-A +A

Beperkt rijverbod

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Koninklijk besluit van 08/03/2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (Staatsblad 16/03/2006).

Rijbewijzen: verval van recht tot sturen en herstelonderzoeken

Dit koninklijk besluit wijzigt het KB van 23 maart 1998 over het rijbewijs op het vlak van de regeling voor het verval van recht tot sturen.

aanpassingen:

- de regeling voor weekends en feestdagen
- de administratieve afhandeling
- de medische en psychologische herstelonderzoeken.

Verval van recht tot sturen tijdens weekends en op feestdagen

Voortaan is ook een verval van recht tot sturen tijdens weekends en op feestdagen mogelijk.  Door dit KB is het thans mogelijk dat de rechter een verval tot sturen uitspreekt beperkt tijdens de weekends en op feestdagen, waarna een attest kan worden afgegeven, waarmee de veroordeelde een beperkt rijbewijs kan afhalen dat geldig is buiten de weekends en feestdagen.

Dit attest is één maand geldig en kan ook alleen voor bepaalde categorieën voertuigen gelden. Het wordt verstrekt bij het inleveren van het rijbewijs op de griffie.

Het weekend-verval kan uitgesproken als doelgerichte sanctie specifiek (naar jongeren toe) om weekendongevallen te vermijden, dan wel als (sociale) gunst om aldus de veroordeelde toe te laten in de week met de wagen te werken. Let wel dit onderbroken verval is enkel in het weekend mogelijk, lees tussen vrijdag 20 uur tot zondag 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag. Voor personen die in het weekend werken kan er geen uitzondering gemaakt worden. Het grondwettelijk hof stelde in haar arrest van 2 juni 2016, AR 88/2016 dat zulks geen discriminatie inhield (Roeland Vasseur, Onderbroken verval tot sturen blijft beperkt tot weekends en feestdagen, De Juristenkrant, 331, 15 juni 2016, 16)

Rechtspraak

•• Pol. Sint-Niklaas 3 december 2007.

M.b.t. het verval uit het recht tot sturen kan, mede omdat het Openbaar ministerie zich naar de wijsheid van de rechtbank gedraagt, eveneens worden ingegaan op zijn verzoek tot toepassing ervan in de weekends en op feestdagen.

De wetgever heeft in navolging van voorbeelden uit het buitenland (o.a. Frankrijk) deze toepassingsvorm van het verval uit het recht tot sturen mogelijk gemaakt en dit voor alle bestuurders.

Het behoort niet aan de rechterlijke macht om de toepassing van een wet systematisch te weigeren; in welbepaalde gevallen, wanneer de concrete omstandigheden van aard zijn dat de toepassing strookt met een evenwichtige en billijke toepassing van de Strafwet, kan en moet de rechter de modaliteit van het weekendverval overwegen en desgevallend toepassen.

Een selectieve toepassing ervan is zeker aangewezen doch wanneer het Openbaar ministerie of de rechter systematisch de toepassing van een wet weigert, plaatst de rechterlijke macht zich op de stoel van de wetgever ...

In casu kan de beklaagde de gunst van het uitstel worden toegestaan als hierna volgt en wordt de uitvoering van het verval uit het recht tot sturen toegelaten op feestdagen en weekends.

Dit laatste is ook niet tegenstrijdig met het opleggen van onderzoeken vooraleer het recht tot sturen wordt hersteld. Dit laatste is een veiligheidsmaatregel en het slagen in de proeven is een voorwaarde voor het volledig herstel in het recht tot sturen na het ondergaan van het verval. De termijn van verval die door de rechter wordt vastgesteld (desgevallend in weekends en op feestdagen) impliceert immers dat de beklaagde die uit het recht tot sturen is ontzet, de mogelijkheid moet hebben om vóór het verstrijken van deze termijn die onderzoeken te ondergaan.

Mocht dit niet zo zijn, dan zou de verlenging van de termijn van verval niet te wijten zijn aan de tekst van artikel 47 1° lid WPW maar aan een verkeerde toepassing ervan (Arr. Arbitragehof nr. 60/20047 d.d. 18 april 2007). De uitvoering van zowel het verval uit het recht tot sturen als van de betreffende proeven is overigens een exclusieve bevoegdheid van het OM.

Rechtsleer:

zie NJW 144, p.497
 

Nuttige tips: 

 

POLITIERECHTBANK LEUVEN

Openbare zitting van 2 juli 2013 (niet gepublicieerd)

Inzake het Openbaar Ministerie tegen:

S.S.geboren op …1982 te Etterbeek, van Belgische nationaliteit

bediende

wonende te 3001 Heverlee (Leuven), …

gedaagde, bijgestaan door Meester De Neve Elfri, advocaat te Oudenaarde.

