-A +A

Adoptie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Uittreksel uit het burgerlijk wetboek

TITEL VIII. - Adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

HOOFDSTUK I. - Intern recht. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Afdeling 1. - Algemene bepaling. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 343.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> § 1. Er wordt verstaan onder :
a) adoptant : een persoon, echtgenoten (...), of samenwonenden (...); <W 2006-05-18/44, art. 2, 1., 027; Inwerkingtreding : 30-06-2006>
b) (samenwonenden : twee personen (...) die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd of twee personen (...) die op een permanente en affectieve wijze samenwonen sedert ten minste drie jaar op het tijdstip van de indiening van het verzoek om adoptie, voor zover zij niet door een band van bloedverwantschap [1 ...]1 zijn verbonden die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen;) <W 2004-12-27/30, art. 241, 021; Inwerkingtreding : 10-01-2005> <W 2006-05-18/44, art. 2, 2., 027; Inwerkingtreding : 30-06-2006>
[2 b/1) voormalige partner : de voormalige echtgenoot of de voormalige wettelijk samenwonende, of een van de gescheiden personen die op een permanente en affectieve wijze hebben samengewoond gedurende ten minste drie jaar, voor zover zij niet door een band van bloedverwantschap zijn verbonden die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen;]2
c) kind : een persoon van minder dan achttien jaar.
§ 2. Er bestaan twee vormen van adoptie : de gewone adoptie en de volle adoptie.
----------
(1)<W 2010-06-02/24, art. 2, 052; Inwerkingtreding : 01-07-2010>
(2)<W 2017-02-20/17, art. 2, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Afdeling 2. - Bepalingen gemeenschappelijk aan beide vormen van adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

§ 1. Voorwaarden voor adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

A. Grondvoorwaarden. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 344-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Adopties moeten steeds gegrond zijn op wettige redenen en ingeval zij betrekking hebben op een kind kunnen zij slechts plaatsvinden in het hoger belang van dat kind en met eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen.

Art. 344-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Een persoon van wie de afstamming van moederszijde vaststaat, kan niet door zijn moeder worden geadopteerd. Een persoon van wie de afstamming van vaderszijde vaststaat, kan niet door zijn vader worden geadopteerd.

Art. 344-3. [1 Een persoon kan het kind van zijn voormalige partner adopteren voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1° het kind werd geadopteerd door de voormalige partner tijdens het huwelijk of een, adoptieve of andere, afstammingsband werd vastgesteld tussen het kind en de voormalige partner tijdens de wettelijke samenwoning of tijdens het samenleven bedoeld in artikel 343, § 1, b/1);
2° het kind heeft slechts één vastgestelde afstammingsband; en
3° die persoon onderhoudt met het kind een duurzame feitelijke relatie, zowel op affectief als op materieel vlak.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2017-02-20/17, art. 3, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

B. Leeftijd. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 345.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptant of de adoptanten moeten de leeftijd van vijfentwintig jaar hebben bereikt en ten minste vijftien jaar ouder zijn dan de geadopteerde.
Het volstaat evenwel de leeftijd van achttien jaar te hebben bereikt en ten minste tien jaar ouder te zijn dan de geadopteerde wanneer het gaat om een afstammeling in de eerste graad of om een geadopteerde van de echtgenoot [1 , van de samenwonende of van de voormalige partner]1, zelfs overleden, van de adoptant.
Deze voorwaarden moeten vervuld zijn op het tijdstip van indiening van het verzoekschrift tot adoptie.
----------
(1)<W 2017-02-20/17, art. 4, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

C. Geschiktheid. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 346-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptant of de adoptanten die een kind wensen te adopteren moeten bekwaam en geschikt zijn om te adopteren.
Een persoon die daartoe over de vereiste sociaal-psychologische eigenschappen beschikt, is geschikt om te adopteren.

Art. 346-2.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De geschiktheid wordt door de [2 familierechtbank]2 beoordeeld op grond van een door haar te bevelen maatschappelijk onderzoek. Vooraleer over hun geschiktheid wordt geoordeeld, moeten de persoon of de personen die een kind wensen te adopteren de voorbereiding hebben gevolgd die door de bevoegde gemeenschap wordt verstrekt, en die meer bepaald de informatie inhoudt over de stappen in de procedure, de juridische en de andere gevolgen van de adoptie, en over de mogelijkheid en het nut van nazorg na de adoptie. [1 De voorbereiding is niet verplicht voor de adoptant of de adoptanten die deze voorbereiding reeds hebben gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de [2 familierechtbank]2 is erkend.]1
De rechtbank houdt inzonderheid rekening met de persoonlijke, familiale en medische toestand van de betrokkene, en met zijn beweegredenen.
Het maatschappelijk onderzoek is echter niet verplicht wanneer de adoptant een kind wenst te adopteren :
1° dat met hem, met zijn echtgenoot [3 , met de persoon met wie hij samenwoont of met zijn voormalige partner]3, zelfs overleden, verwant is tot in de derde graad; of
2° met wie hij reeds het dagelijkse leven deelt of met wie hij reeds een sociale en affectieve band heeft.
----------
(1)<W 2012-06-20/15, art. 2, 056; Inwerkingtreding : 20-08-2012>
(2)<W 2013-07-30/23, art. 40, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
(3)<W 2017-02-20/17, art. 5, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

