-A +A

Algemene regels beslag

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

VOORAFGAANDE REGELS INZAKE BESLAG


HOOFDSTUK I. _ Algemene bepalingen.
Art. 1386. Vonnissen en akten kunnen alleen ten uitvoer worden gelegd op overlegging van de uitgifte of van de minuut, voorzien van het formulier van tenuitvoerlegging dat de Koning bepaalt.
Art. 1387. Geen handeling van tenuitvoerlegging mag geschieden, hetzij tussen negen uur 's avonds en zes uur 's morgens, hetzij op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, behalve bij dringende noodzakelijkheid krachtens een verlof van de beslagrechter, verleend op verzoekschrift.
Art. 1388. <W 24-06-1970, art. 32> Beslissingen waarbij aan een derde opheffing, doorhaling van een hypothecaire inschrijving, betaling of enige prestatie wordt bevolen of opgelegd, zijn door of tegen hem enkel uitvoerbaar op een verklaring van de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft gewezen dat er bij zijn weten binnen de door de wet vastgestelde termijn geen verzet noch hoger beroep tegen de beslissing is ingesteld.
Deze verklaring is niet vereist wanneer de beslissing, voorafgaandelijk betekend of ter kennis gebracht indien de wet het voorschrijft, uitvoerbaar is niettegenstaande hoger beroep en, indien zij bij verstek gewezen is, niettegenstaande verzet, behoudens het bewijs, indien daartoe grond bestaat, dat de bij het vonnis opgelegde of bij de wet voorgeschreven formaliteiten vervuld zijn.
Art. 1389. Behalve de vermeldingen in artikel 43 voorgeschreven, bevat het beslagexploot op straffe van nietigheid :
1° de keuze van woonplaats van de beslaglegger in het arrondissement waar de rechter die in voorkomend geval kennis moet nemen van het beslag, zitting houdt, tenzij de beslaglegger daar woont;
2° de naam, de voornaam en de woonplaats van de schuldenaar tegen wie het beslag geschiedt ;
3° de vermelding van het gevorderde bedrag en van de titel krachtens welke het beslag wordt gedaan ;
4° een korte beschrijving van de inbeslaggenomen goederen.
HOOFDSTUK Ibis. - (Centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling). <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald>
Afdeling I. - (Inrichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling.) <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald>
Art. 1389bis/1. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling is de geïnformatiseerde gegevensbank waar de berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quinquies worden gecentraliseerd. Die gegevensbank wordt hierna " bestand van berichten " genoemd.
Art. 1389bis/2. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> De Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 549, in deze afdeling verder " Nationale Kamer " genoemd, wordt met betrekking tot het bestand van berichten beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 6, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
Art. 1389bis/3. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> De natuurlijke personen die de gegevens van het bestand van berichten rechtstreeks kunnen registreren, raadplegen, wijzigen, verwerken of vernietigen, worden met naam aangewezen in een geïnformatiseerd register, dat door de Nationale Kamer voortdurend wordt bijgewerkt.
Art. 1389bis/4. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het bestand van berichten geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk. De ministeriële ambtenaren die optreden ten laste van dezelfde schuldenaar zijn evenwel vrijgesteld van deze verplichting voor de uitwisseling onder hen van informatie betreffende deze debiteur of betreffende diegenen die met hem een gemeenschap of onverdeeldheid delen.
Art. 1389bis/5. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Teneinde de juistheid na te gaan van de gegevens die in het bestand van berichten worden ingevoerd en het bestand van berichten voortdurend te kunnen bijwerken, heeft de Nationale Kamer toegang tot de informatiegegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 7°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen en kan zij het identificatienummer van dat register gebruiken. Zij mag het nummer evenwel in geen enkele vorm aan derden mededelen.
De Koning stelt de wijze vast waarop de informatiegegevens van het rijksregister aan de Nationale Kamer worden overgezonden. Hij kan eveneens nadere regels vaststellen in verband met het gebruik van het identificatienummer van het rijksregister door de Nationale Kamer.
Art. 1389bis/6. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> De registratie van gegevens in het bestand van berichten is kosteloos.
Teneinde de kosten te dekken die veroorzaakt worden door het houden van het bestand van berichten en door de werking van het Beheers- en toezichtscomité bedoeld in artikel 1389bis/8, geeft de mededeling van gegevens geregistreerd in het bestand van berichten aan advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen en schuldbemiddelaars, aanleiding tot de inning van een retributie waarvan de Minister van Justitie het bedrag, de voorwaarden en de modaliteiten van inning bepaalt na terzake het advies van het Beheers- en toezichtscomité en van de Nationale Kamer te hebben ingewonnen.
De retributies zijn betaalbaar aan en worden geïnd door de Nationale Kamer.
Het bedrag van de retributie bedoeld in het tweede lid wordt op 1 januari van ieder jaar aan de hand van de volgende formule van rechtswege aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen : het nieuwe bedrag is gelijk aan het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het beginindexcijfer.
Het beginindexcijfer is dat van de maand december van het jaar gedurende hetwelk het bedrag van de retributie is vastgesteld. Het nieuwe indexcijfer is dat van de maand december van het jaar voorafgaand aan de eerste januari van het jaar gedurende hetwelk de aanpassing plaatsvindt.
