-A +A

adoptie door homoseksuele koppels

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
adoptie algemene toelichting

Rechtsleer: Echtscheidingsjournaal augustus 2006, Tim Wuyts, p. 85
recht en homoseksualiteit

Adoptie, Ilse Martens, in Advocatenpraktijk B.R. 27

zie ook NJW 147, 642

De wet van 18/05/06 maakt thans ook adoptie mogelijk door personen van hetzelfde geslacht. Thans kan een paar van gelijk geslacht onder de zelfde voorwaarden als een paar van ongelijk geslacht een kind adopteren.

Voorwaarden (identiek als bij adoptie door personen van ongelijk geslacht:

- wettelijke samenwoonst of effectieve en affectieve samenwoonst van tenminste 3 jaar

- de afwezigheid van een band tussen de beide adoptanten van bloed of aanverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen

Stiefouderadoptie of partneradoptie. De wet lat ook toe dat een kind door de al dan niet gehuwde partner van de ouder van een kind kan worden geadopteerd, ook al is deze persoon van het zelfde geslacht als de ouder van het kind.

Naam: Bij gelijktijdige adoptie door personen van hetzelfde geslacht draagt het kind de familienaam van een van één van de adoptanten, volgens de keuze van de adoptanten. Bij personen van verschillend geslacht zal bij gelijktijdige adioptie het kind de naam dragen van de mannelijke adoptant. Bij stiefouder adoptie wordt de naam van het kind gegeven in overeenstemming tussen adoptant en ouder.

Voor specifieke gevallen en verdere ontleding van de problematiek van de naamgeving bij adoptie zie Echtscheidingsjournaal augustus 2006, Tim Wuyts, p. 85

Herroeping en Herziening

herroeping en herziening van adoptie

 

18 MEI 2006. - Wet tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken (1)



Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. In artikel 343, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1. in a) vervallen telkens de woorden « van ongelijk geslacht »;
2. in b) vervallen telkens de woorden « van ongelijk geslacht ».

Art. 3. Artikel 353-1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
« § 2. In geval van gelijktijdige adoptie door twee personen van hetzelfde geslacht, verklaren die personen, in onderlinge overeenstemming, voor de rechtbank wie van beiden zijn naam zal geen aan de geadopteerde. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
De partijen kunnen de rechtbank evenwel vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt, voorafgegaan of gevolgd door de overeenkomstig het eerste lid, gekozen naam.
Ingeval de geadopteerde en de adoptant wiens naam overeenkomstig het eerste lid, werdgekozen dezelfde naam hebben, wordt de naam van de geadopteerde niet gewijzigd. »

Art. 4. Artikel 353-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2 luidende :
« § 2. Als iemand het kind of het adoptief kind van zijn echtgenoot van hetzelfde geslacht of van de persoon van hetzelfde geslacht met wie hij samenleeft adopteert, verklaren deze laatste en de adoptant voor de rechtbank in onderlinge overeenstemming wie van beiden zijn naam aan de geadopteerde zal geven. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
Als naar aanleiding van een vorige adoptie de naam van de adoptant is toegevoegd aan die van de geadopteerde, kunnen de partijen de rechtbank verzoeken dat de naam van deze laatste voortaan is samengesteld uit de oorspronkelijke naam van de geadopteerde of de naam van de vorige adoptant, voorafgegaan of gevolgd door de naam die overeenkomstig artikel 353-1, § 2, eerste lid, is gekozen.
De geadopteerde die vóór een vorige adoptie dezelfde naam droeg als die welke overeenkomstig artikel 353-1, § 2, eerste lid, is gekozen, neemt die naam zonder wijziging over. »

Art. 5. Artikel 353-3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt vervangen als volgt :
« Artikel 353-3. Is de geadopteerde ouder dan achttien jaar, dan kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de naam van de geadopteerde onveranderd blijft of, ingeval de geadopteerde zijn naam bij een vorige adoptie heeft behouden, dat hij hem kan doen voorafgaan of volgen door die van de nieuwe adoptant of van de nieuwe adopterende man of van de door de adoptanten overeenkomstig artikel 353-1, § 2, eerste lid, gekozen naam. »

Art. 6. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 353-4bis ingevoegd, luidende :
« Artikel 353-4bis. De door de adoptanten overeenkomstig de artikelen 353-1, § 2, en 353-2, § 2, gekozen naam geldt ook voor de later door hen geadopteerde kinderen. »

Art. 7. In artikel 353-5 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « 353-1, tweede lid, 353-2, tweede en derde lid, en 353-3 » vervangen door de worden « 353-1, § 1, tweede lid, 353-1, § 2, tweede lid, 353-2, § 1, tweede en derde lid, 353-2, § 2, tweede lid, en 353-3 ».

