-A +A

Class action

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De wet van 28.03.2014 tot invoeging van een rechtsvordering tot collectief herstel.

In het Belgisch Staatsblad van 29.04.2014 verscheen de wet van 28.03.2014 tot invoeging van een rechtsvordering tot collectief herstel evenals de wet van 27.03.2014 waarbij de hoven en rechtbanken te Brussel exclusief bevoegd werden gesteld om kennis te nemen van deze rechtsvorderingen tot collectief herstel.

Vorderingen tot collectief herstel kunnen worden ingesteld wegens inbreuken op contractuele verplichtingen van ondernemingen, dan wel wegens inbreuken van een onderneming van één van de Europese verordeningen of wetten die in de wet worden opgesomd.

Het betreft meerbepaald 31 wettelijke bepalingen die op limitatieve wijze werden opgesomd in boek XVII WER.

De gehele procedure wordt beschreven in het boek XVII (bijzondere rechtsprocedure) van het wetboek van economisch recht. Deze bepalingen zijn in werking getreden op 01.09.2014.

Niet iedereen mag zomaar een collectieve vordering of classaction instellen. Deze vordering blijft voorbehouden aan groepsvertegenwoordigers die aan de wettelijke voorwaarden voldoen van artikel XVII.36, 2de WER.

Voor de verdere toepassingsvoorwaarden en de te volgen procedure, kan verwezen worden naar voormelde wet evenals naar de uitstekende bijdrage van Stefaan Voet, samen sterk: Belgische consumenten classaction is een feit, DCCR, oktober-november-december 2014, pagina 5 ev.

Een Class action is en vordering ingesteld door een groep mensen die op een zelfde wijze benadeeld zijn of het slachtoffer zijn van een onrechtmatige daad of een contractuele tekortkoming van een derde.

Zij is een typisch Amerikaanse vordering die meer en meer belangstelling krijgt in de Europese rechtstelsels voornamelijk inzake consumentenvorderingen.

Dergelijke vorderingen kunnen door de wet van 28/03/2014 sinds 1 september 2014 ook in België ingesteld. De wet heet de class-action de rechtsvordering tot collectief herstel.

Om Amerikaanse toestanden te vermijden, kunnen rechtsvorderingen enkel ingesteld worden door groepsvertegenwoordigers (in de praktijk met name – maar niet uitsluitend - consumentenorganisaties), en alleen bij de Rechtbank van eerste aanleg en het Hof van beroep te Brussel. 

De Nederlandse vertaling van class action is een groepsactie waarbij een rechtsvordering door meerdere gedupeerden of slachoffers (vaak een hel grote groep wordt gesteld.

Tussen de partijen die een classaction willen instellen bestaat een band die bestaat uit het feit dat zij allen een gelijkaardige schade hebben geleden ten gevolge van:

• één of een reeks met elkaar verbonden handelingen of nalatigheden
• van één beweerd aansprakelijke partij dan wel van meerdere alsdan specifiek omschreven partijen 

Een groepsactie onderscheidt van aen procedure met verschillende partijen warbij de vorderingen samenhangend zijn. Bij de Clas action groeperen de partijen zich tot één procespartij. Deze partij bestaat uit de groepering van de verschillende schadelijders, waarbij dus niet meer de individuele schadeleider maar de groepering als één partij optreedt in rechte. 

Door een collctieve vordering kunnen:

- personen die anders financiel niet in staat zijn om een procedure in te stellen toch hun rechten doen laten gelden door de gedeelde kost;
- kan de druk op de wederpartij worden verhoogd,
- kan een minnelijke regeling door deze druk meer kans op slagen bieden;
- kunnen zeeer kleine vorderingen, die te klein zijn om voor de rechter te brengen, gelet op de hogere kosten dan de te verwachten baten, toch worden beslecht, aan een betaalbare minieme prijs, die wel betalbar is door de bundeling van de verschillende eisen;
- kunnen meer middelen en meer expertise en experten worden ingezet waarbij aldus een top verdediging kan worden georganiseerd.

Zij die toetreden tot een clas-action hebben samen de keuze gemaakt om zich te laten vertegenwoordigen door één en hetzelfde advocatenkantoor om hun belangen samen te verdedigen.


Nog dit: 

Uittreksel uit Boek XVII WER Wetboek Economisch Recht:

TITEL 2. [1 De rechtsvordering tot collectief herstel]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

