-A +A

Belaging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Stalking

Belaging is de juiste juridische term van stalking. Deze feiten worden zeer ernstig genomen en ook daadwerkelijk vervolgd.

pesten, jennen, opjagen, achtervolgen, ongevraagde brieven telefoons, geschenken, storende aanwezigheid

Opm sinds de wet van 25 maart 2016 is belaging geen klachtmisdrijf meer en kan het parket zelfs zonder klacht vervolging instellen.

Onze aanpak bij de verdediging van slachtoffers van belaging:

- Onmiddellijke interventie door klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter;
- Organisatie van de veiligheid cliënt en opbouwen van waarborgen terzake;
- Advies tot onmiddellijke hulpverlening met psychologische ondersteuning;
- Onmiddellijke burgerlijke acties in kortgeding of zelfs op eenzijdig verzoek bv. straatverbod, aanwezigheidsverbod, verontrustingverbod, dwangsommen...
- Loskoppelen kontakten met de dader van de belaging

Onze aanpak bij de verdediging van verdachten of vermeende daders van belaging

- Onderscheid dader en slachtofferrol;
- Oplossing onderliggende problematiek;
- Onderhandeling met slachtoffer en bespreekbaar stellen oplossingskader;
- Doorknippen contactkanalen tussen de betrokken en nieuwe communicatielijn via de advocaten;
- Onderzoek naar de waarachtigheid en de ernst van de klacht en het wederzijdse aandeel;
- Bij onbetwistbare stalking: therapie zoeken en voorstellen aan cliënt tot defixatie en deze vrijwillige begeleiding aan de rechtbank melden als verdediging; situering, verweer in rechte, opschorting, voorwaarden, probatie...

Rechtspraak:

• Cassatie 21 februari 2007:

Naar luid van die bepaling is hij die een persoon heeft belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren, strafrechtelijk sanctioneerbaar.
Het voormelde artikel bestraft degene die, door niet-aflatende of steeds terugkerende gedragingen, iemands persoonlijke levenssfeer ernstig aantast door hem op irritante wijze lastig te vallen, daar waar hij dit gevolg van zijn gedrag kende of had moeten kennen.
Het staat aan de bodemrechter om in feite de werkelijkheid te beoordelen van de aantasting van de rust van het slachtoffer, van de ernst van de aantasting, het oorzakelijk verband tussen dat gedrag en de voormelde aantasting alsook van het besef dat de dader had of diende te hebben van de gevolgen van zijn gedrag.
Het staat evenwel aan het Hof om te onderzoeken of de rechter uit de feiten die hij heeft vastgesteld, heeft kunnen afleiden dat dit gedrag niet-aflatend of steeds terugkerend was.
Door vast te stellen dat de eiser, in een "context van extreme spanning die reeds enige tijd tussen de betrokkenen bestaat", ofschoon hij op de hoogte was van een beschikking in kort geding die de secundaire huisvesting regelt van het slachtoffer bij de moeder in zijn afwezigheid, tweemaal heeft geclaxonneerd "ter attentie van" de dochter van zijn partner die over de openbare weg liep, kunnen de appelrechters niet afleiden dat dit gedrag steeds terugkerend was.
Aldus veroordelen de appelrechters de eiser niet naar recht wegens belaging.
Het middel is gegrond.

• Antwerpen (10e k.) 28 april 2004, R.W. 2005-06, afl. 26, 1020, noot.

Samenvatting: Uit de parlementaire voorbereiding van de Wet van 30 oktober 1998 die een artikel 442 bis in het Strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van de belaging, kan worden afgeleid dat als belaging kunnen worden aangemerkt, het achtervolgen of bespieden van een persoon, het herhaaldelijk opwachten van iemand in de nabijheid van zijn woning, het herhaaldelijk toesturen van bloemen, het voortdurend opbellen, het veelvuldig toesturen van ongewenste liefdesbrieven. De feiten die de belaging uitmaken, moeten niet noodzakelijk op zichzelf strafbare feiten uitmaken, maar het gedrag van de dader moet wel de rust van het slachtoffer ernstig verstoren. Bovendien is als moreel bestanddeel vereist dat de dader wist of althans had moeten weten dat hij door zijn gedragingen de rust van de belaagde persoon ernstig zou verstoren.

Uit het verslag van de kamercommissie justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460 van het starfwetboek houdende de strafbaarstelling van de belaging (Parl. St. 1996-97, nr 10466/8, 4) blijkt dat het niet de bedoeling was van de wetgever om de ernstige verstoring van de rust door de rechter te laten toetsen aan de subjectieve ervaringen van het slachtoffer. Een en ander zou ook niet kunnen gelet op het legaliteitsbeginsel. De rechter dient rekening te houden met objectieve criteria zoals:
- de relatie tussen klager en belager;
- de gevoeligheid en persoonlijkheid van de klager
- de wijze waarop dit gedrag door maatschappij of sociaal milieu wordt ervaren.

