-A +A

Afzetterij

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Afzetterij of flessentrekkerij wordt bestraft als een misdrijf in art. 508bis Sw. Deze strafbepaling wil bezine stations, taxichauffeurs, en Horecazaken beschermen tegen klanten die na het tanken of na een volle maaltijd weigeren te betalen of die zhun wagen voltanken of zich laten laven aan spijs en drank wetende dat ze niet kunnen betalen.

Het gebruikmaken van de diensten van een taxibedrijf in de wetenschap dat men in de volstrekte onmogelijkheid is om deze dienst te betalen maakt afzetterij uit.
In het RABG 2016/1 met noot oordeelde de rechter dat een persoon die op nauwelijks negen dagen tijd beroep deed op 24 taxiritten terwijl hij op dat ogenblik niet over een financieel vermogen beschikte om het totaal bedrag van € 1132,90 te vereffenen zich schuldig maakte aan afzetterij doordat de beklaagde meermaals het initiatief nam om het bestuur huurrijtuig inhuurt te nemen wetende dat hij in de volstrekte onmogelijkheid was dit te betalen waarbij deze diensten door taxibedrijf vrijwillig en onwetend werden uitgevoerd.

Synoniemen voor afzetterij: flessentrekkerij, schachterij, schelmerij, grivèlerie, filouterie.

Volgens de rechtspraak is er van afzetterij (artikel 508bes strafwetboek geen sprake wanneer een voertuig zonder chauffeur wordt gehuurd zie Van Volsem, RABG 2016/1, afzetterij: het beroep doen op een taxi zonder die te kunnen betalen pagina 49. met verwijzingen aldaar.
Het misdrijf van afzetterij bestaat niet wanneer men gebruik maakt van het openbaar vervoer zonder te kunnen betalen. Zie P. Delahaye, de afzetterij, rechtskundig weekblad 1937 - 1938, 1016 en De Smet in APR nummer 54 pagina 19.

Afzetterij is een afgelopen misdrijf dat zich voltrekt op het ogenblik en de plaats waarop de dader de bestelling doet wetende dat hij de gevraagde dienst onmogelijk kan betalen zie A. De Nauw Manuel de droit pénal special , Kluwer, 2014, 1304, p.991.

De poging tot afzetterij is niet strafbaar.

Het verschil tussen afzetterij en misbruik van vertrouwen is dat bij misbruik van vertrouwen een verplichting bestaat om een zaak terug te geven hetgeen niet het geval is bij afzetterij. Afzetterij is ook verschillend van diefstal aangezien bij diefstal de dader op bedrieglijke wijze iets wegnemen van een ander terwijl bij afzetterij het slachtoffer vrijwillig iets aan de dader geeft (een goed of een dienst.
 

Nog dit: 

Rechtspraak

Hof van Beroep te Gent, 17e Kamer – 26 juni 2012, RW 2013-2014, 107 met noot

samenvatting

Als de houder van het restaurant of de drankgelegenheid zijn klant krediet verschaft door vooraf met hem overeen te komen dat er niet onmiddellijk en contant moet worden betaald, en de prestaties nadien factureert kan er geen sprake zijn van flessentrekkerij of afzetterij.

tekst arrest

Openbaar ministerie en NV S.-R. t/ J.-P.C.

...

Op grond van de gegevens van het strafdossier en de behandeling voor het hof zijn de feiten ten laste van de beklaagde niet bewezen.

De burgerlijke partij NV S.-R. diende op 2 augustus 2007 klacht in bij de procureur des Konings te Dendermonde wegens oplichting, misbruik van vertrouwen en afzetterij waaraan de beklaagde en zijn echtgenote (oorspronkelijk tweede beklaagde, die niet betrokken is in de voorliggende procedure voor het hof) zich volgens haar schuldig hebben gemaakt. De burgerlijke partij bekloeg zich meer in het bijzonder over het feit dat de beklaagde en zijn echtgenote hun huwelijksfeest in haar feestzalen hebben gevierd maar in gebreke bleven om de kosten hiervoor, ten belope van 11.307,50 euro, te betalen. Dienaangaande legde de burgerlijke partij vijf facturen voor (nl. vier facturen ten belope van 2.261 euro en één factuur ten belope van 2.263,50 euro). Voorts wees de burgerlijke partij erop dat de beklaagde en zijn echtgenote bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde van 15 december 2006 hoofdelijk waren veroordeeld om haar het bedrag van 11.307,50 euro, vermeerderd met interesten en kosten, te betalen, maar dat de gedwongen uitvoering op grond van dit vonnis niet mogelijk bleek te zijn.

