-A +A

territoriale bevoegdheid uitsluitend beoordeling aan de hand van de vermeldingen in de inleidende dagvaarding en bevoegdheid contractuele schadevergoeding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

• bevoegdheid wordt bepaald aan de hand van de elementen van de dagvaarding.
• wanneer een schadevergoeding wordt gevorderd op basis van een contractuele verantwoordelijkheid beoogt deze vordering de uitvoering van de verbintenis van bij equivalent  (art. 1144 B.W.). Er kan worden aangenomen dat de aldus beoogde vergoeding, die in de plaats komt van de uitvoering in natura, betaald dient te worden op de plaats waar de verbintenis in natura diende te worden uitgevoerd. In het raam van het EEX-verdrag werd aangenomen dat de gerechten die bevoegd zijn voor een verbintenis, tevens bevoegd zijn voor de schadevergoeding die de verbintenis vervangt (zie in die zin: J. Erauw, in H. Vanhoutte en M. Pertegás Sender (red.), Europese I.P.R.-verdragen, Leuven, Acco, 1997, 84; Kh. Hasselt 23 oktober 2002, A.R. 02/3074, niet gepubliceerd).

De rechter die moet oordelen of hij territoriaal bevoegd is, moet dat enkel doen aan de hand van de vermeldingen in de gedinginleidende akte en zonder daarbij reeds in de beoordeling van de grond van de zaak ten gronde te treden (B. Allemeersch, «Procedurele prikkeldraad in het bevoegdheidscontentieux», in Hulde aan Prof. dr. J. Laenens, Antwerpen, Intersentia, 2008, 51 en de vermeldingen aldaar; Kh. Brussel 23 januari 2008, R.W. 2008-09, 161, noot).

De vraag of niet-handelaars gebonden zijn door een beding op facturen wanneer zij een aantal facturen waarop dat beding voorkomt, hebben betaald, vergt een onderzoek naar de grond van de zaak en treedt buiten de vermeldingen van de dagvaarding.(zie Kh. Hasselt 7 januari 2009, RW 2009-2010, 1400).

• Rechtbank van Koophandel te Hasselt, 1e Kamer – 7 januari 2009,  RW 2009-2010, 1400

In feite

Partijen gaan akkoord dat eisers geen handelaar zijn.

Verweerster heeft op grond van een aannemingsovereenkomst werken uitgevoerd voor rekening van eisers in dit arrondissement. Eisers beweren dat zij gebreken vertonen.

Eisers vragen de veroordeling van een schadevergoeding van één euro en de aanstelling van een gerechtsdeskundige.

Verweerster roept de territoriale onbevoegdheid van deze rechtbank in en duidt de Rechtbank van Koophandel te Mechelen aan als bevoegde rechtbank. Haar facturen verwijzen naar de bevoegdheid van de rechtbanken van Mechelen. Bovendien betoogt eiseres dat verweerster de veroordeling vraagt van eiseres tot een geldschuld en dat deze haalbaar is. Eiseres voert aan dat factuurvoorwaarden een niet-handelaar niet kunnen worden tegengeworpen. Verweerster repliceert dat de zaak anders is, indien de factuurvoorwaarden door een niet-handelaar op een duidelijke wijze zijn aanvaard; zij voert aan dat eiser de factuurvoorwaarden hebben aanvaard omdat zij reeds enige facturen voorzien van deze voorwaarden hebben aanvaard.

Beoordeling

Verweerster heeft de exceptie van onbevoegdheid opgeworpen en de Rechtbank van Koophandel te Mechelen aangeduid als bevoegde rechtbank, overeenkomstig art. 639, derde lid, Ger. W., zodat de exceptie van onbevoegdheid kan worden toegelaten.

Eiseres heeft na de exceptie van onbevoegdheid de verwijzing naar de arrondissementsrechtbank niet gevorderd, zodat de rechtbank overeenkomstig art. 639, derde lid, Ger. W. zelf uitspraak doet over deze exceptie.

De rechter die moet oordelen of hij territoriaal bevoegd is, moet dat enkel doen aan de hand van de vermeldingen in de gedinginleidende akte en zonder daarbij reeds in de beoordeling van de grond van de zaak ten gronde te treden (B. Allemeersch, «Procedurele prikkeldraad in het bevoegdheidscontentieux», in Hulde aan Prof. dr. J. Laenens, Antwerpen, Intersentia, 2008, 51 en de vermeldingen aldaar; Kh. Brussel 23 januari 2008, R.W. 2008-09, 161, noot).

De vraag of niet-handelaars gebonden zijn door een beding op facturen wanneer zij een aantal facturen waarop dat beding voorkomt, hebben betaald, vergt een onderzoek naar de grond van de zaak en treedt buiten de vermeldingen van de dagvaarding.

Volgens de dagvaarding dienden de werken, waarvan eisers beweren dat zij onvolledig en gebrekkig zijn, uitgevoerd te worden te Stevoort, in dit arrondissement.

Eisers beogen de uitvoering van de verbintenis van verweerster bij equivalent (art. 1144 B.W.). Er kan worden aangenomen dat de aldus beoogde vergoeding, die in de plaats komt van de uitvoering in natura, betaald dient te worden op de plaats waar de verbintenis in natura diende te worden uitgevoerd. In het raam van het EEX-verdrag werd aangenomen dat de gerechten die bevoegd zijn voor een verbintenis, tevens bevoegd zijn voor de schadevergoeding die de verbintenis vervangt (zie in die zin: J. Erauw, in H. Vanhoutte en M. Pertegás Sender (red.), Europese I.P.R.-verdragen, Leuven, Acco, 1997, 84; Kh. Hasselt 23 oktober 2002, A.R. 02/3074, niet gepubliceerd).

Het gaat hier dan ook niet om een geldschuld in de zin van art. 1247 B.W.

De verbintenis waarover het geschil loopt, dient in dit arrondissement te worden uitgevoerd, zodat eisers het geschil overeenkomstig art. 624, tweede lid, Ger. W. voor deze rechtbank konden brengen.

De rechtbank stelt een deskundige aan, omdat het over gebreken gaat in een bouwwerk en die gebreken betwist worden.

 

Gerelateerd
0
Uw beoordeling Geen
Aangemaakt op: ma, 26/04/2010 - 13:41
Laatst aangepast op: ma, 26/04/2010 - 13:41

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.