-A +A

advocaat bezoekrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
   

wij kunnen u helpen

 

De ouder die het ouderlijk gezag niet uitoefent heeft een recht op persoonlijk contact met zijn kind zoals voorzien in artikel 374 §1 vierde lid van het Burgerlijk Wetboek dit recht op persoonlijk contact kan enkel geweigerd worden om bijzonder ernstige redenen.

Rechtsleer: Bart De Smet, Niet afgifte van de kinderen door vader of moeder in Verblijfsregeling, Centum voor Beroepsvervolmaking, Intersentia 2008, p. 183 en Steven Brouwers, Wijziging van de verblijfsregeling van de kinderen, in verblijfsregeling, centrum voor beroeps vervolmaking in de rechten Intersentia 2008, pagina 147

ouderschapsbemiddeling

co-ouderschap

ouderlijk gezag

 

sociaal onderzoek met betrekking tot de kinderen

bezoekrecht grootouders

schoolvakanties tot 2015

omgangsregeling voor kinderen
wanneer één van de ouders in het
buitenland verblijft

rechtsbekwaamheid van minderjarigen

rechtspraak:

• Hof van Cassatie 2e Kamer – 19 oktober 2005, R.W. 2007, 1605
Een ouder kan niet uit de angst van het kind een noodtoestand afleiden die het misdrijf van niet-afgeven van het kind aan de andere ouder zou rechtvaardigen, als zij die toestand zelf heeft gecreëerd door haar vrees aan het kind over te dragen, haar verbintenissen niet na te komen en het contact tussen de andere ouder en het kind niet te bevorderen.

• Hof van Beroep te Antwerpen, 9e Kamer – 28 maart 2007

Het wanbedrijf «niet-afgifte van kinderen» is een aflopend misdrijf dat (telkens) voltrokken is op de datum dat de afgifte diende te gebeuren.

"De beklaagde, hoewel regelmatig opgeroepen en gedagvaard, is niet verschenen ter terechtzitting van het Hof, noch iemand voor haar, zodat de zaak ten opzichte van haar bij verstek werd behandeld.

De hogere beroepen zijn regelmatig naar vorm en termijn en ontvankelijk.

Bij minnelijke regeling voorafgaand aan de echtscheiding bij onderlinge toestemming werd aan de ex- echtgenoot, vader en klagende partij P.P., een bezoekrecht toegekend alle onpare weekends van de maand met verplichting voor de beklaagde het kind te brengen en terug op te halen.

P.P. legde herhaaldelijk klacht neer, omdat het kind niet werd afgegeven.

De ten laste gelegde feiten betreffen derhalve een overtreding van art. 432, § 3, Sw.: het kind niet afgegeven te hebben aan diegene die het recht heeft het op te eisen. Dit wanbedrijf is een aflopend misdrijf dat (telkens) voltrokken is op de datum dat de afgifte diende te gebeuren.

De tijdsbepaling is derhalve te verbeteren als: «tussen 1 april 2004 en 17 januari 2006, herhaaldelijk».

De schuld van beklaagde is na hernieuwd onderzoek onder de verbeterde tijdsbepaling bewezen gebleven: de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter blijft gelden".

Misdrijf niet-afgifte van kinderen

Het Hof van Cassatie oordeelde dat het basismisdrijf «niet-afgifte van kinderen» behoort tot de categorie van de aflopende misdrijven en het verbergen van het kind gedurende meer dan vijf dagen of het onrechtmatig vasthouden van het kind in het buitenland een voortdurend misdrijf uitmaakt (Cass. 5 april 2005).

 

bezoekrecht versus betaling onderhoudsgeld
 

overzichtspagina personen en familie recht

overzicht kinderen en echtelijke moeilijkheden of partnerbreuk


wie krijgt het hoofdverblijf van de kinderen?

hoorrecht kinderen

ouderlijk gezag en school

ouderlijk gezag

exclusieve uitoefening van het ouderlijk gezag

co-ouderschap

niet afgifte van de kinderen door andere personen dan de ouders

Niet afgeven van een kind door de ene ouder aan de andere

overzicht van diverse sancties bij weigering omgangsrecht (vroeger bezoekrecht)

ontvoering van minderjarigen

bezoekrecht grootouders

bezoekrecht versus betaling onderhoudsgeld

neutrale bezoekruimte

omgangsrecht meeouder

schoolvakanties tot 2015

omgangsregeling voor kinderen wanneer één van de ouders in het buitenland verblijft

bevoegde rechter ouderlijk gezag

vakantieregelingen kinderen

 

