-A +A

De nietigheid van de authentieke akte

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer kan een notariële akte nietig verklaard?

Een fundament van een rechtstaat is het bestaan van authetieke titels die niet voor betwisting vatbaar zijn. Zo kan slechts in zeer uitzonderlike gevallen een notariële akte nietig verklaard worden.
 

Een notariële akte kan nietigverklaard worden:

Gevallen voorzien in de Notariswet

A. Het gebruik van een stroman

B. Het laten optreden van een klerk

C. De onbevoegdheden ratione personae

D. Het verlijden van bepaalde akten door notarissen die bloed- of aanverwant zijn

(Art. 9 per. 2 Notariswet)

E. De afwezigheid van getuigen of van een tweede notaris voor het verlijden van bepaalde akten

(Art. 10 Notariswet)

F. Het ontbreken van de vermelding van de identiteit van de getuigen, de plaats en/of datum van de akte

(Art. 12 lid 2 Notariswet)

G. Het ontbreken van de handtekening van de partijen, de getuigen of de notaris, en het ontbreken van de vermelding van de ondertekening

(Art. 14 Notariswet)

H. De akte in brevet verleden buiten de gevallen door de wet voorzien

(Art. 20 Notariswet)
I. Akten verleden door notarissen die ratione personae onbevoegd zijn

(Art. 51 par. 7 Notariswet)
J. De akte verleden door een notaris-plaatsvervanger in overtreding van de artikelen 8, 9 en 10

(Art. 65 per. 2 lid 2 Notariswet)
De nietigheid van de notariele akte zoals voorzien in artikel 114 Belgische Notariswet.

Gevallen van nietigheid van de notariele akte die niet in de notariswet werden opgenomen


Territoriale onbevoegdheid van de notaris

Art. 1317 en 1318 BW

Onbevoegdheid van de notaris ratione materiae

Artikel 1 Notariswet

Natuurlijke onbekwaamheid van de notaris (Blindheid, seniel, doof ...)

Wettelijke onbevoegdheid van de notaris zelf

- De notaris die zijn eed nog niet heeft afgelegd
- Een notaris die geschorst, afgezet of vervangen

Betichting van valsheid van de notariële akte

Ongezondheid van geest van één der partijen

Terzake behandelen we vooreerst het authentiek testament

Een authentiek testament kan zonder betichting van valsheid in geschrifte aangevochten worden wegens ongezondheid van geest, omdat de authenticiteit van de notariële akte de verklaring omtrent de gezondheid van geest niet dekt.. Er is echter geen sprake van valsheid wanneer de notaris vzich vergist over de gezondheid van geest (Brussel 20 februari 1991, RDP 1991, 747;  Antwerpen 14 september 1998, AJT 1998-99, 1041; A. KLUYSKENS, De schenkingen en testamenten, Antwerpen, Standaard, 1947, 55, nr. 30; .J. BAEL, “Algemene geldigheidsvoorwaarden inzake schenkingen en testamenten”, Notariële actualiteit 1996, afl. 7, (105) 112, nr. 11; P. HOFSTRÖSSLER, “De notaris, het authentiek testament en de beweerde valsheid“, (noot onder Rb. Brussel 18 januari 1994), AJT 1995-95, (142) 143; F. DELPORTE, Sterven en erven: praktische handleiding voor erfrecht, testamenten en successierechten, Mechelen, Ced. Samsom, 2003, 72; J. BAEL, “Erfenissen, schenkingen en testamenten” in G. VERSCHELDEN, A. WYLLEMAN en J. BAEL (eds.), Rechtskroniek voor het notariaat 5: Familierecht: erfenissen, schenkingen en testamenten, Brugge, Die Keure, 2004, 147, nr. 132; M. GOVAERTS,“Het bewijs in rechte van de wils(on)geschiktheid van de testateur” (noot onder Gent 15 maart 2007), RABG 2008, afl. 4, 250, nr. 10).

In de grote meerderheid der gevallen zal het notariële testament (of de notariële akte opgesteld) door de notaris overeind blijven wanneer de onbewaamheid wordt ingeroepen. 

