-A +A

Burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter stuit de verjaring van de burgerlijke vordering tot schadevergoeding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

 

• Hof van Cassatie, 2e Kamer – 12 januari 2010, RW 2012-2013, 103

Samenvatting

Art. 2244 BW stelt dat een dagvaarding voor het gerecht, betekend aan hem die men wil belet om de verjaring te verkrijgen.

Ook een burgerlijke partijstelling voor de strafrechter belet de verjaring.

De dagvaarding stuit de verjaring voor de vordering die ze inleidt en voor de vorderingen die daarin zijn begrepen zijn.

Wanneer een vordering wordt ingeleid tot vergoeding van een deel van de schade, bv. enkel een vordering tot vergoeding van de morele schade die door het misdrijf is veroorzaakt, stuit zulks ook de verjaring ten aanzien van het deel van de schade, in dit geval de materiële schade, dat niet onmiddellijk het voorwerp van de vordering is.

Tekst arrest

AR nr. P.09.1266.N

W.S. en A.D. t/ NV Z.B.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 25 juni 2009.

...

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Eerste middel

...

4. Het middel voert schending aan van art. 2244 BW en art. 807 Ger.W.: het arrest dat onterecht oordeelt dat de gevorderde morele schade en de gevorderde materiële schade een verschillende oorzaak hebben, houdt ten onrechte geen rekening met het stuitend karakter van de burgerlijke partijstelling.

5. Krachtens art. 26 Voorafgaande Titel Sv. verjaart de burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek of van de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de rechtsvordering tot vergoeding van schade. Zij kan echter niet verjaren vóór de strafvordering.

Krachtens art. 2244 BW vormt een dagvaarding voor het gerecht, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting.

Met een dagvaarding voor het gerecht wordt ook een burgerlijke partijstelling voor de strafrechter bedoeld.

6. Een dagvaarding stuit de verjaring voor de vordering die ze inleidt en voor de vorderingen die daarin virtueel begrepen zijn.

Een vordering ingesteld tot vergoeding van een deel van de schade die door het misdrijf is veroorzaakt, stuit de verjaring ten aanzien van het deel van de schade dat niet onmiddellijk het voorwerp van de vordering is.

7. De stuiting door de burgerlijke partijstelling strekt zich niet uit tot een eis met een andere oorzaak.

De oorzaak van de vordering is het geheel van feiten en handelingen waarop de partij die ze instelt, haar vordering baseert.

De oorzaak van een burgerlijke rechtsvordering volgend uit een misdrijf is aldus het schadeverwekkend misdrijf waarop de burgerlijke partijstelling is gebaseerd.

8. Het arrest oordeelt dat de verjaring van de vordering tot vergoeding van de materiële schade niet werd gestuit door de burgerlijke partijstelling, op grond dat de vordering die door de burgerlijke partijstelling werd ingeleid, alleen de vergoeding van morele schade tot voorwerp heeft en de morele schade die de eisers ingevolge het misdrijf lijden, een andere oorzaak heeft dan de materiële schade die zij ingevolge hetzelfde misdrijf lijden.

Het arrest dat met miskenning van het rechtsbegrip “oorzaak van de vordering”, niet wettig oordeelt dat de burgerlijke partijstelling de verjaring van de vordering tot vergoeding van de materiële schade niet heeft gestuit, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is in zoverre gegrond.

...
 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 08/09/2012 - 00:27
Laatst aangepast op: za, 08/09/2012 - 00:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.