-A +A

Bedrog en partiële nietigheid van de overeenkomst

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De rechter kan op vezroek van een partij de nietigheid beperken tot een gedeelte van de overeenkomst, voor zover het behoud van de gedeeltelijk vernietigde overeen-komst beantwoordt aan de bedoeling van de partijen.

Zo kan de rechter bij de overdracht van goederen waarvan een deel behept is met een gebrek de nietigheid beperken tot een gedeelte van de overeenkomst, en dit om zoveel mogelijk gevolg te geven aan de partijbedoeling.

Rechtspraak:

• Cass. (1e k.) AR C.17.0389.N, 23 november 2017 (Van Oeckel, P.V.O., H.V.D.B. / C.N., C.V.P.) TBBH, 2018-4; p. 208 met noot F. Peeraer, Ook het Hof van Cassatie acht partiële nietigheid mogelijk bij bedrog TBBR 2018-4, p. 209

Samenvatting

De rechter kan op vezroek van een partij de nietigheid beperken tot een gedeelte van de overeenkomst

Teklst vonnnis

Nr. C.17.0389.N
1. VAN OECKEL, landbouwvennootschap, met zetel te 2460 Kasterlee, Groot-rees 60,
2. P. V. O.,
3. H. V. D. B.,
eisers,
tegen
1. C. N.,
2. C. V. P.,
verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 1 december 2016.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Krachtens de artikelen 1108, 1109 en 1116 Burgerlijk Wetboek is een over-eenkomst die door bedrog werd verkregen nietig.

2. Deze nietigheidsgrond sluit niet uit dat wanneer het bedrog betrekking heeft op een onderdeel van een overeenkomst en een gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst mogelijk is, de rechter op verzoek van de benadeelde partij de nietigheid kan beperken tot dat gedeelte van de overeenkomst, voor zover het behoud van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst beantwoordt aan de bedoeling van de partijen.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht.

Tweede onderdeel

3. Indien de toestemming van een der partijen is aangetast door bedrog dan kan, wanneer het bedrog betrekking heeft op een onderdeel van de overeenkomst en een gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst mogelijk is, de rechter op verzoek van de benadeelde partij de nietigheid beperken tot dat gedeelte van de overeenkomst, voor zover het behoud van de gedeeltelijk vernietigde overeen-komst beantwoordt aan de bedoeling van de partijen.

Hierbij dient de rechter na te gaan of een partiële nietigheid verenigbaar is met het doel dat de partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen hadden en of hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de gerechtvaardigde belangen en ver-wachtingen van de partijen.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eisers hun melkveebedrijf verkochten aan de verweerders, hierin begrepen de runderen, voorraden en productierechten (melkquotum en nutriëntemissie-rechten);
- een groot gedeelte van de runderen besmet was met neospora;
- de verkopers op de hoogte waren van deze besmetting maar zulks bewust hebben verzwegen aan de kopers;
- de kopers de nietigheid van de overeenkomst vorderen wegens bedrog, maar deze nietigheid beperkt willen zien tot de besmette runderen;
- de verkopers in hun conclusie erkennen dat de productierechten de belangrijk-ste bestanddelen zijn van de overeenkomst en de runderen "het minst belangrijke [onderdeel]".

5. De appelrechter die vaststelt dat de partijen bij de contractsluiting de over-dracht van het volledige melkveebedrijf voor ogen hadden en zich met de beper-king van de nietigheid tot de besmette runderen "geen problemen stellen met de overige goederen die werden overgedragen" en die vervolgens oordeelt dat "er geen enkele reden [is] waarom de nietigheid niet zou kunnen beperkt worden tot een gedeelte van de overeenkomst, en dit om zoveel mogelijk gevolg te geven aan de partijbedoeling", verantwoordt naar recht zijn beslissing om de nietigheid van de overeenkomst wegens bedrog te beperken tot de bedoelde runderen en voldoet aan het voorschrift van artikel 149 Grondwet.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.
Tweede middel

6. Krachtens artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, kan de rechter op verzoek van een van de partijen, dat in voorkomend geval wordt gedaan na onder-vraging door de rechter, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing ofwel de rechtsplegingsvergoeding verminderen, ofwel die verhogen, zonder de door de Koning bepaalde maximum- en minimumbedragen te overschrijden.

Het voormelde artikel 1022 bepaalt met name dat de rechter bij zijn beoordeling rekening houdt met:
- de financiële draagkracht van de verliezende partij, om het bedrag van de vergoeding te verminderen;
- de complexiteit van de zaak;
- de contractueel bepaalde vergoedingen voor de in het gelijk gestelde partij;
- het kennelijk onredelijk karakter van de situatie.

7. Uit de parlementaire voorbereiding blijkt dat het gaat om precieze criteria die de rechterlijke beoordeling in goede banen moeten leiden, met de bedoeling een waarborg te bieden opdat de toegang tot het gerecht behouden zou blijven en bevorderd zou worden. De proceshouding van een van de partijen in een vroegere fase van het geding maakt geen deel uit van de elementen die de rechter bij de beoordeling van de hoegrootheid van de rechtsplegingsvergoeding mag betrekken tenzij als een element van een onredelijke situatie.

8. De eerste rechter heeft aan de verweerders de maximale rechtsplegingsver-goeding toegekend. De appelrechter die deze beslissing bevestigt om reden dat de eisers zich deloyaal hebben opgesteld tijdens het procesverloop, verantwoordt zodoende zijn beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de aan de verweerders in eerste aanleg toegekende rechtsplegingsvergoeding.
Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.
Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, rechtszitting houdende in hoger beroep.
Bepaalt de kosten voor de eisers op 2093,35 euro.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer,  en in openbare rechtszitting van 23 november 2017 uitgesproken 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 10/06/2018 - 15:39
Laatst aangepast op: zo, 10/06/2018 - 16:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.