-A +A

Dagvaarden van de staat

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

uittreksel uit het gerechtelijk wetboek:

Art. 705. De Staat wordt gedagvaard aan het kabinet van de minister tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort (of aan het kantoor van de door hem aangewezen ambtenaar). (Indien het voorwerp van het geschil behoort tot de bevoegdheid van de Senaat of de Kamer van volksvertegenwoordigers, wordt de Staat, vertegenwoordigd door de Senaat of de Kamer van volksvertegenwoordigers, gedagvaard aan de griffie van de betrokken assemblee.) <W 1999-03-23/30, art. 2, 043; Inwerkingtreding : 06-04-1999> <W 2003-05-26/34, art. 4, 066; Inwerkingtreding : 26-07-2003>

De minister die in de zaak betrokken is mag niet betwisten dat het voorwerp van het geschil tot de bevoegdheid van zijn departement behoort, tenzij hij tevens de betrokken minister (of Wetgevende Kamer) in zijn plaats stelt, hetgeen geschiedt bij eenvoudige conclusie. (De Wetgevende Kamer die in de zaak betrokken is, mag niet betwisten dat het voorwerp van het geschil tot haar bevoegdheid behoort, tenzij zij tevens de betrokken minister of Wetgevende Kamer in haar plaats stelt, hetgeen geschiedt bij eenvoudige conclusie.) <W 2003-05-26/34, art. 4, 066; Inwerkingtreding : 26-07-2003>

Behalve in spoedeisende gevallen kan de rechter niettemin aan de Staat uitstel verlenen om hem te laten uitmaken welke minister (of welke Wetgevende Kamer) bevoegd is en om hem in zijn verweer te laten voorzien. Die termijn mag niet langer zijn dan een maand. <W 2003-05-26/34, art. 4, 066; Inwerkingtreding : 26-07-2003>

De rechter kan beslissen dat de kosten van dagvaarding ten aanzien van de Staat, indien deze op onregelmatige wijze vertegenwoordigd is, niet zullen worden begroot.

De rechtspleging wordt voortgezet op de oorspronkelijk aan de Staat betekende dagvaarding, met dien verstande dat voor het overige alle rechten en excepties onverkort blijven. 

Nog dit: 

Enkel de gedinginleidende dagvaarding vereist een betekening  aan het kabinet van de minister tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort.bij een procedure ingesteld tegen de Belgische staat.

zie Hof van Beroep Gent 5 april 1995, RW 1996-1997, 734

Belgische Staat t/ M.V.

Bij verzoekschrift ter griffie van het Hof neergelegd op 14 mei 1993 heeft de appellant hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op 19 januari 1993 uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, vijfde kamer.

Dit vonnis werd op 23 maart 1993 betekend aan «de Belgische Staat, voorheen vertegenwoordigd door zijn staatssecretaris voor Institutionele Hervormingen (belast met de herstructurering van het Ministerie van Openbare Werken) waarvan de kantoren gevestigd waren te 1040 Brussel, Wetstraat, nr. 155, maar heden vertegenwoordigd door de eerste minister, waarvan de kantoren gevestigd zijn te 1040 Brussel, Wetstraat, nr. 16».

De geïntimeerde werpt op dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid. De appellant betwist dit.

De partijen vragen het Hof te dezen uitspraak te doen omtrent de ontvankelijkheid en eventueel de behandeling ten gronde te verdagen naar een latere zitting.

Het bestreden vonnis werd uitgesproken ten aanzien van «de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Institutionele Hervormingen, belast met de herstructurering van het Ministerie van Openbare Werken, met kabinet te 1210 Brussel, Simon Bolivarlaan, 30». In de hele procedure voor de eerste rechter werd steeds dit adres vermeld.

Het vonnis werd niet betekend aan die staatssecretaris maar wel aan de eerste minister, noch op het adres vermeld in het vonnis. Zelfs het adres van die staatssecretaris (Simon Bolivarlaan, 30 te 1210 Brussel) werd in de betekeningsakte niet vermeld: als diens adres werd opgegeven Wetstraat, 155 te 1040 Brussel.

De betekening geschiedde ook niet aan de minister die de staatssecretaris (vermeld in het vonnis) zou hebben opgevolgd.

Tevergeefs voert de geïntimeerde dan ook aan dat hij geldig kon betekenen op het adres vermeld in het vonnis, in dat vermeld in de inleidende dagvaarding of aan de minister die de bevoegdheden heeft overgenomen: geen van die gevallen deed zich immers voor.

Verder steunt de geïntimeerde op de eenheid van de Belgische Staat en op de bepaling van art. 705 Ger.W.

Ondanks de eenheid van rechtspersoonlijkheid van de Belgische Staat, moet de Staat worden gedagvaard aan het kabinet van de minister tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort (art. 705 Ger.W.). Dit artikel bepaalt verder dat de minister niet mag betwisten dat het geschil tot zijn bevoegdheid behoort, tenzij de bevoegde minister in zijn plaats te stellen. Die bepaling geldt enkel voor dagvaardingen die een geschil inleiden.

Te dezen betreft het echter de betekening van een vonnis. Derhalve vindt art. 42, 1°, Ger.W. toepassing: de betekening dient te gebeuren op het kabinet van de minister die bevoegd is om er kennis van te nemen.

Nu de betekening niet gebeurde aan de bevoegde minister, heeft de beroepstermijn geen aanvang genomen door de betekening. Het hoger beroep is derhalve tijdig en rechtsgeldig ingesteld.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: wo, 04/10/2017 - 18:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.