D. Nieuwe adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 347-1.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> [1 Een persoon die]1 reeds is geadopteerd, ongeacht of het daarbij gaat om een gewone dan wel om een volle adoptie, kan nogmaals worden geadopteerd, zowel bij wijze van een gewone als [1 , in geval van een kind,]1 van een volle adoptie, indien alle voorwaarden gesteld voor het totstandkomen van de nieuwe adoptie zijn vervuld en indien, ofwel :
1° de vorige adoptant of adoptanten overleden zijn;
2° de vorige adoptie herzien is of de vorige gewone adoptie ten aanzien van de adoptant of van de adoptanten herroepen is;
3° zeer gewichtige redenen bestaan die vereisen dat op verzoek van het openbaar ministerie een nieuwe adoptie wordt uitgesproken.
----------
(1)<W 2017-02-20/17, art. 6, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 347-2.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Een persoon die reeds door twee adoptanten geadopteerd is, ongeacht of het daarbij gaat om een gewone of om een volle adoptie, kan door de nieuwe echtgenoot [1 , de nieuwe samenwonende of de voormalige partner]1 nogmaals worden geadopteerd, zowel bij wijze van een gewone als van een volle adoptie, indien alle voorwaarden gesteld voor het totstandkomen van de nieuwe adoptie zijn vervuld en indien, ofwel :
1° de andere vorige adoptant overleden is;
2° de vorige gewone adoptie ten aanzien van de andere adoptant herroepen is;
3° zeer gewichtige redenen bestaan die vereisen dat op verzoek van het openbaar ministerie een nieuwe adoptie wordt uitgesproken.
----------
(1)<W 2017-02-20/17, art. 7, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 347-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Na de overschrijving van een vonnis waarbij de gewone adoptie van een kind wordt uitgesproken, kunnen de adoptant of de adoptanten een verzoekschrift indienen dat erop is gericht deze adoptie in een volle adoptie om te zetten. Deze omzetting wordt slechts toegestaan indien alle voorwaarden, inzonderheid deze betreffende de toestemming, gesteld voor het totstandkomen van de volle adoptie, zijn vervuld.

