-A +A

Alcohol en Verkeer

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Wanneer u gedronken heeft nadat u een ongeval heeft veroorzaakt blijf dan in elk geval rustig. Voor zover de tegenpartij beroep doet op de politie, heeft u er alle belang bij om een zo goed mogelijke indruk aan de politie te laten. De politie zal namelijk dienen uit te maken of u verkeert in staat van dronkenschap. Er is immers een groot verschil tussen de alcoholintoxicatie enerzijds en de dronkenschap anderzijds. De alcoholintoxicatie betekent dat u volgens de wet te veel alcohol in uw bloed heeft. Dit impliceert dat U hiervoor een boete en een rijverbod kan oplopen. Veel belangrijker is de dronkenschap. De vaststelling van dronkenschap is een feitelijke kwestie en wordt opgemaakt aan de hand van de feitelijke vaststellingen van de verbalisanten. Er zal ondermeer worden uitgemaakt of uw ogen met bloed doorlopen zijn, uw mond plakkerig is, u wartaal verkoopt, u al dan niet recht kan lopen, u nog een eenvoudige rekensom kan maken.


Bij de behandeling van de zaak zal er namelijk dienen uitgemaakt te worden of de alcohol in oorzakelijk verband stond met het ongeval. In geval van dronkenschap zal het verband heel wat gemakkelijker kunnen aangetoond worden.

In dit geval zal uw verzekeringsmaatschappij weliswaar de tegenpartij vergoeden maar zal zij nadien de schadevergoeding op u terugverhalen. Wanneer het ongeval losstaat van het alcoholvergrijp zal u aan dit regres ontsnappen.

Door technische verdediging, ondermeer door procedurefouten en onregelmatige vaststellingen kan uitzonderlijk ook een uitzonderlijk resultaat geboekt.

 de regresvordering algemeen  

 

• Politierechtbank Brugge 10 april 2006, tijdschrift van de politierechters juni 2007 pagina 67: 

De wet van 18 juli 90 bepaalt de wijze waarop alcohol in het verkeer wordt opgespoord. Sindsdien met en bewijst men alcoholconcentratie in het bloed in de eerste plaats door middel van ademtoestellen en ademanalyse toestellen. Door de invoering van de ademtest en de ademanalysetoestellen werd de bloedproef als bewijsmiddel voor een te hoge alcoholconcentratie in het bloed naar de tweede rij verwezen. Enkel in een beperkt aantal gevallen zalmen nog overgaan tot opleggen van een bloedproef. Deze gevallen staan limitatief opgesomd in artikel 63 van de wegverkeer werd (T. Ongena, het recht van een autobestuurder om op de hoogte te worden gebracht van de bloedproef als tegenexpertise, rechtskundig weekblad 2001- 2002 kolom 1431 en Ongena, een geldige aan een analyse sluit de onwettige weigering van een proef uit, zie rechtskundig weekblad 1999-2000,99).  In het voorliggend geval had men een ademtest niet afgenomen, maar onmiddellijk de bloedproef uitgevoerd op bevel van de procureur des konings, zonder nochtans vast te stellen dat de uitvoering van de ademtest, eventueel gevolgd door een ademanalyse, onmogelijk was. Uit het processen-verbaal bleek niet dat er redenen voorhanden waren om af te wijken van de normale procedure en onmiddellijk over te gaan tot de bloedproef. Aan de limitatief opgesomde voorwaarden van artikel 63 van de wegverkeer werd was niet voldaan zodat de bloedproef ongeldig werd uitgevoerd. De beweerde intoxicatie in hoofde van de verdachte werd dan ook als niet bewezen aanzien

 

HOOFDSTUK IXbis: Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden : test en tijdelijk rijverbod

Artikel 61bis

§ 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen kunnen de test bepaald in § 2 van dit artikel opleggen:

1° aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is;

2° aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;

3° aan ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen.

§ 2. De test bedoeld in § 1 van dit artikel bestaat uit :

1° eerst het vaststellen, door middel van een gestandaardiseerde testbatterij, van uiterlijke tekenen van vermoeden van invloed van één van de stoffen hierna bepaald, op de rijvaardigheid, en,

2° vervolgens, in de veronderstelling dat de tests bedoeld in 1° de uiterlijke tekenen bevestigen, het afnemen van een urinemonster waarop een kwalitatieve immunoassay wordt uitgevoerd voor het vaststellen van de aanwezigheid in het organisme van minstens één van de hierna bepaalde stoffen; beneden het overeenstemmende gehalte wordt het resultaat van de immunoassay niet

 

 

Stof

Gehalte (ng/ml)

THCCOOH

Amfetamine, MDMA, MDEA, MBDB

Morfine

Benzoylecgonine

50

1000

300

300

 




De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen treffen de nodige maatregelen inzake de materiële organisatie voor het afnemen van de test en de nodige voorzorgen inzake discretie en hygiëne zodanig dat het privé-leven en de persoonlijke levenssfeer worden geëerbiedigd.

