-A +A

Akten van Burgerlijke Stand

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

 
TITEL II. - AKTEN VAN DE BURGERLIJKE STAND.
HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
Art. 34. De akten van de burgerlijke stand vermelden het jaar, de dag en het uur dat zij zijn opgemaakt, de voornamen, de naam, de leeftijd, (...) en de woonplaats van allen die erin worden genoemd. <W 31-03-1987, art. 1>
Art. 35. De ambtenaren van de burgerlijke stand mogen in de akten die zij opmaken, niets invoegen, noch als aantekening, noch als vermelding, buiten hetgeen door de verschijnende partijen moet worden verklaard.
Art. 36. In de gevallen waarin de belanghebbende partijen niet gehouden zijn in persoon te verschijnen, kunnen zij zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, voorzien van een bijzondere en authentieke volmacht.
Art. 37. <W 19-01-1990, art. 3> De getuigen die bij de akten van de burgerlijke stand worden voorgebracht, moeten ten minste achttien jaar oud zijn. Zij worden gekozen door de belanghebbende personen.
Art. 38. De ambtenaar van de burgerlijke stand leest de akten voor aan de verschijnende partijen of aan hun gemachtigde en aan de getuigen.
In de akten wordt vermeld dat aan die formaliteit voldaan is.
Art. 39. Deze akten worden getekend door de ambtenaar van de burgerlijke stand, door de verschijnende partijen en de getuigen; of er wordt melding gemaakt van de oorzaak die de verschijnende partijen en de getuigen belet te tekenen.
Art. 40. De akten van de burgerlijke stand worden, in iedere gemeente, ingeschreven in een of meer in dubbel gehouden registers.
Art. 41. Het eerste en het laatste blad van de registers worden als zodanig gemerkt door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of door de rechter die hem vervangt, en alle bladen worden door hem geparafeerd.
Art. 42. De akten worden achter elkaar, zonder enig wit vak, in de registers ingeschreven. Doorhalingen en verwijzingen worden goedgekeurd en getekend op dezelfde manier als de akte zelf. Niets wordt er bij afkorting ingeschreven, noch wordt een datum in cijfers uitgedrukt.
Art. 43. De registers worden door de ambtenaar van de burgerlijke stand afgesloten op het einde van ieder jaar; en binnen een maand wordt het ene dubbel neergelegd in het archief van de gemeente, het andere op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
Art. 44. De volmachten en de overige stukken die bij de akten van de burgerlijke stand gevoegd moeten blijven, worden, nadat de persoon die ze overgelegd heeft en de ambtenaar van de burgerlijke stand ze eerst geparafeerd hebben, op de griffie van de rechtbank neergelegd, samen met het dubbel van de registers, dat op dezelfde griffie neergelegd moet worden.
Art. 45. § 1. Een ieder kan zich door de bewaarders van de registers van de burgerlijke stand uittreksels doen afgeven uit de akten die in deze registers zijn ingeschreven. In die uittreksels wordt geen melding gemaakt van de afstamming van de personen op wie de akten betrekking hebben.
(Alleen de openbare overheden, de persoon op wie de akte betrekking heeft, zijn echtgenoot of overlevende echtgenoot, zijn wettelijke vertegenwoordiger, zijn bloedverwanten in de opgaande lijn of nederdalende lijn, zijn erfgenamen, hun notaris en hun advocaat kunnen een eensluidend afschrift verkrijgen van een akte van de burgerlijke stand die minder dan honderd jaar oud is, dan wel een uittreksel uit de akte met de afstamming van de personen op wie de akte betrekking heeft.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan, op mondeling of schriftelijk verzoek van een ieder die doet blijken van een familiaal, wetenschappelijk of een ander wettig belang, zonder enige andere vorm van proces en zonder kosten, toestemming verlenen om bepaalde opzoekingen te laten verrichten of een eensluidend afschrift of een uittreksel te laten afgeven over de afstamming van de personen op wie de akte betrekking heeft.) <W 31-03-1987, art. 2>
Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter van de rechtbank van het arrondissement waar het register wordt bewaard; voor de registers gehouden door diplomatieke of consulaire ambtenaren of door legerofficieren die belast zijn met het opmaken van de akten van de burgerlijke stand betreffende militairen buiten het grondgebied van het Rijk, wordt het gericht aan de voorzitter van de rechtbank te Brussel.
De in de registers ingeschreven akten, alsmede de eensluidend verklaarde en behoorlijk gezegelde afschriften daarvan, hebben bewijskracht zolang zij niet van valsheid zijn beticht.
§ 2. De eensluitende afschriften en de uittreksels vermelden de dagtekening van hun afgifte; zij worden kosteloos voorzien van het zegel van het gemeentebestuur of van het zegel van de rechtbank van eerste aanleg waarvan de griffie het afschrift of het uittreksel afgeeft.
De eensluitende afschriften en de uittreksels die bestemd zijn om in het buitenland te dienen en waarvan de legalisatie vereist is, worden gelegaliseerd door de Minister van Buitenlandse Zaken of door de ambtenaar die hij daartoe machtigt.
(De eensluidende afschriften en de uittreksels die bestemd zijn om in België of in het buitenland te dienen en die niet gelegaliseerd behoeven te worden, mogen worden afgegeven door de beambten van het gemeentebestuur die daartoe speciaal zijn gemachtigd door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Voor de handtekening van de beambten van het gemeentebestuur moet melding worden gemaakt van de ontvangen machtiging.) <W 23-06-1980, art. 1>
Art. 46. Wanneer er geen registers hebben bestaan of de registers verloren zijn, wordt het bewijs daarvan toegelaten zowel door bescheiden als door getuigen, en in die gevallen kunnen het huwelijk, de geboorte en het overleden bewezen worden zowel door registers en papieren, afkomstig van de overleden ouders, als door getuigen.
