-A +A

bewijs van dronkenschap

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Anders dan alcoholintoxicatie, is dronkenschap geen objectief en meetbaar misdrijf. Dronkenschap is de subjectieve toestand op basis waarvan wordt besloten dat een persoon onder invloed is van een bepaalde stof waardoor hij de volledige controle over zijn daden en zijn vermogens verliest. Dronkenschap is dus een ander misdrif dan alcoholintoxicatie. De alcoholintoxicatie veronderstelt niets meer en niets minder dan het overschrijden van een bepaalde hoeveelheid invloed van alcohol in het lichaam. Alcoholintoxicatie impliceert geen dronkenschap en dronkenschap impliceert geen alcoholintoxicatie. Men kan alcohol geïntoxiceerd zijn (technisch te veel gedronken hebben) en toch niet dronken zijn. Maar wie wie een lage graad van alcohoholintoxicatie heeft, kan nochtans perfect schuldig zijn aan dronkenschap. Sommige personen hebben echt niet veel alcohol nodig om dronken te zijn (zie ook Pol. Bruxelles 20/12/2012, T. Pol. 2013, 75).

Een persoon bevindt zich in staat van dronkenschap wanneer hij zodanig onder invloed van de drank is dat hij de blijvende controle over zijn daden heeft verloren, zonder dat hij noodzakelijk de bewustheid daarvan verloren heeft.

Dronkenschap staat aldus volledig los van de alcoholintoxicatie. Elke persoon reageert verschillend op de uitwerking van alcohol.

Bepaalde personen kunnen reeds dronken zijn wanneer zij de wettelijk toegelaten grens van alcoholintoxicatie niet bereikt hebben.

Andere personen kunnen een zeer hoge graad van alcoholintoxicatie vertonen zonder dronken te zijn.

De rechtbank zal steeds in concreto dienen vast te stellen of er sprake is van dronkenschap of een daarmee gelijk te stellen toestand.

Vaak probeert men dronkenschap te bewijzen aan de hand van statistische gegevens,  dat bij 92 procent van de normale personen met een gelijkaardige graad van alcoholintoxicatie er sprake zou zijn van een staat van dronkenschap. Op basis hiervan tot een veroordeling overgaan is strijdig met de verplichting van de rechter om in concreto te oordelen, gezien een dergelijke overweging en overweging in abstract doel uitmaakt.

De rechtbank van eerste aanleg te Gent definieerde dronkenschap in een vonnis van 25 oktober 1996 A.J.T. 1997-98,43 als volgt:

"dronkenschap achter het stuur is de toestand waarin een bestuurder zich bevindt die niet instaat is te sturen, niet de vereiste lichaamsgeschiktheid en rijvaardigheid heeft de gevolgen van overmatig drankgebruik".

Bijna alle elementen die vermeld worden op het inlichtingenformulier van de verbalisanten kunnen afzonderlijk genomen in geen bewijs van dronkenschap uitmaken.

- een kleverige mond wijst op zichzelf niet op dronkenschap. de oorzaak kan teruggevonden worden in teveel praten, stress, tandheelkundige ingrepen, tal van medicatie...
- de gebrekkige oriëntatie in tijd en ruimte kan ontstaan door de impact van het ongeval die algemeen verward gevoel met zich kan meebrengen. ook een loutere stresssituatie kan dit veroorzaken, waarbij de stress kan ontstaan door de tussenkomst van de verbalisanten, dan wel door het ongeval (nekslag, hersenschudding, verblinding). Bovendien mag niet vergeten worden dat heel wat mensen geen perfect gevoel hebben voor oriëntatie in tijd en ruimte. Dit gevoel neemt af naarmate de leeftijd en is in sterke mate en meer ontwikkeld bij de mannen dan bij vrouwen.
- een wankele gang of lopen met open benen kan heel wat meer oorzaken hebben dan louter dronkenschap. zij kan vooreerst voorbestemd zijn, veroorzaakt door pijn in de ledematen, in de liesstreek of aan de geslachtsdelen. zij kan veroorzaakt zijn door een algehele verwarring naar aanleiding van het ongeval, een lichte hersenschudding.
- de zware oogleden duiden in de regel nog minder. de positie van de ogen en oogleden is voor elke mens verschillend. Het uitzicht van de oogleden, wordt bepaald door de eigen constitutie, de leeftijd, de vermoeidheid, de stress, de productie van traanvocht, de gezondheidstoestand, de lichaamstemperatuur...
- alcoholgeur kan op zichzelf nooit wijzen op dronkenschap gezien zelfs het gebruik van 1 glas alcohol een uitgesproken alcoholgeur oplevert.
- zigzag rijden maakt op zich geen bij wijze van dronkenschap. dit rijgedrag kan veroorzaakt zijn door een gevallen sigaret, het zoeken naar een C. D., een snoepje, een drankje, een aansteker, het instellen van de GPS, een verminderde aandacht naar aanleiding van een discussie, het uittesten van de banden, het uittesten van slipgevaar, of een opzettelijk showmanoeuvre, vanuit een of andere geestesgesteldheid of om indruk te maken.