Zie noot onder arrest arbitragehof 14/06/2006 in RABG 2006/10, p 1477.

• grondwettelijk hof 75/2007, 10 mei 2007

alleen natuurlijke personen worden strafrechtelijk beschermd tegen belaging. Deze bescherming bestaat niet ten voordele van rechtspersonen. Dit onderscheid schijnt niet het gelijkheidsbeginsel wegens de objectieve verschillen die bestaan tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon.

• Hof van Beroep te Antwerpen,  24 mei 2006, RW 2007-2008, 192 met noot Vandeplas Over het klachtmisdrijf.

Wat de feiten betreft die zouden gepleegd zijn ten nadele van mevrouw M.A. is de strafvordering onontvankelijk;

Belaging is een klachtmisdrijf; een klacht houdt in dat de persoon die beweert door het misdrijf te zijn benadeeld aangifte doet aan de overheid, waarbij hij te kennen geeft dat hij de strafrechtelijke vervolging van de dader van het misdrijf wenst (R. Verstraeten, Handboek strafvordering, 1994, nr. 52); de vraag dat strafvervolging zou worden ingesteld moet op ondubbelzinnige wijze gesteld worden (R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, 1999, nr. 63);

Op 22 oktober 2002 wendde mevrouw A. zich tot de GDA Brussel; zij verklaarde weliswaar «Ik wens vrijwillig klacht neer te leggen wegens stalking ten laste van de heer L.J.», maar uit haar verklaring kan niet ondubbelzinnig worden afgeleid dat zij strafvervolging ten laste van beklaagde wenste;

Haar verklaring «Ik wens alleen maar dat er een oplossing zou komen zodat betrokkene niemand meer lastig valt en dat hij zelf uit deze negatieve spiraal weggeraakt» duidt niet ondubbelzinnig op de wens dat strafvervolging zou worden ingesteld;

Wat de tenlastelegging B betreft

...

De feiten vermeld onder tenlastelegging B werden ten tijde van de feiten strafbaar gesteld bij art. 114, § 8, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; voormeld artikel werd opgeheven bij de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie; betrokken feiten maken feiten van belaging uit en worden thans strafbaar gesteld door art. 442bis Sw.

Deze nieuwe strafbaarstelling werd beklaagde ter kennis gebracht ter terechtzitting van 18 januari 2006; hij kon ter zake zijn verweer voeren;

Ook hier dient erop gewezen te worden dat belaging een klachtdelict is;

Er is te dezen geen echte «klacht» van gerechtsdeurwaarder G.D.; in zijn brief aan de procureur des Konings voert de heer D. aan dat de stroom van irrelevante fax- en e-mailberichten de goede werking van zijn kantoor «kan» belemmeren en vraagt hij de procureur des Konings «het nodige gevolg te willen geven aan deze problematiek»; hij schrijft niet ondubbelzinnig dat hij strafrechtelijke vervolging wenst;

In de gegeven omstandigheden is de strafvordering voor zover zij betrekking heeft op de onder tenlastelegging B vermelde feiten gepleegd ten nadele van gerechtsdeurwaarder G.D. eveneens onontvankelijk;

...

Wat de bevoegdheid van de correctionele rechtbank en dit Hof betreft

Beklaagde werpt op dat de correctionele rechtbank en ook dit Hof onbevoegd was/is om kennis te nemen van de ten laste gelegde feiten «gelet op het politiek en persdelictueel karakter van de feiten/tenlasteleggingen»;

Dit verweer kan niet gevolgd worden;

De onder tenlasteleggingen A en B vermelde feiten (het verzenden van vele brieven, fax- en e-mail berichten aan mevrouw M.A., aan de heren V., G. en D. en aan vele derden, het bussen van pamfletten in de woonomgeving van mevrouw A. en het postvatten voor haar woning) maken geen politiek misdrijf uit;

Een politiek misdrijf is een misdrijf dat zowel wegens het opzet van de dader als wegens zijn uitwerking een rechtstreekse aanslag op de politieke instellingen uitmaakt (C. Van den Wyngaert, Strafrecht en strafprocesrecht, 1999, p. 161); in casu is dit laatste geenszins het geval; door de daden en de uitlatingen van beklaagde wordt de politieke orde geenszins aangetast;