Art. 47. Het in kracht van gewijsde gegaan vonnis dat de ontbrekende akte van de burgerlijke stand vervangt maar de staat niet aanwijst, kan, voor elke verzoekende overheid, worden overgelegd door een ieder die aantoont dat hij nog steeds in de onmogelijkheid verkeert zich de betrokken akte van de burgerlijke stand te verschaffen, voor zover de juistheid van de gegevens die het bevat, niet wordt weerlegd.
Art. 48. <Hersteld bij W 2004-07-16/31, art. 128, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004> § 1. Iedere Belg, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, kan verzoeken dat een in een vreemd land opgemaakte akte van de burgerlijke stand die op hem betrekking heeft, wordt overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente van zijn woonplaats of van zijn eerste vestiging bij de terugkeer op het grondgebied van het Rijk. Van deze overschrijving wordt melding gemaakt op de kant van de lopende registers, volgens de dagtekening van het feit waarop de akte betrekking heeft.
Bij gebreke van een woonplaats of verblijfplaats in België, kan de overschrijving van een in het eerste lid bedoelde akte gebeuren in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente van de laatste woonplaats in België van betrokkene of van een van zijn ascendenten, of van de gemeente van zijn geboorteplaats, of bij gebreke hiervan, in de registers van de burgerlijke stand van Brussel.
§ 2. De procureur des Konings kan verzoeken dat een in een vreemd land opgemaakte akte van de burgerlijke stand betreffende een Belg, overeenkomstig § 1 wordt overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Art. 49. In alle gevallen waarin van een akte, de burgerlijke stand betreffende, melding gemaakt moet worden op de kant van een andere reeds ingeschreven akte, wordt zulks op verzoek van de belanghebbende partijen gedaan door de ambtenaar van de burgerlijke stand in de lopende registers of in de registers die in het archief van de gemeente zijn neergelegd, en door de griffier van de rechtbank van eerste aanleg in de registers die op de griffie berusten; te dien einde geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen drie dagen daarvan bericht aan de procureur des Konings bij dezelfde rechtbank en de procureur des Konings waakt ervoor dat de vermelding in beide registers op eenvormige wijze geschiedt.
Art. 50. <W 2001-04-29/39, art. 2, 011; Inwerkingtreding : 01-08-2001> § 1. De ambtenaar van de burgerlijke stand die de aangifte van geboorte van een kind ontvangt wiens afstamming ten aanzien van zijn ouders niet vaststaat of die in zijn registers het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing overschrijft waarbij een vordering betreffende de betwisting van de afstamming wordt toegewezen ten aanzien van de ouders of ten aanzien van de enige ouder met betrekking tot wie de afstamming vaststaat, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de vrederechter bedoeld in artikel 390.
§ 2. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van overlijden opmaakt, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de vrederechter bedoeld in artikel 390. Hetzelfde geldt wanneer de overledene voogd of adoptieve ouder was van een minderjarige, van een persoon in staat van verlengde minderjarigheid of van een onbekwaamverklaarde.
De ambtenaar van de burgerlijke stand die in zijn registers het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing overschrijft waarbij een onbekwaamverklaarde meerderjarige onder voogdij wordt geadopteerd of het beschikkende gedeelte van een rechterlijke beslissing waarbij de adoptie van een minderjarig kind wordt herroepen zonder dat beslist wordt dat het weer onder het ouderlijk gezag van zijn ouders wordt geplaatst, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de vrederechter, bedoeld in artikel 390.
§ 3. De vervaldag is in de termijn begrepen.
Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag.
Art. 51. Ieder bewaarder van de registers is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de veranderingen die daarin aangebracht worden, behoudens zijn verhaal, indien daartoe grond bestaat, op hen die deze veranderingen hebben aangebracht.
Art. 52. Elke verandering, elke valsheid in de akten van de burgerlijke stand, elke inschrijving van zodanige akten op een los blad en anders dan in de daartoe bestemde registers, leveren grond op tot schadevergoeding aan de partijen, onverminderd de in het Strafwetboek gestelde straffen.
Art. 53. De procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg is gehouden de staat van de registers na te zien, wanneer zij op de griffie neergelegd worden; hij maakt een beknopt proces-verbaal van het onderzoek op, klaagt de door de ambtenaren van de burgerlijke stand begane overtredingen of misdrijven aan en vordert tegen hen veroordeling tot geldboete.
Art. 54. In alle gevallen waarin een rechtbank van eerste aanleg beslist over akten betreffende de burgerlijke stand, kunnen de belanghebbende partijen tegen het vonnis opkomen.
HOOFDSTUK II. - AKTEN VAN GEBOORTE.
Art. 55. <W 30-03-1984, art. 1> De aangifte van geboorte wordt gedaan aan plaatselijke ambtenaar van de burgerlijke stand binnen vijftien dagen na de bevalling. Is de laatste dag van die termijn een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
Art. 56. <W 30-03-1984, art. 2> § 1. In geval van bevalling in ziekenhuizen, klinieken, kraaminrichtingen of andere verpleeginrichtingen, wordt de geboorte van het kind aangegeven door de vader of door de moeder of door beide ouders of, wanneer deze er zich van onthouden de aangifte te doen, door de persoon die de leiding van de inrichting uitoefent, of zijn afgevaardigde.
De persoon die de leiding van de inrichting uitoefent of zijn afgevaardigde zijn gehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling, uiterlijk de eerste daaropvolgende werkdag.