§ 3. Het verzamelen van de gegevens van de test moet zich beperken tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.

§ 4. De kosten van de test zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1°, bewezen is.

De kosten voor de tussenkomst van een geneesheer zijn eveneens ten laste van de onderzochte persoon indien de weigering bedoeld in artikel 61ter, § 1, 3°, niet gewettigd is.

Artikel 61ter


§ 1. Het besturen op een openbare plaats van een voertuig of van een rijdier of het begeleiden met het oog op de scholing is verboden aan iedere persoon die een voertuig of een rijdier bestuurde, op het punt stond te besturen of een bestuurder begeleidde met het oog op de scholing, gedurende twaalf uur vanaf de vaststelling :

1° wanneer de test de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de stoffen bepaald in artikel 61bis, § 2;

2° wanneer tijdens de test het urinemonster niet kan worden afgenomen of het immunoassay niet kan worden uitgevoerd en de gestandaardiseerde testbatterij bepaald in artikel 61bis, § 2, eerste lid, uiterlijke tekenen van vermoeden van invloed aantoont van één van de stoffen bepaald in hetzelfde artikel;

3° in geval van weigering van de test zonder wettige reden.

Indien de persoon een wettige reden voor de weigering aanvoert, vorderen de in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen een geneesheer om het ingeroepen motief te beoordelen. De inhoud van de wettige reden mag door de geneesheer niet worden onthuld als ze door het medisch geheim wordt gedekt.

Indien de persoon desondanks uiterlijke tekenen vertoont van vermoeden van invloed van één van de stoffen bepaald in artikel 61bis, § 2, 2°, op de rijvaardigheid, dan is het rijverbod van twaalf uur wel van toepassing.

§ 2. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan om opnieuw een voertuig of een rijdier op een openbare plaats te besturen of de bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, wordt hem een nieuwe test, bedoeld in artikel 61bis, § 1, opgelegd.

Het rijverbod wordt telkens hernieuwd voor een periode van zes uur wanneer de test de aanwezigheid in het organisme aantoont van één van de stoffen bepaald in artikel 61bis, § 2, of wanneer, in het geval van § 1, 2°, van dit artikel, uiterlijke tekenen worden vastgesteld van vermoeden van invloed van één van deze stoffen op de rijvaardigheid.

§ 3. De overheidspersonen bedoeld in artikel 59, § 1, zijn belast met de toepassing van dit artikel.

Artikel 61quater

Iedere persoon aan wie een rijverbod, bedoeld in artikel 61ter, is opgelegd, moet op verzoek van de politie het rijbewijs, of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, afgeven voor de duur van het rijverbod.

Wanneer de afgifte niet dadelijk kan gebeuren of wanneer de persoon aan wie het verbod is opgelegd niet verplicht is houder te zijn van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs, wordt het voertuig of het rijdier dat hij bestuurde of op het punt stond te besturen, op zijn kosten en risico, ingehouden.

Na het verstrijken van de verbodstermijn wordt het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet teruggegeven indien

TITEL V: Strafvordering en burgerlijke rechtsvordering
HOOFDSTUK I: Opsporing en vaststelling van de misdrijven

Afdeling 2: Bloedproef

Artikel 63

§ 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen moeten de in 1° en 2° van dezelfde paragraaf bedoelde personen verplichten een bloedproef laten ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer :

1° in het geval de ademtest een alcoholgehalte van ten minste 0,22 milligram aangeeft per liter uitgeademde alveolaire lucht en een ademanalyse niet uitgevoerd kan worden;

2° in het geval noch de ademtest noch de ademanalyse uitgevoerd konden worden en betrokkene zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 34, § 2, of in de toestand bedoeld in artikel 35.

3° in het geval de test bedoeld in artikel 61bis § 2, 2°, de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de stoffen die er zijn bepaald;

4° in het geval de test bedoeld in artikel 61bis, § 1, hetzij niet kon worden uitgevoerd hetzij geweigerd werd om wettige redenen en de persoon uiterlijke tekenen vertoont van vermoeden van invloed van één van de stoffen bepaald in § 2 van hetzelfde artikel op de rijvaardigheid of zich bevindt in de aan dronkenschap soortgelijke staat bedoeld in artikel 35.