HOOFDSTUK 1. - [1 Algemene bepalingen]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 1. - [1 Bevoegdheid van de hoven en rechtbanken te Brussel ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.35. [1 De hoven en rechtbanken te Brussel zijn bevoegd om kennis te nemen van de rechtsvorderingen tot collectief herstel]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-27/36, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 2. - [1 Ontvankelijkheidsvoorwaarden]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.36. [1 In afwijking van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek is een rechtsvordering tot collectief herstel ontvankelijk indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
1° de ingeroepen oorzaak betreft een mogelijke inbreuk door de onderneming op een van haar contractuele verplichtingen, op een van de Europese verordeningen of de wetten bedoeld in artikel XVII. 37 of op een van hun uitvoeringsbesluiten;
2° de rechtsvordering wordt ingesteld door een verzoeker die voldoet aan de vereisten bedoeld in artikel XVII. 39 en door de rechter geschikt wordt bevonden;
3° het beroep op een rechtsvordering tot collectief herstel lijkt meer doelmatig dan een rechtsvordering van gemeen recht.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.37. [1 De Europese verordeningen en wetgevingen die worden bedoeld in artikel XVII. 36, 1°, zijn de volgende :
1° de volgende boeken van dit Wetboek :
a) boek IV - Bescherming van de mededinging;
b) boek V - De mededinging en de prijsevoluties;
c)boek VI - Marktpraktijken en consumentenbescherming;
d) boek VII - Betalings- en kredietdiensten;
e) boek IX - De veiligheid van producten en diensten;
f) boek XI - Intellectuele eigendom;
g) boek XII - Recht van de elektronische economie;
h) boek XIV - Marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende de beoefenaars van een vrij beroep";
2° de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;
3° de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
4° de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen;
5° de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;
6° de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen;
7° de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken;
8° de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;
9° de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren;
10° de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
11° artikel 21, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen;
12° de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten;
13° de wet van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling;
14° de Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen;
15° de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
16° de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de gasmarkt en het fiscaal statuut van de elektriciteitsproducenten;
17° de artikelen 25, § 5, 27, §§ 2 en 3, 28ter, 30bis, en 39, § 3, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en inbreuken als bedoeld in artikel 86bis van dezelfde wet;
18° de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument;
19° de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91;
20° de wet van 11 juni 2004 tot beteugeling van bedrog met de kilometerstand van voertuigen;
21° de wet van 1 september 2004 betreffende de bescherming van de consumenten bij verkoop van consumptiegoederen;
22° de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie;
23° de Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG;
24° de Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen;
25° de wet van 15 mei 2007 betreffende de bescherming van de consumenten inzake omroeptransmissie- en omroepdistributiediensten;
26° de wet van 3 juni 2007 met betrekking tot de kosteloze borgtocht;
27° de Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer;
28° de artikelen 23 tot 52 van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen;
29° de Verordening (EU) nr. 1177/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen en houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004;
30° de Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004;
31° de wet van 30 juli 2013 betreffende de wederverkoop van toegangsbewijzen tot evenementen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 3. - [1 Samenstelling van de groep]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.38. [1 § 1. De groep wordt gevormd door het geheel van de consumenten die, ten persoonlijke titel, schade hebben geleden als gevolg van een gemeenschappelijke oorzaak, zoals die is beschreven in de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43 en die :
1° voor zij die gewoonlijk in België verblijven,
a) in geval van toepassing van het optiesysteem met exclusie, binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, niet uitdrukkelijk de wil hebben geuit geen deel uit te maken van de groep;
b) in geval van toepassing van het optiesysteem met inclusie, binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, uitdrukkelijk de wil hebben geuit deel uit te maken van de groep;
2° voor zij die niet gewoonlijk in België verblijven, binnen de termijn bepaald in de ontvankelijkheidsbeslissing, uitdrukkelijk de wil hebben geuit om deel uit te maken van de groep.
De consument deelt zijn keuze mee aan de griffie. De Koning kan bepalen op welke wijze de consument zijn keuze aan de griffie kan meedelen.
Het uitoefenen van het keuzerecht is onherroepelijk behoudens de toepassing van de artikelen XVII. 49, § 4, en XVII. 54, § 5.
§ 2. Met het oog op het collectief herstel kan de groep worden onderverdeeld in subcategorieën.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 4. - [1 De groepsvertegenwoordiger]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.39. [1 De groep kan slechts worden vertegenwoordigd door een enkele groepsvertegenwoordiger.
Kunnen optreden als groepsvertegenwoordiger :
1° een vereniging ter verdediging van de consumentenbelangen die rechtspersoonlijkheid bezit en voor zover zij in de Raad voor het Verbruik vertegenwoordigd is of door de minister, volgens criteria vast te stellen bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, erkend is;
2° een vereniging met rechtspersoonlijkheid die door de minister erkend is, waarvan het maatschappelijk doel in rechtstreeks verband staat met de collectieve schade die door de groep is geleden en die niet op een duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Deze vereniging bezit, op de dag waarop zij de rechtsvordering tot collectief herstel instelt, sedert ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid. Door de voorlegging van haar activiteitenverslagen of van enig ander stuk, bewijst zij dat er een werkelijke bedrijvigheid is die overeenstemt met haar maatschappelijk doel en dat die bedrijvigheid betrekking heeft op het collectief belang dat zij beoogt te beschermen.
3° de autonome openbare dienst als bedoeld in artikel XVI.5 van dit Wetboek, enkel met het oog op het vertegenwoordigen van de groep in de fase van de onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel overeenkomstig de artikelen XVII. 45 tot XVII.51.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.40. [1 De groepsvertegenwoordiger voldoet tijdens de volledige procedure tot collectief herstel aan de voorwaarden bedoeld in artikel XVII. 39.
In het geval dat tijdens de procedure niet meer zou zijn voldaan aan een van deze voorwaarden, verliest de verzoeker zijn hoedanigheid van groepsvertegenwoordiger en duidt de rechter een andere groepsvertegenwoordiger aan, met de uitdrukkelijke instemming van deze laatste.
In het geval dat geen enkele andere kandidaat-vertegenwoordiger voldoet aan de voorwaarden van artikel XVII. 39 of de hoedanigheid van groepsvertegenwoordiger aanvaardt, stelt de rechter de afsluiting van de procedure tot collectief herstel vast.
Een kopie van de rechterlijke beslissing bedoeld in het tweede en derde lid wordt overgezonden aan de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, die deze beslissing integraal bekendmaakt op zijn website.
Het tweede en derde lid zijn eveneens van toepassing in geval de autonome openbare dienst als bedoeld in artikel XVI.5 van dit Wetboek de rechtsvordering tot collectief herstel heeft ingesteld en de onderhandelingsfase, bij gebrek aan een gehomologeerd akkoord, een einde heeft genomen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.41. [1 Behoudens de hypothese bedoeld in artikel XVII. 40, neemt de vertegenwoordiging door de groepsvertegenwoordiger een einde wanneer :
- de rechter in de zitting bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, vaststelt dat de collectieve schade volledig is hersteld overeenkomstig het gehomologeerde akkoord tot collectief herstel, of, bij ontstentenis, overeenkomstig de beslissing ten gronde;
- de rechter de afstand van het geding toekent bij toepassing van artikel XVII. 65.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