De beklaagde wordt in dit verband vervolgd wegens oplichting van de burgerlijke partij, namelijk door zich maaltijden en drank voor een ongekend aantal genodigden in het raam van zijn huwelijksfeest te hebben doen afgeven (telastlegging A.1).

Het misdrijf van oplichting kan evenwel slechts bewezen worden verklaard wanneer vaststaat dat er ofwel gebruik werd gemaakt van valse namen of valse hoedanigheden, ofwel dat er listige kunstgrepen werden aangewend om te doen geloven aan het bestaan van valse ondernemingen, van een denkbeeldige macht of van een denkbeeldig krediet, om een goede afloop, een ongeval of enige andere hersenschimmige gebeurtenis te doen verwachten of te doen vrezen of om op andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen of van de lichtgelovigheid. Aangezien nergens uit blijkt dat er te dezen gebruik zou zijn gemaakt van valse namen of valse hoedanigheden, moet derhalve worden nagegaan of er sprake is geweest van zogenaamde “listige kunstgrepen”, alsook of de beklaagde hierbij als dader of mededader (of als medeplichtige) is opgetreden.

De echtgenote van de beklaagde verklaarde dat, voorafgaandelijk aan het huwelijksfeest, een aantal zakenmensen hadden beloofd om hun huwelijksfeest te sponsoren, maar dat zij hierover niet meer gegevens kon geven omdat deze zakenmensen “met de noorderzon vertrokken zijn”. Hoewel blijkens de gegevens van het strafdossier niet nader werd onderzocht of ten aanzien van de burgerlijke partij inderdaad werd voorgewend dat het huwelijksfeest zou worden bekostigd door sponsors, blijkt dit te worden bevestigd door de vaststelling dat de burgerlijke partij de factuur voor het huwelijksfeest opsplitste in vijf deelfacturen voor (nagenoeg) gelijke bedragen (telkens met de vermelding “avondfeest”, en op één factuur ook de vermeldingen “overnachting” en “diversen”.

Het hof dient evenwel vast te stellen dat, zelfs in zoverre zou worden aangenomen dat de beweringen van de echtgenote van de beklaagde over de sponsoring en de eruit voortvloeiende kredietwaardigheid leugenachtig waren en voorts ook ten aanzien van de burgerlijke partij werden geuit en kracht werden bijgezet doordat de echtgenote van de beklaagde misbruik maakte van de naambekendheid van deze laatste, dan nog blijkt uit geen enkel gegeven dat de beklaagde zelf bij de eventuele listige kunstgreep betrokken was, noch dat hij hierbij enige hulp of bijstand zou hebben verleend. Niet alleen kan immers uit geen enkel gegeven worden afgeleid dat de beklaagde op enigerlei wijze betrokken was bij de afspraken die met de burgerlijke partij werden gemaakt over het huwelijksfeest, maar er ligt ook geen enkel bewijselement voor dat het bestaan van een gemeenschappelijk overleg hierover tussen de beklaagde en zijn echtgenote aantoont, noch enig gegeven waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het gedrag of de houding van de beklaagde het misdrijf zou hebben bevorderd of vergemakkelijkt. De beklaagde verklaarde dat alles via zijn vrouw werd geregeld en dat hij vooraf zelfs niets wist van de afspraken die zij had gemaakt.

Het bewijs is dan ook niet geleverd dat de beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan daden van (mede)daderschap of deelneming aan de oplichting die door zijn echtgenote werd gepleegd, en waarvoor deze laatste door de eerste rechter werd veroordeeld.

In dit verband heeft de beklaagde voorts ook verweer gevoerd over een eventuele herkwalificatie van de feiten, voorwerp van telastlegging A.1, tot het misdrijf van afzetterij, bedoeld in art. 508bis Sw. Die bepaling bestraft degene die, wetende dat hij in de volstrekte onmogelijkheid verkeert om te betalen, zich in een daartoe bestemde inrichting dranken of spijzen laat opdienen die hij geheel of gedeeltelijk verbruikt.

