-A +A

bevoegdheid van de arbeidsrechtbank

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

uittreksel uit het gerechtelijk wetboek:

Art. 578. De arbeidsrechtbank neemt kennis:
1° van geschillen inzake arbeidsovereenkomsten met inbegrip van die welke betrekking hebben op schending van het fabrieksgeheim gedurende die overeenkomst;
2° van geschillen inzake leerovereenkomsten;
3° (van de individuele geschillen betreffende de toepassing van de collectieve arbeidsovereenkomsten;) <W 5-12-1968, art. 67>
4° van geschillen tussen werknemers naar aanleiding van het werk;
5° van geschillen betreffende de overeenkomst voor versnelde beroepsopleiding;
6° van geschillen tussen de personen die samen een beroep uitoefenen waarbij hoofdzakelijk handenarbeid wordt verricht, en inzonderheid tussen een schipper ter visserij en de schepelingen die zijn vennoten zijn;
7° van geschillen van burgerlijke aard die het gevolg zijn van een overtreding van de wetten en besluiten betreffende de arbeidsreglementering en de aangelegenheden onder de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank, onverminderd de toepassing van de wetsbepalingen die deze bevoegdheid verlenen aan de strafgerechten wanneer een strafvordering voor hen aanhangig is.
8° (de geschillen die hun oorzaak vinden :
a) in titel V betreffende gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van arbeidsvoorwaarden en de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de toegang tot een zelfstandig beroep van de wet van 4 augustus 1978 tot economisch heroriëntering en in haar uitvoeringsbesluiten, met uitzondering van die bedoeld in artikel 581, 3°, a), en van die welke betrekking hebben op de toegang tot het onderwijs in de beroepsopleiding verstrekt door het openbaar of privaat onderwijs;
b) in het decreet van 8 mei 2002 van het Vlaams Parlement houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en zijn uitvoeringsbesluiten, met uitzondering van die bedoeld in artikel 581, 3°, b).) <W 2003-04-08/33, art. 139, 098; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(9° van de geschillen betreffende de hoedanigheid van de werknemers en het behoud van hun rechten ingevolge de overdracht van de onderneming of van een gedeelte ervan, bedoeld in hoofdstuk IV van titel III van de wet betreffende het gerechtelijk akkoord.) <W 1997-07-17/65, art. 52, 055; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
10° (van de geschillen op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van de discriminatie tussen mannen en vrouwen en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 6, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet, met uitzondering van de geschillen bedoeld in artikel 581, 9°, en onder voorbehoud van de bevoegdheden van de Raad van State, zoals bepaald door de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State;) <W 2007-05-10/37, art. 2, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
(11° van de geschillen betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gestus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.) <W 2002-06-17/35, art. 5, 096; Inwerkingtreding : 01-07-2002>
(12° van de geschillen die hun oorzaak vinden in de wet van... betreffende de bescherming van de preventieadviseurs en die betrekking hebben op :
a) werknemers;
b) zelfstandigen.) <W 2002-12-20/52, art. 4, 107; Inwerkingtreding : 01-02-2003>
13° (van de geschillen op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 5, § 1, 4° en 5° van voormelde wet, met uitzondering van de geschillen bedoeld in artikel 581, 10°, en onder voorbehoud van de bevoegdheden van de Raad van State, zoals bepaald door de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State.) <W 2007-05-10/37, art. 3, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
(14° van vorderingen betreffende de collectieve schuldenregeling;) <L 2005-12-13/36, art. 5, 128; Inwerkingtreding : 01-09-2007>
15° (van de geschillen op basis van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 5, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet, met uitzondering van de geschillen bedoeld in artikel 581, 11°, en onder voorbehoud van de bevoegdheden van de Raad van State, zoals bepaald door de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State;) <W 2007-05-10/37, art. 4, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
((16°) (oude tweede 10°) van betwistingen op grond van de wet van 28 januari 2003 betreffende de medische onderzoeken die binnen het kader van de arbeidsverhoudingen worden uitgevoerd.) <W 2003-01-28/42, art. 16, 114; Inwerkingtreding : 19-04-2003> <W 2005-12-13/36, art. 5, 128; Inwerkingtreding : 31-12-2005>
(17° van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, bedoelde rechtsvordering.) <W 2006-12-03/41, art. 13, 142; Inwerkingtreding : 28-12-2006>