Beklaagd als hebbende te Heverlee (Leuven) op 9 oktober 2012

als weggebruiker of bestuurder van een voertuig op de openbare weg, nagelaten te hebben zich te gedragen naar de verkeerstekens en wegmarkeringen, regelmatig naar de vorm, voldoende zichtbaar en overeenkomstig de voorschriften van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer aangebracht, namelijk: een rood licht (art. 5 en 61.1.1 van het KB van 1 december 1975; art. 29 par.1 al. 2 en 38 par.1.3° van de wet betreffende de politie over het wegverkeer - KB tot coördinatie van 16maart1968)

Gezien de stukken van het dossier.

Gehoord het Openbaar Ministerie in zijn samenvatting en zijn vordering.

Gehoord de gedaagde Spans Sonia en haar raadsman in haar beweringen en verweermiddelen.

Overwegende dat de tenlastelegging tegen Spans Sonia bewezen is.

Bij het bepalen van de strafmaat werd rekening gehouden met het blanco strafregister van beklaagde, het gestelde ter zitting en de bijkomende kosten voor de proeven.

Vermits de beklaagde sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B, is de rechtbank verplicht het verval van het recht tot sturen uit te spreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk te maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen, indien zij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden (art.38 § 5 van de wet van 16 maart 1968).

Overwegende dat voor de tenlastelegging(en) een rijverbod wordt uitgesproken, rekening houdende met het negeren van het rode licht.

Overwegende dat het verval van het recht tot sturen enkel zal uitgevoerd worden van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag.

Aangezien er aanleiding toe bestaat te geloven dat S.S. zich zal beteren en zich in de voorwaarden bevindt, gesteld door artikel 8 van de wet van 29/06/1964, gewijzigd door de wet van 1 0/02/1994.

En met toepassing van de hierna aangehaalde artikels:

WETBOEK VAN STRAFVORDERING: art. 138 139 140 145 152 153 154 162 163 STRAFWETBOEK: art. 2 38

KB van 28/12/1950

Wet van 15/06/1935: art. 211 12 14 31 32 34 35 36 37 41 Artikel 2-3-4 van de wet van 26/06/2000

Wet van 01/08/1985: art. 28 29 en KB van 18/12/1986: art. 58

Wet van 05/03/1952: art. 1 betreffende de opdeciemen, gewijz[gd door de Wet van 07/02/2003

en gewijzigd door de Wet van 28/12/2011

Wet van 29/06/1964: art. 8/1

Wet betreffende Politie over het Wegverkeer, gecoördineerd door KB van 16/03/1968: art. 28 29 38/1 45 47 69bis gewijzigd door de Wet van 07/02/2003 en de Wet van 20/07/2005

Wet van 17/04/1878: art. 3 4

OM DEZE REDENEN DE RECHTBANK

RECHTDOENDE

Op strafgebied:

.op tegenspraak:

Veroordeelt S.S.voor de tenlastelegging :

tot een geldboete van 30,00 EURO , verhoogd met 50 opdeciemen en gebracht op 180,00 EURO; boete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een rijverbod van 8 dagen.

Zegt dat de -tenuitvoerlegging van het vonnis zal worden uitgesteld gedurende 3 jaren vanaf heden wat betreft deze geldboete, doch slechts voor een gedeelte van 20,00 EURO, verhoogd met 50 opdeciemen en gebracht op 120,00 EURO en bepaalt het vervangend verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor het met uitstel uitgesproken gedeelte op 6 dagen.

Verklaart S.S. vervallen van het recht alle motorvoertuigen te besturen voor een termijn van-'8 dagen.

Maakt het herstel van het recht tot sturen afhankelijk van het slagen in een theoretisch examen.

Zegt dat het verval van het recht tot sturen enkel zal uitgevoerd worden van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur en van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag.

Verplicht Spans Sonia tot het betalen van een bijdrage van 1 maal de som van 25,00 EURO verhoogd met 50 opdeciemen en gebracht op 1 maal 150,00 EURO ter financiering van het Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.

Verwijst Spans Sonia in alle kosten van het geding, tot op heden in haar hoofde begroot op 95,29 EURO, waarvan 51,20 EUR bij toepassing van artikel 91 K.B. 28 december 1950.

Aldus gewezen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Politierechtbank Leuven op bovengenoemde datum, alwaar zitting hadden:

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:15
Laatst aangepast op: do, 27/07/2017 - 15:25

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.