-A +A

Afstand van hoger beroep door het openbaar ministerie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

 

 

Ook het openbaar ministerie kan afstand doen van een rechtsmiddel

Cassatie 26/07/2017, RABG 2017/13, 1103

Samenvatting

Het Openbaar Ministerie kan afstand doen van zijn cassatieberoep tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat beslist dat de voorlopige hechtenis niet wordt gehandhaafd omdat de ernstige aanwijzingen van schuld steunen op een huiszoeking waarvan prima facie blijkt dat ze onregelmatig is.

Tekst arrest

(P.G. Gent / N.S.S. - Rolnr.: P.17.0811.N)

(...)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 juli 2017.

De eiser voert in een memorie grieven aan.

Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Met akte neergelegd op 20 juli 2017 heeft de eiser zonder berusting afstand gedaan van zijn cassatieberoep.

De afstand kan worden verleend.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Bepaalt de kosten op (…).

• Hof van Beroep Gent 23/09/2016, 10° kamer, RW 2017-2018, 865

O.M. t/ B.J., H.P., K.F., G.S. en F.K.

uittreksel

"...

Op de terechtzitting van het hof van 17 juni 2016 verklaarde het openbaar ministerie louter nog het hoger beroep tegen de vijfde beklaagde te handhaven en voor het overige afstand te doen van het door zijn ambt aangetekende hoger beroep tegen de eerste beklaagde, de tweede beklaagde, de derde beklaagde en de vierde beklaagde.

Met toepassing van art. 206 Sv., zoals die bepaling werd «hersteld» bij art. 91 van de wet van 5 februari 2016 «tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie» (BS 19 februari 2016, vierde editie), kan het openbaar ministerie, zoals ook de partijen in het geding, hetzij door een verklaring ter griffie, hetzij mondeling ter terechtzitting, afstand doen van een aangetekend hoger beroep. Deze bepaling trad in werking op 29 februari 2016, zijnde de tiende dag na de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de wet van 5 februari 2016 (art. 4 van de wet van 31 mei 1961 «betreffende het gebruik der talen in wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en inwerkingtreden van wetten en verordeningen»).

De omstandigheid dat, op het ogenblik van het aantekenen van het hoger beroep door het openbaar ministerie (op 19 februari 2016), de voormelde wet van 5 februari 2016 nog niet in werking was getreden en er op dat ogenblik door het openbaar ministerie nog geen afstand kon worden gedaan van het hoger beroep, doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor het openbaar ministerie om vanaf 29 februari 2016 afstand te doen van een eerder aangetekend hoger beroep. De eerste, de tweede, de derde en de vierde beklaagde, die zelf geen hoger beroep hebben aangetekend, verklaarden ter terechtzitting overigens te berusten in het bestreden vonnis.

Derhalve wordt er akte verleend van de afstand van het hoger beroep (...)."

Noot:

• Van Volsem, F., « Ook het Openbaar Ministerie kan afstand doen van zijn cassatieberoep », R.A.B.G., 2017/13, p. 1104-1110

• E. Van Dooren en M. Rozie, «Het hoger beroep in strafzaken in een nieuw kleedje», Nullum Crimen 2016, (115), p. 132, nr. 46;

• S. Van Overbeke, «Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie («Potpourri II») (tweede deel)», RW 2015-16, (1442), p. 1459, nr. 83.

 

Nog dit: 

Het recht op hoger beroep in strafzaken werd grondig hervormd door de de Potpourri II: wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering). Hierna geven wij de nieuwe actuele en thans vigerende regeling.

Afstand of beperking van het hoger beroep

Art. 206 De partijen in het geding kunnen afstand doen van het ingesteld hoger beroep of het ingesteld hoger beroep beperken, met een verklaring, ingediend op de griffie van de rechtbank of het hof die van het hoger beroep kennis moet nemen.

De verklaring kan in voorkomend geval ook worden gedaan op de griffie van de gevangenis of van het gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.

Van de verklaring wordt proces-verbaal opgemaakt in het daartoe bestemd register.

Bij de in het tweede lid voorziene gevallen geven de bestuurders van de inrichtingen van die verklaring onmiddellijk bericht aan het openbaar ministerie bij de rechtbank of het hof die van het hoger beroep kennis moet nemen en stelt hem, binnen vierentwintig uren, een uitgifte van het proces-verbaal in handen. Bericht en uitgifte worden bij het dossier gevoegd.

Van de afstand of beperking door het openbaar ministerie gedaan, worden de beklaagde, en in voorkomend geval de burgerlijke partij, of hun advocaten, binnen de vierentwintig uren op de hoogte gesteld.

De partijen in het geding kunnen ook op de zitting afstand doen van het ingesteld hoger beroep of het ingesteld hoger beroep beperken.

De afstand of beperking van het ingesteld hoger beroep kan worden ingetrokken totdat er akte van is verleend door het hof of de rechtbank die van het hoger beroep kennis moet nemen.

Ingeval van hoger beroep met betrekking tot de burgerlijke rechtsvordering, kan de partij tegen wie het hoger beroep gericht is, evenwel beslissen de afstand niet te aanvaarden indien incidenteel beroep is ingesteld. Art. 206 WSV.

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: zo, 28/01/2018 - 18:09
Laatst aangepast op: zo, 28/01/2018 - 18:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.