-A +A

Bijdrageplicht in de gezinslast tussen feitelijk samenwonenden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Tussen feitelijk samenwonenden bestaat een morele verplichting om bij te dragen in de gezinslasten (volgens het vermogen van elke samenwoner). Terugvordering van gedane (evenredige) betalingen is noch tijdens, noch na de smanleving mogenlijk.

Tussen feitelijke samenwonenden ontreekt de wettelijke bijdrageplicht voor feitelijk samenwonenden zoals deze wel bestaat voor gehuwden, respectievelijk wettelijk samenwonenden conform de bepalingen van art. 221 en 1477§3 BW).

Dit neemt niet weg dat feitelijk samenwonenden de morele plicht hebben om bij te dragen in de dagelijkse behoeften van het feitelijke gezin in hun feitelijke samenleving. Aldus geldt hetgeen in deze relatie vrijwillig wordt uitgegeven ten behoeve van dit gezin de uitvoering betreft van een een natuurlijke verbintenis. Aldus kan er nadien geen vergoedingsaanspraak meer worden gedaan voor hetgeen in dit gezin door de ene meer dan de andere werd uitgegeven.(art. 1235, tweede lid BW).

Soms wordt de bijdrageplicht in een feitelijke samenleving beperkt tot een evenredige bijdrage in de gezinslast en wordt soms overwogen dat een vordering tot teruggave mogelijk is ten belope van het gedeelte dat dit evenredig deel overschrijdt. Zie en vergelijk bv. Gent 5 maart 2015, TBBR 2016, 96, noot F. Deguel.

Over de aard van de morele verplichting en de uitvoering ervan als natuurlijke verbintenis tussen feitelijk samenwonenden tot evenredige bijdrage in de lasten zie onder meer:

• Antwerpen 15 maart 2016, T.Not. 2016, 285; Gent 12 februari 2015, RABG 2016, 326, noot M. Govaerts;

• Luik 17 februari 2015, JLMB 2016, 9). D

Zie ook: Lynn De Schrijver, "Ongerechtvaardigde verrijking in een affectieve context: samenwonenden, waak over uw eigen belangen!" noot onder Antwerpen, 20/05/2015, RW 2017-2018, 63

Nog dit: 

In zoverre artikel 572bis, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek enkel betrekking heeft op gehuwde partners en wettelijk samenwonenden, zullen de vorderingen van feitelijk samenwonenden betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, alsook de voorlopige maatregelen die daarop betrekking hebben, niet voor de familierechtbank kunnen worden gebracht maar zullen zij aan het gemeen recht worden onderworpen.

In de rechtsleer is beklemtoond dat de feitelijke samenwoning niet in het recht is gedefinieerd. Feitelijk samenwonenden hebben niet noodzakelijkerwijs tot doel duurzaam samen te leven, noch zelfs een paar te vormen, zodat het niet verantwoord zou zijn dat op hen dezelfde behandeling wordt toegepast als op echtgenoten en wettelijk samenwonenden.

De door feitelijk samenwonenden gevormde gemeenschap wordt niet met dezelfde zekerheid aangetoond als die welke ontstaat uit het huwelijk of uit de wettelijke samenwoning en daaruit vloeien niet dezelfde rechten en plichten voort.

Terwijl de echtgenoten en wettelijk samenwonenden hun relatie hebben geformaliseerd en hun wederzijdse rechten en plichten hebben bepaald, zijn de feitelijk samenwonenden immers niet dezelfde juridische verbintenissen jegens elkaar aangegaan en maken zij geen geïnstitutionaliseerde vorm van samenleven uit.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 03/09/2017 - 12:52
Laatst aangepast op: zo, 03/09/2017 - 12:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.