-A +A

afpaling en afsluiting

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Het afpalen is een rechtshandeling inhoudende het vastleggen van de scheidingslijn tussen aaneenpalende gronden, middels palen of stenen met vierkante kop, met een lengte van minstens 60 cm middels tussenkomst van een landmeter.

Krachtens artikel 646 Burgerlijk Wetboek kan iedere eigenaar zijn nabuur ver-plichten tot het afpalen van hun aan elkaar grenzende eigendommen.
De afpaling, die tot doel heeft de scheidingslijn tussen de aan elkaar grenzende eigendommen vast te stellen of te erkennen, is een rechtshandeling.

Afpaling kan dus niet herleid worden tot een opdracht van een landmeter om een afpalingsplan op te stellen bij wijze van een loutere technische handeling van materiële aard. De afpaling heeft immers rechtsgevolgen. Cass. 22/09/2016, AR C.15.0449.F, juridat

Wettelijke Bepalingen:

Art. 646 B.W. Ieder eigenaar kan zijn nabuur verplichten tot het afpalen van hun aan elkaar grenzende eigendommen. De afpaling geschiedt op gemene kosten.

Art. 647 B.W. Ieder eigenaar mag zijn erf afsluiten, behoudens de in artikel 682 gestelde uitzondering.

de uitzonderingen voorzien in art. 682 van het B.W. betreft het recht van uitweg.

Meestal gebeurt de afpaling minnelijk. Bij gebreke aan overeenstemming gebeurt zij gerechtelijk middels tussenkomst van de vrederechter die een deskundige aanstelt met oog op de opstelling van een proces-verbaal van afpaling.

Let wel: In een vordering tot afpaling wordt niet beslist over discussies inzake eigendomsrechten. Deze vordering dient eerst voorafgaand aan de afpaling te gebeuren.

Het verwijderen of verplaatsen van grenspalen is een misdrijf dat strafbaar wordt gesteld met een gevangenisstraf en/of een geldboete.

Om een vordering tot afpaling in te stellen zijn er 4 voorwaarden:

Rechtspraak:

• Vredegerecht Westerlo 14 oktober 2002, Tijdschrift van de Vrede- en Politierechters (T. Vred.) Jaargang 2004 Volgnummer 7-8  Pagina 384..

1. Kosten van eigenlijke afpaling

Deze kosten dienen bij helften gedragen  te worden door de partijen (toepassing art. 646 B.W.), dus ... de ene helft en ... de andere helft.

2. Kosten van opmeting - deskundig verslag

Zoals meestal het geval is, betreft het ook in het onderhavige geval een afpaling die een opmeting der percelen vereiste. De kosten van deze opmeting en van het deskundig verslag dat er de neerslag van is, dienen in principe over de partijen verdeeld te worden in verhouding tot de oppervlakte van hun respectieve erven (cf. H. VAN BEVER, Afpaling, in A.P.R., 1975, Gent-Leuven, Story, 59, nr. 79).

3. Gerechtskosten

Deze vallen in beginsel ten laste van de partij door wiens foutieve gedraging een minnelijke afpaling onmogelijk is geweest.

In casu kan evenwel geen partij worden aangewezen die zich “foutief zou hebben gedragen” en aldus een minnelijke afpaling zou hebben verhinderd.

De gerechtskosten worden dienvolgens verdeeld bij helften, dus ... de ene helft en ... de andere helft.

Gemene muur

Een gemene muur is een muur die zich op de grens van twee erven van verschillende eigenaars bevindt en die in mede-eigendom aan deze eigenaars toebehoort” (cf. H. DECLERCQ, De gemene muur, Brugge, die Keure, 1991, 1).

Eén der fundamentele kenmerken van een gemene muur is dat deze zich op de grens van twee verschillende erven bevindt. Wanneer de muur zich bevindt aan de binnenzijde van de grensscheiding is de muur geen gemene muur is, doch wel een muur die tot de de exclusieve eigendom van een van de partijen behoort (cf. Vred. Wolvertem 27 november 1997, R.W. 1998-99, 1185).

