-A +A

Alle ontvangen bedragen worden samengevoegd om het beslagbaar gedeelte te bepalen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Om het voor beslag vatbare deel van het inkomen te bepalen worden alle inkomsten van de beslagene, met inbegrip van vakantiegeld en eindejaarspremie samengeteld.

Maar de inkomsten van samenwonende personen (feitelijke samenwonenden, wettelijk samenwonenden of gehuwden) worden niet bij mekaar samengeteld om het voor beslag vatbaar en het onbeslabbare deel te berekenen, zelfs wanneer het gaat om gemeenschappeliojke schulden. Elke partner behoudt dus het eigen onbeslagbaar deel

Arbeidshof te Gent (8e Kamer) 9 maart 2012:
uittreksel (RW 2014-2015, 1078).

“5.2.1. Art. 1409, § 1 Ger.W. bepaalt de grenzen van de overdracht en de beslagbaarheid van “bedragen uitgekeerd ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst (...) en het vakantiegeld betaald krachtens de wetgeving op de jaarlijkse vakantie”. Voor het vakantiegeld dat de werkgever betaalt, is deze laatste toevoeging toch niet overbodig, omdat het loonbegrip in het Gerechtelijk Wetboek dat van de Loonbeschermingswet is en vakantiegeld geen loon in de zin van die wet is.

“Loon en vakantiegeld kunnen onbeperkt, deels of helemaal niet in beslag worden genomen naargelang de hoogte van het nettobedrag dat de werknemer per kalendermaand ontvangt.

“De regel is dat alle ontvangen bedragen worden samengevoegd om het beslagbaar gedeelte te bepalen. In beginsel dienen het loon en het vakantiegeld “einde dienstbetrekking” (en eindejaarspremie) die de geïntimeerde bij de afrekening ontving, aldus te worden samengevoegd (zie Cass. 11 maart 1991, JTT 1991, 316).

“Vraag is of van die algemene regel kan worden afgeweken wanneer het gaat om het vakantiegeld “einde dienstbetrekking” (vakantievergoeding).

“Dit gebeurt, op grond van een arrest van het Hof van Cassatie van 3 mei 1982 (RW 1983-84, 183), in elk geval voor wat de opzeggingsvergoeding betreft, en terecht, omdat de opzeggingsvergoeding geacht wordt het gederfde loon te compenseren dat de werknemer tijdens de niet in acht genomen opzeggingstermijn had moeten ontvangen. Deze regel kan echter niet zomaar uitgebreid worden. Zo is het niet omdat de hoogte van een bijzondere ontslagvergoeding of een uitwinningsvergoeding in een aantal maanden loon wordt uitgedrukt, dat zij over datzelfde aantal maanden mag worden uitgesmeerd. Een eindejaarspremie wordt ook gewoon bij de andere loonvoordelen gevoegd, ofschoon zij in beginsel wordt verdiend naargelang er in de referteperiode werd gewerkt.

“Quid met de vakantievergoeding? Hierover zijn rechtspraak en rechtsleer het grondig oneens.

“Het vakantiegeld in art. 46, § 1 van het KB van 30 maart 1967 tot uitvoering van de Vakantiewet, omvat, zoals het openbaar ministerie in zijn advies opmerkt, zowel het enkel vakantiegeld (dat in casu dient om de geïntimeerde de dagen waarop in 2007 vakantie moet worden genomen, een inkomen te bezorgen overeenstemmend met haar loon) en het dubbel vakantiegeld (dat een toeslag is bij het enkel vakantiegeld en dat, wanneer de werknemer nog in dienst is, wordt betaald in de maand waarin de hoofdvakantie wordt genomen).

