-A +A

Betalingsachterstand van handelstransacties

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Toepasselijkheid van de wet:

De wet is toepasselijk op handelstransacties niet op overeenkomsten met consumenten.

(Voor consumenten geldt de lagere wettelijke rente van 7% na een ingebrekestelling. )

Bovenop de interesten kan de schuldeiser op basis van handelstransactiewet ook aanspraak maken op "alle relevante invorderingskosten" die blootgesteld werden om betaling te bekomen:

- aanmaningskosten
- portkosten faxkosten
- telefoonkosten aangetekende
  zendingen
- verplaatsingen,
- administratie en beheerskosten;
 

 

Wanneer is rentevoet toepasselijk bij betalingsachterstand van handelstransacties toepasselijk? verschuldigd?

 

  

  • vanaf de 30° dag na de dag van ontvangst van de factuur

  • vanaf de 30° dag na de dag van ontvangst van de prestatie wanneer de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat of wanneer de schuldenaar de factuur eerder dan de prestatie ontvangt

  • vanaf 30° dag na de dag waarop de afgesproken termijn van goedkeuring of aanvaarding is verstreken wanneer werd afgesproken dat de ontvanger van een prestatie binnen een bepaalde termijn kan besluiten de prestatie te aanvaarden of goed te keuren. 


Merk op:

- Wanneer partijen, bijvoorbeeld een andere betalingstermijn zijn overeengekomen in een overeenkomst of in algemene voorwaarden, dan geldt deze conventionele (overeengekomen) langere of kortere termijn.

- Er is dus sinds de nieuwe wet bij de betalingsachterstand van een handelaar geen aanmaning en geen voorafvastgestelde rentevoet meer nodig nodig om de rentevoet te doen lopen behoudens indien dit wel als vereiste werd gesteld in de overeenkomst of de voorwaarden.

rentetarief bij handelstransacties (zie hoger)

Berekeningswijze: de herfinancieringsrente + 7.
Waar verneemt u de herfinancieringsrente: Europese Centrale Bank: www.ecb.int.

Voor Belgische ondernemingen bedraagt deze rente sedert 1/7/2003 : 9,5%. (zie

Schadevergoeding - de kosten van de invordering 

 

Het nazicht van facturen en factuurvoorwaarden kan nuttig zijn met oog op deze nieuwe wetsbepalingen.

Laattijdige of wanbetaling door de staat

Leveranciers van de staat kennen het probleem van de al te laattijdige betaling door de staat. In een recent arrest van het Hof van beroep te Gent werd de staat veroordeeld tot veroordeling van een schadevergoeding van 2.500 euro wegens laattijdige betaling onder verwijzing naar deze wet.

zie: Hof van Beroep te Gent 16 oktober 2006, Jaargang : 2007-2008 (71)
Pagina : 785

Toepasselijkheid van de wet naar de persoon van de schuldenaar, zie verder onderaan dit artikel in de gerelateerde pagina's.

tekst van het arrest:

De houding van de Staat om leveranciers als ongewilde kredietverleners te gebruiken, is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. In het handelsverkeer en meer nog na de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties is het de bedoeling dat aannemers en leveranciers correct worden vergoed voor een correcte prestatie. Een bedrag van 2.500 euro is in dit geval niet overdreven indien een leverancier in eerste aanleg en in hoger beroep een gerechtelijke procedure moet voeren, ook al zijn die kosten niet in detail verantwoord.

Belgische Staat, minister van Justitie t/ BVBA C.C.

...

II. Overblijvende betwisting – Feiten – Procedure in eerste aanleg

4. In beroep blijft enkel nog betwisting bestaan over de kwestie of het gevraagde schadebeding van toepassing is.

5. Geïntimeerde leverde een vaatwasinstallatie met toebehoren voor de strafinrichting te Brugge. Zij stuurde een regelmatige factuur, die niet betwist werd.

Na de inleidende dagvaarding en vóór het bestreden vonnis betaalde de Belgische Staat de hoofdsom.

Na het bestreden vonnis betaalde hij ook de interesten.

III. Grieven

6. Appellante is van oordeel dat de toegekende schadevergoeding van 2.500 euro de toetssteen van de redelijkheid en van de transparantie, beide opgelegd in art. 6 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand in handelstransacties, niet doorstaat.