Het resultaat wordt op een eenheid naar boven afgerond.
Art. 1389bis/7. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Op verzoek van de minister van Justitie, de ministers tot wier bevoegdheid de economie behoort, de wetgevende Kamers, de gemeenschaps- en gewestraden en het Planbureau, alsook, na eensluidend advies van het Beheers- en toezichtscomité, van alle betrokken personen en organisaties, maakt de Nationale Kamer hen anonieme gegevens over, die nuttig zijn voor onderzoek in verband met het bewarend beslag, de middelen tot tenuitvoerlegging en de collectieve schuldenregeling. Gecodeerde gegevens kunnen enkel worden overgemaakt overeenkomstig de toepasselijke regels tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
Afdeling II. - (Beheer en toezicht). <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald>
Art. 1389bis/8. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Bij het ministerie van Justitie wordt een Beheers- en toezichtscomité bij het centraal bestand van berichten, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling opgericht, hierna " Beheers- en toezichtscomité " genoemd.
Het Beheers- en toezichtscomité wordt voorgezeten (door een beslagrechter of door een magistraat of een emeritus-magistraat met ten minste twee jaar effectieve ervaring inzake beslag, aangewezen door de minister van Justitie). Het Comité is voorts samengesteld uit een jurist en een informaticus die de minister van Justitie vertegenwoordigen en door hem worden aangewezen, uit een griffier van een rechtbank van eerste aanleg aangewezen door de ministerie van Justitie, uit een lid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer aangewezen door de commissie, uit een vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België aangewezen door de gouverneur ervan, uit een advocaat aangewezen (door de Orde van Vlaamse Balies, uit een advocaat aangewezen door de Ordre des barreaux francophones et germanophone), uit een notaris aangewezen door het college van voorzitters van de arrondissementskamers van notarissen, uit een gerechtsdeurwaarder aangewezen door de Nationale Kamer, uit een gerechtsdeurwaarder-secretaris aangewezen door het directiecomité van de Nationale Kamer en uit een bedrijfsrevisor aangewezen door de raad van het Instituut van de bedrijfsrevisoren. <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald> <W 2004-12-27/30, art. 247, 050; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
Het Beheers- en toezichtscomité kan slechts op geldige wijze beraadslagen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig is.
De beslissingen van de Beheers- en toezichtscomité worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De leden van het Comité worden benoemd voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.
Voor elk lid van het Comité wordt een plaatsvervanger aangewezen, op dezelfde wijze als de werkende leden.
Indien het mandaat van een werkend lid of een plaatsvervangend lid een einde neemt vóór het verstrijken van de termijn ervan, wordt in zijn opvolging voorzien. De opvolger voleindigt het mandaat van zijn voorganger.
Het Beheers- en toezichtscomité stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat door de minister van Justitie wordt goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 1389bis/9. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> De minister van Justitie bepaalt voor de voorzitter en de leden van het Beheers- en toezichtscomité het bedrag en de toekenningsvoorwaarden van de presentiegelden, de vergoedingen van de verblijfskosten, alsook de voorwaarden inzake terugbetaling van reiskosten. Alle kosten van het Comité worden gedragen door de Nationale Kamer.
Art. 1389bis/10. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> § 1. Het Beheers- en toezichtscomité heeft de volgende opdrachten :
1° waken over en bijdragen tot de doeltreffende en veilige werking van het centraal bestand overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk;
2° advies uitbrengen over de uitvoeringsbesluiten bedoeld in de artikelen 1389bis/6 en 1391, § 3, en over de verzoeken bedoeld in artikel 1389bis/7;
3° aan de minister van Justitie op zijn verzoek een advies uitbrengen inzake elke vraag betreffende het bestand van berichten;
4° advies verlenen, ambtshalve of na een verzoek overeenkomstig artikel 1389bis/13, over elke moeilijkheid of elk geschil dat kan rijzen betreffende de toepassing van dit hoofdstuk en de uitvoeringsmaatregelen ervan;
5° de Nationale Kamer ermee gelasten de individuele toegangscodes tot het bestand van berichten onwerkzaam te maken overeenkomstig artikel 1389bis/14.
§ 2. Het lid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer heeft dezelfde taken en bevoegdheden als de andere leden van het Beheers- en toezichtscomité, maar zorgt bovendien voor de coördinatie tussen de werkzaamheden van het Comité en die van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, in de mate dat zij met elkaar interfereren.
Indien het bedoelde lid met het oog op de hem opgedragen coördinatie dit nuttig acht, kan het aan het Comité vragen een advies, beslissing of aanbeveling uit te stellen en de kwestie eerst aan de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor te leggen.
Bij een dergelijk verzoek wordt de bespreking van het dossier in het Beheers- en toezichtscomité opgeschort en het dossier onverwijld aan de commissie meegedeeld. De commissie beschikt over een termijn van dertig vrije dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het dossier om haar advies aan het Beheers- en toezichtscomité mee te delen. Indien die termijn niet wordt nageleefd, kan het Comité zijn advies of beslissing verlenen zonder het advies van de commissie af te wachten.