Art. 579. <W 24-06-1969, art. 12> De arbeidsrechtbank neemt kennis:
1° van de vorderingen betreffende de vergoeding van schade voortkomende uit arbeidsongevallen, uit ongevallen op de weg van en naar het werk en uit beroepsziekten:
2° van de vorderingen betreffende de schadevergoeding wegens arbeidsongevallen, welke zich tussen 10 mei 1940 en 30 september 1944, onder de gelding van de Duitse wetgeving voorgedaan hebben in de door het Duitse Rijk aangehechte Belgische gebieden;
3° van de vorderingen betreffende de toelagen toegekend door het Fonds voor arbeidsongevallen en het Fonds voor de beroepsziekten;
4° (van de vorderingen betreffende de vergoeding van schade voortkomende uit nijverheidsongevallen en landbouwongevallen in het raam van de verzekering tegen nijverheidsongevallen van de kantons Eupen, Malmédy en Sankt-Vith en van de verzekering tegen landbouwongevallen van de kantons Eupen, Malmédy en Sankt-Vith.) <W 16-08-1971, art. 8>
(5° van de vorderingen tot vergoedingen van een door in 1° omschreven feit ontstane schade, gegrond op een verzekeringspolis naar gemeen recht, die door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt gesloten ten voordele van de stagiairs in beroepsopleiding.) <W 2005-12-13/36, art. 6, 128; Inwerkingtreding : 31-12-2005>
(6° van de betwistingen in verband met de tegemoetkomingen van het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers, ingesteld bij de programmawet (I) van 27 december 2006.) <W 2006-12-27/30, art. 126, 143; Inwerkingtreding : 01-04-2007>