In de rechtsleer stelt DEBUCQUOY dat “de instrumenterende notaris, als juridisch ervaringsdeskundige, wiens natuurlijke taak het is erop toe te zien dat wil en verklaring overeenstemmen, zich voor het discours inzake artikel 901 BW een zeer waardevol oordeel kan vormen omtrent de mentale conditie die vereist is om te testeren.” Hij baseert zich hiervoor op het feit dat de ongezondheid van geest een juridisch begrip is, en geen medisch begrip. BAEL vindt dat het feit dat de notaris zijn medewerking verleende bij het opstellen van het testament, doet vermoeden dat de testator gezond was van geest, aangezien de notaris in het
tegenovergestelde geval zijn medewerking moet weigeren.(DEBUCQUOY, “Het notarieel testament en (het bewijs van) de (on)gezondheid van geest van de testator” in C. CASTELEIN, C. VERBEKE en L. WEYTS (eds.), Notariële clausules: liber amicorum professor Johan Verstraete, Antwerpen, Intersentia, 2007, 115-116, nr. 45; J. BAEL, “Erfenissen, schenkingen en testamenten” in G. VERSCHELDEN, A. WYLLEMAN en J. BAEL (eds.), Rechtskroniek voor het notariaat 5: Familierecht: erfenissen, schenkingen en testamenten, Brugge, Die Keure, 2004, 148, nr. 135 en J. BAEL, “Schenkingen en testamenten” in G. VERSCHELDEN, A. WYLLEMAN en J. BAEL (eds.), Rechtskroniek voor het notariaat 10: Personen- en familierecht. Familiaal vermogensrecht. Schenkingen en testamenten, Brugge, Die Keure, 2007, 151, nr. 26; A.VERBEKE, Knelpunten familiaal vermogensrecht 2003, Brussel, Larcier, 2003, 95, nr. 96; F. DEBUCQUOY, “Het
notarieel testament en (het bewijs van) de (on)gezondheid van geest van de testator” in C. CASTELEIN, C.VERBEKE en L. WEYTS (eds.), Notariële clausules: liber amicorum professor Johan Verstraete, Antwerpen, Intersentia, 2007, 84-85, nr. 18.


Wanneer een notaris bereid is om een testament was het testament aan te nemen of zich bereid verklaart een notariële akte te verlijden impliceert zulks de afwezigheid van sluitend bewijs van de ongezondheid van geest minstens een ernstige aanwijzing van de volle bekwaamheid van de erflater.

Aangezien wanneer een notaris een notariële akte verlijdt er in dat geval een vermoeden van bekwaamheid van de partijen bestaat, minstens twijfel bestaat over de bekwaamheid en waarbij de twijfel in het voordeel van de geldigheid van de akte pleit.

Het bewijs van de ongezondheid van geest is aan zeer strenge vereisten gebonden. Het is onvoldoende om ziekte, ouderdom of iets dergelijks te bewijzen, er
moet bewezen worden dat de werkelijke wilsvorming op het ogenblik van het opstellen van het testament aangetast was ( F. SWENNEN, Geestesgestoorden in het burgerlijk recht, Antwerpen, Intersentia, 2001, 250, nr. 318. ).Het bewijs moet zeer precies zijn, waardoor alle twijfel omtrent de geestesbekwaamheid uitgesloten is

Wanneer er uit de analyse van de verschillende getuigenissen en de stukken van het dossier blijkt dat er twijfel bestaat over de mentale toestand van de erflaatster, kan er niet met de vereiste zekerheid bevestigd worden dat zij niet geestelijk gezond was op het ogenblik van het opstellen van het testament .(Bergen 18 oktober 2005, Rec.gén.enr.not. 2007, afl. 5, 186, RTDF 2006, afl. 3, 889).

Het bewijs van bekwaamheid dient niet bewezen, wel het bewijs van onbekwaamheid. Er bestaat derhalve een vermoeden van bekwaamheid..

• J. BAEL, “Schenkingen en testamenten” in G. VERSCHELDEN, A. WYLLEMAN en J. BAEL (eds.),Rechtskroniek voor het notariaat

•  Personen- en familierecht. Familiaal vermogensrecht. Schenkingen en testamenten, Brugge, Die Keure, 2007, 146, nr. 12; W. PINTENS, K. VANWINCKELEN en J. DU MONGH, Schets van het familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2008, 196, nr. 561).