HOOFDSTUK 2. - [1 De procedure]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 1. - [1 De ontvankelijkheidsfase]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.42. [1 § 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek wordt het verzoekschrift tot een collectief herstel gericht aan of neergelegd bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, in voorkomend geval, de rechtbank van koophandel en bevat het :
1° het bewijs dat voldaan is aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36;
2° de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering tot collectief herstel;
3° het voorgestelde optiesysteem en de redenen van deze keuze;
4° de beschrijving van de groep waarvoor de groepsvertegenwoordiger de bedoeling heeft op te treden, met een zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen verduidelijkt per subcategorie;
§ 2. De partijen bij een akkoord tot collectief herstel kunnen de rechter vatten bij gezamenlijk verzoekschrift teneinde de homologatie van het akkoord te bekomen.
Onverminderd de toepassing van de artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek, bevat het verzoekschrift het bewijs dat is voldaan aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden bedoeld in artikel XVII. 36.
Het akkoord tot collectief herstel, dat bij het verzoekschrift wordt gevoegd, bevat de elementen bepaald in artikel XVII. 45, § 3, 2° tot 13°, en bepaalt het toe te passen optiesysteem evenals de termijn die aan de consumenten wordt toegekend om hun keuzerecht uit te oefenen.
§ 3. Wanneer het verzoekschrift onvolledig is, nodigt de griffie de verzoeker uit om het aan te vullen binnen de acht dagen.
De verzoeker die zijn verzoekschrift aanvult binnen de acht dagen na de ontvangst van de uitnodiging bedoeld in het eerste lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste neerlegging ervan.
Een verzoekschrift dat niet, onvolledig of laattijdig is aangevuld, wordt geacht niet te zijn ingediend.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.43. [1 § 1. Binnen twee maanden volgend op de neerlegging van het volledige of aangevulde verzoekschrift bedoeld in artikel XVII. 42, § 1, beslist de rechter over de ontvankelijkheid van de rechtsvordering tot collectief herstel.
§ 2. De rechter laat de rechtsvordering tot collectief herstel toe indien de ontvankelijkheidsvoorwaarden bepaald in artikel XVII. 36 vervuld zijn, en vermeldt in zijn ontvankelijkheidsbeslissing :
1° de beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van de rechtsvordering;
2° de ingeroepen oorzaak van de collectieve schade;
3° het op de procedure tot collectief herstel toepasselijke optiesysteem; in geval de rechtsvordering strekt tot herstel van lichamelijke of morele collectieve schade, is enkel het optiesysteem met inclusie toepasbaar;
4° de beschrijving van de groep, met een zo precies mogelijke raming van het aantal benadeelde personen; wanneer de groep subcategorieën bevat, worden deze inlichtingen per subcategorie verduidelijkt;
5° de benaming van de groepsvertegenwoordiger, zijn adres, in voorkomend geval zijn ondernemingsnummer, en de naam en hoedanigheid van de persoon of personen die namens hem handtekenen;
6° de benaming of de naam en voornaam van de verweerder, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
7° de termijn en de modaliteiten voor de uitoefening van de keuzerechten die zijn bepaald in artikel XVII. 38, § 1; deze termijn mag niet korter zijn dan dertig dagen en niet langer dan drie maanden;
8° de termijn die wordt toegekend aan de partijen om een akkoord te onderhandelen over het herstel van de collectieve schade; deze termijn neemt pas een aanvang nadat de termijn bedoeld in 7° is verstreken en mag niet korter zijn dan drie maanden en niet langer dan zes maanden;
9° in voorkomend geval, de aanvullende maatregelen tot bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing, wanneer de rechter oordeelt dat de maatregelen bedoeld in paragraaf 3 niet volstaan;
§ 3. De griffie deelt onmiddellijk, in voorkomend geval na het verstrijken van de beroepstermijn, de ontvankelijkheidsbeslissing mee aan de diensten van het Belgisch Staatsblad die de integrale bekendmaking ervan binnen de tien dagen verzekeren. Een kopie wordt eveneens overgezonden aan de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie die ze integraal bekendmaakt op zijn website.
De Koning kan nadere regels bepalen omtrent de inhoud en de vorm van de in het eerste lid bedoelde bekendmaking.
§ 4. De termijn bedoeld in paragraaf 2, 7°, vangt aan de dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.44. [1 § 1. Binnen twee maanden volgend op de neerlegging van het volledig of aangevulde verzoekschrift bedoeld in artikel XVII. 42, § 2, beslist de rechter over het verzoek tot homologatie van het akkoord tot collectief herstel om de overeenstemming ervan met de artikelen XVII.36 en XVII. 45, § 3, 2° tot 13° na te gaan.