Een correcte samenhangende weergave verlenen van de feiten voorafgaand aan het ongeval kan een aanwijzing zijn om dronkenschap niet te weerhouden. Doch anderzijds kan een verkeerde weergave van de feiten op zichzelf niet wijzen op dronkenschap.

Werd door de rechtbank beoordeeld als dronkenschap:

- een alcoholgraad van bijna drie promille, een vermoeide aanblik, zware oogleden, was roerende en slepende tred (Politierechtbank Doornik 15 december 2003 tijdschrift voor verzekeringen 2004,746).

-  een verzekerde die niet wist uit welke richting het andere voertuig kwam gereden, en matige indruk had van onder invloed van drank te zijn,  zware oogleden, een verhit gelaat, niet agressief, matige alcoholgeur, niet gebraakt, geen wanordelijke kledij, en gaan met gespreide benen, kleverige mond, middelmatige oriëntatie in tijd en ruimte (Politierechtbank Brugge,  27 september 1999, (weergegeven in Jean-Baptiste Petitat, Regres en WAM , Kluwer 2008)

-  slaperig voorkomen, moest de steun zoeken om zich recht te houden, kleverige mond, middelmatige oriëntatie in tijd in de ruimte en middelmatige indruk onder invloed van drank te zijn (Politierechtbank Brugge 12 februari 2001, (weergegeven in Regres en WAM op. cit p.135).

- een getuige die verklaarde dat de betrokken bestuurder moeite had om zijn wagen onder controle te houden en slechts met moeite paaltjes kon ontwijken, naast de overwegingen van de verbalisanten dat de bestuurder de indruk gaf kennelijk dronken te zijn, een slaperig voorkomen had met bloeddoorlopen ogen en een adem die ontegensprekelijk naar alcohol rook.

Werd door de rechtbank onvoldoende geacht om dronkenschap te weerhouden:

- het loutere weigeren van een bloedproef of een ademtest (op zichzelf wel strafbaar, doch geen bewijs van dronkenschap).
- de loutere vermelding van de verbalisanten dat de bestuurder kennelijk dronken was, zijnde een loutere subjectieve indruk, wanneer deze niet gesteund wordt door overige vaststellingen inzake de fysieke gesteldheid van de betrokkenen;
- de vaststelling van alcoholgeur, bloeddoorlopen of zware oogleden, deze vaststellingen kunnen immers reeds gebeuren bij personen die slechts matig alcohol hebben gebruikt;
- het zich agressief opstellen bij de vaststellingen. ook personen die geen alcohol gebruikt hebben of niet dronken zijn, kunnen tekenen van agressiviteit vertonen;
- slepen met de voeten, gaan met gespreide benen (wankelen zelfs onmiddellijk na het ongeval), matig onder invloed van alcoholische dranken zijn, zware oogleden hebben, een kleverige mond  hebben, ontegensprekelijk alcoholgeur verspreiden en een middelmatige oriëntatie hebben in tijd en ruimte werd door de politierechtbank te Brugge op 12 maart 2001, Verkeersrecht 2003/92 onvoldoende geacht als bewijs van dronkenschap;
- een naar alcohol ruikende adem verspreiden, spreken met dubbelslaande Tom en een kleverige mond met bloeddoorlopen ogen werd door de politierechtbank de bruggen op 24 januari 2002 (weergegeven in Regres en WAM op. cit p.134), onvoldoende geacht om dronkenschap te weerhouden;
- een middelmatige indruk geven onder invloed van drank te zijn, een middelmatige alcoholgeur verspreiden en een middelmatige oriëntatie in tijd en ruimte werd door de politierechtbank te Gent op 13 januari 2003(weergegeven in Regres en WAM op. cit, p. 134)als onvoldoende bewijs aanzien van dronkenschap;
- en de middelmatige oriëntatie in tijd en ruimte vertonen, een middelmatige alcoholgeur verspreiden, en middelmatige indruk geven onder invloed van drank te zijn, het struikelen en wankelen (licht) terwijl de betrokkene een vrij nauwkeurige analyse van het verkeer gebeurde kon geven, werd door de politierechtbank te Ieper op de 7 maart 2000 (weergegeven in Regres en WAM op. cit, p. 134)als onvoldoende geacht om dronkenschap te weerhouden.
-  struikelen, wankelen, en ontegensprekelijk alcoholgeur verspreiden, kleverige mond, bloeddoorlopen ogen, middelmatige oriëntatie in tijd en ruimte en geen agressiviteit aan de dag leggen werd door de politierechtbank te Tongeren dd 22 oktober 2007 als onvoldoende aanwijzingen aanzien om dronkenschap te weerhouden (weergegeven in Regres en WAM op. cit, p. 134).