Door het vermoeden van bekwaamheid van partijen bij het derlijden van een notariële akte, enzerzijds en de aanwezigheid van twijfel die hieruit voortvloeit, kan besloten worden dat een notariële akte principieel niet kan worden aangevochten wegens gebrek aan bekwaamheid van partijen.

 

Nog dit: 

• Hof van Beroep Gent, 8 oktober 2012, NJW, 2013/660, met noot

M.H.,[ ... ] appellante, [ ... ]

tegen

1. Torla N.V., [ ... ] 2.G.P., [ ... ]

lste en 2e geïntimeerde, [ ... ]

3.G.Q.,[ ... ]

3de geïntimeerde,

[ ... ]

12. De bewijslast van de eigendom van 165 aandelen in de nv Torla berust bij mevrouw M.H. (artikel 870 Ger. Wb.). Ondanks de uitgebreide argumentatie van mevrouw M.H. laten de stukken van de dossiers niet toe te besluiten dat mevrouw M.H. eigenaar is van 165 aandelen in de nv Torla.

Het bewijs dat zij er ooit eigenaar van geweest is staat evenmin vast.

Het enige element in het geheel van de zaak waarop mevrouw M.H. zich steunt om haar statuut van eigenaar van de aandelen te bewijzen, vormt de notariële akte met de buitengewone algemene vergadering van 20 april 2004.

De authentieke akte levert tussen de contracterende partijen en hun erfgenamen of de rechtverkrijgenden een volledig bewijs op van de overeenkomst die erin is vervat (artikel 1319, lid 1 B.W.). Enkel de authentieke vermeldingen in een authentieke akte gelden behoudens een welslagen van een procedure tot betichting van valsheid, als volledig bewijs

Authentieke vermeldingen zijn die vermeldingen die de openbare ambtenaar, die de akte opmaakt, moet of kan verifiëren of van hem of haar afkomstig zijn (Cass., 19 oktober 1939, Pas., 1939,1427). De notaris verklaart in de akte van 20 april 2004 onder de categorie "aandeelhouders" dat mevrouw M.H. "aanwezig" is met 165 aandelen.

Tot de authentieke vermeldingen behoort dat mevrouw M.H. aanwezig was met 165 aandelen. De notaris diende te verifiëren dat er papieren aandelen waren en hoeveel er waren. Er is geen inschrijving wegens valsheid genomen tegen deze delen van de authentieke akte. Er is zelfs niet betwist dat mevrouw M.H. met 165 aandelen is verschenen.

Dat zij ook eigenaar is van de aandelen waarmee zij verschenen is, kan niet zonder meer afgeleid worden uit de notariële akte van 20 april 2004 en met name uit de vermelding "aandeelhouders". Voor een buitengewone algemene vergadering van de nv Torla volstaat het dat de notaris vaststelt wie zich aanbiedt met hoeveel aandelen. Hij dient niet na te gaan in welke hoedanigheid de persoon verschijnt, die de aandelen toont. Een lid van de algemene vergadering kan zich aanmelden als eigenaar, maar ook bijvoorbeeld als bewaarnemer of lasthebber. Dit moet niet vermeld worden.

Uit het feit dat mevrouw M.H. verschenen is met 165 aandelen kan derhalve hooguit een vermoeden worden afgeleid dat zij eigenaar is van die aandelen. Het is evenwel geen vaststaand en onbetwistbaar gegeven. Het is geen feit dat geldt tot het bewijs van valsheid.

13. De volgende zwaarwichtige en overeenstemmende gegevens vormen een voldoende weerlegging van het vermoeden dat uit de notariële akte van 20 april 2004 zou kunnen afgeleid worden:

Mevrouw M.H. zegt niet hoe zij die aandelen waarmee zij verscheen, verkregen heeft. In de historiek van het aandeelhouderschap die de nv Torla bijbrengt, wordt mevrouw M.H. op geen enkel ogenblik genoemd. Mevrouw M.H. betwist die historiek niet.

De heer G.P. en mevrouw M.H. waren gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. De 663, minstens de 653 aandelen, waarvan de heer G.P. ten andere al eigenaar was op het ogenblik dat hij met mevrouw M.H. huwde, vielen niet in de huwgemeenschap.