§ 2. De rechter weigert de homologatie wanneer de ontvankelijkheidsvoorwaarden van artikel XVII. 36 niet zijn vervuld.
§ 3. De artikelen XVII. 49 tot 51 zijn van overeenkomstige toepassing op het vervolg van de procedure tot homologatie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 2. - [1 De onderhandeling van een akkoord tot collectief herstel]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.45. [1 § 1. Gedurende de termijn die de rechter heeft vastgesteld, onderhandelen de groepsvertegenwoordiger en de verweerder een akkoord over het herstel van de collectieve schade.
Op gezamenlijk verzoek van de partijen, kan de rechter de termijn bedoeld in het vorige lid éénmalig verlengen met maximaal zes maanden.
§ 2. Op gezamenlijk verzoek van de partijen, of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, kan de rechter, onder de zelfde voorwaarden als bepaald in artikel 1734 van het Gerechtelijk Wetboek, een erkend bemiddelaar aanstellen ten einde de onderhandeling van het akkoord te bevorderen.
§ 3. Het akkoord tot collectief herstel bevat minstens de volgende elementen :
1° een verwijzing naar de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43;
2° de gedetailleerde beschrijving van de collectieve schade die het voorwerp uitmaakt van het akkoord;
3° de beschrijving van de groep en, in voorkomend geval, van zijn verschillende subcategorieën, evenals de opgave of de zo nauwkeurig mogelijke raming van het aantal betrokken consumenten;
4° de benaming van de groepsvertegenwoordiger, zijn adres, in voorkomend geval zijn ondernemingsnummer, en de naam en hoedanigheid van de persoon of personen die namens hem handtekenen;
5° de benaming of de naam en voornaam van de verweerder, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
6° de modaliteiten en de inhoud van het herstel; wanneer het herstel bij equivalent gebeurt, mag het bedrag van de vergoeding worden berekend op individuele of op globale basis, voor het geheel of voor bepaalde categorieën van de groep;
7° wanneer bij de ontvankelijkheidsbeslissing door de rechter, of in het akkoord tot collectief herstel bedoeld in artikel XVII.42, § 2, werd beslist tot het optiesysteem met exclusie, de termijn waarbinnen de leden van de groep zich tot de griffie kunnen richten om individueel herstel te krijgen, evenals de te volgen modaliteiten;
8° het bedrag van de door de verweerder aan de groepsvertegenwoordiger te betalen vergoeding; dit bedrag mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten die de vertegenwoordiger heeft gemaakt;
9° de tenlasteneming door de partijen van de kosten van bekendmaking bedoeld in de artikelen XVII. 43, § 2, 9°, en § 3, en XVII. 50;
10° de waarborgen die de verweerder in voorkomend geval dient te stellen;
11° in voorkomend geval, de procedure voor de herziening van het akkoord tot collectief herstel in het geval dat er zich na de homologatie ervan, al dan niet voorzienbare, schade voordoet; indien er geen procedure is bepaald, bindt het akkoord de leden van de groep niet voor elke nieuwe schade of voor elke niet voorzienbare verzwaring van de schade die zich na het sluiten van het akkoord voordoet;
12° wanneer de maatregelen bedoeld in artikel XVII. 50 als onvoldoende worden beschouwd, de aanvullende maatregelen tot bekendmaking van het gehomologeerd akkoord tot collectief herstel;
13° in voorkomend geval, de tekst van het akkoord zoals die met toepassing van artikel XVII. 50 zal worden bekendgemaakt;
14° de datum van het akkoord en de handtekening van de partijen.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.46. [1 Het sluiten van een akkoord tot collectief herstel houdt geen erkenning in van aansprakelijkheid of schuld van de verweerder.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.47. [1 De meest gerede partij legt het akkoord ter homologatie voor aan de rechter. Hij brengt de andere partij hiervan zonder verwijl op de hoogte, met vermelding van de juiste datum.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.48. [1 Wanneer vóór het verstrijken van de termijn vastgesteld door de rechter de groepsvertegenwoordiger en de verweerder er niet in zijn geslaagd een akkoord tot collectief herstel te sluiten, brengt de groepsvertegenwoordiger de rechter hiervan zonder verwijl op de hoogte. Hij brengt tevens de verweerder zonder verwijl op de hoogte van de datum van deze mededeling aan de rechter.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 3. - [1 De homologatie van het akkoord tot collectief herstel]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.49. [1 § 1. De rechter onderzoekt het ter griffie neergelegde akkoord tot collectief herstel om de overeenstemming ervan met artikel XVII. 45, § 3, na te gaan.