§ 2. In de andere gevallen wordt de geboorte van het kind aangegeven door de vader of door de moeder of door beide ouders of, wanneer deze er zich van onthouden de aangifte te doen, door de geneesheren, vroedvrouwen of andere personen die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of door de persoon bij wie de bevalling heeft plaatsgehad.
De geneesheer of, bij ontstentenis, de vroedvrouw of, bij ontstentenis, de andere personen die bij de bevalling tegenwoordig zijn geweest of bij wie de bevalling heeft plaatsgehad, zijn gehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling, uiterlijk de eerste daaropvolgende werkdag.
§ 3. Indien de aangifte niet is geschied binnen de bij artikel 55 bepaalde termijn, geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand, binnen drie werkdagen volgend op het verstrijken van die termijn, daarvan mededeling aan de persoon die hem van de bevalling kennis heeft gegeven. Deze is gehouden de aangifte te doen binnen drie dagen na de ontvangst van de mededeling; is de derde dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan kan de aangifte nog worden gedaan de eerste daaropvolgende werkdag.
§ 4. De ambtenaar van de burgerlijke stand vergewist zich van de geboorte aan de hand van een verklaring van een door hem toegelaten geneesheer of gediplomeerde vroedvrouw, of indien zulks niet mogelijk is, door zich persoonlijk naar het pasgeboren kind te begeven.
§ 5. In alle gevallen wordt de akte van geboorte zonder vertraging opgemaakt.
Art. 57. <W 30-03-1984, art. 3> De akte van geboorte vermeldt :
1° de dag, het uur, de plaats van geboorte, alsmede het geslacht, de naam en de voornamen van het kind;
2° het jaar, de dag, de plaats van geboorte, de naam, de voornamen en de woonplaats van de moeder en de vader, zo de afstamming langs vaderszijde vaststaat;
3° de naam, de voornamen en de woonplaats van de aangever.
Art. 57bis. (Opgeheven) <W 31-03-1987, art. 4>
Art. 58. Ieder die een pasgeboren kind gevonden heeft, is gehouden het met de kleren en de andere bij het kind gevonden voorwerpen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand af te geven en alle omstandigheden mede te delen betreffende de tijd wanneer en de plaats waar het gevonden werd.
Hiervan wordt een omstandig proces-verbaal opgemaakt, waarin bovendien vermeld worden de vermoedelijke leeftijd van het kind, zijn geslacht, de namen die aan het kind worden gegeven, en de burgerlijke overheid aan wie het wordt toevertrouwd. Dit proces-verbaal wordt in de registers ingeschreven.
Art. 59. <W 31-03-1987, art. 5> Wordt een kind tijdens een zeereis geboren, dan begeeft de commandant van het schip zich persoonlijk en onverwijld naar het pasgeboren kind en ontvangt hij de aangifte van de moeder of van de vader, of van beide ouders, of, bij gebreke van dezen, van enige persoon die bij de bevalling tegenwoordig is geweest.
De akte van geboorte wordt achteraan op de monsterrol bijgeschreven.
Art. 60. <W 31-03-1987, art. 6.> In de eerste haven waar het schip binnenloopt, is de commandant gehouden om twee door hem ondertekende en voor echt verklaarde letterlijke afschriften van de door hem opgestelde akten van geboorte neer te leggen, namelijk, in een Belgische haven, op het kantoor van de waterschout en in een vreemde haven, in handen van de consul.
Een van die afschriften blijft op het kantoor van de waterschout of op de kanselarij van het consulaat berusten; het andere wordt gezonden aan de minister van verkeerswezen, die een door hem voor echt verklaard afschrift van elk van die akten doet toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van het kind; een afschrift wordt dadelijk in de registers ingeschreven.
Art. 61. § 1. Een ieder wiens adoptie in België is uitgesproken of erkend en die in de onmogelijkheid verkeert zich zijn akte van geboorte te verschaften, kan de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van het vonnis van adoptie overleggen.
§ 2.Indien de gegevens in de akte van overschrijving niet voldoende zijn voor het doel waarvoor zij moeten worden gebruikt, gaat de verzoekende overheid onmiddellijk en zonder dat de termijn van het onderzoek drie maanden mag overschrijden, zelf over tot een onderzoek teneinde bijkomende gegevens te verkrijgen.
Indien de verzoekende overheid evenwel niet in staat is die gegevens zelf te verkrijgen of de door haar verkregen gegevens onvoldoende zijn, stelt zij belanghebbende onmiddellijk en uiterlijk binnen dezelfde periode van drie maanden hiervan in kennis en kan zij hem verzoeken ieder ander bewijs tot staving van die gegevens over te leggen.
Art. 62. <W 31-03-1987, art. 8> § 1. De akte van erkenning vermeldt :
1. de voornamen, de naam, de plaats en datum van geboorte van het kind;
2. de voornamen, de naam, de woonplaats, de plaats en datum van geboorte van degene die het kind erkent en van de ouder ten aanzien van wie de afstamming reeds voor de erkenning vaststond;
3. in voorkomend geval, de toestemming van de personen bedoeld in de §§ 2 tot 4 van artikel 319, met vermelding van de voornamen, de naam, de woonplaats en de plaats en datum van geboorte van de wettelijke vertegenwoordiger van het kind indien hij in de erkenning heeft toegestemd.
Indien de in § 4 van artikel 319 bedoelde personen niet hebben toegestemd in de akte van erkenning maar er niet tegen zijn opgekomen binnen de in dat artikel gestelde termijn of indien hun verzoek tot nietigverklaring is afgewezen bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, wordt daarvan melding gemaakt op de kant van de akte van erkenning.
§ 2. Zodra de akte van erkenning van het kind is opgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt op de kant van zijn akte van geboorte.
§ 3. De ambtenaar van de burgerlijke stand die een akte van erkenning opmaakt, is gehouden daarvan binnen drie dagen kennis te geven aan de echtgenoot van de erkenner. Paragraaf 3 van artikel 50 is van toepassing.


