidsbeoordeling tijdens de periode van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst absoluut nietig en heeft zij de absolute nietigheid van de beslissing van de preventie-arbeidsgeneesheer tot gevolg.

Een onderzoek en beoordeling van de gezondheid van de werknemer door deze arbeidsgeneesheer uitgevoerd tijdens de periode van schorsing van een arbeidsovereenkomst zonder voorafgaande aanvraag tot reïntegratie door de werkgever is absoluut nietig (art 12 §3 KB gezondheidstoezichjt.

Noot: X. Bewijs van definitieve arbeidsongeschiktheid vereist meerdere medische attesten in geval van betwisting NJW 2012, 267, 553.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 05/05/2013 - 12:53
Laatst aangepast op: ma, 04/12/2017 - 09:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.