Een “eigen scheidsmuur” is een muur die zich tegenaan een perceelsgrens bevindt maar volledig op één perceel opgetrokken werd en daarom uitsluitende eigendom is van de persoon aan wie het bedoelde perceel toebehoort. (Vredegerecht Westerlo 14 oktober 2002, Tijdschrift van de Vrede- en Politierechters (T. Vred.) Jaargang 2004 Volgnummer 7-8  Pagina 384..) 

1.     Er moet sprake zijn van grondeigendommen.
2.     De grondeigendommen moeten aan mekaar palen
3.     De grondeigendommen moeten toebehoren aan verschillende eigenaars.
4.     Er mag tussen de aanpalende gronden geen vroegere aanpaling geschied zijn.
Een afpaling kan minnelijk of gerechtelijk gebeuren.
Een minnelijke afpaling is een procedure waarbij de aanpalende erven zelf overgaan tot de afpaling zonder dat hierbij de tussenkomst van het gerecht wordt ingeroepen.
De minnelijke afpaling impliceert een contract, leeswilsovereenkomst tussen partijen nopes de bepaling van de scheidingslijn tussen hun wederzijdse erven en nopens de wijze waarop die lijn uiterlijk waarneembaar zal worden afgebakend en die geconcretiseerd wordt in een overeenkomst van afpaling (zie H. Van Bever, afpaling, apr pg 27)
Bij de minnelijke afpaling bepalen de partijen zelf de wijze waarop de afpaling geschied, al dan niet door uitwendig zichtbare palen. Al dan niet met opstelling van een geschrift.
Toch is het aangewezen om in dit soort gevallen een proces-verbaal van afpaling op te stellen en hiertoe beroep te doen op een landmeter.
Dit betekent evenwel niet dat een afpaling ook impliciet kan gebeuren door de ligging der plaatsen, ondermeer door een gemeenschappelijk onderhouden haag die aldus kan gelden als een stilzwijgende afpaling.
Zie H. Van Bever, afpaling in apr pg 28.
Toch is het aangewezen hierbij te verwijzen naar de bepalingen van art. 38 van het veldwetboek waarin uitdrukkelijk wordt gestipuleerd dat een proces-verbaal van afpaling in het dubbel dient te worden opgemaakt, ondertekend door beide partijen waarbij elke partij verklaard één exemplaar te hebben ontvangen.
De afpaling kan ook gerechtelijk geschieden door een vordering van afpaling in te stellen. Deze vordering is totaal te onderscheiden van een bezitsvordering. De vordering is een petitoire vordering.
Om een vordering tot afpaling in te stellen is er geen bijzondere stoornis noodzakelijk waarbij de loutere bedoeling van de vordering niet neerkomt op de handhaving van het bezit of het herstel van het gepleegd geweld, maar wel de conrete en definitieve vaststelling van het eigendomsrecht door de grensbetaling van de eigendom, soms zelfs in strijd met het feitelijk bezit (Rép. P. Dr. B. , complément II TW Bornage, nrs 11 en 12 en A.P.R., H. Van Bever afpaling pg 32.
Het eenjarig bezit kan niet worden ingeroepen tegen de eiser die de afpaling vraagt (zie Clément en Lépinois nr 489 en Laurent, VII nr 430.
In art. 2262 Burgerlijk Wetboek werden voorheen een aantal uitzonderingen bepaald inzake de verjaring. De vordering tot afpaling behoort tot deze uitzondering en gaat aldus niet verloren door de bevrijdende verjaring. Maar let wel, bij wet van 10.06.1998 werd dit artikel gewijzigd: De rest van deze bijdrag dient in het licht vanb deze bijdrage worden gelezen.
Art. 2262. Alle zakelijke rechtsvorderingen verjaren door verloop van dertig jaar, zonder dat hij die zich op deze verjaring beroept, verplicht is daarvan enige titel te vertonen of dat men hem de exceptie van kwade trouw kan tegenwerpen
Elke eigenaar kan op elk ogenblik de vordering tot afpaling instellen gezien het afpalingrecht een attribuut is van het eigendomsrecht. Vanzelfsprekend impliceert dit niet de ontkrachting van het algemeen principe dat eigendom door verkrijgende verjaring kan worden verworven.