HOOFDSTUK III. - (Akten van aangifte en akten van huwelijk.) <W 1999-05-04/63, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 63. <W 1999-05-04/63, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Zij die een huwelijk willen aangaan, moeten daarvan onder voorlegging van de in artikel 64 bedoelde documenten, aangifte doen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar een van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister heeft op de datum van de opmaak van de akte van aangifte.
Indien geen van de aanstaande echtgenoten een inschrijving heeft in een van de in het eerste lid bedoelde registers, of indien de actuele verblijfplaats van één van hen of beiden om gegronde redenen niet met deze inschrijving overeenstemt, kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de actuele verblijfplaats van een van de aanstaande echtgenoten.
Voor Belgen die in het buitenland verblijven en die niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister van een Belgische gemeente, kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van de laatste inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van een van de aanstaande echtgenoten, of van de gemeente waar een bloedverwant tot en met de tweede graad van een van de aanstaande echtgenoten zijn inschrijving heeft op de datum van de opmaak van de akte, of van de geboorteplaats van een van de aanstaande echtgenoten. Bij ontstentenis hiervan kan de aangifte gebeuren bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel.
§ 2. De aangifte gebeurt door één der aanstaande echtgenoten of door beiden.
De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt van deze aangifte een akte op.
Zij wordt ingeschreven in een enkel register, dat genummerd en geparafeerd wordt zoals bedoeld in artikel 41, en dat op het einde van ieder jaar wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.
§ 3. Indien één van de aanstaande echtgenoten of beiden op de dag van de opmaak van de akte hun inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte heeft opgemaakt, onmiddellijk een afschrift van de akte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van inschrijving in een van deze registers of van de actuele verblijfplaats in België van deze aanstaande echtgenoot of echtgenoten.
De ambtenaar van de burgerlijke stand die de in vorig lid bedoelde kennisgeving heeft ontvangen gaat na of er geen huwelijksbeletselen zijn. In voorkomend geval meldt hij dit binnen de tien dagen na de ontvangst van de kennisgeving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte van aangifte heeft opgemaakt.
§ 4. Wanneer de belanghebbende partijen in gebreke blijven de in artikel 64 bedoelde documenten over te leggen, weigert de ambtenaar van de burgerlijke stand over te gaan tot de opmaak van de akte.
De ambtenaar van de burgerlijke stand brengt zijn met redenen omklede beslissing zonder verwijl ter kennis van de belanghebbende partijen. Tezelfdertijd wordt een afschrift hiervan, samen met een kopie van alle nuttige documenten, overgemaakt aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waarin de weigering plaatsvond.
Indien één van de aanstaande echtgenoten of beiden op de dag van de weigering van de opmaak van de akte hun inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister of hun actuele verblijfplaats niet hebben binnen de gemeente, zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert de akte op te maken een kennisgeving hiervan aan de ambtenaar van de burgerlijke stand aan wie het in § 3 bedoelde afschrift van de akte van aangifte had moeten worden overgemaakt.
Door de belanghebbende partijen kan tegen de weigering door de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen de maand na de kennisgeving van zijn beslissing, beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg.
Art. 64. <W 1999-05-04/63, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Bij de aangifte van het huwelijk worden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand voor ieder der aanstaande echtgenoten de volgende documenten voorgelegd :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte;
2° een bewijs van identiteit;
3° een bewijs van nationaliteit;
4° een bewijs van de ongehuwde staat, en in voorkomend geval van de ontbinding of nietigverklaring van de vorige huwelijken;
5° een bewijs van de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister en/of een bewijs van de actuele verblijfplaats (evenals in voorkomend geval een bewijs van de gewone verblijfplaats in België sinds meer dan drie maanden); <W 2004-07-16/31, art. 129, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
6° in voorkomend geval, een gelegaliseerd schriftelijk bewijs uitgaande van de bij de aangifte van het huwelijk afwezige aanstaande echtgenoot, waaruit diens instemming met de aangifte blijkt;
7° ieder ander authentiek stuk waaruit blijkt dat in hoofde van de betrokkene is voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden om een huwelijk te mogen aangaan.
§ 2. Indien de overgelegde documenten in een vreemde taal zijn opgemaakt, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand om een voor eensluidend verklaarde vertaling ervan verzoeken.
Art. 65. (Opgeheven) <W 26-12-1891, art. 10>
Art. 66. tot 28: <W 1999-05-04/63, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> opgeheven bij wet 19 februari 2009.
Art. 69. (opgeheven) <W 1999-05-04/63, art. 7, 006; ED : 01-01-2000>
Art. 70. Onverminderd artikel 61 kan de echtgenoot, in geval van onmogelijkheid of zware moelijkheden om zich de akte van geboorte te verschaffen, deze vervangen door een akte van bekendheid, afgegeven door de vrederechter van zijn geboorteplaats of door die van zijn woonplaats. In geval van geboorte in het buitenland evenwel dient de echtgenoot die in de onmogelijkheid verkeert zich de akte van geboorte te verschaffen, een gelijkwaardig document over te leggen, afgegeven door de diplomatieke of consulaire overheden van het land van geboorte. In geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om zich voornoemd document te verschaften, kan hij de akte van geboorte vervangen door een akte van bekendheid afgegeven door de vrederechter van zijn woonplaats.
Art. 71. <W 07-01-1908, art. 1> In de akte van bekendheid verklaren twee getuigen, van het mannelijke of vrouwelijke geslacht, bloedverwanten of geen bloedverwanten, de voornamen, de naam, het beroep en de woonplaats van de aanstaande echtgenoot, en die van zijn ouders, indien deze bekend zijn; de plaats en, zo mogelijk, het tijdstip van zijn geboorte en de redenen die beletten de akte ervan over te leggen. De getuigen tekenen met de vrederechter de akte van bekendheid en, indien er zijn die niet in staat zijn te tekenen of niet kunnen tekenen, wordt dit vermeld.
Art. 72.  De vrederechter bedoeld in artikel 70 maakt de akte van bekendheid onmiddellijk over aan de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar het huwelijk moet worden voltrokken. De rechtbank, de procureur des Konings gehoord, verleent of weigert haar homologatie naargelang zij oordeelt dat de verklaringen van de getuigen en de redenen die het overleggen van de akte van geboorte beletten, al dan niet voldoende zijn.
Art. 72bis. <Ingevoegd bij W 07-01-1908, art. 2> Indien een van de aanstaande echtgenoten in de onmogelijkheid verkeert zich zodanige akte van bekendheid te verschaffen, kan die akte, met verlof van de rechtbank, op verzoekschrift verleend, het openbaar ministerie gehoord, vervangen worden door een beëdigde verklaring van de aanstaande echtgenoot zelf. Deze verklaring wordt in de akte van huwelijk vermeld.