Het standpunt van de commissie wordt uitdrukkelijk in het advies, de beslissing of de aanbeveling van het Beheers- en toezichtscomité opgenomen
Art. 1389bis/11. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Ieder jaar brengt het Beheers- en toezichtscomité verslag uit over de vervulling van zijn opdrachten gedurende het afgelopen jaar. Dat verslag bevat suggesties met betrekking tot de wenselijkheid om wijzigingen aan te brengen in het stelsel van openbaarheid dat met het bestand van berichten wordt verwezenlijkt.
Het verslag bevat eveneens een analyse van de inkomsten en de uitgaven verbonden aan het bestand van berichten.
Het verslag wordt medegedeeld aan de wetgevende Kamers en aan de minister van Justitie.
Art. 1389bis/12. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> § 1. Het Beheers- en toezichtscomité kan alle inlichtingen verzamelen die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1389bis/10, § 1. Het kan daartoe personen horen en pertinente documenten opvragen en heeft tevens toegang tot het bestand der berichten en tot alle gegevens met betrekking tot de werking ervan. De personen die worden gehoord of die documenten dienen mee te delen, zijn gemachtigd gegevens mee te delen die gedekt zijn door het beroepsgeheim.
§ 2. Indien het Beheers- en toezichtscomité dit nuttig acht voor de uitoefening van zijn taken bedoeld in artikel 1389bis/10, § 1, kan het de tuchtoverheid of de hiërarchische meerdere inlichten over nalatigheden en tekortkomingen vastgesteld ten laste van de personen bedoeld in artikel 1389bis/3. Het kan deze tevens belasten met een onderzoek terzake en met het uitbrengen van een schriftelijk verslag binnen de gevraagde termijn.
Indien het Beheers- en toezichtscomité in het kader van de uitoefening van zijn taken kennis heeft van een schending van de artikelen 1389bis/15 en 1389bis/16 of van enig ander misdrijf, geeft het hiervan kennis aan de bevoegde procureur des Konings.
§ 3. Artikel 1389bis/4 is van toepassing op de leden van het Beheers- en toezichtscomité voor alle gegevens waarvan zij bij de uitoefening van hun ambt kennis hebben gekregen alsook op de personen aan wie het Comité in de uitoefening van haar taken deze gegevens meedeelt.
Art. 1389bis/13. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Eenieder kan zich schriftelijk tot het Beheers- en toezichtscomité wenden om het in kennis te stellen van feiten of toestanden die naar zijn oordeel het optreden van het Comité vereisen of om nuttige voorstellen te doen.
Tenzij de persoon die zich tot het Beheers- en toezichtscomité heeft gericht er uitdrukkelijk mee instemt, mag het Comité zijn identiteit niet bekend maken en evenmin de wijze waarop het is gevat.
Het Beheers- en toezichtscomité deelt aan de verzoeker bedoeld in het eerste lid de gegevens mee die het nuttig acht.
Art. 1389bis/14. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> In afwachting van de resultaten van de maatregelen bedoeld in artikel 1389bis/12, kan het Beheers- en toezichtscomité de Nationale Kamer gelasten de individuele toegangscode bedoeld in artikel 1391, § 4, tot het bestand van berichten voor een eenmalig verlengbare maximum termijn van één jaar, onwerkzaam te maken wanneer redelijke aanwijzingen bestaan dat de houder ervan de artikelen 1389bis/4, 1391, § 4, of 1391, § 5, niet heeft nageleefd. Behoudens het geval van absolute noodzakelijkheid, wordt de betrokkene vooraf gehoord.
Wanneer de individuele toegangscode van een gerechtsdeurwaarder overeenkomstig het eerste lid onwerkzaam is gemaakt, kan deze laatste slechts toegang tot het bestand van berichten verkrijgen onder het toezicht en door tussenkomst van zijn syndicus of van een lid van de arrondissementskamer aangeduid door de syndicus.
Art. 1389bis/15. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Worden gestraft met een geldboete van honderd tot vijfduizend frank, de organen of de aangestelden van de Nationale Kamer die :
1° niet alle maatregelen hebben genomen die het mogelijk maken de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de verwerkte persoonsgegevens te waarborgen;
2° het individueel register bedoeld in artikel 1389bis/3 niet bijgewerkt hebben.
Art. 1389bis/16. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van honderd tot vijfduizend frank of met een van deze straffen, de personen die :
1° in strijd met de bepalingen van artikel 1391, § 4, en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, bewust hun individuele toegangscode hebben bekendgemaakt;
2° in strijd met de bepalingen van artikel 1389bis/4 en met uitzondering van de gevallen bepaald bij of krachtens de wet, het vertrouwelijk karakter van de gegevens geregistreerd in het bestand van berichten niet hebben bewaard;
3° het bestand van berichten hebben geraadpleegd, zonder dat zij zich bevinden in een van de gevallen bedoeld in artikel 1391, § 1, of die gegevens verkregen uit dat bestand gebruiken voor een ander doel dan datgene dat de toegang tot het bestand kon wettigen.
Art. 1389bis/17. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> De rechter kan beslissen dat de veroordeelde persoon het recht om zijn individuele toegangscode te gebruiken, voor ten hoogste vijf jaar wordt ontzegd.