De onder tenlasteleggingen A en B vermelde feiten maken ook geen persmisdrijven uit; een persmisdrijf is een schending van de strafwet door middel van een strafbare mening die wordt geuit via de pers en waaraan een zekere openbaarheid wordt gegeven; het drukwerk dat wordt verspreid moet het misdrijf zelf bevatten, het geschrift moet het misdrijf inhouden; wanneer – zoals in casu – het drukwerk niet zelf het misdrijf bevat, maar slechts het middel is om een misdrijf te plegen, is er geen persmisdrijf (C. Van den Wyngaert, o.c., p. 167);

De correctionele rechtbank en derhalve ook dit Hof was/is derhalve wel degelijk bevoegd om kennis te nemen van de onder A en B vermelde misdrijven;

• Burgerlijke Rechtbank te Brussel, Kort geding – 21 mei 2007, R.W. 2007 2008, kolom 659 en NJW 187, 649 met noot

Hangende een strafonderzoek wegens beweerde belaging na een stukgelopen relatie, kan de rechter in kort geding de ene partner het verbod opleggen de andere partner verder te verontrusten, en dit onder verbeurte van een dwangsom.

F. t/ S.

1. De feiten en het procesverloop

1.1. Mevrouw F. en de heer S. onderhielden ongeveer sinds einde 2002 of begin 2003 een relatie.

Mevrouw H. werkte in die tijd als secretaresse van de school D., gelegen in M.

De heer S. begon op vrijwillige basis als webmaster te werken op de school D. en werkte samen met mevrouw F. aan de website van de school.

Op 6 juni 2005 kwam er een einde aan de relatie van partijen.

Kort nadien leerde mevrouw F. haar huidige echtgenoot kennen.

Vanaf de beëindiging van de relatie ontvangt mevrouw F. e-mailberichten en brieven die worden ondertekend door voor haar onbekende personen.

Op 3 augustus 2005 trof mevrouw Van L., de vriendin van de zoon van mevrouw F., de heer S. aan in het appartement van mevrouw F.

Mevrouw Van L. contacteerde de politie, die ter plaatse kwam. De politie stelde vast dat de heer S. tijdens zijn verblijf in de woning van mevrouw F. bezig was geweest met de computer en bestanden zou hebben gekopieerd en/of gewist.

Op 1 september 2005 ontvangt mevrouw F. een enveloppe die aan haar persoonlijk is gericht. In de enveloppe zit een brief waarin mevrouw F. wordt verweten zich zeer slecht te hebben gedragen ten aanzien van haar vorige levenspartner. De brief bevat woorden die beledigingen aan het adres van mevrouw F. inhouden. Mevrouw F. legt klacht neer bij de politie.

Op 6 september 2005 wordt de auto van mevrouw F. met verf beklad, waarna ze klacht neerlegt.

In november 2005 wordt mevrouw F. op een beledigende manier omschreven op de website van de school.

Van 8 december 2005 tot 26 februari 2006 ontvangt mevrouw F. doodsbedreigingen, waarna ze zich opnieuw tot de verbalisanten richt teneinde klacht neer te leggen.

De pesterijen gaan nog enkele maanden door en verminderen vanaf midden november 2006.

Op 12 en 23 maart en 7 april 2007 ontvangt mevrouw F. opnieuw GSM-berichten waarin haar dood wordt aangekondigd, zoals vervat in de processen- verbaal van 12 maart en 18 april 2007.

Mevrouw F., die zich door de verschillende berichten die zij ontvangt en die over haar worden verspreid, ten zeerste belaagd en zelfs bedreigd voelt, dagvaardt de heer S. op 19 maart 2007 om in kort geding te verschijnen.

Haar vordering strekt ertoe aan de heer S. een communicatieverbod, een verontrustings- en verstoringsverbod te horen opleggen, op straf van een dwangsom.

De heer S., die elke betrokkenheid in deze zaak ontkent, concludeert tot de ontvankelijkheid maar ongegrondheid van de vordering.

2. In rechte

2.1. Betreffende de bevoegdheid

In de dagvaarding wordt vermeld dat de zaak spoedeisend is. De kortgedingrechter van deze rechtbank is bijgevolg bevoegd om de grond van de zaak te onderzoeken (Cass. 11 mei 1990, Pas. 1990, I, 1045).

2.2. Betreffende de spoedeisendheid

Er is urgentie in de zin van art. 584, eerste lid, Ger. W. telkens wanneer de vrees voor een schade van een bepaalde omvang of voor ernstige ongemakken het nemen van een onmiddellijke beslissing noodzakelijk maakt (Cass. 21 mei 1987, Pas. 19687, I, 1160).

De heer S. betwist het spoedeisend karakter van de vordering niet.