Art. 72ter. Een ieder die reeds een akte van bekendheid heeft verkregen of aan wie de rechtbank krachtens de vorige artikelen reeds verlof heeft verleend een beëdigde verklaring af te leggen, en die aantoont dat hij nog steeds in de onmogelijkheid verkeert de akte van geboorte over te leggen, kan deze vervangen door de akte van bekendheid of door het verlof, voor zover de juistheid van de gegevens die zij bevat, niet wordt weerlegd.

Art. 73. (Opgeheven) <W 19-01-1990, art. 4>
Art. 74. (Opgeheven) <W 26-12-1891, art. 10>
Art. 75. <W 07-01-1908, art. 1> Op de door de partijen aangewezen dag na verloop van de termijn (zoals bedoeld in artikel 165), doet de ambtenaar van de burgerlijke stand in het gemeentehuis, in tegenwoordigheid van twee getuigen, bloedverwanten of geen bloedverwanten, aan de partijen voorlezing van de hierboven vermelde stukken betreffende hun staat en de formaliteiten van het huwelijk, alsook van hoofdstuk VI van de titel. Het huwelijk, betreffende de wederzijdse rechten en verplichtingen der echtgenoten. Hij ontvangt van elke partij, de ene na de andere, de verklaring dat zij elkaar willen aannemen tot echtgenoten; hij verklaart in naam van de wet dat zij door de echt verbonden zijn en maakt daarvan dadelijk een akte op. <W 1999-05-04/63, art. 9, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 76. De akte van huwelijk vermeldt :
1° (De voornamen, de naam, de woonplaats en, indien zij bekend zijn, de datum en de plaats van geboorte van de echtgenoten); <W 31-03-1987, art. 10>
2° Of zij meerderjarig of minderjarig zijn;
3° (De voornamen, de naam en de woonplaats van de ouders); <W 31-03-1987, art. 10>
(4° Voor de minderjarigen, het vonnis of arrest dat toestemming verleent tot het huwelijk;) <W 19-01-1990, art. 5>
5° (...) <W 15-01-1983, art. 1>
6° (opgeheven); <W 1999-05-04/63, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
7° opgeheven bij wet 19 februari 2009.
8° De verklaring van de partijen dat zij elkaar aannemen tot echtgenoten en de uitspraak door de openbare ambtenaar dat zij door de echt verbonden zijn;
9° De voornamen, de naam, de leeftijd (...) en de woonplaats van de getuigen, alsook hun verklaring, of zij bloedverwant of aanverwant zijn van de partijen, van welke zijde en in welke graad; <W 1999-05-04/63, art. 10, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
(10° de datum van het huwelijkscontract, de naam en de standplaats van de notaris die het heeft opgemaakt en het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten (en, in internationale gevallen, de eventuele keuze door de echtgenoten gedaan van het nationaal recht dat op hun huwelijksvermogen van toepassing is); wanneer deze vermeldingen ontbreken, kunnen de van het wettelijk stelsel afwijkende bepalingen niet worden tegengeworpen aan derden die, onbekend met het huwelijkscontract, overeenkomsten met de echtgenoten hebben aangegaan.) <W 14-07-1976, art. IV, 1> <W 2004-07-16/31, art. 130, 020; Inwerkingtreding : 01-10-2004>
(11° de door een echtgenoot ter gelegenheid van het huwelijk gekozen naam overeenkomstig het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft.) <W 2004-12-27/30, art. 240, 021; Inwerkingtreding : 10-01-2005>