In essentie argumenteert de Belgische Staat dat elke aannemer of dienstenleverancier weet dat de betaling door overheidsbesturen «enige tijd in beslag kan nemen». De BVBA C.C. had maar langer moeten wachten, dan zou zij geen invorderingskosten gehad hebben.

IV. Beoordeling

7. Terecht heeft de eerste rechter de schadevergoeding bepaald op 2.500 euro.

De wetgever heeft, in uitvoering van een Europese richtlijn (richtlijn 2000/35/CE van het Europees Parlement en van de Raad van 29 juni 2000 betreffende de strijd tegen de betalingsachterstand in de handelstransacties, Pb. 8 augustus 2000, L 200/35), een wet uitgevaardigd om de achterstand in de betaling in handelstransacties in te dijken, omdat die betalingsachterstand de economie schade toebracht. Met name verzwaart de betalingsachterstand de bestuurlijke en financiële lasten van de bedrijven, is zij de oorzaak van insolvabiliteit bij een aantal bedrijven en brengt zij het verlies van arbeidsplaatsen mee (preambule bij de hierboven vermelde richtlijn, rechtsoverweging 7). De Belgische Staat is zelf gehouden de wet toe te passen en geen betalingsachterstand te laten ontstaan.

Het argument van de Belgische Staat dat de huidige procedure gebaseerd is op een «kennelijk onredelijke vordering», is cynisch en ongepast. Het gaat integendeel om een manifest gegronde vordering. Dit wordt duidelijk bewezen doordat de factuur nooit betwist werd en de hoofdsom betaald werd in spoedprocedure, nog vóór het eerste vonnis werd uitgesproken.

Het is kennelijk in strijd met de wet betreffende de betalingsachterstand in handelstransacties, met de beginselen van behoorlijk bestuur en met het begrotingsrecht in het algemeen om via de rechtzoekende en meer bepaald via de leveranciers van de Staat (dure) kredieten af te dwingen in een poging om een oplossing te vinden voor een gebrekkige begroting en voor ontoereikende kredieten voor het Ministerie van Justitie. Van de aannemers en de leveranciers van de Belgische Staat kan niet worden verwacht dat zij de bankier van deze laatste zijn. Zij moeten niet meer dan een redelijke termijn voor betaling accepteren.

De Belgische Staat gaat voorbij aan het feit dat hij reeds een betalingstermijn van twee maanden kreeg van de BVBA C.C. De factuur dateert van 31 december 2004 en was betaalbaar op 1 maart 2005.

De Belgische Staat argumenteert dat de BVBA C.C. uiteindelijk maar drie maanden (na 1 maart 2005) heeft moeten wachten op de hoofdsom en dat na de bestreden uitspraak de interesten ten belope van 1.144,20 euro betaald werden, zodat geïntimeerde bij veroordeling van appellante tot de betaling van het schadebeding een bedrag van 3.644,20 euro zou ontvangen om een niet-betwiste factuur van 41.867,85 euro betaald te krijgen.

Dit argument wordt verworpen. Het getuigt van een aanmatigende houding van de Belgische Staat. Hij draait ten onrechte het uitgangspunt om. In het handelsverkeer in het algemeen en na de wet van 2 augustus 2002 is het de bedoeling dat aannemers en leveranciers correct worden vergoed voor een correcte prestatie. De redelijke termijn is een essentieel element in het correcte karakter van de vergoeding.

Zonder de meerinspanningen van een (dure) gerechtelijke procedure zou de BVBA C.C. niet betaald geweest zijn binnen drie maanden na de vervaldatum van de factuur. Immers, ten gevolge van de gerechtelijke procedure werd bij de Belgische Staat een noodprocedure ingezet om vervroegd geld vrij te maken voor de betaling van de factuur.

Het feit dat de BVBA C.C. relatief snel na de vervaldatum van de factuur de Staat gedagvaard heeft, is een gevolg van de handelwijze van de Staat zelf. Wie niet dagvaardt, krijgt geen betaling of pas nog veel later betaling. Doordat de betaling van een niet-betwiste som niet meer binnen een redelijke termijn kan worden verkregen zonder een gerechtelijke procedure, getuigt het stilaan van goed bedrijfsbeheer om voldoende snel na de vervaldag van de factuur en na de aanmaning de Staat te dagvaarden. In de praktijk blijkt de gerechtelijke procedure efficiënt, want de Staat heeft de spoedprocedure gestart om de BVBA C.C. te betalen.