cocktails en andere dan alcoholische dranken

Dronkenschap hoeft niet veroorzaakt te zijn door alcohol maar kan ook veroorzaakt worden door drugs of geneesmiddelen.

Het verweer dat de dronkenschap veroorzaakt is door een cocktail van geneesmiddelen en alcohol zal velde slagen omdat een van de bestuurder verwacht wordt dat mij de wisselwerking moet kennen en tussen alcohol en sommige geneesmiddelen. zeer uitzonderlijk kan overmacht weerhouden worden.

Rechtspraak:

Hof van Beroep te Antwerpen, 2e Kamer – 25 mei 2005, R.W. 2007-2008, 1157

uittreksel uit het arrest:

"...3.3. Appellante voert tot bewijs van de beweerde dronkenschap van geïntimeerde aan:

– zijn alcoholintoxicatie op het ogenblik van de feiten van 1,66 pro mille;

– de slaperige toestand waarin verbalisanten geïntimeerde aantroffen in het ziekenhuis te Herentals;

– de verklaring van geïntimeerde dat hij een tiental pinten bier zou gedronken hebben en daarna achter het stuur van de auto zou «gekropen» zijn;

– het gedrag na de aanrijding van geïntimeerde en zijn vrienden dat het verdoezelen van de dronkenschap zou hebben beoogd;

– de wijze waarop de aanrijding geschiedde.

Deze gegevens doen echter niet besluiten dat appellante aan haar bewijslast heeft voldaan.

Het objectieve feit van de redelijk hoge alcoholintoxicatie (1,66 pro mille) noch de aannemelijke verklaring van geïntimeerde dat hij in de loop van de avond vóór het ongeval een tiental pinten bier had gedronken, volstaan om tot de dronkenschap van geïntimeerde te besluiten. Deze feiten impliceren niet noodzakelijk de staat van dronkenschap. Dit is te dezen ook niet het geval, omdat geïntimeerde verklaarde achter het stuur van de auto te zijn «gekropen». Deze bewoordingen worden gemeenzaam gebruikt om uit te drukken dat men achter het stuur heeft plaatsgenomen, zonder daarbij de letterlijke betekenis van «kruipen» te bedoelen.

Volgens de verklaring van S. De M. aan de verbalisanten reed geïntimeerde «met een redelijk hoge snelheid», reed hij «juist voor de bocht naar links, (...) gedeeltelijk op het linker rijvak» en is er «... uit de bocht (...) uit tegenovergestelde richting een voertuig gekomen» waarna «... geïntimeerde heeft ... geremd of bruusk aan het stuur getrokken en is hierdoor beginnen slippen». Het voertuig is dan tot stilstand gekomen tegen een elektriciteitspaal. Appellante toont niet aan dat het ongeval op een andere wijze zou zijn gebeurd. Ook al is door dit feitenrelaas de grote onvoorzichtigheid van geïntimeerde aangetoond, het wordt daardoor niet bewezen dat geïntimeerde door de invloed van de drank niet meer in staat was zijn daden blijvend te controleren.

Dit laatste wordt evenmin aangetoond door de slaperige toestand waarin verbalisanten geïntimeerde om 7u30, ongeveer vijf uur na het ongeval, in het ziekenhuis aantroffen. Dezelfde verbalisanten hebben immers ook tegelijk vermeld dat geïntimeerde de indruk gaf slechts licht onder invloed van de drank te zijn en normaal te spreken.

De handelwijze van sommige vrienden van geïntimeerde, die er klaarblijkelijk op gericht was zowel geintimeerde zelf als het beschadigde voertuig te verwijderen van de plaats van de aanrijding vooraleer de politie ter plaatse was, doet aannemen dat dezen wat te verbergen hadden, maar maakt het niet mogelijk te besluiten dat geïntimeerde dronken was.

Ook als geheel van vermoedens beschouwd, leveren de door appellante aangevoerde gegevens niet het vereiste bewijs van de dronkenschap.

Appellante slaagt er dan ook niet in de feitelijke grondslag van haar regres te bewijzen. Het hoger beroep van appellante is ongegrond".


 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: ma, 11/09/2017 - 07:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.