HOOFDSTUK IV. - AKTEN VAN OVERLIJDEN.
Art. 77. Geen teraardebestelling geschiedt zonder een (...) kosteloos afgegeven verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand, die dit echter niet mag afgeven dan nadat hij zich naar de overledene heeft begeven om zich van het overlijden te vergewissen, en eerst vierentwintig uren na het overlijden, behalve in de gevallen door politieverordeningen bepaald. <W.ZEG, art. 81>
Art. 78. De akte van overlijden wordt opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de persoon is overleden, zodra hem een overlijdensattest werd voorgelegd door een verwant van de overledene of door een derde persoon die de inlichtingen kan meedelen welke vereist zijn voor het opmaken van de voornoemde akte.
Het overlijdensattest wordt opgesteld door een geneesheer die het overlijden heeft vastgesteld.

Art. 79. <W 31-03-1987, art. 11> De akte van overlijden vermeldt de voornamen, de naam, de woonplaats, de plaats en datum van geboorte van de overledene; de voornamen en de naam van de echtgenoot, indien de overledene gehuwd dan wel weduwnaar of weduwe was; de voornamen, de naam, de geboortedatum en de woonplaats van
de aangever en, indien hij verwant is met de overledene, zijn graad van verwantschap.
Art. 80. In geval van overlijden in militaire of burgerlijke ziekenhuizen of in andere openbare inrichtingen, zijn de oversten, bestuurders, beheerders en hoofden van die huizen gehouden daarvan binnen vierentwintig uren kennis te geven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand; deze begeeft zich ter plaatse om zich van het overlijden te vergewissen en maakt, overeenkomstig het vorige artikel, een akte ervan op, op grond van de verklaringen die hem zijn gedaan en de inlichtingen die hij heeft ingewonnen.
Bovendien worden in die ziekenhuizen en inrichtingen registers gehouden voor het inschrijven van die verklaringen en die inlichtingen.
De ambtenaar van de burgerlijke stand doet de akte van overlijden toekomen aan zijn ambtsgenoot van de laatste woonplaats van de overledene, die ze in de registers inschrijft.
Art. 80bis. (Ingevoegd bij <W 1999-04-27/41, art. 2, Inwerkingtreding : 04-07-1999>) Wanneer een kind is overleden op het ogenblik van de vaststelling van de geboorte door de ambtenaar van de burgerlijke stand of de door hem toegelaten geneesheer of gediplomeerde vroedvrouw, maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van aangifte van een levenloos kind op.
De akte van aangifte van een levenloos kind vermeldt :
1° de dag, het uur, de plaats van de bevalling, alsmede het geslacht van het kind;
2° het jaar, de dag, de plaats van de geboorte, de naam, de voornamen en de woonplaats van de moeder en de vader;
3° de naam, de voornamen en de woonplaats van de aangever;
4° de voornamen van het kind, indien om de vermelding ervan wordt verzocht.
Deze akte wordt, op haar dagtekening, ingeschreven in het register van de akten van overlijden.
Art. 81. Zijn er tekens of aanwijzingen van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die zulks laten vermoeden, dan mag de teraardebestelling eerst geschieden nadat een officier van politie, bijgestaan door een doctor in de geneeskunde of de heelkunde, een proces-verbaal heeft opgemaakt van de staat van het lijk en van de daarop betrekking hebbende omstandigheden, alsook van de inlichtingen die hij heeft kunnen inwinnen omtrent de voornamen, de naam, de leeftijd, het beroep, de geboorteplaats en de woonplaats van de overledene.
Art. 82. De officier van politie is gehouden dadelijk aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de persoon overleden is, alle in zijn proces-verbaal vermelde inlichtingen te doen toekomen, en de akte van overlijden wordt volgens die inlichtingen opgemaakt.
De ambtenaar van de burgerlijke stand zendt daarvan een uitgifte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand der woonplaats van de overledene, indien zij bekend is; deze uitgifte wordt in de registers ingeschreven.
Art. 83. De griffiers (van de hoven en rechtbanken) zijn gehouden, binnen vierentwintig uren na de tenuitvoerlegging van de doodvonnissen, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de veroordeelde is terechtgesteld, alle in artikel 79 vermelde inlichtingen te doen toekomen, en de akte van overlijden wordt volgens die inlichtingen opgemaakt. <W 15-12-1949, art. 8>
Art. 84. In geval van overlijden in een gevangenis, een huis van opsluiting of van hechtenis, geven de portiers of bewaarders dadelijk daarvan kennis aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, die zich ter plaatse begeeft, zoals in artikel 80 bepaald is, en de akte van overlijden opmaakt.
Art. 85. In geval van gewelddadige dood, of van overlijden in een gevangenis of een opsluitingshuis, of van terechtstelling, worden deze omstandigheden in de registers niet vermeld en worden de akten van overlijden eenvoudig opgemaakt in de bij artikel 79 voorgeschreven vorm.