E. Toestemmingen. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 348-1.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Eenieder die op het tijdstip van de uitspraak van het vonnis van adoptie, de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, moet in zijn adoptie toestemmen of daarin hebben toegestemd.
[1 In afwijking van het eerste lid is de toestemming niet vereist indien de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat de meerderjarige persoon wilsonbekwaam is. Hetzelfde geldt ingeval de meerderjarige persoon, bij beschikking van de vrederechter krachtens artikel 492/1, onbekwaam wordt verklaard om met zijn adoptie in te stemmen. De meerderjarige persoon die zijn mening zelfstandig kan uiten wordt rechtstreeks door de rechter gehoord. Ingeval de meerderjarige persoon zijn mening niet zelf kan uiten, vertolkt de vertrouwenspersoon de mening van die meerderjarige persoon. De rechter hecht passend belang aan deze mening.
De toestemming is evenmin vereist als de rechtbank, op grond van feiten die vastgesteld zijn in een met redenen omkleed proces-verbaal, oordeelt dat de minderjarige geen onderscheidingsvermogen heeft. ]1
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 14, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 348-2.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de adoptant, een van de adoptanten of de geadopteerde gehuwd is en niet van tafel en bed is gescheiden of samenwoont op het tijdstip van verschijning voor de [2 familierechtbank]2 die over het verzoekschrift tot adoptie uitspraak moet doen, moet zijn echtgenoot of de persoon met wie hij samenwoont in de adoptie toestemmen, [1 behalve indien deze vermoedelijk afwezig is, geen gekende verblijfplaats heeft of ingeval de [2 familierechtbank]2 oordeelt, op grond van feiten vastgesteld in een met redenen omkleed proces-verbaal, dat hij in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is]1).
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 15, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
(2)<W 2013-07-30/23, art. 42, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 348-3.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de afstamming van een kind [1 ...]1 ten aanzien van zijn moeder en van zijn vader vaststaat, moeten beiden in de adoptie toestemmen. Indien echter een van hen [1 vermoedelijk afwezig is, geen gekende verblijfplaats heeft, in de onmogelijkheid verkeert om zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is]1, is de toestemming van de andere voldoende.
Wanneer de afstamming van een kind [1 ...]1 slechts ten aanzien van een van zijn ouders vaststaat, dient enkel deze in de adoptie toe te stemmen.
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 16, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 348-4.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Zowel de moeder als de vader kunnen hun toestemming slechts geven twee maanden na de geboorte van het kind.
Zij worden over de adoptie en de gevolgen van hun toestemming geïnformeerd door de [1 familierechtbank]1 voor wie de toestemming dient te worden gegeven en door haar sociale dienst.
Deze informatie heeft inzonderheid betrekking op de rechten, de bijstand en de voordelen waarop de families, de vaders en moeders, al dan niet alleenstaand, en hun kinderen bij wet of decreet aanspraak kunnen maken, alsook op de middelen waarop een beroep kan worden gedaan om sociale, financiële, psychologische of andere problemen die hun situatie meebrengt, op te lossen.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 43, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 348-5.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de afstamming van een kind of [1 ...]1 niet vaststaat of wanneer de vader en de moeder van een kind [1 ...]1, of de enige ouder ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, overleden zijn, [1 vermoedelijk afwezig zijn, geen gekende verblijfplaats hebben of in de onmogelijkheid verkeren om hun wil te kennen te geven of wilsonbekwaam zijn]1, wordt de toestemming door de voogd gegeven. <W 2007-05-09/44, art. 36, 6°, 037; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
In geval van adoptie door de voogd, wordt de toestemming gegeven door de toeziende voogd. Ingeval de belangen van de toeziende voogd tegenstrijdig zijn met die van de minderjarige, wordt de toestemming gegeven door een voogd ad hoc aangewezen door de rechtbank op verzoek van iedere betrokken persoon of van de procureur des Konings.
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 17, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 348-6.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Voor de nieuwe adoptie van een kind [1 dat]1 voorheen op gewone wijze is geadopteerd, zijn vereist :
1° de toestemming van de personen die in de vorige adoptie hebben toegestemd;
2° de toestemming van de vorige adoptant of adoptanten, behalve indien de vorige adoptie ten aanzien van die persoon of personen herroepen of herzien is.
[1 Indien een van die personen vermoedelijk afwezig is, geen gekende verblijfplaats heeft of in de onmogelijkheid verkeert om zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is]1, is zijn toestemming niet vereist. De toestemming van de oorspronkelijke vader of moeder, van de voogd en van de toeziende voogd, van de echtgenoot van de geadopteerde, of van de persoon met wie hij samenwoont, die vroeger onverantwoord geweigerd hebben in de adoptie toe te stemmen, evenals die van de vader en de moeder wanneer het kind door hen verlaten werd verklaard, is evenmin vereist.
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 18, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 348-7.[1 Voor de nieuwe adoptie van een kind dat voorheen ten volle is geadopteerd, is de toestemming van de vorige adoptant of adoptanten vereist, behalve indien zij vermoedelijk afwezig zijn, geen gekende verblijfplaats hebben, in de onmogelijkheid verkeren hun wil te kennen te geven, wilsonbekwaam zijn, of indien de vorige adoptie ten aanzien van hen is herzien. ]1
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 19, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 348-8.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Eenieder van wie de toestemming in de adoptie vereist is, kan zulks doen door middel van ofwel :
1° een persoonlijke verklaring gedaan voor de [1 familierechtbank]1 die het verzoekschrift tot adoptie behandelt en waarvan deze een proces-verbaal opstelt;
2° een akte verleden ten overstaan van een notaris naar keuze of ten overstaan van de vrederechter van zijn woonplaats.
Er moet nader worden bepaald dat de toestemming wordt gegeven voor een gewone adoptie of voor een volle adoptie.
De intrekking van de toestemming is slechts mogelijk tot het tijdstip van de uitspraak van het vonnis en, ten laatste, zes maanden na de indiening van het verzoekschrift tot adoptie en dient te geschieden in dezelfde vorm als vereist is voor de toestemming in de adoptie.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 44, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 348-9. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Ieder lid van de oorspronkelijke familie van het kind van wie de toestemming vereist is, kan in de akte of in de verklaring houdende zijn toestemming nader bepalen dat :
1° hij de identiteit van de adoptant of van de adoptanten niet wenst te kennen; in dat geval, wijst hij een persoon aan die hem in het kader van de procedure zal vertegenwoordigen; of dat
2° hij later in de procedure niet wenst tussenbeide te komen; in dat geval, wijst hij eveneens een persoon aan die hem zal vertegenwoordigen.
De persoon die gebruik maakt van een van de in het vorige lid bedoelde mogelijkheden doet keuze van woonplaats.