De vennootschap was een familievennootschap en zij bestond reeds verschillende decennia voor dit huwelijk gesloten werd. Ook de kapitaalsverhoging van 1990 werd doorgevoerd voor het huwelijk.

Voor en na de ene buitengewone algemene vergadering van 20 april 2004 is mevrouw M.H. nooit verschenen met aandelen op een algemene vergadering.

De dossiers bevatten geen enkel element waaruit het eigendomsrecht van mevrouw M.H. ondubbelzinning moet afgeleid worden.

14. Opdat het bezit als titel zou kunnen gelden (artikel 2279 B.W.) moeten de voorwaarden van artikel 2228-2229 B.W. vervuld zijn (Cass., 18 juni 1834, Pas., I, 268). Dit is hier niet het geval. Het bezit was dubbelzinnig. Het maakt in het geheel van alle voorgelegde feiten in deze zaak, waaronder de algemene vergadering van 20 april 2004, veel meer een daad van eenvoudig gedogen dan van eigendom uit.

Alle hiervoor (in randnummer 13) genoemde elementen van de zaak wijzen erop dat mevrouw M.H. in april 2004 de aandelen bezat voor de heer G.P. Zij was houder en trad niet op als eigenaar.

Het bezit was ook niet openbaar. Hieruit volgt dat mevrouw M.H. dus wel haar eigendomsrecht verder dient te bewijzen, bewijs waar zij evenwel niet in slaagt.

15. De ondertekening van de notariële akte door de heer G.P. van 20 april 2004 vormt geen buitengerechtelijke bekentenis van het beweerde eigendomsrecht. Het vermoeden van eigendom werd hiervoor weerlegd.

Door de akte te tekenen is er enkel erkend dat mevrouw M.H. met 165 aandelen verschenen is en dat zij op dat

ogenblik houder was, zonder dat daaruit de hoedanigheid van eigenaar moet afgeleid worden. Zij zou kunnen als lasthebber opgetreden zijn. Zolang hiervan alle (fiscale en andere) gevolgen consequent gedragen worden, vormt dit geen probleem.

Of er al dan niet betwisting was bij het uitbrengen van de stem die aan elk aandeel verbonden was, is niet relevant.

16. Doordat de hoedanigheid van eigenaar niet vast staat, is het niet relevant of er nadien al dan niet na 2004 aandelen zouden overgedragen zijn met miskenning van de gewijzigde statuten.

17. De vordering tot vaststelling van het eigendomsrecht is op grond van het voorgaande toelaatbaar, maar ongegrond. Het bestreden vonnis wordt in die zin hervormd.

18. Nu alle overige vorderingen van mevrouw M.H. gesteund zijn op haar verworpen vordering te horen zeggen dat zij eigenaar 'gebleven' is van de aandelen en zij geen bewezen eigenaar is, zijn die overige vorderingen ontoelaatbaar bij gebrek aan belang. Dit onderdeel van het bestreden vonnis wordt bevestigd.

19. Alle overige middelen en argumenten van de partijen worden niet verder beantwoord, nu zij niet relevant zijn, gelet op wat hiervoor besproken en beslist werd.

[ ... ]

OM DEZE REDENEN, HET HOF,

verklaart het hoger principaal en de incidentele beroepen toelaatbaar, maar enkel het principaal hoger beroep gegrond in de volgende mate; verwerpt de exceptie van nietigheid van de syntheseconclusie in hoger beroep van appellante;

bevestigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het de vordering te horen zeggen voor recht dat mevrouw M.H. eigenaar (gebleven) is van 165 aandelen in de nv Torla ontoelaatbaar verklaarde;

doet beperkt opnieuw recht; verklaart enkel de vordering te horen zeggen voor recht dat mevrouw M.H. eigenaar gebleven is en dus vandaag nog is van 165 aandelen in de nv Torla toelaatbaar, maar ongegrond;

verklaart voor zoveel als nog nodig alle overige vorderingen ontoelaatbaar;

verklaart de incidentele hogere beroepen ongegrond;

[ ... ]

Noot:

Ann Vanderheghen, Overdracht aandeelhouderschap, NJW 2013/287, 661

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 09/11/2016 - 12:27
Laatst aangepast op: wo, 09/11/2016 - 13:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.