Art. 8. Artikel 356-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende :
« § 2. In geval van gelijktijdige volle adoptie door twee personen van hetzelfde geslacht, verklaren die personen, in onderlinge overeenstemming, voor de rechtbank wie van beiden zijn naam zal geven aan de geadopteerde. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
In geval van volle adoptie door een persoon van het kind of het adoptiekind van zijn echtgenoot van hetzelfde geslacht of van de persoon van hetzelfde geslacht met wie hij samenleeft, verklaren de adoptant en laatstgenoemde, in onderlinge overeenstemming, voor de rechtbank wie van beiden zijn naam aan de geadopteerde zal geven. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis.
De door de adoptanten overeenkomstig het eerste en tweede lid gekozen naam geldt ook voor de later door hen geadopteerde kinderen. »
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 mei 2006

Rechtspraak: 

• Grondwettelijk Hof 16 september 2010, RW 2010-2011, 1600

Arrest nr. 104/2010 Onderwerp van de prejudiciële vragen

Bij twee arresten van 2 februari 2010 heeft het Hof van Beroep te Brussel de volgende prejudiciële vraag gesteld: «Schendt art. 353-2, § 2, BW art. 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met art. 8 en 14 van het EVRM, doordat het bepaalt dat «als iemand het kind of het adoptief kind van zijn echtgenoot van hetzelfde geslacht of van de persoon van hetzelfde geslacht met wie hij samenleeft adopteert, (...) deze laatste en de adoptant voor de rechtbank in onderlinge overeenstemming verklaren wie van beiden zijn naam aan de geadopteerde zal geven», zonder de mogelijkheid te overwegen dat de geadopteerde zijn naam behoudt en die laat voorafgaan of laat volgen door de naam van de adoptant, terwijl die mogelijkheid bestaat in geval van adoptie, door een man, van het kind of het adoptief kind van zijn echtgenote of van de persoon van het andere geslacht met wie hij samenwoont, alsmede in geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden, ongeacht of zij van verschillend of van hetzelfde geslacht zijn?».

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4869 en 4870 van de rol van het Hof, werden samengevoegd....

In rechte

B.1. De prejudiciële vraag heeft betrekking op art. 353-2, § 2, BW, eerste lid, dat bepaalt: «Als iemand het kind of het adoptief kind van zijn echtgenoot van hetzelfde geslacht of van de persoon van hetzelfde geslacht met wie hij samenleeft adopteert, verklaren deze laatste en de adoptant voor de rechtbank in onderlinge overeenstemming wie van beiden zijn naam aan de geadopteerde zal geven. Van die verklaring wordt melding gemaakt in het vonnis».

Die bepaling betreft enkel de gewone adoptie.

B.2. De verwijzende rechter vergelijkt de situatie van de in die bepaling bedoelde geadopteerde, die maar één naam kan dragen – ofwel die van zijn ouder, ofwel die van de persoon die hem adopteert –, met de situatie van de geadopteerden die, krachtens andere bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, de mogelijkheid hebben om hun oorspronkelijke naam te behouden door die te laten voorafgaan of te laten volgen door de naam van de persoon die de gewone adoptie verricht.

Art. 353-1, § 1, BW, dat de basisregels vermeldt m.b.t. de naam van de persoon die het voorwerp van een gewone adoptie uitmaakt, bepaalt:

«De adoptie verleent aan de geadopteerde in plaats van zijn naam, die van zijn adoptant of bij gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden, die van de man.

«De partijen kunnen evenwel de rechtbank vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt, voorafgegaan of gevolgd door die van de adoptant of van de adopterende man.

(...)».

B.3. Andere bepalingen voorzien in een soortgelijke mogelijkheid in geval van gewone adoptie in bepaalde bijzondere situaties. Aldus heeft het kind dat gelijktijdig door twee personen van hetzelfde geslacht is geadopteerd, de mogelijkheid om zijn oorspronkelijke naam te behouden, door die te laten voorafgaan of te laten volgen door de naam van een van beide adoptanten, door hen bepaald (art. 353-1, § 2, BW). Het kind dat een eerste maal door een vrouw is geadopteerd, dat vervolgens het voorwerp uitmaakt van een tweede adoptie door de echtgenoot of samenwonende partner van zijn adoptiemoeder, en het kind dat het voorwerp van een nieuwe adoptie uitmaakt, kunnen, voor of na de naam van de nieuwe adoptant, naar gelang van het geval, ofwel hun oorspronkelijke naam, ofwel de naam van de vorige adoptant behouden (art. 353-2, § 1, BW). Het kind dat een eerste maal is geadopteerd, dat vervolgens het voorwerp uitmaakt van een nieuwe adoptie door de echtgenoot of samenwonende partner van hetzelfde geslacht als zijn adoptieouder, kan eveneens, naast de naam van de nieuwe adoptant, naar gelang van het geval, ofwel zijn oorspronkelijke naam, ofwel de naam van de vorige adoptant behouden (art. 353-2, § 2, tweede lid, BW).