Art. 86. In geval van overlijden tijdens een zeereis wordt daarvan binnen vierentwintig uren een akte opgemaakt in tegenwoordigheid van twee getuigen, genomen uit de officieren van het schip of, bij gebreke van dezen, uit de bemanning. Op schepen van de Staat wordt de akte opgesteld door de officier van administratie bij de marine en op schepen toebehorend aan een koopman of reder, door de kapitein, gezagvoerder of schipper van het vaartuig. De akte van overlijden wordt achteraan op de monsterrol bijgeschreven.
Art. 87. In de eerste haven waar het schip binnenloopt, hetzij om er tijdelijk aan te leggen, hetzij om enige andere reden dan om er opgelegd te worden, zijn de officieren van administratie bij de marine, de kapitein, gezagvoerder of schipper, die akten van overlijden hebben opgesteld, gehouden twee uitgiften daarvan neer te leggen, overeenkomstig artikel 60.
Bij aankomst van het schip in de haven waar het zal worden opgelegd, wordt de monsterrol neergelegd op het kantoor van de (waterschout); deze doet een door hem getekende uitgifte van de akte van overlijden toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand der woonplaats van de overledene; deze uitgifte wordt dadelijk in de registers ingeschreven. <W 15-12-1949, art. 5>


HOOFDSTUK V. - AKTEN VAN DE BURGERLIJKE STAND BETREFFENDE MILITAIREN BUITEN HET GRONDGEBIED VAN HET RIJK.
Art. 88. De akten van de burgerlijke stand, buiten het grondgebied van het Rijk opgemaakt, betreffende militairen of betreffende andere personen in dienst bij het gevolg van het leger, worden opgemaakt in de vorm (en binnen de termijnen) bij de vorige bepalingen voorgeschreven, behoudens de in de volgende artikelen gestelde uitzonderingen. <W 31-03-1987, art. 12>
Art. 89. De kwartiermeester in ieder korps van een of meer bataljons of eskadrons, en de bevelvoerende kapitein in de andere korpsen, verrichten de werkzaamheden van ambtenaar van de burgerlijke stand; voor de officieren zonder troepen en voor de personen in dienst bij het leger worden diezelfde werkzaamheden verricht door (de officier van administratie in de bataljons, en door de bevelvoerende officier van de compagnie of van de onafhankelijke eenheid in de compagnies of onafhankelijke eenheden.) <W 15-12-1949, art. 9>
Art. 90. Er wordt bij ieder troepenkorps een register gehouden voor de akten van de burgerlijke stand betreffende de personen van dat korps, en een ander bij de staf van het leger of van een legerkorps voor de akten van de burgerlijke stand betreffende de officieren zonder troepen en de bedienden; deze registers worden op dezelfde wijze bewaard, als de andere registers van de korpsen en staven, en worden bij de terugkeer van de korpsen of van de legers op het grondgebied van het Rijk in het oorlogsarchief neergelegd.
Art. 91. De registers worden in ieder korps per blad genummerd en geparafeerd door de bevelvoerende officier, en bij de staf door het hoofd van de generale staf.
Art. 92. (Opgeheven) <W 31-03-1987, art. 13>
Art. 93. De officier die met het houden van het register van de burgerlijke stand belast is, moet binnen tien dagen na de inschrijving van een akte van geboorte in dat register een uittreksel ervan doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand der laatste woonplaats van de vader van het kind, of van de moeder indien de vader onbekend is.
Art. 94. <W 1999-05-04/63, art. 11, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2000> De aangiften van een huwelijk betreffende militairen en betreffende personen in dienst bij het gevolg van het leger geschieden bij de officier die luidens artikel 89 de werkzaamheden van ambtenaar van de burgerlijke stand verricht.
Art. 95. Onmiddellijk nadat de akte van huwelijksvoltrekking in het register is ingeschreven, doet de officier die met het houden van het register belast is, een uitgifte ervan toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de laatste woonplaats der echtgenoten.
Art. 96. De akten van overlijden worden in ieder korps opgemaakt door de kwartiermeester; en voor de officieren zonder troepen en de bedienden, door (de officier van administratie in de bataljons, en door de bevelvoerende officier van de compagnie of van de onafhankelijke eenheid in de compagnies of onafhankelijke eenheden), op verklaring van drie getuigen; en het uittreksel uit die registers wordt binnen tien dagen gezonden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand der laatste woonplaats van de overledene. <W 15-12-1949, art. 10>
Art. 97. In geval van overlijden in veldhospitalen of vaste militaire ziekenhuizen, wordt de akte daarvan opgemaakt door de bestuurder van die hospitalen en gezonden aan de kwartiermeester van het korps of aan (de officier van administratie in de bataljons, of aan de bevelvoerende officier van de compagnie of van de onafhankelijke eenheid in de compagnies of onafhankelijke eenheden) waarvan de overledene deel uitmaakte; die officieren doen een uitgifte ervan toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand der laatste woonplaats van de overledene. <W 15-12-1949, art. 10>
Art. 98. De ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats der partijen, aan wie uit het leger een uitgifte van een akte van de burgerlijke stand is gezonden, is gehouden deze dadelijk in de registers in te schrijven.