Wanneer er vordering tot afpaling wordt ingesteld, wordt voor de rechter gevorderd dat een scheidingslijn tussen de erven, zijnde een grensbepaling wordt vastgelegd evenals de uiterlijke waarneembare tekens of palen van de lijn.
Aldus kan de vordering behelzen dat al de tekens van eigendom (palen) worden herplaatst.
De bevoegde rechter is terzake de vrederechter, zelfs wanneer er een betwisting bestaat omtrent de titel van eigendom (zie art. 593 Gerechtelijk Wetboek). Maar de vrederechter zal zich wel onbevoegd dienen te verklaren wanneer de afpaling neerkomt op een revindicatie en deze revindicatie niet kan beschouwd worden als een onderdeel van de vordering tot afpaling.
Om deze redenen is het van uitzonderlijk belang het onderscheid te maken tussen een vordering tot afpaling en een vordering tot revindicatie. De vordering tot afpaling heeft enkel tot voorwerp de grenslijn tussen aanpalende eigendommen vast te leggen, zonder dat hierbij het eigendomsrecht op een bepaald onroerend goed of een deel hiervan wordt behoofd.
Een vordering in een revindicatie heeft als voorwerp om op basis van een titel, dan wel de verjaring het eigendomsrecht op een perceel grond te doen herkennen dat in het bezit is van een andere partij.
De vordering tot afpaling zal derhalve falen wanneer de exceptie van revindicatie wordt ingesteld door te stellen dat de afpaling neerkomt op een eigenlijke aanspraak van een eigendomsrecht, van een duidelijke afgelijnde strook op grond van een titel dan wel op grond van een verjaring.
Verloop van de procedure tot afpaling.
Na de instelling van de vordering zal de vrederechter bevelen in een tussenvonnis dat een gerechtelijke plaatsopneming zal plaatsvinden waartoe hij een deskundige zal aanstellen die samen met de vrederechter ter plaatste zal gaan om advies uit te brengen en dit conform de bepalingen van art. 1007 en 985 van het Gerechtelijk Wetboek. De vrederechter is niet verplicht om deze bijeenkomst bij te wonen maar het is niet de taak van de deskundige maar wel de taak van de rechter om definitief de grens vast te leggen. De deskundige heeft terzake enkel een adviserende bevoegdheid.
De deskundige zal dan zijn verslag neerleggen waarin hij het advies aan de rechtbank voorlegt en waarna de rechter een vonnis van grensbepaling zal verlenen. In dit vonnis wordt de grenslijn vastgelegd evenals de plaatsen van de palen met specificatie van de aard van de palen.
De vrederechter zal in zijn vonnis uitdrukkelijk stellen binnen welke termijn de palen dienen geplaatst te worden.
Conform art. 39 van het veldwetboek zal een deskundige in het vonnis benoemd worden die, wanneer de partijen op gestelde dag zouden weigeren om deel te nemen aan de door de rechter bevolen verrichtingen in zijn plaats zal overgaan tot de plaatsing van de palen en het proces-verbaal van afpaling zal tekenen.
Er is geen enkel bezwaar (en het strekt volgens sommigen zelfs tot aanbeveling) dat dezelfde deskundige wordt aangesteld die reeds eerder werd benoemd om advies te geven.
De eigenlijke afpaling betreft aldus de uitvoering van het vonnis van afpaling die gebeurd in aanwezigheid of afwezigheid van de vrederechter en waarbij de palen worden gepland waarna een proces-verbaal van afpaling wordt opgesteld.
Eens de afpaling aldus voltooid en het proces van afpaling werd opgesteld zal een vonnis worden geveld waarbij het proces van afpaling wordt bekrachtigd.
Voor verdere informatie, toelichting, rechtsleer en rechtspraak, zie H. Van Bever, afpaling in A.P.R. afpaling 2de bewerkte en aangevulde druk, 1975.
 
Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: vr, 27/10/2017 - 17:26

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.