In het geval van niet-overeenstemming met artikel XVII.45, § 3, zendt de rechter het akkoord terug naar de partijen en nodigt hen uit het te vervolledigen binnen de termijn die het vastlegt, met omschrijving van de aan te vullen elementen.
§ 2. Wanneer het akkoord tot collectief herstel volledig is of werd vervolledigd, homologeert de rechter het akkoord, behalve indien :
- het overeengekomen herstel voor de groep of voor een subcategorie kennelijk onredelijk is;
- de termijn die is bedoeld in artikel XVII. 45, § 3, 7°, kennelijk onredelijk is;
- de aanvullende bekendmakingsmaatregelen bedoeld in artikel XVII. 45, § 3, 11°, kennelijk onredelijk zijn;
- de vergoeding bedoeld in artikel XVII. 45, § 3, 8°, de door de groepsvertegenwoordiger werkelijk gedragen kosten overschrijdt.
De rechter kan, wanneer hij van oordeel is de homologatie van het akkoord te moeten weigeren op grond van een van de motieven bepaald in het eerste lid, de partijen uitnodigen om hun akkoord te herzien op dat punt, binnen een termijn die hij vaststelt.
§ 3. In zijn homologatiebeschikking duidt de rechter de schadeafwikkelaar aan onder de personen die voorkomen op de lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII. 57.
§ 4. De homologatiebeschikking heeft de gevolgen van een vonnis in de zin van artikel 1043 van het Gerechtelijk Wetboek. De beschikking bindt alle groepsleden, met uitzondering van de consument die, alhoewel hij deel uitmaakt van de groep, aantoont redelijkerwijs geen kennis te kunnen hebben genomen van de ontvankelijkheidsbeslissing tijdens de termijn die overeenkomstig artikel XVII. 43, § 2, 7°, is bepaald.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.50. [1 De griffie deelt onmiddellijk na het verstrijken van de beroepstermijn, de homologatiebeschikking van het akkoord tot collectief herstel, samen met de tekst van dit akkoord, mee aan de diensten van het Belgisch Staatsblad die de integrale bekendmaking verzekeren binnen tien dagen. Een kopie wordt eveneens overgezonden aan de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die deze documenten integraal bekendmaakt op zijn website.
De termijn bedoeld in artikel XVII. 45, § 3, 7°, vangt aan de dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.51. [1 De homologatie van een akkoord tot collectief herstel houdt geen erkenning in van aansprakelijkheid of schuld van de verweerder.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 4. - [1 Beslissing ten gronde]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.52. [1 Het onderzoek van de rechtsvordering tot collectief herstel, ingesteld overeenkomstig artikel XVII. 42, § 1, wordt voortgezet door de rechter, wanneer :
- de groepsvertegenwoordiger en de verweerder geen akkoord tot collectief herstel hebben gesloten binnen de termijn die de rechter heeft vastgesteld in zijn ontvankelijkheidsbeslissing in toepassing van artikel XVII. 43, § 2, 8°, eventueel verlengd in toepassing van artikel XVII. 45. § 1;
- de groepsvertegenwoordiger en de verweerder geen gevolg hebben gegeven aan de uitnodiging van de rechter om het akkoord te vervolledigen binnen de termijn vastgesteld overeenkomstig artikel XVII. 49, § 1, tweede lid;
- de rechter de homologatie van het akkoord heeft geweigerd met toepassing van art. XVII. 49, § 2.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.53. [1 Binnen de maand roept de griffie de groepsvertegenwoordiger en de verweerder bij gerechtsbrief op om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt.
De termijn van een maand vangt aan de dag die volgt op :
- de dag waarop de groepsvertegenwoordiger de rechter heeft ingelicht over het gebrek aan een akkoord overeenkomstig artikel XVII. 48;
- de dag van het verstrijken van de termijn bepaald door de rechter in zijn ontvankelijkheidsbeslissing in toepassing van artikel XVII. 43, § 2, 8°, eventueel verlengd in toepassing van artikel XVII. 45, § 1;
- de dag waarop de beslissing van de rechter om het akkoord tot collectief herstel niet te homologeren in toepassing van artikel XVII. 49, § 2, is ter kennis gebracht door de griffie overeenkomstig artikel 792 van het Gerechtelijk Wetboek.
Tijdens deze zitting bepaalt de rechter de termijnen voor onderzoek en beslissing in de zaak.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.54. [1 § 1. De beslissing van de rechter ten gronde die besluit tot een verplichting tot collectief herstel in hoofde van de verweerder bevat minstens de volgende elementen :
1° een verwijzing naar de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43;
2° de gedetailleerde beschrijving van de collectieve schade;
3° de beschrijving van de groep, en in voorkomend geval, van zijn verschillende subcategorieën, evenals de opgave of de zo juist mogelijke raming van het aantal betrokken consumenten;
4° de benaming van de groepsvertegenwoordiger, zijn adres, in voorkomend geval zijn ondernemingsnummer en de naam en de hoedanigheid van de persoon of personen die in zijn naam handtekenen;