Wanneer de individuele toegangscode van een gerechtsdeurwaarder overeenkomstig het eerste lid onwerkzaam is gemaakt, kan deze laatste slechts toegang tot het bestand van berichten verkrijgen onder het toezicht en door tussenkomst van zijn syndicus of van een lid van de arrondissementskamer door de syndicus aangeduid.
Art. 1389bis/18. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, doch met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 1389bis/15 en 1389bis/16.
Afdeling III. - (Registratie, mededeling en raadpleging van de gegevens). <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald>
Art. 1390. <W 2000-05-29/36, art. 2, 035; Inwerkingtreding : onbepaald> § 1. Wanneer een bevel voorafgaand aan uitvoerend beslag op onroerend goed wordt overgeschreven (of wanneer een bevel voorafgaand aan het uitvoerend beslag op roerend goed wordt betekend) of wanneer beslag op roerende of onroerende goederen wordt gelegd of wanneer vaststelling van niet-bevinding werd gedaan, zendt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder op eigen verantwoordelijkheid aan het bestand van berichten ten laatste drie werkdagen volgend op de handeling, een bericht met de vermelding van : <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald>
1° naam, voornamen, woonplaats, of naam, rechtsvorm en zetel, geboortedatum en/of inschrijvingsnummer bij de BTW en gekozen woonplaats van de beslaglegger;
2° naam, voornamen, woonplaats of bij gebreke daarvan verblijfplaats, of naam, rechtsvorm, zetel, geboortedatum en/of handelsregisternummer en inschrijvingsnummer bij de BTW van de beslagen schuldenaar;
3° datum waarop (het bevel of) het beslag heeft plaatsgevonden en aard ervan, plaats waar het beslag is verricht en in voorkomend geval, datum van betekening aan de beslagen schuldenaar; <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald>
4° in voorkomend geval, identiteit en woonplaats of zetel van de derde-beslagene;
5° aard en bedrag van de schuldvordering van de beslaglegger, alsook eventuele redenen van voorrang;
6° in voorkomend geval, een korte beschrijving van de aard van de inbeslaggenomen lichamelijke roerende goederen;
7° bij vaststelling van niet-bevinding, de vermelding dat de voor beslag vatbare goederen van de schuldenaar kennelijk ontoereikend zijn om de kosten van de procedure te dekken;
8° de identiteit van de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk voor de procedure van tenuitvoerlegging, en die daardoor, in voorkomend geval, belast zal zijn met de verdeling van de gelden.
Het bericht van beslag bedoeld in het eerste lid wordt opgesteld en gezonden door de griffier of de ontvanger belast met de inning wanneer de procedure door hun toedoen wordt ingezet.
(Het eerste lid is niet van toepassing op het beslag op zeeschepen en binnenschepen.) <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald>
§ 2. Wanneer er reeds een beslag is gelegd, kan iedere schuldeiser van wie de schuldvordering overeenkomstig artikel 1628, eerste lid, in aanmerking komt voor de verdeling, door bemiddeling van de griffier of van een gerechtsdeurwaarder, in verzet komen, door aan het bestand van berichten een bericht te zenden dat de relevante gegevens omschreven in § 1 bevat alsmede de vermeldingen bedoeld in artikel 1629, lid 1, 1° en 2°.
(Een bericht van bevel of beslag geldt in alle omstandigheden als bericht van verzet.) <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald>
Art. 1390bis. <W 2000-05-29/36, art. 2, 035; Inwerkingtreding : onbepaald> Wanneer krachtens de artikelen 203ter, 220, § 3, 221 en 301bis van het Burgerlijk Wetboek of artikel 1280, lid 6, van dit Wetboek een delegatie wordt toegekend, stelt naar gelang van het geval de griffier of de gerechtsdeurwaarder binnen drie werkdagen na de kennisgeving of de betekening, een bericht van delegatie op, dat aan het bestand van berichten wordt gezonden.
Het bericht van delegatie vermeldt :
1° naam, voornamen, beroep, woonplaats en geboortedatum van de delegataris;
2° naam, voornamen, woonplaats of bij gebreke daarvan verblijfplaats en geboortedatum van de delegant;
3° identiteit, woonplaats of zetel en in voorkomend geval geboortedatum van de gedelegeerde derde;
4° het bedrag, de voorwaarden, de grenzen en de oorzaak van de delegatie.
Wanneer op grond van de artikelen 203ter, 220, § 3, 221 en 301bis van het Burgerlijk Wetboek of van artikel 1280, zesde lid, van dit Wetboek een delegatie wordt gevorderd, raadpleegt de griffier van het gerecht waarbij de zaak aanhangig is gemaakt op de wijze bepaald in artikel 1391 kosteloos de berichten bedoeld in dit artikel. Indien er berichten bestaan, maakt hij de lijst ervan op en voegt deze bij het dossier.
Indien de inkomsten of de geldsommen waarop de vordering betrekking heeft reeds het voorwerp zijn van een delegatie of een beslag op grond van uitkeringen tot levensonderhoud, geeft de griffier aan de begunstigde van de delegatie of aan de beslaglegger, teneinde hem in geding te betrekken, bij gerechtsbrief kennis van een afschrift van een afschrift van het verzoekschrift of van de dagvaarding, met uitnodiging om te verschijnen.