§ 2. In het geval van § 1, 3° en 4°, van dit artikel bestaat de bloedanalyse uit een kwantitatieve bepaling op plasma door middel van gaschromatografie - massaspectrometrie met gebruik van gedeutereerde interne standaarden voor één of meerdere van de navolgende stoffen; beneden het overeenstemmende gehalte wordt de analyse niet in aanmerking genomen :

 

 

Stof

Gehalte (ng/ml)

THC
Amfetamine
MDMA
MDEA
MBDB
Morfine (vrije)
Cocaine of Benzoylecgonine

2
50
50
50
50
20
50



§ 3. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen moeten op verzoek van de personen bedoeld in 1° en 2° van dezelfde paragraaf en bij wijze van tegenexpertise deze personen een bloedproef laten ondergaan door een daartoe opgevorderde geneesheer :

indien de ademanalyse, bekomen na toepassing van artikel 59, § 3, een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;
in de gevallen vernoemd in § 1, 3° en 4° van dit artikel.
§ 4. De kosten van het nemen van de proef en van de bloedanalyse komen ten laste van de onderzochte persoon :

indien de overtreding bepaald in artikel 34, § 2, 1°, bewezen is, of
indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1°, bewezen is.
§ 5. Het inzamelen van de gegevens van de bloedproef bedoeld in § 1, 3° en 4°, van dit artikel beperkt zich tot deze die strikt noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.

Artikel 64

Het artikel 44bis, § 3 en 4, van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing op de in artikel 63 bedoelde bloedproef
 

Rechtsleer:

• P. Arnou en M. De Busscher, Misdrijven en sancties in de wegverkeerswet, 1999, Antwerpen, Kluwer
• F. Goossens en F. Hutsebaut, «Ademtest, ademanalyse, afname van een urinemonster en bloedproef in verkeerszaken», in Comm. Strafr., Mechelen, Kluwer
• (Bestendig Handboek Verkeer, Mechelen, Kluwer, 1998, (losbl.), III.6-10; F. Goossens en F. Hutsebaut, o.c., Comm. Strafr., p. 9, nr. 11)),
• Ongena, «Een geldige ademanalyse sluit de onwettige weigering van een bloedproef uit» (noot onder Corr. Turnhout 11 december 1997), R.W. 1999-2000, p. 99-101, nr. 6;
• M. Sterkens, «Het opleggen van een ademtest en een ademanalyse», R.W. 2001-02, 277-278).

 

Uittreksel uit de wegverkeerwet:

TITEL IV: Strafbepalingen en veiligheidsmaatregelen

HOOFDSTUK IX: Alcoholopname : ademtest, ademanalyse en tijdelijk rijverbod



Artikel 59

§ 1. De officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings, het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie kunnen een ademtest opleggen die erin bestaat te blazen in een toestel dat het niveau van de alcoholopname in de uitgeademde alveolaire lucht aangeeft:

1° aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is;

2° aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;

3° aan ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen.

§ 2. De overheidsagenten bedoeld in § 1 kunnen in dezelfde omstandigheden, zonder voorafgaande ademtest, een ademanalyse opleggen, die erin bestaat te blazen in een toestel dat de alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht meet.

§ 3. Op verzoek van de in § 1, 1° en 2°, bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, wordt onmiddellijk een tweede analyse uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt dan de door de Koning bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, een derde analyse.

Indien het eventuele verschil tussen twee van deze resultaten niet meer bedraagt dan de hierboven bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, wordt het laagste resultaat in aanmerking genomen.

Indien het verschil groter is, wordt de ademanalyse als niet uitgevoerd beschouwd.

§ 4. De toestellen gebruikt voor de ademtest en voor de ademanalyse moeten gehomologeerd zijn, op kosten van de fabrikanten, invoerders of verdelers die de homologatie aanvragen, overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning die bovendien bijzondere gebruiksmodaliteiten van deze toestellen kan vaststellen.

Artikel 60

§ 1. Er wordt een ademanalyse verricht wanneer de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft.

§ 2. Het besturen op een openbare plaats van een voertuig of een rijdier is verboden aan iedere persoon die een voertuig of een rijdier bestuurde, daartoe aanstalten maakte of een bestuurder begeleidde met het oog op de scholing, voor de duur van drie uren te rekenen vanaf de vaststelling :

1° wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;

2° wanneer de ademanalyse niet uitgevoerd kan worden en de ademtest een alcoholconcentratie van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht aangeeft.

§ 3. Het besturen op een openbare plaats van een voertuig of van een rijdier is verboden aan iedere persoon die een voertuig of een rijdier bestuurde, daartoe aanstalten maakte of een bestuurder begeleidde met het oog op de scholing, voor de duur van zes uren te rekenen vanaf de vaststelling :

1° wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet;

2° wanneer de ademanalyse niet uitgevoerd kan worden en de ademtest een alcohol-concentratie aangeeft van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht;

3° ingeval van weigering van de ademtest of van de ademanalyse;

§ 4. Wanneer, wegens een andere reden dan de weigering, noch de ademtest noch de ademanalyse kunnen worden uitgevoerd en de persoon die bestuurde, daartoe aanstalten maakte of een bestuurder begeleidde met het oog op de scholing, zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 34, § 2 of in de toestand bedoeld in artikel 35, dan is het hem verboden voor de duur van zes uren, te rekenen vanaf de vaststelling, op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing.

