-A +A

Belaging de wettekst

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De wet van 30 OKTOBER 1998. - Wet die een artikel 442bis in het strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van de belaging.

Opm sinds de wet van 25 maart 2016 is belaging geen klachtmisdrijf meer en kan het parket zelfs zonder klacht vervolging instellen.

Belaging is de juiste juridische term van stalking. Deze feiten worden zeer ernstig genomen en ook daadwerkelijk vervolgd.

pesten, jennen, opjagen, achtervolgen, ongevraagde brieven telefoons, geschenken, storende aanwezigheid 

 

Door deze wet werd in het Strafwetboek een artikel ingevoegd met volgende tekst:

"Art. 442bis. Hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met geldboete van vijftig frank tot driehonderd frank of met een van die straffen alleen. Tegen het in dit artikel bedoelde misdrijf kan alleen vervolging worden ingesteld op een klacht van de persoon die beweert te worden belaagd.".

De term belaging wordt door de wet niet gedefinieerd en dient dus begrepen in de gebruikelijke betekenis van het woord, waarbij de rechtbank de ruimste appreciatiebevoegdheid heeft.

Wanneer stalking plaats vindt tussen collega's of in de relaties tussen werkgever en werknemer, spreekt men van "mobbing". Mobbing maakt het voorwerp uit van een andere wet, met name de wet van 11/06/2002 betreffende de bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Volgens art. 442 ter van het Strafwetboek kan de straf worden verdubbeld, wanneer één van de drijfveren, nationaliteit, etnische afkomst, geslacht seksuele geaardheid, burgerlijke staat, leeftijd, fortuin, geloof, filosofische overtuiging, gezondheidstoestand, handicap of fysieke eigenschap uitmaakt.

In principe is de correctionele rechtbank bevoegd om kennis te nemen van het misdrijf, behoudens wanneer de procureur of het onderzoeksgerecht, verzachtende omstandigheden aanneemt en de zaak naar de politierechtbank verwijst. Voorbeelden van verzachtende omstandigheden: blanco strafregister, jeugdige leeftijd, ongelukkige voorgeschiedenis, uitlokking door het slachtoffer, berouw en inzicht in de feiten, het feit dat de feiten gestopt zijn, de vergoeding van het slachtoffer voorafgaand aan de behandeling van de zaak of de bereidheid tot vergoeding, de vrijwillige behandeling van de dader, de afwezigheid van geweld... eigenlijk is de lijst enkel beperkt door de inspiratie van de verdediging en de aanvaarding van de verzachtende omstandigheid door de rechtbank.

Belaging is een KLACHTMISDRIJF. Dit betekent dat de belaging enkel kan worden vervolgd na klacht van de persoon die beweert belaagd te zijn. zie klachtmisdrijf

Rechtspraak: Corr. Oudenaarde, 09/09/2005, RABG, 2006/12 p890.

Belaging is een klachtmisdrijf. Concreet betekent dit dat voorafgaandelijk aan de strafvervolging een voorafgaandelijke klacht met ondubbelzinnige wilsuiting dient vooraf te gaan. Het formuleren van een klacht wegens woonstschenning waarin gesteld wordt dat de klager wenst met rust gelaten worden door de dader die volgens haar, haar leven kapot maakt is geen klacht belaging uit. Door het ontbreken van een ondubbelzinnige klacht werd de strafvordering op grond van belaging onontvankelijk verklaard. Een klacht na de instelling van de strafvordering heeft bovendien geen regulariserende werking.

Bij de vervolging wegens een klachtmisdrijf zal het slachtoffer erop toezien dat er formeel klacht werd neergelegd en zal de beklaagde in zijn verdediging eerst en vooral evenzeer de regelmatigheid van de formele klacht in de zin van art. 442bis Strafwetboek nazien als eerste middel van verweer.

Een klacht wegens een klachtmisdrijf bestaat hierin dat het slachtoffer aangifte doet aan de overheid, waarbij deze te kennen geeft dat hij de strafrechtelijke
vervolging van de dader van het misdrijf wenst. Dit veronderstelt dat de benadeelde in de klacht op ondubbelzinnige wijze vraagt dat een strafvervolging wordt ingesteld.

Het louter aangifte doen van feiten (vb ongewenste SMS-jes), ongewenste telefoons, dan wel het eenmalig opduiken aan de woning, maakt geen klacht uit in de zin van artikel 442 bis Strafwetboek Cass. 11 maart 2008 RABG 2008/13, 799, met noot F. Van Volsem, over klachtmisdrijven, een klager moet strafvervolging willen.

Poging tot belaging is niet strafbaar.

Mededaders en medeplichtigen aan belaging zijn eveneens strafbaar op grond van de principes van strafbare deelneming (art. 66 tot 69 van het strafwetboek).

Bij herhaling kan de belager met nog zwaardere straffen geconfronteerd worden dan deze voorzien in art. 442 bis SWB. De straf kan verdubbeld worden wanneer de belager reeds eerder definitief veroordeeld was voor een misdaad (dit betekent voor een van de zwaarste misdrijven) of reeds veroordeeld was voor een eerder wanbedrijf (minder zwaar vergrijp) wegens een feit waarvoor  minstens één jaar straf werd uitgesproken en waarbij het nieuwe feit gepleegd is alvorens 5 jaar verstreken is sinds het ondergaan of de verjaring van de straf waarvoor het eerste feit werd opgelegd.

Bemiddeling in strafzaken behoort tot de mogelijkheden bij belaging. Een dergelijke bemiddeling dient evenwel in een vroeg stadium overwogen. Zij is wettelijk gezien niet meer mogelijk eens een gerechtelijk onderzoek bij de onderzoeksrechter is opgestart.

Voorlopige hechtenis: is mogelijk en toepasbaar bij extreme vormen van belaging.

 

Rechtspraak: Antwerpen (10e k.) 28 april 2004, R.W. 2005-06, afl. 26, 1020, noot.

Samenvatting: Uit de parlementaire voorbereiding van de Wet van 30 oktober 1998 die een artikel 442 bis in het Strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van de belaging, kan worden afgeleid dat als belaging kunnen worden aangemerkt, het achtervolgen of bespieden van een persoon, het herhaaldelijk opwachten van iemand in de nabijheid van zijn woning, het herhaaldelijk toesturen van bloemen, het voortdurend opbellen, het veelvuldig toesturen van ongewenste liefdesbrieven. De feiten die de belaging uitmaken, moeten niet noodzakelijk op zichzelf strafbare feiten uitmaken, maar het gedrag van de dader moet wel de rust van het slachtoffer ernstig verstoren. Bovendien is als moreel bestanddeel vereist dat de dader wist of althans had moeten weten dat hij door zijn gedragingen de rust van de belaagde persoon ernstig zou verstoren.

• grondwettelijk hof 75/2007, 10 mei 2007

alleen natuurlijke personen worden strafrechtelijk beschermd tegen belaging. Deze bescherming bestaat niet ten voordele van rechtspersonen. Dit onderscheid schijnt niet het gelijkheidsbeginsel wegens de objectieve verschillen die bestaan tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon.

 

meer rechtspraak en rechtsleer over belaging

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: wo, 20/04/2016 - 14:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.