De verweerder kan in het geding eveneens de schuldeisers betrekken jegens wie hij veroordeeld is om een uitkering tot levensonderhoud te betalen, maar die geen delegatie genieten, noch beslag gelegd hebben.
Na de partijen te hebben gehoord, bepaalt de rechter indien nodig de verdeling onder de gerechtigden van het levensonderhoud.
Art. 1390ter. <W 2000-05-29/36, art. 2, 035; Inwerkingtreding : onbepaald> Bij overdracht van loon zendt de aangezochte gerechtsdeurwaarder, die in het bezit is van een verklaring van de overnemer waaruit de achterstand in de betaling blijkt, op eigen verantwoordelijkheid en ten vroegste op de dag waarop aan de gecedeerde schuldenaar het afschrift van de kennisgeving wordt gezonden bedoeld in artikel 28, 1°, met vermelding van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, aan het bestand van berichten een bericht van overdracht toe waarin de volgende gegevens zijn vermeld :
1° naam, voornamen, woonplaats, of naam, rechtsvorm en maatschappelijke zetel, geboortedatum en/of inschrijvingsnummer bij de BTW van de schuldeiser-overnemer;
2° naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats van de overdrager;
3° identiteit en woonplaats, of bij gebreke daarvan verblijfplaats of naam, rechtsvorm en zetel, van de gecedeerde schuldenaar;
4° bedrag van het opeisbaar saldo van de schuldvordering van de overnemer;
5° in voorkomend geval, de vermelding dat de overdrager in verzet is gekomen en het beschikkend gedeelte van het vonnis dat daaruit voortvloeit.
Wanneer de overdracht van de geldsommen bedoeld in de artikelen 1409, 1409bis en 1410, § 1, overeenkomstig artikel 1690 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt, zendt de aangezochte gerechtsdeurwaarder, die in het bezit is van een verklaring van de overnemer waaruit de achterstand in de betaling blijkt, op eigen verantwoordelijkheid en ten vroegste op de dag van de betekening of de kennisgeving van de overdracht aan de gecedeerde schuldenaar of ten vroegste op de dag van de erkenning door deze laatste, aan het bestand van berichten een bericht toe waarin de in het eerste lid bedoelde gegevens zijn vermeld.
De overdracht bedoeld in lid 1 en 2 is slechts tegenstelbaar aan andere derden dan de gecedeerde schuldenaar vanaf het tijdstip waarop het bericht van overdracht bij het bestand van berichten is ontvangen.
Art. 1390quater. <W 2000-05-29/36, art. 2, 035; Inwerkingtreding : onbepaald> § 1. Binnen vierentwintig uur na de uitspraak van de beschikking van toelaatbaarheid bedoeld in artikel 1675/6, zendt de griffier, aan het bestand van berichten een bericht van collectieve schuldenregeling met vermelding van :
1° naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats van de verzoeker;
2° naam, voornamen, beroep en woonplaats en/of kantoor, of benaming en zetel van de schuldbemiddelaar;
3° datum van de beslissing van toelaatbaarheid;
4° de territoriaal bevoegde beslagrechter en de referentie van de griffie.
§ 2. De schuldbemiddelaar doet op het bericht van collectieve schuldenregeling vermelden :
1° de datum van de herroeping van de beslissing van toelaatbaarheid;
2° de datum van de beslissing tot vervanging van de schuldbemiddelaar;
3° in geval van minnelijke aanzuiveringsregeling, de datum van de beslissing waarbij akte wordt genomen van het gesloten akkoord, de datum waarop het proces-verbaal bedoeld in artikel 1675/11, § 1, lid 1 aan de rechter wordt bezorgd, de einddatum van de aanzuiveringsregeling en de datum van herroeping van de aanzuiveringsregeling;
4° in geval van gerechtelijke aanzuiveringsregeling de datum van de beslissing waarbij de aanzuiveringsregeling wordt opgelegd, de datum van de beslissing tot verwerping van de vordering, de einddatum van de aanzuiveringsregeling en de datum van herroeping van de aanzuiveringsregeling.
In al deze gevallen zendt de schuldbemiddelaar, via de griffie of via een gerechtsdeurwaarder, onverwijld een bericht aan het bestand van berichten dat tevens de naam, voornamen, geboortedatum en woonplaats vermeldt van de betrokken verzoeker en de verwijzing naar het betrokken bericht van collectieve schuldenregeling.
Art. 1390quinquies. <W 2000-05-29/36, art. 2, 035; Inwerkingtreding : onbepaald> Geen overhandiging of verdeling van gelden waarop beslag is gelegd, als gereed geld of als bedragen waarop beslag onder derden is gelegd, of die voortkomen van de verkoop van in beslag genomen roerende of onroerende goederen, kan plaatsvinden dan overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1627 tot 1654.
Wanneer de verdeling definitief is vastgesteld, laat de gerechtsdeurwaarder of de notaris die het proces-verbaal van evenredige verdeling of van rangregeling heeft opgemaakt, deze volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten op het betrokken bericht in het bestand van berichten vermelden.