“Het arbeidshof is het niet eens met het standpunt van het openbaar ministerie dat de inhouding op het deel vakantiegeld het beste gebeurt door de werkgever die in 2007 dit vakantiegeld zou moeten betalen, en niet, zoals in casu, al door de appellante die de vakantievergoeding verschuldigd is. Afgezien van het feit dat een dergelijk “uitstel” niet echt een grondslag vindt in de wettekst, is het zo dat, wanneer de geïntimeerde in 2007 géén werkgever heeft die dit vakantiegeld verschuldigd is, zoals in geval van werkloosheid, er ook geen bedragen zijn waarmee het reeds in de betaalde vakantievergoeding begrepen zijnde enkel vakantiegeld (fictief) kan worden samengevoegd en waarop de inhouding kan worden toegepast. Daarbij komt nog dat de vakantiedagen gespreid kunnen worden genomen en dat opeenvolgende berekeningen, te verrichten door de nieuwe werkgever, mocht er al een zijn, voor nodeloze complicaties kunnen zorgen. Het arbeidshof oordeelt dat het de appellante is die de inhouding op het enkel vakantiegeld, binnen de grenzen van de beslagbaarheid, diende te verrichten. Het bedrag van het enkel vakantiegeld mag echter niet met de andere betaalde loonvoordelen worden samengevoegd. Dit zou veelal tot gevolg hebben dat de werknemer het genot ervan geheel moet derven. Welnu, dit zou hem discrimineren ten opzichte van de werknemer die het enkel vakantiegeld tijdens de vakantiemaand ontvangt, in welk geval dit vakantiegeld met toepassing van de gewone regels voor een groot deel onbeslagbaar blijft. Het is dus passend dat de werkgever die het enkel vakantiegeld moet betalen als onderdeel van de vakantievergoeding, het niet-beslagbaar gedeelte ervan bepaalt met toepassing van de schijven vermeld in art. 1409, § 1 Ger.W., zonder dit enkel vakantiegeld met enig ander loonelement samen te voegen.

“Quid met het dubbel vakantiegeld? Ook hier is het arbeidshof het niet eens met het standpunt van het openbaar ministerie dat de berekening en inhouding van het beslagbaar gedeelte het beste gebeurt door de werkgever die in 2007 het dubbel vakantiegeld zou moeten betalen, en niet, zoals in casu, door de appellante die de vakantievergoeding moet betalen. Wanneer de geïntimeerde in 2007 géén werkgever heeft die dubbel vakantiegeld verschuldigd is, zoals in geval van werkloosheid, zijn er ook geen bedragen waarmee een verrekening kan gebeuren en waarop de inhouding kan worden toegepast. Ook wanneer er wél een werkgever is, zal de inhouding hoogstens gedeeltelijk kunnen gebeuren. Het komt het arbeidshof voor dat de inhouding ten behoeve van de schuldeiser(s) moet worden gedaan door de werkgever die daadwerkelijk tot betaling van het dubbel vakantiegeld moet overgaan, zonder dat de situatie van de werknemer in de navolgende periode enige rol mag spelen. Dit maakt het mogelijk om alle werknemers-schuldenaars en derden-schuldeisers op eenzelfde wijze te behandelen.

“Het arbeidshof ziet wel geen enkel motief waarom voor het dubbel vakantiegeld niet de algemene regel zou moeten worden toegepast: het wordt dus gewoon bij de andere loonvoordelen gevoegd om de grenzen van de beslagbaarheid te bepalen. In casu moet het echter niet bij het loon maar bij het andere deel van de vakantievergoeding worden gevoegd. Volgens de vakantiewetgeving gebeurt er maar één betaling van één (netto)bedrag, zonder onderscheid te maken tussen enkel en dubbel vakantiegeld. Splitsen zou de zaken nodeloos compliceren. Bovendien krijgt men dan een volledige gelijkheid met het geval waarin de werknemer nog in dienst zou zijn gebleven.

“In casu heeft dit alles tot gevolg dat de appellante zelf het beslagbaar gedeelte van de door haar verschuldigde bedragen moest bepalen en inhouden, zonder het maandloon en de vakantievergoeding samen te voegen.

“Het komt de partijen toe om hun vorderingen opnieuw te bekijken in het licht van het bovenstaande oordeel, en met toepassing van de in 2007 geldende grenzen, omdat loon en vakantiegeld kennelijk pas in dat jaar werden betaald (zie: R. Boes, “Loonbeslag, loonoverdracht en loonontvangstmachtiging” in Aanwerven, Tewerkstellen, Ontslaan, Mechelen, Kluwer, 1990, T 203 3190). Het debat wordt hiertoe ambtshalve heropend”.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 03/03/2015 - 17:16
Laatst aangepast op: di, 03/03/2015 - 17:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.