Art. 580. De arbeidsrechtbank neemt kennis:
1° van geschillen betreffende (de verplichtingen van de werkgevers en van de personen die met hen hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de betaling van de bijdragen), opgelegd door de wetgeving inzake sociale zekerheid, (gezinsbijslag,) werkloosheid, verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, rust- en overlevingspensioen, jaarlijkse vakantie, bestaanszekerheid, (sluiting van ondernemingen) en door de verordeningen waarbij sociale voordelen aan de werknemers en leerlingen worden toegekend; <W 04-08-1978, art. 70> <W 12-05-1971, art. 1, 1°> <W 28-07-1971, art. 22>
2° van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van werknemers en leerlingen en hun rechtverkrijgenden, welke voortvloeien uit de wetten en verordeningen bedoeld onder 1°;
3° van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de personen (en hun rechtverkrijgenden) die, buiten een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst, het voordeel genieten van de wetten en verordeningen bedoeld onder 1°; <W 12-05-1971, art. 1, 2°>
4° van geschillen tussen de instellingen belast met de toepassing van de wetten en verordeningen bedoeld onder 1°, betreffende de rechten en verplichtingen die daaruit voor die instellingen voortvloeien;
5° (.....) <W 30-06-1971, art. 16>
6° van geschillen betreffende de rechten en verplichtingen van de personen (en hun rechtverkrijgenden) die een maatschappelijke verzekering hebben aangegaan krachtens: <W 12-05-1971, art. 1, 3°>
a) de wet van 23 juni 1894 houdende herziening van de wet van 3 april 1851 op de mutualiteitsverenigingen;
b) de wet van 12 februari 1963 betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden;
c) de wet van 17 juli 1963 betreffende overzeese sociale zekerheid;
(d) de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;) <W 2005-12-13/36, art. 7, 128; Inwerkingtreding : 31-12-2005>
7° van geschillen betreffende het stelsel van maatschappelijke zekerheid waarvan de prestaties gewaarborgd zijn bij de wet van 16 juni 1960 dat de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst en dat waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd;
8° (van de geschillen betreffende de toepassing van:
a) de wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden. Zij past, op verzoek (van de Rijksdienst voor werknemerspensioenen), de in artikel 13 van voormelde wet bepaalde sancties toe; <W 05-01-1976, art. 121>
b) de wet tot instelling van een gewaarborgde gezinsbijslag. Zij past, op verzoek ((van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers)), de in artikel 8 van voormelde wet bepaalde sancties toe;) <W 20-07-1971, art. 12> <W 05-01-1976, art. 121> <KB242 31-12-1983, art. 10>
c) (de wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum, voor wat betreft de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van het bestaansminimum alsmede betreffende de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving.) <W 07-08-1974, art. 21, § 1>
(de wet van 26 mei 2002 tot instelling van het recht op maatschappelijke integratie, inzake de geschillen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde van de maatschappelijke integratie, alsmede de toepassing van de administratieve sancties bepaald in de desbetreffende wetgeving.) <W 2002-05-26/47, art. 48, 099; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
(d) de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzake de betwistingen betreffende de toekenning, de herziening, de weigering en de terugbetaling door de gerechtigde, van de maatschappelijke dienstverlening, en de toepassing van de administratieve sancties bepaald door de wetgeving ter zake.) <W 1993-01-12/34, art. 17, 039; Inwerkingtreding : 1993-01-01>
(e) de wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.) <W 2001-03-22/31, art. 3, 089; Inwerkingtreding : 01-06-2001>
(f) de wet van 12 januari 2007 betreffende opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen wat betreft de geschillen betreffende elke schending van de rechten die aan de begunstigden van de opvang worden gewaarborgd door de boeken II en III van voormelde wet.) <W 2007-04-21/57, art. 2, 146; Inwerkingtreding : 07-05-2007>
9° (van de geschillen betreffende de toekenning van de rentebijslag aan de begunstigden met een vervroegd rustpensioen.) W 20-06-1975, art. 9>
10° (van de geschillen betreffende de toekenning van het bijzonder brugpensioen bedoeld in artikel 5 van het hoofdstuk III van de wet van 22 december 1977.) <W 22-12-1977, art. 107>
11° (van de geschillen betreffende de toekenning van het brugpensioen aan bejaarde invaliden, bedoeld bij afdeling 6 van het hoofdstuk V van de wet van 22 december 1977.) <W 22-12-1977, art. 166, § 1>
12° (de betwistingen betreffende de verplichting van de sociaal verzekerden om een bijzondere bijdrage voor sociale zekerheid te storten krachtens hoofdstuk III van de wet van 28 december 83, houdende fiscale en begrotingsbepalingen) <W 28-12-1983, art. 69>
(13° van de geschillen betreffende de bijzondere werkgeversbijdrage op het conventioneel brugpensioen bedoeld in hoofdstuk IV van de programmawet van 22 december 1989.) <W 1989-12-22/31, art. 271, 020; Inwerkingtreding : 09-01-1990>
(14° van de betwistingen betreffende de rechten en plichten voortvloeiend uit de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, met uitzondering van de betwistingen betreffende de toepassing van de algemene beginselen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (en die bedoeld in artikel 14 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.) ) <W 1990-01-15/31, art. 78, §1, 023; ED : 01-01-1992> <W 1990-12-29/30, art. 152, 025; Inwerkingtreding : 1991-01-01> <W 1992-12-08/32, art. 46, 041; Inwerkingtreding : 01-09-1993>
(15° van de geschillen betreffende de toelage aan de werkgevers voor het in dienst houden van werknemers getroffen door een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval waardoor het voor deze werknemers definitief onmogelijk wordt om het overeengekomen werk te verrichten, bedoeld in titel II, hoofdstuk VI, van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen.) <W 1990-12-29/30, art. 152, 025; Inwerkingtreding : 1991-01-01>
(16° van geschillen betreffende de verplichtingen van de hoofdaannemers en onderaannemers bedoeld bij (artikel 30bis) van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.) <W 1991-07-20/31, art. 27, 031; Inwerkingtreding : 01-07-1991> <W 2003-12-22/42, art. 240, 121; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
(17° van de geschillen betreffende de premie ter compensatie van de sociale zekerheidsbijdragen bedoeld in artikel 144 van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.) <W 1992-12-30/40, art. 148, 038; Inwerkingtreding : 1993-01-01>
(18° van de gevallen waarin beroep wordt ingesteld tegen de beslissingen van het bureau voor juridische bijstand.) <W 1998-11-23/34, art. 5, 066; Inwerkingtreding : 31-12-1999>