5° de benaming of de naam en voornaam van de verweerder, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
6° in voorkomend geval aanvullende maatregelen tot bekendmaking van de beslissing ten gronde, wanneer de rechter oordeelt dat deze bedoeld in artikel XVII. 55 niet volstaan;
7° de modaliteiten en het bedrag van het herstel; wanneer dit plaatsvindt bij equivalent, oordeelt de rechter, naargelang de omstandigheden van het geval, over de opportuniteit om een globaal vergoedingsbedrag vast te stellen, in voorkomend geval per subcategorie, te verdelen tussen de leden van de groep of een geïndividualiseerd bedrag, te betalen aan elke consument die zich aanmeldt. De herstelmodaliteiten kunnen verschillen naargelang de eventuele subcategorieën van de groep;
8° wanneer bij de ontvankelijkheidsbeslissing door de rechter werd beslist tot het optiesysteem met exclusie, de termijn waarbinnen de leden van de groep zich tot de griffie kunnen richten om herstel te krijgen, evenals de te volgen modaliteiten;
9° in voorkomend geval de waarborgen die de verweerder dient te stellen;
10° de procedure voor de herziening van de beslissing tot collectief herstel in het geval dat er zich schade, al dan niet voorzienbaar, voordoet na de beslissing.
§ 2. In zijn beslissing ten gronde duidt de rechter de schadeafwikkelaar aan onder de personen die voorkomen op de lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII. 57.
§ 3. De beslissing van de rechter ten gronde die het collectief herstel in hoofde van de verweerder verwerpt, verwijst naar de ontvankelijkheidsbeslissing bedoeld in artikel XVII. 43.
§ 4. De kosten verbonden aan de maatregelen tot bekendmaking bedoeld in artikel XVII. 43, § 2, 9° en § 3, in artikel XVII. 55 en in § 1, 6°, van dit artikel zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld.
§ 5. De beslissing van de rechter over de grond bindt alle groepsleden, met uitzondering van de consument die, alhoewel hij deel uitmaakt van de groep, aantoont redelijkerwijs geen kennis te kunnen hebben genomen van de ontvankelijkheidsbeslissing gedurende de termijn bepaald in artikel XVII. 43, § 2, 7°.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.55. [1 De griffie deelt onmiddellijk, na het verstrijken van de beroepstermijn, de beslissing van de rechter over de grond mee aan de diensten van het Belgisch Staatsblad die de integrale bekendmaking verzekeren binnen tien dagen. Een kopie wordt eveneens overgezonden aan de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die deze beslissing integraal bekendmaakt op zijn website.
De termijn bedoeld in artikel XVII. 54, § 1, 8°, vangt aan de dag na de bekendmaking van de beslissing in het Belgisch Staatsblad.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.56. [1 De partijen kunnen op ieder ogenblik, tijdens de procedure ten gronde bepaald in de artikelen XVII. 51 tot XVII. 54, en zolang de rechter de beslissing bedoeld in artikel XVII. 53, § 1, niet heeft genomen, een akkoord tot collectief herstel sluiten en het aan de rechter voorleggen met het oog op zijn homologatie. Deze verloopt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen XVII. 49 tot XVII. 51.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 5. - [1 De uitvoering van het gehomologeerde akkoord of van de beslissing ten gronde]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.57. [1 § 1. De schadeafwikkelaar wordt gekozen uit de personen die voorkomen op een lijst opgesteld door de algemene vergadering van de rechtbank die bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot collectief herstel.
Alleen de advocaten, de ministeriële ambtenaren of de gerechtelijke mandatarissen in de uitoefening van hun beroep of ambt, die waarborgen bieden inzake bekwaamheid op het gebied van schadeafwikkeling, kunnen op de in het eerste lid bedoelde lijst worden geplaatst.
§ 2. De schadeafwikkelaar verzekert de correcte uitvoering van het gehomologeerde akkoord bedoeld in artikel XVII. 49, § 2, of van de beslissing ten gronde bedoeld in artikel XVII. 54, § 1.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.58. [1 § 1. Binnen een redelijke termijn maakt de schadeafwikkelaar, op basis van de gegevens die de griffie hem overmaakt, een voorlopige lijst op van de leden van de groep die herstel wensen te bekomen, in voorkomend geval per subcategorie. Deze voorlopige lijst omvat de gegevens van de groepsleden die zich uitdrukkelijk bekend hebben gemaakt.
Wanneer de schadeafwikkelaar van oordeel is dat een groepslid dat zich heeft bekend gemaakt, niet voldoet aan de beschrijving van de groep, of, in voorkomend geval, van de subcategorie of aan de voorgeschreven modaliteiten, vermeldt hij de betwisting van zijn inschrijving op de voorlopige lijst, met opgave van de redenen.