Een bedrag van 2.500 euro voor de meerinspanningen van een gerechtelijke procedure in eerste aanleg en in hoger beroep is in deze zaak niet overdreven.

De BVBA C.C. heeft zelf haar leveranciers zonder uitstel moeten betalen. Bovendien heeft zij heel wat inspanningen moeten leveren om betaald te worden. Het toesturen van de factuur en het sturen van een aanmaning zijn niet voldoende gebleken. De BVBA C.C. heeft moeten dagvaarden om de factuur betaald te krijgen en moet zich thans nog in graad van beroep verweren. De aannemers en leveranciers van de Belgische Staat kunnen zich beter op hun specifieke activiteit concentreren dan zich bezig te houden met juridische procedures om niet-betwiste bedragen te innen. De tijd en de inspanningen voor dergelijke procedures zijn niet constructief en belemmeren uiteindelijk het handelsverkeer.

Zelfs al is het bedrag van 2.500 euro in deze zaak niet gedetailleerd verantwoord, dan nog komt het hier voldoende redelijk en transparant over voor de vergoeding van de invorderingskosten gemaakt voor de gerechtelijke procedure zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

Terecht heeft de eerste rechter geoordeeld dat het schadebeding in verhouding is met de totale geïnde schuld (6%).

In tegenstelling tot wat appellante beweert, is op geen enkele wijze aangetoond dat de BVBA C.C. via het schadebeding de betaling van een andere betwiste factuur zou verkrijgen.
 


Nog dit: 

Tarieven:

De intrest betalingsachterstand handelstransacties werd voor het tweede semester 2012 vastgesteld op 8%.

 

Periode

Intrest betalingsachterstand handelstransacties

Belgisch staatsblad

     
Tweede semester 2012 8% B.S.: 22/08/2012
Eerste semester 2012 8% B.S.: 30/01/2012
Tweede semester 2011 8,5% B.S.: 25/07/2011
Eerste semester 2011 8% B.S.: 31/01/2011

Tweede semester 2010

 8%

 B.S.: 30/07/2010

Eerste semester 2010

8%

B.S.: 01/02/2010

Tweede semester 2009

8%

B.S.: 22/07/2009

Eerste semester 2009

9,5%

B.S.: 27/01/2009

Tweede semester 2008

11,5%

B.S.: 31/07/2008

Eerste semester 2008

11,5%

B.S.: 14/01/2008

Tweede semester 2007

11,5%

B.S.: 27/07/2007

Eerste semester 2007

11%

B.S.: 30/01/2007

Tweede semester 2006

10%

B.S.: 25/07/2006

Eerste semester 2006

9,5%

B.S.: 26/01/2006

Tweede semester 2005

9,5%

B.S.: 09/08/2005

Eerste semester 2005

9,5%

B.S.: 26/01/2005

Tweede semester 2004

9,5%

B.S.: 10/08/2004

Eerste semester 2004

9,5%

B.S.: 26/01/2004

Tweede semester 2003

9,5%

B.S.: 17/07/2003

Eerste semester 2003

10%

B.S.: 14/02/2003

Tweede semester 2002

10,5%

B.S.: 03/10/2002

 

 
Toepassingsgebied
 
Deze intrestvoet is van toepassing op handelstransacties, dit zijn transacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en aanbestedende overheden of aanbestedende diensten die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding.
 
Deze intrestvoet is niet van toepassing in burgerlijke zaken en evenmin in handelszaken (bijv. voor een transactie tussen een handelaar en een particulier). In dat geval is de wettelijke intrest van toepassing.
 
Indien de partijen niet anders zijn overeengekomen, heeft de schuldeiser, wanneer de schuldenaar niet betaalt binnen de overeengekomen betalingstermijn of, bij gebreke hieraan, binnen de betalingstermijn bepaald in artikel 4 van de Wet betalingsachterstand handelstransacties, vanaf de daarop volgende dag, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, recht op de betaling van een interest tegen intrest betalingsachterstand handelstransacties.
 
Betreft:
 
 
Publicatie: 22 augustus 2012
Inwerkingtreding: 1 juli 2012
Wettelijke basis: Wet van 02 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties
 
 
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: za, 05/01/2013 - 15:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.