De feiten kunnen evenwel op strafrechtelijk vlak evenmin onder deze kwalificatie worden ondergebracht. Door het strafbaar stellen van de afzetterij beoogde de wetgever onder meer de bescherming van de houders van restaurants en drankgelegenheden, die niet in de mogelijkheid zijn zich vooraf te vergewissen van de solvabiliteit van hun klanten (zie het verslag van de Kamercommissie voor de Justitie, Pasin. 1936, 136). Afzetterij of flessentrekkerij strekt dan ook tot bescherming van de houders van eet- of drankgelegenheden waar het gebruikelijk is dat de klanten onmiddellijk na hun consumptie tot contante betaling overgaan, en beoogt met name de gebruikers die, hoewel ze weten dat ze in de volstrekte onmogelijkheid verkeren om te betalen, zich desondanks in die gelegenheden dranken of spijzen laten opdienen en verbruiken. Er is ook geen sprake van afzetterij wanneer de houder van het restaurant of de drankgelegenheid zijn klant krediet verschaft door vooraf met hem overeen te komen dat er niet onmiddellijk en contant moet worden betaald.

Dit laatste was onmiskenbaar het geval in de voorliggende zaak. Het bewuste huwelijksfeest werd duidelijk vooraf besproken met de burgerlijke partij, waarbij het hof andermaal opmerkt dat nergens uit blijkt dat behalve de echtgenote van de beklaagde ook deze laatste hierbij was betrokken. Dat het nooit de bedoeling is geweest dat er onmiddellijk na het huwelijksfeest contant zou worden betaald, blijkt uit de omstandigheid dat de burgerlijke partij pas nadien – meer dan twee weken later – het feestmaal heeft gefactureerd. De burgerlijke partij heeft overigens pas een klacht geformuleerd – meer dan een jaar na het bewuste feest – toen zij vaststelde dat haar facturen oninbaar waren. De loutere vaststelling dat de voormelde facturen onbetaald zijn gebleven en dat de burgerlijke partij achteraf diende vast te stellen dat de beklaagde en zijn echtgenote insolvabel waren, impliceert evenwel niet dat de beklaagde zich schuldig zou hebben gemaakt aan afzetterij.

De beklaagde moet dan ook worden vrijgesproken van de telastlegging A.1, daar de desbetreffende feiten, wat hem betreft, geen misdrijf uitmaken.

Zo ook dient de beklaagde te worden vrijgesproken van de telastlegging B, volgens welke hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan afzetterij door, wetende dat hij in de volstrekte onmogelijkheid verkeerde om te betalen, zich logies te hebben doen verschaffen in het hotel van de burgerlijke partij. Het betreft hier blijkbaar de kostprijs van de overnachting van de beklaagde en zijn echtgenote in de nacht volgend op hun huwelijksfeest, welke overnachting blijkbaar samen met het huwelijksfeest werd besproken en door de burgerlijke partij ook samen met de kostprijs voor het feestmaal werd gefactureerd. De hierboven aangehaalde overwegingen met betrekking tot telastlegging A.1 zijn hierop dan ook onverkort van toepassing.

Bijgevolg dient de beklaagde te worden vrijgesproken zonder kosten.

Opmerking

Tegen dit arrest werd cassatie aangetekend, doch het cassatieberoep werd verworpen. (Hof van Cassatie arrest van 19 maart 2013 (AR nr. P.12.1432.N)..

Rechtsleer:

• W. de Smet, Afzetterij en bedrog bij het tanken in APR, Brussel, Larcier, 1970, p. 12, nr. 7;

• A. Marchal en J.P. Jaspar, Droit criminel. Traité théorique et pratique, I, Brussel, Larcier, 1965, p. 596, nr. 1613.

• M.-A. Beernaert, “Les fraudes” in Les infractions contre les biens, Brussel, Larcier, 2008, (545) 565-568;

• J. Constant, Manuel de droit pénal, II, Luik, 1953, p. 471-472, nr. 1581;

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 6de ed., 2010, p. 419, nr. 529;

• E. van Eeckhout, “Grivèlerie” in RPDB, Compl. II, p. 625, nr. 14 en p. 626, nr. 21.

Overige rechtspraak:

• Antwerpen 9 september 1993, RW 1993-94, 406, met noot;

• Corr. Brussel 14 juni 1947, JT 1947, 421.

 

 

 

Franse term: 
grivèlerie
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: za, 05/03/2016 - 13:11
Laatst aangepast op: za, 05/03/2016 - 13:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.