HOOFDSTUK VI. - VERBETERING VAN DE AKTEN VAN DE BURGERLIJKE STAND.
Art. 99. (Opgeheven) <W 15-07-1970, art. 58>
Art. 100. (Opgeheven) <W 15-07-1970, art. 58>
Art. 101. <W 21-05-1951, art. 1> (Leden 1 en 2 opgeheven) <W 15-07-1970, art. 58> Wanneer verscheidene akten van de burgerlijke stand verbeterd worden door één enkel vonnis of arrest waarvan het beschikkende gedeelte door verschillende ambtenaren van de burgerlijke stand moet worden overgeschreven, dan worden de uitgiften van het beschikkende gedeelte afgegeven en overgeschreven bij uittreksel.
TITEL III. - WOONPLAATS.
Art. 102. De woonplaats van ieder Belg, wat betreft de uitoefening van zijn burgerlijke rechten, is daar waar hij zijn hoofdverblijf heeft.
Art. 103. Verandering van woonplaats wordt teweeggebracht doordat men werkelijk gaat wonen in een andere plaats, met het voornemen om aldaar zijn hoofdverblijf te vestigen.
Art. 104. Het voornemen wordt bewezen door een uitdrukkelijke verklaring, gedaan zowel bij het gemeentebestuur van de plaats die men verlaat, als bij dat van de plaats waar men zijn woonplaats heeft overgebracht.
Art. 105. Bij gebreke van een uitdrukkelijke verklaring wordt het bewijs van het voornemen afgeleid uit de omstandigheden.
Art. 106. De burger die tot een tijdelijk of herroepelijk openbaar ambt benoemd wordt, behoudt de woonplaats die hij tevoren had, indien hij het tegenovergestelde voornemen niet heeft te kennen gegeven.
Art. 107. Het aanvaarden van een voor het leven verleend ambt heeft tot gevolg dat de woonplaats van de ambtenaar onmiddellijk wordt overgebracht naar de plaats waar hij zijn ambt moet uitoefenen.
Art. 108. <W 1995-04-13/37, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 03-06-1995> De niet-ontvoogde minderjarige heeft zijn woonplaats in de gezamenlijke verblijfplaats van zijn ouders of, indien die niet samenleven, in de verblijfplaats van één van beiden.
Degene die onder voogdij is geplaatst, heeft zijn woonplaats bij zijn voogd.
Art. 109. Meerderjarigen die gewoonlijk bij een ander dienen of werken, hebben dezelfde woonplaats als de persoon bij wie zij dienen of werken, indien zij met hem in hetzelfde huis wonen.
Art. 110. De woonplaats bepaalt de plaats waar een erfenis openvalt.
Art. 111. Wanneer de partijen of een van hen in een akte, met het oog op de uitvoering van die akte, woonplaats kiezen in een andere plaats dan de werkelijke woonplaats, kunnen de op die akte betrekking hebbende betekeningen, rechtsvorderingen en vervolgingen aan de overeengekomen woonplaats en voor de rechter van die woonplaats geschieden.
hier
 


δ disclaimer


www.elfri.be
elfri@elfri.be
 

Advocatenkantoor Elfri De Neve
Stationsstraat 29
9700 Oudenaarde

voor afspraak 055/31.86.47
Fax. 055/31.14.03

Heeft u een concrete vraag in dit verband
klik dan hier

 


 

     

     

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:16
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 19:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.