Er wordt aanvaard dat de vordering die mevrouw F. tegen de heer S. instelt, spoedeisend is, aangezien de berichten persoonlijke verwijten aan haar adres bevatten, belagingen en zelfs bedreigingen inhouden die zij door het instellen van haar vordering wenst te stoppen.

2.3. Betreffende de ogenschijnlijke rechten en de belangenafweging

Tijdens de zitting van 26 april 2007 verklaarden de raadslieden van partijen dat er een gerechtelijk onderzoek is ingesteld tegen de heer S., waarbij hij recentelijk in verdenking gesteld zou zijn.

Prima facie wordt ervan uitgegaan dat de verschillende berichten door de heer S. aan mevrouw F. gericht worden.

Het komt gepast voor aan de heer S. het verbod op te leggen zoals hierna bepaald.

Het voordeel dat mevrouw F. geniet, weegt ruimschoots op tegen het nadeel dat de heer S. lijdt in het geval de maatregel wordt toegekend.

De vordering is gegrond zoals hierna bepaald.

Om deze redenen,

Verklaren de vordering ontvankelijk en gegrond als volgt:

Leggen aan de heer S. het verbod op zich te begeven in een straal van twee kilometer rond de woonplaats van mevrouw F. te A., op straffe van een dwangsom van 100 euro per vastgestelde overtreding van de verbodsbepaling van deze beschikking.

Leggen aan de heer S. het verbod op zich te begeven in een straal van twee kilometer rond de school waar mevrouw F. werkt te M., op straffe van een dwangsom van 100 euro per vastgestelde overtreding van de verbodsbepaling van deze beschikking;

Leggen aan de heer S. het verbod op te communiceren met en over mevrouw F. op straffe van een dwangsom van 100 euro per vastgestelde overtreding van de verbodsbepaling van deze beschikking;

Zeggen dat deze beschikking zal ophouden uitwerking te hebben indien partijen zich niet tot de bodemrechter richten binnen drie maanden na de uitspraak van deze beschikking.

meer rechtspraak en rechtsleer over belaging

literatuur:

P.E MULLEN, stalkers and their victims, Cambridge

GROENEN, A., stalking. Risicofactoren voor fysiek geweld., Maklu, Antwerpen/Apeldoorn, 2006

FRANK G. GOBLE, The Third Force: The Psychology of Abraham Maslow, e-book, 1970

K. WOUTERS, cursus vierde jaar  cultuurwetenschappen

DE KOK, Y., ‘erotomanie: passie met psychotische complicaties?’. In: tijdschrift voor psychologie, nr. 10, 1995

Cursus bijscholing voor thuishulp. P.C. BROEDERS ALEXIANEN, ‘Schizofrenie en psychose’ , Februari 2004, Boechout

 

internet

http://en.wikipedia.org/wiki/Maslow's_hierarchy_of_needs#_note-multiple

http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=394

MULLEN, P. en PATHE, M., “study of stalkers” in: the American journal of psychiatry, 1999. zie: http://ajp.psychiatryonline.org/cgi/content/full/156/8/1244

http://www.huiselijkgeweld.nl/interventies/negen_fasen_van_stalking.html

http://www.politie.nl/Preventie/Stalking/9_Fasen_van_belaging.asp

http://www.law.kuleuven.be/stopstalking/sub/algemene_informatie.html

http://www.musc.edu/vawprevention/

http://www.homeoffice.gov.uk/rds/bcs1.html

P.E. MULLEN, ‘study of stalkers’, Am J Psychiatry 156:1244-1249, August 1999  zie  http://ajp.psychiatryonline.org/cgi/reprint/156/8/1244

http://www.delta-pz.nl/psychiatrie/abc/Querulantisme/index.html

http://mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie/9866
-narcistische-persoonlijkheidsstoornis-nps.html

http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/seksualiteit/16282
-probleem-of-stoornis-parafilieen.html

http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/sante
tijdschrift/schizoide_theatrale_persoonlijkheid-11824-281-art.htm

http://books.google.com/books?hl=nl&lr=&id=Kir_ypPb7IQC&oi=fnd&pg=PR11&dq=
the+impact+of+stalkers+on+their+

victims&ots=HE_SpqerCH&sig=QLJgxnVKl3B_
BzedhVnBDfwKYB0#PPA14,M1

http://www.vispd.nl/Publications/2003kamphuisindividual.pdf


 

opgelet: nieuwe wetgeving mbt telefonische belaging en andere belaging via elektronische middelen: klik hier

 

Voor meer informatie of onmiddellijke hulp of verdediging

 

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: wo, 20/04/2016 - 14:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.