B.4. Met uitzondering van het geval van de adoptie, door een vrouw, van het kind van haar echtgenoot of samenwonende partner, dat geen enkele weerslag op de naam van de geadopteerde heeft (art. 353-4 BW), heeft het kind dat het voorwerp van een gewone adoptie uitmaakt, steeds de mogelijkheid een naam te dragen die is samengesteld uit de naam van de adoptant of van een van de adoptanten en zijn oorspronkelijke naam (of de naam van de eerste adoptant in geval van opeenvolgende adopties), behalve in het in de prejudiciële vraag bedoelde geval, namelijk wanneer de adoptie tot stand wordt gebracht door de echtgenoot of samenwonende partner van hetzelfde geslacht als zijn ouder. Met andere woorden, in alle gevallen waarin de gewone adoptie het toekennen van de naam van de adoptant aan de geadopteerde meebrengt, kunnen de partijen aan de rechtbank vragen dat de geadopteerde zijn vorige naam (of een van zijn twee vorige namen in geval van een tweede adoptie) behoudt door die te laten voorafgaan of te laten volgen door de naam van de adoptant, behalve in het in de prejudiciële vraag bedoelde geval.

B.5. De in het geding zijnde bepaling is in het Burgerlijk Wetboek ingevoerd bij art. 4 van de wet van 18 mei 2006 tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, teneinde de adoptie door personen van hetzelfde geslacht mogelijk te maken. In de verantwoording van het amendement waaruit die tekst is ontstaan, wordt geen enkele toelichting gegeven over de onmogelijkheid – in dat geval – voor de geadopteerde om de naam van de adoptant te laten voorafgaan of te laten volgen door zijn oorspronkelijke naam. De auteurs van het amendement lijken zich overigens niet bewust te zijn geweest van het op dat vlak teweeggebrachte verschil tussen de kinderen die zijn geadopteerd door de echtgenoot of de partner van hetzelfde geslacht als hun ouder (hypothese van art. 353-2, § 2, BW) en de kinderen die gelijktijdig door twee personen van hetzelfde geslacht zijn geadopteerd (hypothese van art. 353-1, § 2, BW), voor wie de wet bepaalt dat «de partijen (...) evenwel de rechtbank kunnen vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt, voorafgegaan of gevolgd door» de overeenkomstig paragraaf 2, eerste lid, gekozen naam, namelijk de naam van een van beide adoptanten. In de verantwoording van het amendement waarbij art. 353- 2, § 2, BW, is ingevoerd, wordt immers uiteengezet dat dat amendement «de toekenning van de naam regelt in geval van een adoptie van het kind of het adoptief kind van de echtgenoot of de persoon met wie hij samenleeft, op dezelfde wijze als in het vorige amendement is bepaald», waarbij art. 353-1, § 1, BW werd ingevoerd (Parl.St. Kamer 2004-05, DOC 51-0004/002, p. 5). Daarenboven vroeg de afdeling wetgeving van de Raad van State zich af «waarom het in art. 353-2, tweede lid, BW vermelde geval, in het amendement niet in ogenschouw wordt genomen» (Parl.St. Kamer 2004-05, DOC 51-0393/002, p. 89).

B.6. Art. 347 BW, ingevoerd bij de wet van 22 maart 1940 op de aanneming van een kind, bepaalde dat de geadopteerde door de adoptie de naam van de adoptant verkreeg, die aan de eigen naam van de geadopteerde werd toegevoegd. De naam van de adoptant kon, indien de partijen daarmee instemden, de naam van de geadopteerde eveneens zonder meer vervangen. Bij het begin van het invoeren van de gewone adoptie zoals zij thans is gekend, was het beginsel dus dat de geadopteerde een naam droeg die was samengesteld uit zijn oorspronkelijke naam en de naam van de adoptant. Bij wijze van uitzondering op dat beginsel, konden de partijen bepalen dat de geadopteerde enkel de naam van de adoptant zou dragen.