§ 2. Van zodra de voorlopige lijst is opgesteld, maakt de schadeafwikkelaar ze over aan de rechter, aan de groepsvertegenwoordiger en aan de verweerder. Hij brengt op hetzelfde ogenblik de leden van de groep die hij voorstelt uit te sluiten, op de hoogte met opgave van de reden van hun uitsluiting. De lijst ligt ter inzage op de griffie.
§ 3. Binnen dertig dagen na de betekening van de voorlopige lijst, verlengbaar door de rechter op verzoek van de schadeafwikkelaar of op vraag van één der partijen, kan de groepsvertegenwoordiger of de verweerder bij de griffie de inschrijving of uitsluiting van een groepslid op de voorlopige lijst betwisten, met opgave van de redenen.
Uiterlijk binnen veertien dagen na het verstrijken van de termijn voorzien in het eerste lid brengt de griffie het betrokken groepslid en de schadeafwikkelaar daarvan op de hoogte met opgave van de ingeroepen redenen.
Binnen een termijn van veertien dagen kunnen de groepsvertegenwoordiger, de verweerder, de leden van de groep waarvan inschrijving op de voorlopige lijst wordt betwist en de schadeafwikkelaar, hun standpunt kenbaar maken aan de griffie.
§ 4. Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijnen voorzien in paragraaf 3, roept de rechter de schadeafwikkelaar, de groepsvertegenwoordiger, en de verweerder, evenals de leden van de groep waarvan de inschrijving op de voorlopige lijst werd betwist, op ten einde een uitspraak te doen over de definitieve lijst.
Tijdens de in het eerste lid bedoelde zitting hoort de rechter de schadeafwikkelaar, de groepsvertegenwoordiger, de verweerder en de leden van de groep van wie de inschrijving op de lijst wordt betwist.
§ 5. De definitieve lijst van de leden van de groep die recht op herstel hebben, wordt opgesteld na afloop van de zitting bedoeld in paragraaf 4.
De griffie deelt de definitieve lijst mee aan de schadeafwikkelaar, aan de groepsvertegenwoordiger en aan de verweerder. Zij verwittigt op hetzelfde ogenblik de leden van de groep wiens inschrijving op de definitieve lijst is geweigerd door de rechter.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.59. [1 § 1. De schadeafwikkelaar maakt een gedetailleerd driemaandelijks verslag over aan de rechter over de uitvoering van deze opdracht.
§ 2. De verweerder komt zijn verplichting tot herstel in natura na onder toezicht van de schadeafwikkelaar en maakt hem, in geval van een herstel bij equivalent, de vastgestelde vergoeding over volgens hetgeen is overeengekomen in het gehomologeerd akkoord overeenkomstig artikel XVII. 45, § 3, 6°, of door de rechter is vastgesteld overeenkomstig artikel XVII. 54, § 1, 7°.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.60. [1 De rechter blijft gevat tot het herstel krachtens het gehomologeerde akkoord of de beslissing ten gronde integraal is uitgevoerd voor alle groepsleden die voorkomen op de definitieve lijst opgesteld in toepassing van artikel XVII. 58, § 5.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.61. [1 § 1. Wanneer het gehomologeerde akkoord of de beslissing van de rechter ten gronde, volledig is uitgevoerd, maakt de schadeafwikkelaar een eindverslag over aan de rechter. Dit verslag wordt eveneens ter informatie aan de groepsvertegenwoordiger en de verweerder overgemaakt.
Dit eindverslag bevat alle informatie die nodig is om de rechter toe te laten een beslissing te nemen over de definitieve afsluiting van de rechtsvordering tot collectief herstel. In voorkomend geval preciseert het eindverslag het bedrag van het resterende saldo dat niet aan de consumenten werd uitgekeerd.
Het eindverslag bevat eveneens een gedetailleerd overzicht van de kosten en de vergoeding van de schadeafwikkelaar. De vergoeding wordt berekend overeenkomstig de regels die door de Koning zijn vastgelegd.
§ 2. De rechter beslist over het eindverslag. Hij duidt de bestemming aan die de verweerder aan het eventueel resterende saldo, bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, dient te geven. Door het goed te keuren, maakt de rechter definitief een einde aan de uitvoeringsprocedure verzekerd door de schadeafwikkelaar.
De goedkeuring van het eindverslag door de rechter vormt een uitvoerbare titel op grond waarvan de schadeafwikkelaar de gemaakte kosten en zijn vergoeding kan terugvorderen van de verweerder.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.62. [1 De griffie deelt de beslissing bedoeld in artikel XVII. 61, § 2, mee aan de diensten van het Belgisch Staatsblad die ze integraal bekendmaken binnen tien dagen. Hij deelt ze eveneens mee aan de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die ze bekendmaakt op zijn website.
De bekendmaking in het Belgisch Staatsblad doet de verjaringstermijn aanvangen voor de rechtsvordering in burgerlijke aansprakelijkheid van de groepsvertegenwoordiger en de schadeafwikkelaar.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

