-A +A

bevoegdheid ratione summae

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Dit is de bevoegdheid volgens het bedrag van de vordering:

In burgerlijke en handelsgeschillen worden een onderscheid op basis van het bedrag gemaakt om deze aan de betreffende rechtbank toe te wijzen : geschillen over minder dan 1860 euro € behoren tot de bevoegdheid van de vrederechter.

Vorderingen mbt hogere bedragen behoren tot de bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg dan wel de rechtbank van koophandel.

Wanneer een eiser op bedrieglijke wijze zijn vordering beperkt of overdrijft zal de rechter met deze beperking of overdrijving geen rekening gehouden en desgevallend zijn bevoegdheid ambtshalve ratione summae betwisten.

Wanneer in een en dezelfde akte verschillende vorderingen worden gesteld (het geen enkel mogelijk is indien de vorderingen onderling samenhangend zijn volgens artikel 701 gerechtelijk wetboek) is er sprake van een cumulatie van eisen en worden bij een dergelijke populariteit van hoofdeisen de bevoegdheid de ratio summae bepaald door de optelsom van de verschillende eisen

wanneer een zon in de inleidende akte wordt geëist die deel uitmaakte van een betwiste schuldvorderingen van een hoger bedrag wordt de bevoegdheid ratione summae bepaald door het totale bedrag van de schuldvordering of in voorkomend geval door de nog verschuldigde saldo.

uittreksel uit het gerechtelijk wetboek


Afdeling II. _ Waarde van de vordering.

Art. 557. Wanneer het bedrag van de vordering de volstrekte bevoegdheid bepaalt, wordt er onder verstaan de som die in de inleidende akte wordt geëist, met uitsluiting van de gerechtelijke interest en van alle gerechtskosten, (alsook van de dwangsommen.) <W 31-01-1980 , art. 3>

Art. 558. Wanneer de vordering verschillende punten bevat, worden deze samengevoegd tot bepaling van de bevoegdheid.

Art. 559. Wanneer de gevorderde som deel uitmaakt van een betwiste schuldvordering van een hoger bedrag, wordt de bevoegdheid bepaald door het bedrag dat op de titel is vermeld of in voorkomend geval door het bedrag van het saldo van gemelde schuldvordering, zelfs indien de gevorderde som minder hoog is.

Art. 560. Wanneer een of meer eisers optreden tegen een of meer verweerders, wordt de bevoegdheid bepaald door de totale gevorderde som, ongeacht ieders aandeel daarin.

Art. 561. Wanneer de titel van een uitkering tot onderhoud, van een altijddurende rente of een lijfrente wordt betwist, wordt de waarde van de vordering bepaald door het bedrag van de annuiteit of van twaalf maandelijkse termijnen, met tien vermenigvuldigd.

Art. 562. Het bedrag van de vordering betreffende vreemd geld, waarden en openbare effecten ter beurs genoteerd, wordt bepaald op basis van de laatste officiële kontante koers, vastgesteld vóór de dag van de vordering, overeenkomstig het reglement van de openbare fondsen- en wisselbeurs te Brussel.
Wanneer een waardepapier niet genoteerd wordt op de beurs te Brussel, maar op slechts één andere beurs in het Rijk, houdt men zich aan de koers die op deze beurs genoteerd is.
Wanneer een waardepapier niet genoteerd wordt op de beurs te Brussel, maar wel op verscheidene andere beurzen in het Rijk, houdt men zich aan de laatste koers vastgesteld vóór de dag van de vordering of, indien de beursnoteringen dezelfde dag zijn vastgesteld, aan de hoogste koers.

Rechtspraak:

•• Cassatie 4 januari 2007, RW 2007-2008, 65:

 

Een vonnis dat enerzijds uitspraak doet over een eis door deze ontvankelijk te verklaren en dat anderzijds de rechtbank niet bevoegd verklaart om er kennis van te nemen, is aangetast door een tegenstrijdigheid die het niet mogelijk maakt met zekerheid te bepalen welke betekenis aan die beslissing moet worden gegeven. Een dergelijke beslissing kan derhalve geen gezag van gewijsde hebben.


 

Nog dit: 

Vanaf 1 september 2014 werden regels met betrekking tot de aanleg gewijzigd, in die zin dat de grenzen die de mogelijkheid bepalen om hoger beroep aan te tekenen werden opgetrokken. Daar waar de grens om hoger beroep aan te tekenen tegen een vonnis van de Vrederechter vroeger 1.240,00 EUR bedroeg, wordt deze na 1 september 2014 op 1.860,00 EUR gebracht. Voor vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel, wordt de grens opgetrokken van 1.860,00 EUR naar 2.500,00 EUR.

Beslissingen van de vrederechter over vorderingen die het bedrag van 1.860,00 EUR niet overschrijden, worden vanaf 1 september 2014 in laatste aanleg gewezen worden, dus zonder mogelijkheid tot hoger beroep.

Vonnissen van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel die handelen over vorderingen die het bedrag van 2.500,00 EUR niet overschrijden.worden vanaf 1 september 2014 in laatste aanleg gewezen worden, dus zonder mogelijkheid tot hoger beroep.

Sinds is de Rechtbank van Koophandel niet meer bevoegd om kennis te nemen van beroepen tegen vonnissen van de Vrederechter. De bevoegde rechter in hoger beroep tegen vonnissen van de Vrederechter is sinds 1 september 2014 de Rechtbank van eerste aanleg

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:14
Laatst aangepast op: di, 28/10/2014 - 12:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.