-A +A

betalingsachterstand overheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend


bron: OMZENDBRIEF van 12
maart 2009 - Overheidsopdrachten. - Betalingstermijnen en
verwijlinteresten




betalingsachterstand bij  handelstransacties


verjaring van een schuldvordering op de staat





KB 26
september 96 overheidsopdrachten

1. De wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij  handelstransacties is ook van toepassing op overheidsopdrachten. Volgens artikel 3, laatste lid, van deze wet, doet zij evenwel geen afbreuk aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 26 september 1996. Bij de toepassing van deze regels dient het volgende onderscheid te worden gemaakt :


a) Voor opdrachten waarvan de uitgave (exclusief BTW) méér dan 5.500 euro bedraagt, zijn de na te leven betalingstermijnen vermeld in artikel 15, §§ 1 en 2, van de Algemene aannemingsvoorwaarden. De termijn bedraagt 60 kalenderdagen vanaf de ontvangst van de schuldvordering voor opdrachten voor werken en 50 kalenderdagen voor opdrachten voor leveringen (vanaf de datum waarop de keuringsformaliteiten zijn beëindigd) en voor opdrachten voor diensten (vanaf de ontvangst van de schuldvordering). Deze termijnen kunnen eventueel worden herberekend op grond van de nadere regels van artikel 15 (zo wordt de termijn ingeval van een opdracht voor werken bijvoorbeeld verlengd met de overschrijding van de termijn waarover de aannemer beschikt om zijn factuur in te dienen.


Deze termijnen mogen in geen geval in het bestek worden verlengd. Overeenkomstig artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 september 1996 wordt een dergelijke bepaling immers voor niet geschreven gehouden.


Volgens artikel 15, § 4, van de Algemene aannemingsvoorwaarden zijn van rechtswege en zonder ingebrekestelling verwijlintresten verschuldigd indien de termijn wordt overschreden. Hierbij geldt de schuldvordering voor de hoofdsom ook als schuldvordering voor de intresten.


De rentevoet wordt berekend door de Minister van Financiën en wordt bij het begin van elk semester in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Momenteel bedraagt hij 9,50 % op jaarbasis.


Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan deze rentevoet in het bestek worden verminderd, om objectieve redenen waaruit kan worden afgeleid dat deze vermindering geen kennelijke onbillijkheid jegens de aannemer inhoudt. Bovendien mag deze vermindering niet meer bedragen dan 3,5 % en mag deze evenmin aanleiding geven tot een lagere rentevoet dan de wettelijke rentevoet.


b) De bepalingen van de algemene aannemingsvoorwaarden zijn niet van toepassing op de opdrachten waarvan de uitgave (exclusief BTW) 5.500 euro of minder bedraagt, zoals blijkt uit artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit van 26 september 1996.


Wat de betaling van deze opdrachten betreft, dient men te verwijzen naar de tussen de partijen overeengekomen voorwaarden of, bij ontstentenis daarvan, naar de factuurvoorwaarden van de aannemer, met inachtneming van de beginselen en voorwaarden van de wet van 2 augustus 2002.


2. Voor de opdrachten gegund vóór 8 augustus 2002 moet voor de betalingstermijnen en de verwijlintresten worden verwezen naar de bepalingen van artikel 15 van de Algemene aannemingsvoorwaarden zoals die in het betrokken tijdperk van toepassing waren. De rentevoet kan maandelijks variëren. In voorkomend geval wordt hij op de 15de van elke maand bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad via een officieel bericht van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister
.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:13
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 18:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.