HOOFDSTUK 3. - [1 Verjaring, tussengeschillen en verband met andere procedures]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 1. - [1 Verjaring]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.63. [1 § 1. Wanneer de rechtsvordering tot collectief herstel door de rechter ontvankelijk wordt verklaard, wordt de verjaringstermijn van de individuele rechtsvordering van de consument die heeft gekozen voor de uitsluiting uit de groep in toepassing van artikel XVII. 38, § 1, 1°, a), geschorst voor de duur van de tijd tussen de bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en de dag waarop hij zijn keuze aan de griffie heeft meegedeeld.
§ 2. Indien de rechter in toepassing van artikel XVII. 40 de afsluiting vaststelt van de procedure tot collectief herstel, wordt de verjaringstermijn van de individuele rechtsvordering van de consument die groepslid is, geschorst voor de duur van de tijd tussen de bekendmaking van de ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en de dag van de beslissing waarbij die afsluiting wordt vastgesteld.
§ 3. De verjaringstermijn voor de individuele rechtsvordering van de consument die is uitgesloten uit de definitieve lijst met toepassing van artikel XVII. 58, § 4, wordt geschorst voor de duur van de tijd tussen de bekendmaking van de in artikel XVII. 43 bedoelde ontvankelijkheidsbeslissing in het Belgisch Staatsblad en de dag waarop hij door de griffie in kennis is gesteld van zijn niet-inschrijving op voornoemde lijst met toepassing van artikel XVII. 58, § 5.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 2. - [1 Tussengeschillen]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.64. [1 In afwijking van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek mag de groepsvertegenwoordiger de rechtsvordering tot herstel van een collectieve schade niet meer wijzigen of uitbreiden.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.65. [1 In afwijking van artikel 820 van het Gerechtelijk Wetboek kan de groepsvertegenwoordiger geen afstand doen van het geding, dan met het akkoord van de rechter.
In afwijking van artikel 826 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt de verjaringstermijn van de individuele rechtsvordering van de leden van de groep geschorst vanaf de dag van neerlegging van het verzoekschrift bedoeld in artikel XVII. 42, wanneer de rechter de afstand van geding toekent.
In afwijking van artikel 821 van het Gerechtelijk Wetboek, kan de groepsvertegenwoordiger geen afstand doen van de rechtsvordering.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.66. [1 In afwijking van de artikelen 566 en 856, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek mogen een vordering tot collectief herstel en een rechtsvordering tot individueel herstel niet worden samengevoegd op grond van samenhang.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Afdeling 3. - [1 Verband met andere procedures]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.67. [1 De rechter beslist over de ontvankelijkheid van een rechtsvordering tot collectief herstel, over de homologatie van een akkoord tot herstel van een collectieve schade of over de grond van het geschil onafgezien elke vervolging die voor dezelfde feiten is ingesteld voor een strafrechtelijke rechtbank.
Een consument die zich burgerlijke partij stelt voor een strafrechtelijke rechtbank is geen groepslid, en kan geen beroep doen op de rechtsvordering tot collectief herstel, tenzij die partij afstand doet van haar burgerlijke partijstelling voor het verstrijken van de optietermijn bedoeld in artikel XVII. 43, § 2, 7°.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.68. [1 De rechtsvordering tot collectief herstel verzet er zich niet tegen dat een groepslid en de verweerder wegens eenzelfde oorzaak deelnemen aan een buitengerechtelijke regeling van een geschil. Wanneer een dergelijke regeling tot een oplossing van het geschil leidt, verliest de consument zijn hoedanigheid van groepslid en brengt de verweerder de griffie hiervan op de hoogte.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. XVII.69. [1 Wanneer de rechter een rechtsvordering tot collectief herstel ontvankelijk heeft verklaard overeenkomstig artikel XVII. 43,
- wordt elke individuele rechtsvordering reeds ingesteld door een persoon die lid is van de groep overeenkomstig artikel XVII. 38 tegen dezelfde verweerder en met hetzelfde voorwerp en dezelfde oorzaak, zonder voorwerp;
- is elke nieuwe individuele rechtsvordering die wordt ingesteld door een persoon die lid is van de groep overeenkomstig artikel XVII. 38 tegen dezelfde verweerder en met hetzelfde voorwerp en dezelfde oorzaak, onontvankelijk. ]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2014-03-28/25, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:13
Laatst aangepast op: za, 13/05/2017 - 10:35

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.