Art. 581. (NOTA : zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) (De arbeidsrechtbank neemt kennis:
1° van geschillen betreffende de verplichtingen die voortvloeien uit de wetten en verordeningen inzake sociaal statuut , familiale uitkeringen , verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering en uitkeringen inzake rust - en overlevingspensioen ten voordele van de zelfstandigen;
2° van de geschillen betreffende de rechten die voortvloeien uit deze wetten en verordeningen;) <W 30-06-1971 , art. 17>
3° (de geschillen die hun oorzaak vinden :
a) in titel V betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden en de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de toegang tot een zelfstandig beroep van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering en in haar uitvoeringsbesluiten die op de zelfstandige beroepen betrekking hebben;
b) in het decreet van 8 mei 2002 van het Vlaams Parlement houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en zijn uitvoeringsbesluiten die op de zelfstandige beroepen betrekking hebben.) <W 2003-04-08/33, art. 140, 098; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
4° (de geschillen inzake de verplichting, voor de genieters van bedrijfsinkomsten die niet aan de index van de consumptieprijzen gebonden zijn, een sociale-solidariteitsbijdrage krachtens de koninklijke besluiten nr. 12 van 26 februari 1982 en nr. 186 van 30 december 1982 te storten;
5° de geschillen inzake de verplichting, voor de zelfstandigen, een bijdrage tot matiging van de inkomsten krachtens het koninklijk besluit nr. 289 van 31 maart 1984 te storten;
6° de geschillen inzake de verplichting voor de alleenstaanden en de gezinnen zonder kinderen, in de sector der zelfstandigen, een bijzondere bijdrage te storten krachtens de koninklijke besluiten nr. 38 van 30 maart 1982, nr. 160 van 30 december 1982, nr. 218 van 7 november 1983 en nr. 290 van 31 maart 1984.) <W 1985-08-01/30, art. 93, 005>
(7° van de geschillen betreffende de toepassing van het koninklijk besluit n° 464 van 25 september 1986 tot consolidering van de maatregelen inzake matiging van de inkomsten der zelfstandigen.) <KBN464 1986-09-25/32, art. 12, 011; inwerkingtreding 01-01-1987>
(8° van de geschillen inzake de verplichting voor de vennootschappen tot het betalen van een bijdrage bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen krachtens hoofdstuk III van titel III van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, en krachtens hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.) <W 1992-12-30/40, art. 102, 038; Inwerkingtreding : 1992-07-01>
9° (van de geschillen op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van de discriminatie tussen mannen en vrouwen, die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 6, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet en die betrekking hebben op zelfstandige beroepen;) <W 2007-05-10/37, art. 5, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
10° (van de geschillen op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid in de zin van artikel 5, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet en die betrekking hebben op zelfstandige beroepen;) <W 2007-05-10/37, art. 6, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
(11° van de geschillen op basis van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 5, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet en die betrekking hebben op zelfstandige beroepen.) <W 2007-05-10/37, art. 7, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
++++++++++++++++++++++++++
GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN
--------------------------
Art. 581. (VLAAMSE GEMEENSCHAP)
(De arbeidsrechtbank neemt kennis:
1° van geschillen betreffende de verplichtingen die voortvloeien uit de wetten en verordeningen inzake sociaal statuut , familiale uitkeringen , verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering en uitkeringen inzake rust - en overlevingspensioen ten voordele van de zelfstandigen;
2° van de geschillen betreffende de rechten die voortvloeien uit deze wetten en verordeningen;) <W 30-06-1971 , art. 17>
3° (NOTA : nadat art. 581, 3° bij het Vlaamse decreet DVR 2002-05-08/44, art. 18, gewijzigd werd met inwerkingtredingdatum 01-10-2002 werd het bij de federale wet 2003-04-08/33, art. 140, gewijzigd met dezelfde inwerkingtredingdatum 01-10-2002. De nieuwe federale vorm neemt trouwens de wijziging op die door het Vlaamse decreet aangebracht werd. Zie hoger de federale vorm van het artikel.) (de geschillen m.b.t. de toepassing van het decreet houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en zijn uitvoeringsbesluiten.) <DVR 2002-05-08/44, art. 18, 098; Inwerkingtreding : 01-10-2002>
4° (de geschillen inzake de verplichting, voor de genieters van bedrijfsinkomsten die niet aan de index van de consumptieprijzen gebonden zijn, een sociale-solidariteitsbijdrage krachtens de koninklijke besluiten nr. 12 van 26 februari 1982 en nr. 186 van 30 december 1982 te storten;
5° de geschillen inzake de verplichting, voor de zelfstandigen, een bijdrage tot matiging van de inkomsten krachtens het koninklijk besluit nr. 289 van 31 maart 1984 te storten;
6° de geschillen inzake de verplichting voor de alleenstaanden en de gezinnen zonder kinderen, in de sector der zelfstandigen, een bijzondere bijdrage te storten krachtens de koninklijke besluiten nr. 38 van 30 maart 1982, nr. 160 van 30 december 1982, nr. 218 van 7 november 1983 en nr. 290 van 31 maart 1984.) <W 1985-08-01/30, art. 93, 005>
(7° van de geschillen betreffende de toepassing van het koninklijk besluit n° 464 van 25 september 1986 tot consolidering van de maatregelen inzake matiging van de inkomsten der zelfstandigen.) <KBN464 1986-09-25/32, art. 12, 011; inwerkingtreding 01-01-1987>
(8° van de geschillen inzake de verplichting voor de vennootschappen tot het betalen van een bijdrage bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen krachtens hoofdstuk III van titel III van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen, en krachtens hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.) <W 1992-12-30/40, art. 102, 038; Inwerkingtreding : 1992-07-01>
9° (van de geschillen op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van de discriminatie tussen mannen en vrouwen, die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 6, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet en die betrekking hebben op zelfstandige beroepen;) <W 2007-05-10/37, art. 5, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
10° (van de geschillen op basis van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid in de zin van artikel 5, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet en die betrekking hebben op zelfstandige beroepen;) <W 2007-05-10/37, art. 6, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
(11° van de geschillen op basis van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en die betrekking hebben op de arbeidsbetrekkingen en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid, in de zin van artikel 5, § 1, 4° en 5°, van voormelde wet en die betrekking hebben op zelfstandige beroepen.) <W 2007-05-10/37, art. 7, 148; Inwerkingtreding : 09-06-2007>
++++++++++++++++++++++++++