De vroegere term voor het bezoekrecht is thans omgangsrecht. Wanneer uw ex-partner verhindert dat u op een normale wijze het omgangsrecht kan uitoefenen, heeft u verschillende mogelijkheden :

het neerleggen van herhaalde strafklacht en de strikte opvolging hiervan door een advocaat, middels tussenkomstmelding, contact met parket en verklaring van benadeelde; Ouders die wetens en willens rechterlijke beslissingen negeren over het omgangsrecht van hun kinderen, riskeren een vervolging op basis van art. 432 Sw. (voordien art. 369bis Sw.), ingevoegd bij art. 31 van de wet van 28 november 2000, B.S. 17 maart 2001. Zie P. Arnou, «Onwil van de minderjarige en de houding van beide ouders bij het misdrijf niet-afgifte van een kind», R.W. 1992-93, 196-199 en zie «Niet- afgifte van kinderen door vader of moeder», in Commentaar strafrecht en strafvordering, Kluwer, 2005, 24 p;

het uitsturen van een rechtstreekse dagvaarding of het neerleggen van een klacht met burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter; voor meer informatie over de strafprocedure: klik hier

het laten betekenen en pogen tot uitvoeren van het vonnis (het laten sommeren tot afgifte van de kinderen door de gerechtsdeurwaarder) met uitvoering (desnoods beslag) voor de kosten door een gerechtsdeurwaarder waarbij telkenmale opnieuw de kosten voor de herhaalde uitvoeringen in rekening worden gebracht aan de tegenpartij;

het vorderen van een dwangsom tot 1.000 € per maal per keer dat het omgangrecht onmogelijk wordt gemaakt (over de dwangsom bij de niet-naleving van een omgangsrecht, zie H. Vanbockryck in T.Vred, september-oktober 2006, 9-10, 393. Zie ook 987 ter BW en 1412 Ger. W. mbt het supervoorrecht bij insolvabiliteit van de weigerachtige ouder).

een vordering tot wijziging van de verblijfsregeling.

het laten opleggen van dwangmaatregelen: zie verder.

een vordering instellen teneinde onder bepaalde voorwaarden dwang te laten uitoefenen (het kind onder begeleide dwang laten ophalen. Een en ander werd mogelijk gemaakt door de recente wijzigingen aan het burgerlijk wetboek door de wet van 18/07/06. Voor meer info: klik hier.

Wanneer uw ex-partner het omgangsrecht werkelijk onmogelijk maakt, kan u een vordering instellen waarbij de verblijfsregeling wordt veranderd. In dit geval kan u vragen dat het kind bij u in hoofdorde zal verblijven en dat dus verblijf- en woonplaats van het kind bij u worden gevestigd. Terecht wordt aangehaald dat een ouder die de omgang van het kind met de andere ouder onmogelijk maakt, best niet de ouder is waarbij het kind de meeste tijd doorbrengt.

Anders gesteld, het is aangewezen dat het kind in hoofdorde en in hoofdzaak verblijft bij die ouder die het contact met de andere ouder wel degelijk mogelijk maakt.

Nog anders gesteld, man kan het contact met zijn kind verliezen door het contact met de ander ouder onmogelijk te maken.

De wet van 18/07/06 heeft een nieuwe bepaling ingevoegd in het B.W.:

Artikel 387ter. § 1. Ingeval één van de ouders weigert de rechterlijke beslissingen met betrekking tot de huisvesting van de kinderen of het recht op persoonlijk contact uit te voeren, kan de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter worden gebracht. In afwijking van artikel 569, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek, is de bevoegde rechter degene die de niet-nageleefde beslissing heeft gewezen, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt, in welk geval de vordering voor deze laatste wordt gebracht.

 De rechter doet uitspraak met voorrang boven alle andere zaken. Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid, kan hij onder meer :
- nieuwe onderzoeksmaatregelen verrichten, zoals een maatschappelijke enquête of een deskundigenonderzoek;
- een poging tot verzoening ondernemen;
- de partijen voorstellen gebruik te maken van de in artikel 387bis bepaalde bemiddeling.
Hij kan nieuwe beslissingen nemen met betrekking tot het ouderlijk gezag of de huisvesting van het kind.
Onverminderd strafvervolging kan hij de partij die het slachtoffer is van de miskenning van de in het eerste lid bedoelde beslissing toestaan een beroep te doen op dwangmaatregelen. Hij bepaalt de aard van deze maatregelen en de nadere regels betreffende de uitoefening ervan, rekening houdend met het belang van het kind en wijst, indien hij zulks nodig acht, de personen aan die gemachtigd zijn de gerechtsdeurwaarder te vergezellen voor de tenuitvoerlegging van zijn beslissing.
De rechter kan een dwangsom uitspreken om te waarborgen dat de te nemen beslissing zal worden nageleefd en, in die hypothese, stellen dat voor de tenuitvoerlegging van die dwangsom, artikel 1412 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing is. De beslissing is van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.(over de dwangsom bij de niet-naleving van een omgangsrecht, zie H. Vanbockryck in T.Vred, september-oktober 2006, 9-10, 393. Zie ook 987 ter BW en 1412 Ger. W. mbt het supervoorrecht bij insolvabiliteit van de weigerachtige ouder).
§ 2. Dit artikel is eveneens van toepassing wanneer de rechten van de partijen geregeld zijn door een overeenkomst zoals voorzien in artikel 1288 van het Gerechtelijk Wetboek. In dit geval, en onverminderd § 3, wordt de zaak bij de rechtbank aanhangig gemaakt door middel van een verzoekschrift op tegenspraak.
§ 3. In geval van absolute noodzaak, en onverminderd de mogelijkheid om een beroep te doen op artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek, kan bij eenzijdig verzoekschrift de toestemming worden gevraagd om een beroep te doen op de dwangmaatregelen als bedoeld in § 1. De artikelen 1026 tot 1034 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing. De verzoekende partij moet het verzoekschrift staven met alle dienstige stukken die aantonen dat de weigerende partij daadwerkelijk werd aangemaand haar verplichtingen na te komen en dat zij zich heeft verzet tegen de tenuitvoerlegging van de beslissing.
De inschrijving van het verzoekschrift is kosteloos. Het verzoekschrift wordt gevoegd bij het dossier van de rechtspleging die aanleiding heeft gegeven tot de beslissing die niet werd nageleefd, tenzij de zaak inmiddels bij een andere rechter aanhangig is gemaakt.
§ 4. Dit artikel doet geen afbreuk aan de internationale bepalingen die België verbinden op het vlak van de internationale ontvoering van kinderen.