Art. 1390sexies. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> De Koning bepaalt de modaliteiten van de verzending van alle berichten aan het bestand van berichten. De modellen van de berichten worden door de Koning opgemaakt.
Art. 1390septies. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 2; Inwerkingtreding : onbepaald> Dag en uur van ontvangst van de gegevens bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater worden in het bestand van berichten vermeld.
Wanneer het beslag of het verzet plaatsvindt ten aanzien van ondernemingen of van personen die in het handelsregister van een arrondissement zijn ingeschreven, zendt het bestand van berichten ten laatste de eerste dag volgend op de ontvangst volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten een afschrift van het daarop betrekking hebbende bericht toe aan de griffie van de rechtbank van koophandel van dat arrondissement.
De berichten worden in het bestand van berichten bewaard gedurende een termijn van drie jaar (te rekenen van de verzending van het bericht), zulks onverminderd de eventuele voorafgaande schrapping ervan, hetzij op initiatief van de personen bedoeld in artikel 1391, § 1, in geval van betaling, hetzij in der minne, hetzij bij rechterlijke beslissing. Zij vervallen van rechtswege na het verstrijken van die termijn tenzij ten laatste tien dagen daarvóór aan het bestand van berichten een bericht van opschorting of hernieuwing wordt gezonden waarin de reden van de opschorting of van de hernieuwing is vermeld. (Schuldeisers zijn in alle omstandigheden en op straffe van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat, ertoe gehouden uiterlijk binnen drie werkdagen na ontvangst van het totale verschuldigde bedrag in hoofdsom, rente en kosten te doen overgaan tot schrapping van het bericht van verzet, delegatie, overdracht, bevel of beslag, voor zover wat het bericht van beslag betreft geen bericht van verzet van een andere schuldeiser, in het bezit van een uitvoerbare titel krachtens de welke bevel tot betalen is betekend, in het bestand van berichten is vermeld. Zolang het bericht van beslag niet kan geschrapt worden dient binnen voormelde termijn van drie werkdagen de betaling van het totale verschuldigde bedrag in hoofdsom, rente en kosten in het bestand van berichten gemeld te worden.) <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald>
(Wanneer het bestand van berichten het verzet vermeldt van een andere schuldeiser in het bezit van een uitvoerbare titel, krachtens dewelke bevel tot betalen is betekend, dan kunnen de opheffing van het beslag en de schrapping van het desbetreffende beslagbericht niet plaatsvinden zonder diens toestemming, behalve wanneer zij bevolen werden bij gerechtelijke beslissing. Wanneer de opheffing van een beslag en de schrapping van het beslagbericht niet kunnen plaatshebben ingevolge het gebrek aan toestemming van een andere schuldeiser in het bezit van een uitvoerbare titel, krachtens dewelke bevel tot betalen is betekend, vult de beslagleggende schuldeiser die voldoening bekwam zijn melding van betaling aan met de mededeling dat het beslagbericht blijft gelden ten gunste van andere schuldeisers in het bezit van een uitvoerbare titel, krachtens dewelke bevel tot betalen is betekend, behoudens andersluidende gerechtelijke beslissing. De verzetdoende schuldeiser in het bezit van een uitvoerbare titel krachtens dewelke bevel tot betalen is betekend, kan tevens de hernieuwing vragen van het beslagbericht.) <W 2003-03-27/65, art. 2, 043; Inwerkingtreding : onbepaald>
In afwijking van het derde lid wordt het bericht bedoeld in artikel 1390quater bewaard in het bestand van berichten tot het einde van de aanzuiveringsregeling. Het wordt geschrapt bij ontvangst van een bericht bedoeld in artikel 1390quater dat de herroeping vermeldt van de beslissing van toelaatbaarheid of van het plan, of dat de verwerping vermeldt van de vordering tot collectieve schuldenregeling.
De Koning bepaalt de bewaartermijn van de gegevens betreffende de berichten van beslag, delegatie, cessie en collectieve schuldenregeling na hun verwijdering uit het bestand van berichten en van de gegevens betreffende de operaties met betrekking tot die berichten.
Art. 1391. <W 2000-05-29/36, art. 2, 035; Inwerkingtreding : onbepaald> § 1. De advocaten, (door toedoen van de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des Barreaux francophones et germanophone) of op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, de gerechtsdeurwaarders en de ontvangers van de administratie der Directe Belastingen en van de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen die belast zijn met een invorderingsprocedure ten gronde of bij wijze van beslag tegen een bepaald persoon, kunnen kennis nemen van de berichten bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater die op diens naam zijn opgemaakt. <W 2001-05-31/57, art. 2, 039; Inwerkingtreding : 01-05-2002>
De notarissen, door toedoen van de Koninklijke Federatie van Belgische Notarissen, zijn gemachtigd de berichten te raadplegen die bedoeld zijn in de artikelen 1390 tot 1390quater en die opgemaakt zijn op naam van de personen wier goederen het voorwerp moeten uitmaken van een handeling die tot hun ambt behoort.