§ 5. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan opnieuw een voertuig of een rijdier op een openbare plaats te besturen of de bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, wordt hem, in de gevallen bedoeld onder de §§ 3 en 4, een nieuwe ademanalyse of ademtest opgelegd.

In het geval deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht of in geval van weigering zich hieraan te onderwerpen, wordt het verbod tot sturen of tot begeleiden verlengd met een periode van zes uren, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of de ademtest of de weigering.

In het geval evenwel deze ademanalyse of ademtest een alcoholconcentratie meet van ten minste 0,22 milligram en minder dan 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht wordt het verbod tot sturen of begeleiden verlengd met een periode van drie uren, te rekenen vanaf de nieuwe ademanalyse of ademtest.

De artikelen 59, § 3 en 63 zijn niet van toepassing.

§ 6. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de toepassing van andere wettelijke bepalingen betreffende de beteugeling van de openbare dronkenschap.

§ 7. De overheidsagenten bedoeld in artikel 59, § 1, zijn belast met de toepassing van dit artikel.

Artikel 61

Ieder persoon aan wie het rijverbod bedoeld in artikel 60 is opgelegd, moet op verzoek van de politie het rijbewijs, of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, afgeven voor de duur van het rijverbod.

Wanneer de afgifte niet dadelijk kan gebeuren of wanneer de persoon aan wie het verbod is opgelegd niet verplicht is houder te zijn van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs, wordt het voertuig of het rijdier dat hij bestuurde of daartoe aanstalten maakte, op zijn kosten en risico, ingehouden.

Na het verstrijken van de in artikel 60 bedoelde termijn wordt het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet teruggegeven indien artikel 55 wordt toegepast.

 

Dronkenschap, alcoholintoxicatie en vluchtmisdrijf gelden enkel voor zover gepleegd op de openbare weg omdat deze misdrijven voorzien zijn in de wegverkeerswet, die terzake uitdrukkelijk verwijst naar het begrip openbare plaats. zie openbare weg

Dronken is degene die zich zodanig onder de invloed van alcoholische dranken bevindt dat in de bestendige controle over zijn daden en verloren heeft, zonder daarom noodzakelijk het besef ervan verloren te hebben

De dronkenschap is onafhankelijk van het bloedalcoholgehalte en heeft betrekking op de houding, gedragingen en algemene uitwendige toestand een van de betrokkene. Een soortgelijke staat kan eveneens beoordeeld worden op basis van uiterlijke tekenen.

De alcoholintoxicatie is een totaal ander feit dan de dronkenschap. Het gaat telkens om de kwalificatie van een ander strafbaar feit. Er omschrijving van dronkenschap in alcoholintoxicatie is niet mogelijk. zie Corr. A'pen 7 nov 2002, T. Pol, 2007, 41

Het opleggen van twee afzonderlijke straffen is zwaarder dan iemand te veroordelen tot een straf, ook al het totaal van de twee straffen mathematisch lager uitvallen. het rechtsmiddel van verzet mag de opposant geen nadeel bezorgen. Na veroordeling bij verstek tot één enkele straf is derhalve in verzet die geen afzonderlijke bestraffing mogelijk. zie Corr. A'pen 7 nov 2002, T. Pol, 2007, 41.

 


Rechtspraak:

• Cass. 27 maart 2001, Arr. Cass. 2001, 500; R.W. 2001-02, 1431, met noot T. Ongena. Het recht van de betrokkene op het laten nemen van een bloedmonster en het recht om van die mogelijkheid op de hoogte te worden gebracht, zijn afhankelijk van het resultaat van de tweede of, in voorkomend geval, derde ademanalyse, die overeenkomstig art. 59, § 3, Wegverkeerswet op zijn verzoek werd uitgevoerd. Alleen een met toepassing van dit artikel vastgestelde alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht verplicht tot een verwittiging van de betrokkene

• Politierechtbank Huy: 22 november 2005, tijdschrift van de politierechters juni 2007, pagina 66

 

Het artikel 7 van het KB van 22 november 2005 voorziet niet in een termijn voor de analyse van het bloedstaal. Doch wanneer er een termijn verstreken is van negen maanden tussen de afname van het bloedstaal en de vordering tot analyse dient vastgesteld dat deze termijn als buitensporig dient aanzien te worden, waarbij deze buitensporige termijn onherstelbare wijze de wetenschappelijke betrouwbaarheid van de bloedanalyse in het gedrang brengt. In dit geval kan de alcohol intoxicatie als niet bewezen worden aanzien. 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: za, 20/01/2018 - 19:55

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.