Art. 582. De arbeidsrechtbank neemt kennis:
1° (van de geschillen over de rechten ten aanzien van tegemoetkomingen aan personen met een handicap alsmede van de betwistingen inzake medische onderzoeken uitgevoerd met het oog op de toekenning van sociale of fiscale voordelen die rechtstreeks of onrechtstreeks zijn afgeleid van een sociaal recht of van de sociale bijstand;) <W 2002-12-24/32, art. 11, 105; Inwerkingtreding : 15-02-2003>
2° van de geschillen betreffende de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wet betreffende de sociale reclassering van de minder-validen;
(NOTA : Artikel 582, 2°, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, wordt aangevuld met de woorden : " en van de geschillen betreffende de inschrijving en de toekenning van bijstand tot sociale integratie voortvloeiend uit de toepassing van het decreet van 27 juni 1990 houdende de oprichting van een Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een handicap " bij <DVR 1997-11-12/33, art. 2, 055; Inwerkingtreding : 20-12-1997>)
(NOTA : Artikel 582, 2°, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, wordt aangevuld met de woorden " en bij decreet van 7 mei 2004 houdende oprichting van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " bij <DVR 2004-05-07/62, art. 33, 124; Inwerkingtreding : 01-04-2006>)
3° (van geschillen betreffende de instelling en de werking van de ondernemingsraden;
4° van geschillen betreffende de instelling en de werking van de diensten en comités voor veiligheid , gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen , met inbegrip van de diensten en comités ingesteld in mijnen , groeven en graverijen.) <W 30-06-1971 , art. 18>
5° (van de geschillen betreffende afdeling 5 van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen) <KBN424 1986-08-01/31, art. 31, 009>
(6° van de geschillen betreffende de instelling en de werking van de Europese ondernemingsraden en betreffende de procedures ter informatie en raadpleging die ervan in de plaats komen, met uitzondering van de bijzondere procedure ingesteld bij artikel 3 van de wet van 23 april 1998 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen met een communautaire dimensie of in concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers.) <W 1998-04-23/46, art. 5, 059; Inwerkingtreding : 22-09-1996>
(7° van de geschillen betreffende artikel 7, § 1, derde lid, q) , van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.) <W 2002-12-24/32, art. 7, 105; Inwerkingtreding : 01-04-2003>
(8° van de geschillen betreffende de instelling en de werking van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan alsook betreffende de procedures aangaande de rol van de werknemers in de Europese vennootschap, met uitzondering van de bijzondere procedure ingesteld bij artikel 3 van de wet van 17 september 2005 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende de rol van de werknemers in de Europese vennootschap.) <W 2005-09-17/72, art. 5, 133 ; Inwerkingtreding : 05-11-2005>

Art. 583. <W 30-06-1971, art. 19> De arbeidsrechtbank neemt kennis van de toepassing der administratieve sancties bepaald bij de wetten en verordeningen bedoeld in de artikelen 578 tot 582 en bij de wet betreffende de administratieve geldboeten in geval van inbreuk op sommige sociale wetten.
(De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen betreffende de sociale identiteitskaart, ingevoerd door het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49, van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.) <W 1999-01-25/32, art. 90, 068; Inwerkingtreding : 16-02-1999>
(De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen betreffende de compensatoire vergoeding bedoeld in artikel 132, vierde lid van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen.) <KBN443 1986-08-14/30, art. 2, 010>
(De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen betreffende de individuele bestuurshandelingen inzake het verlenen, het schorsen en het intrekken van de erkenning als havenarbeider, genomen in toepassing van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid.) <W 1998-02-13/33, art. 3, 056; Inwerkingtreding : 01-03-1998>
(De arbeidsrechtbank neemt kennis van de geschillen inzake het opleggen van de administratieve geldboetes, waarin voorzien wordt door de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen.) <W 2005-12-13/36, art. 8, 128; Inwerkingtreding : 31-12-2005>

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:14
Laatst aangepast op: di, 11/07/2017 - 10:34

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.