De schuldbemiddelaars kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten kennis nemen van de berichten bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater die zijn opgemaakt op naam van de verzoekerschuldenaar en op naam van personen die met hem een gemeenschap of onverdeeldheid delen. De raadpleging gebeurt voor advocaten, gerechtsdeurwaarders en notarissen op de in de vorige leden bepaalde wijze en voor andere schuldbemiddelaars via de griffie van de betrokken rechtbank van eerste aanleg.
De beslagrechters (, de rechters van de arbeidsrechtbank) en de griffiers kunnen voor de vervulling van hun wettelijke opdrachten de berichten bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater, gesteld op naam van één of meer van de betrokken partijen, raadplegen. <W 2005-12-13/35, art. 26, 052; Inwerkingtreding : 31-12-2005>
§ 2. Geen uitvoerend beslag, geen procedure van verdeling kan plaatsvinden zonder voorafgaande raadpleging door de ministeriële ambtenaar van de berichten opgesteld met toepassing van de artikelen 1390 tot 1390quater.
Te dien einde vermeldt het exploot van beslag of het proces-verbaal van evenredige verdeling of van rangregeling de dag en het uur waarop de ministeriële ambtenaar de berichten heeft geraadpleegd of bevat het als bijlage de verklaring die deze gegevens bevat en die is afgegeven door het bestand van berichten.
§ 3. De raadpleging, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks van de berichten bedoeld in de artikelen 1390 tot 1390quater, geschiedt op de wijze vastgesteld door de Koning.
§ 4. Er wordt toegang verkregen tot de gegevens opgenomen in het bestand van berichten door middel van individuele toegangscodes. De houders van de codes mogen die niet aan derden bekendmaken en zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt.
§ 5. Ieder verzoek tot raadpleging van het bestand van berichten is slechts ontvankelijk indien het vermeldt :
1° naast de toegangscode, de naam, voornamen en het beroepsadres van de verzoeker bedoeld in § 1;
2° in voorkomend geval, naam, voornamen, woonplaats of, naam, rechtsvorm en zetel van de schuldeiser;
3° naam, voornamen en woonplaats, bij gebreke daarvan verblijfplaats, of naam, rechtsvorm en zetel, geboortedatum en/of inschrijvingsnummer bij de BTW van de persoon op wie de raadpleging betrekking heeft;
4° het voorwerp van het verzoek, verantwoord overeenkomstig § 1;
5° in voorkomend geval, de datum van de laatste akte opgesteld ten laste van de persoon op wie de procedure van invordering of beslag bedoeld in § 1, eerste lid betrekking heeft.
§ 6. Alle personen die zijn opgenomen in het bestand van berichten beschikken over een recht van toegang en een recht op verbetering overeenkomstig de artikelen 10 tot 15 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer tean de verwerking van persoonsgegevens.
HOOFDSTUK II. - Beslagrechter.
Art. 1395. Alle vorderingen betreffende bewarende beslagen (,middelen tot tenuitvoerlegging (, collectieve schuldenregeling en tegemoetkomingen van de Dienst voor alimentatievorderingen bedoeld in de wet van 21 februari 2003 tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën)) worden gebracht voor de beslagrechter. (De opheffing van een beslag gelegd vóór de toekenning van de opschorting van betaling kan daarentegen worden verleend door de rechtbank bevoegd inzake het gerechtelijk akkoord.) <W 1998-07-05/58, art. 3, 025; Inwerkingtreding : 01-01-1999> <W 1997-07-17/65, art. 55, 019; Inwerkingtreding : 01-01-1998> <W 2003-03-17/32, art. 3, 041; Inwerkingtreding : 01-09-2003>
Deze vorderingen worden ingesteld en behandeld zoals in kort geding, behalve in die gevallen waarin de wet bepaalt dat zij worden ingesteld bij verzoekschrift.
Art. 1396. Onverminderd de bij de wet bepaalde middelen van nietigheid, draagt de beslagrechter zorg dat de bepalingen inzake bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging worden nagekomen.
Hij kan, zelfs ambtshalve, zich een verslag over de stand van de rechtspleging door de optredende of aangestelde openbare of ministeriële ambtenaren doen overhandigen.
Stelt hij een verzuim vast, dan geeft hij daarvan kennis aan de procureur des Konings, die oordeelt welke tuchtrechtelijke gevolgen zulks medebrengen.
HOOFDSTUK III. - Voorlopige tenuitvoerlegging.
Art. 1397. Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt en onverminderd de regel van artikel 1414, schorsen verzet en hoger beroep tegen eindvonnissen daarvan de tenuitvoerlegging.
Art. 1398. Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt, kan de rechter de voorlopige tenuitvoerlegging van de vonnissen toestaan.
De tenuitvoerlegging van het vonnis geschiedt niettemin alleen op risico van de partij die daartoe last geeft en onverminderd de regels inzake kantonnement.
Art. 1399. De voorlopige tenuitvoerlegging van de eindvonnissen kan niet worden toegestaan inzake echtscheiding, scheiding van tafel en bed.