Voor de bespreking en toelichting van de mogelijkheid tot dwangmaatregelen, Zie H. Van Bockrijk, T. Vred september-oktober 2006, 9-10, 386

 

•

Rechtsleer: De wet van 18 juli 2006: promotie van het gelijkmatig verdeeld verblijf voor kinderen van gescheiden ouders en optimalisering van de uitvoeringsmaatregelen tegen de onwillige ouders in RW 2006-2007, 1422.

Rechtspraak:

Wanneer er uitvoeringsproblemen zijn met betrekking tot omgangsregeling of de verblijfsregeling na de afhandeling van een procedure in hoger beroep is de bevoegde rechter om uitvoeringsmaatregelen te nemen niet de beroepsrechter maar wel de rechter in eerste aanleg (zie hof van beroep Gent, 30 april 2007, tijdschrift voor familierecht 2007-pagina 180 met noot en Hof van beroep Brussel 21 maart 2007, tijdschrift voor familierecht 2007-8 pagina 176

In problematische situaties kan bemiddeling in familiezaken of ouderschapsbemiddeling nuttig zijn. Voor meer informatie over bemiddeling klik hier.

In zeer uitzonderlijke problematische situaties kan een beroep op de neutrale bezoekruimte een tijdelijke oplossing of en aanzet tot oplossing bieden. Voor meer informatie over de bezoekruimte klik hier.

Voor meer informatie over ontvoering van minderjarigen: klik hier

Voor alle verdere informatie bij moeilijkheden inzake omgangsrecht bij kinderen, kan u contact opnemen met ons kantoor.

Rechtspraak:


• Brussel (jeugdkamer) 21 maart 2007, T. Fam. 2007, afl. 8, 176, noot VANBOCKRIJCK,  De toepassing van art. 387ter, 1ste lid B.W. in geval van hoger beroep

Indien een uitvoeringsprobleem inzake omgangsrecht of verblijfsregeling rijst nà de afhandeling van een procedure in hoger beroep, is de bevoegde rechter om uitvoeringsmaatregelen te nemen niet de beroepsrechter, doch wel de rechter in eerste aanleg.

ontvoering van de eigen kinderen in het kader van niet gerespecteerde omgangsregelingen

In een poging om de ontvoering tegen te gaan van de kinderen door een Tunesische vader  tijdens de periode dat hij beschikte over een recht van contact, besliste een rechtbank van eerste aanleg dat hij voorafgaandelijk aan de uitoefening van het recht op persoonlijk contact zijn Tunesisch en Belgisch paspoort diende af te geven aan de schooldirecteur. middels arresten van 20 november 2007 (NJW 184,499) besliste het hof van beroep te Brussel dat de rechter geen beslissing kon opleggen aan de school (lees de Franse gemeenschap) in het raam van een burgerlijke procedure waarin zij geen partij is.

Terzelfdertijd oordeelde het hof dat het respect voor de burger oplegt dat deze op elk ogenblik over zijn paspoort kan beschikken om hem toe te laten gebruik te maken van zijn fundamentele rechten op persoonlijke vrijheid en in het bijzonder de rechten gewaarborgd door de artikelen 10, 11,22 en 23 van de grondwet. Op deze gronden schrapt het Hof de voorwaarden opgelegd aan de vader om voorafgaandelijk aan de uitoefening van zijn recht op persoonlijk contact, zijn paspoorten te overhandigen aan de schooldirectie.

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: vr, 22/01/2010 - 17:59

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.