De wet van 21 maart 1969 «tot wijziging van artikel 45 van het Burgerlijk Wetboek, van de titels VIII en X van boek I van hetzelfde Wetboek, alsmede van de wetten op de verwerving, het verlies en de verkrijging van de nationaliteit, gecoördineerd op 14 december 1932», verving alle artikelen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de adoptie. Het nieuwe art. 358 BW bepaalde op dat ogenblik dat de geadopteerde, door de adoptie, in plaats van zijn naam, de naam van de adoptant of de naam van de adopterende man verkreeg. De partijen konden evenwel overeenkomen dat de geadopteerde zijn naam zou behouden door die te laten volgen door de naam van de adoptant of van de adopterende man. Die nieuwe bepaling keerde dus de tot dat ogenblik geldende regeling om, door als regel te voorzien in de vervanging van de naam van de geadopteerde door de naam van de adoptant. Voor de geadopteerde werd daarbij evenwel de mogelijkheid gehandhaafd om zijn naam te behouden, en die te laten volgen door de naam van de adoptant. Bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie werd bovendien de mogelijkheid ingevoerd om de naam van de geadopteerde te laten voorafgaan door die van de adoptant, teneinde «een grotere plaats aan de wilsautonomie» te laten, aangezien de partijen voortaan de volgorde kunnen kiezen waarin de namen van de geadopteerde en van de adoptant voorkomen (Parl.St. Kamer 2000-01, DOC 50-1366/001, p. 37).

B.7. In tegenstelling tot de volle adoptie, verbreekt de gewone adoptie niet alle banden van de geadopteerde met zijn oorspronkelijke familie. De adoptant is ten aanzien van de geadopteerde bekleed met de rechten van het ouderlijk gezag (art. 353-8 BW), maar indien hij overlijdt, kunnen de moeder en de vader van het geadopteerde kind aan de jeugdrechtbank vragen dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst (art. 353-10 BW). De verplichting tot uitkering van levensonderhoud blijft bestaan tussen de geadopteerde en zijn vader en moeder, ter vervanging van dezelfde verplichting die bestaat tussen de geadopteerde en zijn adoptieouders (art. 353-14 BW). De geadopteerde en zijn afstammelingen behouden al hun erfrecht in hun oorspronkelijke familie (art. 353-15 BW) en de oorspronkelijke familie wordt tot de nalatenschap geroepen van de geadopteerde die zonder nakomelingen is overleden (art. 353-16 BW). Ten slotte kan de gewone adoptie, om zeer gewichtige redenen, worden herroepen (art. 354-1 BW). In dat geval kunnen de moeder en de vader van de geadopteerde vragen dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst (art. 354-2 BW).

Het behoud van die banden van de geadopteerde met de oorspronkelijke familie verantwoordt dat de wetgever, met de wijzigingen ter zake, heeft geoordeeld dat hij het de geadopteerde mogelijk moest maken om zijn naam te behouden door die te laten voorafgaan of te laten volgen door de naam van de adoptant.

B.8. Hoewel het juist is dat het kind dat is geadopteerd door de echtgenoot of samenwonende partner van hetzelfde geslacht als zijn ouder, niet uit zijn oorspronkelijke familie wordt verwijderd om in een andere familie te worden opgenomen, verschilt zijn situatie evenwel niet van onder meer die van het kind dat is geadopteerd door de man of samenwonende partner van zijn moeder of van zijn adoptiemoeder, of van die van het kind dat is geadopteerd door de echtgenoot of samenwonende partner van hetzelfde geslacht als zijn adoptieouder. Al die kinderen kunnen er hetzelfde belang bij hebben om na de adoptie de naam te behouden die zij vóór de adoptie droegen, en die bij de naam van de adoptant wordt gevoegd, aangezien zij dezelfde band met hun oorspronkelijke familie behouden. Het is bijgevolg niet verantwoord dat het kind dat is geadopteerd door de echtgenoot of samenwonende partner van hetzelfde geslacht als zijn ouder, niet de naam kan behouden die het vóór de adoptie droeg, door die te laten voorafgaan of te laten volgen door de naam van de adoptant, terwijl in de andere gevallen het geadopteerde kind wel de mogelijkheid heeft om de naam te blijven dragen die de zijne was vóór de adoptie, voorafgegaan of gevolgd door de naam die ingevolge de adoptie aan het kind wordt toegekend.

B.9. In zoverre het niet voorziet in de mogelijkheid voor de partijen om aan de rechtbank te vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt door die te laten voorafgaan of te laten volgen door de naam van de adoptant, is art. 353-2, § 2, BW niet verenigbaar met art. 10 en 11 van de Grondwet.

 

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 15:15
Laatst aangepast op: za, 14/05/2011 - 21:12

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.