(Zij kan ook niet worden toegestaan wanneer de beschikking, bedoeld in artikel 1342, een verzoekschrift dat overeenkomstig artikel 1340 is ingediend, geheel of gedeeltelijk inwilligt.) <W 1987-07-29/32, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 1-10-1987>
Art. 1400. § 1. De rechter die de voorlopige tenuitvoerlegging voor de gehele veroordeling of voor een deel ervan uitspreekt, kan daaraan de voorwaarde verbinden dat een zekerheid wordt gesteld, die hij bepaalt en waarvoor hij, zo nodig, de modaliteiten vaststelt.
§ 2. De zekerheid is van rechtswege bevrijd wanneer de consignatie door de veroordeelde partij gedaan is overeenkomstig artikel 1404.
Art. 1401. De voorlopige tenuitvoerlegging kan altijd worden verzocht bij het hoger beroep, hetzij de partij nagelaten heeft zulks te verzoeken vóór de eerste rechters, hetzij dezen verzuimd hebben over een dergelijk verzoek uitspraak te doen of het hebben afgewezen.
Art. 1402. De rechters in hoger beroep kunnen in geen geval de tenuitvoerlegging van de vonnissen verbieden of doen schorsen, zulks op straffe van nietigheid.
HOOFDSTUK IV. - Kantonnement.
Art. 1403. De schuldenaar tegen wie bewarend beslag is gedaan of toegestaan, kan in elke stand van het geding het beslagene bevrijden of het beslag verhinderen door in de Deposito- en Consignatiekas of in handen van een erkende of aangestelde sekwester een bedrag in bewaring te geven, toereikend om tot waarborg te strekken voor de schuld in hoofdsom, intrest en kosten.
Is het beslag gedaan op geldsommen, dan kan deze bewaargeving geschieden met het in beslag genomen geld; is het op andere goederen gedaan, dan kan de bewaargeving geschieden met de opbrengst van de verkoop van al die goederen of van een deel ervan.
De schuldenaar wendt zich vooraf tot de beslagrechter, die bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden de gelden in bewaring worden gegeven en, indien daartoe grond bestaat, de in beslag genomen goederen geheel of ten dele worden verkocht.
Art. 1404. Met uitzondering van schuldvorderingen tot levensonderhoud, komt hetzelfde recht op dezelfde wijzen, onder dezelfde voorwaarden, volgens dezelfde rechtspleging toe aan de schuldenaar die veroordeeld is bij een uitvoerbare rechterlijke beslissing waartegen verzet of hoger beroep is ingesteld, alsook wanneer schorsing van die vervolgingen is bevolen.
De storting heeft plaats met bijzondere bestemming van de som tot afdoening van de schuldvordering van de beslaglegger en geldt als betaling voor zover de beslagene erkent schuldenaar te zijn of als zodanig wordt erkend.
Art. 1405. In de gevallen van de artikelen 1403 en 1404, en met de eraan verbonden gevolgen, kan de schuldenaar in handen van de optredende gerechtsdeurwaarder een toereikend bedrag in consignatie geven om tot waarborg te strekken voor de oorzaken van het beslag in hoofdsom, interesten en kosten.
De deurwaarder maakt proces-verbaal op van de bewaargeving der gelden in zijn handen en overhandigt een afschrift ervan aan de schuldenaar.
Hij is ertoe gehouden deze gelden binnen drie dagen op een rekening te storten, die hij bij de Deposito- en Consignatiekas voor zich laat openen en waarop de naam van de beslagene wordt vermeld.
Van deze storting maakt de ambtenaar van de Deposito- en Consignatiekas melding op het origineel van het exploot houdend het proces-verbaal van de bewaargeving der gelden, waarvan de deurwaarder de minuut bewaart.
Opvraging van de gelden door de deurwaarder kan niet geschieden dan met toestemming van de schuldenaar tegen wie het beslag is gedaan of krachtens een beslissing die niet meer vatbaar is voor een gewoon rechtsmiddel.
Art. 1406. De rechter die uitspraak doet over de vordering zelf, kan beslissen dat er geen reden is tot kantonnement voor alle veroordelingen die hij uitspreekt of voor een deel ervan, indien de vertraging in de regeling de schuldeiser aan een ernstig nadeel blootstelt.
Art. 1407. In alle gevallen dat bewarend of uitvoerend beslag is gedaan op gelden of roerende goederen die in handen van een andere persoon dan de schuldenaar zijn, kunnen deze, de derde die ze onder zich heeft, en de schuldeiser die ze in beslag genomen heeft, zich wenden tot de beslagrechter om te doen bevelen dat de gelden of roerende goederen in bewaring zullen worden gegeven aan een erkende of aangestelde sekwester, dan wel, wanneer het vaststaande of te vervallen bedragen betreft, aan de Deposito- en Consignatiekas.
Art. 1407bis. <Ingevoegd bij W 2000-05-29/36, art. 4; Inwerkingtreding : onbepaald> Wanneer bij loonoverdracht tussen de schuldeisers-overnemers een rangconflict ontstaat, moet de gecedeerde schuldenaar hetzij op eigen initiatief, hetzij ten laatste op het eerste verzoek van de belanghebbende partijen, de overdraagbare gelden storten in de handen van een gerechtsdeurwaarder aangezocht krachtens artikel 1390ter of in de handen van een erkende of aangestelde sekwester.


 

 



  

     

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: za, 11/12/2010 - 10:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.