Art. 348-10.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Eenieder van wie de toestemming vereist is en die niet in de adoptie wenst toe te stemmen, kan zijn weigering te kennen geven door middel van ofwel :
1° een persoonlijke verklaring gedaan voor de [1 familierechtbank]1 die het verzoekschrift tot adoptie behandelt en waarvan deze een proces-verbaal opstelt;
2° een akte verleden ten overstaan van een notaris naar keuze of ten overstaan van de vrederechter van zijn woonplaats.
Niet-verschijning voor de rechtbank na door de griffier bij gerechtsbrief te zijn opgeroepen, wordt als weigering van de toestemming beschouwd.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 45, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 348-11.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Ingeval een persoon die overeenkomstig de artikelen 348-2 tot 348-7 in de adoptie moet toestemmen, dit weigert te doen, kan de adoptie op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van het openbaar ministerie toch worden uitgesproken indien de [1 familierechtbank]1 van oordeel is dat de toestemming op onverantwoorde wijze is geweigerd.
[2 Wanneer evenwel de vader of de moeder van het kind weigert in de adoptie toe te stemmen, kan de rechtbank de adoptie pas uitspreken wanneer na een grondig maatschappelijk onderzoek gebleken is dat deze persoon zich niet meer om het kind heeft bekommerd of de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van het kind in gevaar heeft gebracht, behalve wanneer het gaat om een nieuwe adoptie of wanneer het gaat om de adoptie van het kind of van het adoptief kind van een echtgeno(o)t(e), van een samenwonende partner of van een voormalige partner ten aanzien van wie een gemeenschappelijk ouderlijk engagement bestaat.]2
[2 Om het onverantwoorde karakter te beoordelen van de weigering om toestemming te verlenen, houdt de rechtbank rekening met het belang van het kind.]2
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 46, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
(2)<W 2017-02-20/17, art. 8, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

§ 2. Gevolgen van de adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 349-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Een adoptie uitgesproken bij een beslissing overgeschreven overeenkomstig artikel 1231-19 van het Gerechtelijk Wetboek, heeft gevolgen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift.

Art. 349-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptant of de adoptanten kunnen in de loop van de procedure aan de rechtbank vragen dat de voornamen van de geadopteerde worden gewijzigd. Indien de geadopteerde de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt, moet hij in deze wijziging toestemmen.

Art. 349-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Een adoptie kan niet bij wege van nietigheid worden bestreden.

§ 3. Vaststelling van de afstamming van de geadopteerde na de adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 350. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van de adoptant of van een van de adoptanten nadat het vonnis van adoptie in kracht van gewijsde is gegaan, maakt vanaf dat tijdstip en voor de toekomst een einde aan de adoptie ten aanzien van die adoptant of van die adoptanten.
Vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van een andere persoon dan de adoptant of de adoptanten nadat het vonnis van adoptie in kracht van gewijsde is gegaan, maakt daaraan geen einde. Indien het om een gewone adoptie gaat, heeft deze afstamming gevolgen voorzover deze niet strijdig zijn met die van de adoptie. Indien het een volle adoptie betreft, heeft die afstamming slechts de toepassing van de verbodsbepalingen inzake het huwelijk bedoeld in de artikelen 161 tot 164 tot gevolg.

§ 4. Herziening van de adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 351.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Uitsluitend wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat de adoptie is totstandgekomen ingevolge de ontvoering van, de verkoop van of de handel in kinderen, wordt de herziening van het vonnis waarbij deze adoptie is uitgesproken, ten aanzien van de adoptant of van de adoptanten gevorderd door het openbaar ministerie.
De herziening kan eveneens worden gevorderd door een persoon die tot de derde graad deel uitmaakt van de biologische familie van het kind.
Indien het bewijs van de feiten als bedoeld in het eerste lid is geleverd, verklaart de [1 familierechtbank]1 dat de adoptie geen gevolgen meer heeft vanaf de overschrijving van het beschikkend gedeelte van de beslissing houdende herziening in de registers van de burgerlijke stand.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 47, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

§ 5. Tussenpersonen. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 352. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Niemand kan in het kader van een adoptie als tussenpersoon optreden zonder daartoe vooraf door de bevoegde gemeenschap te zijn erkend.

Afdeling 3. - Bepalingen eigen aan iedere vorm van adoptie <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-59-2005>

§ 1. Gewone adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

A. Gevolgen. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 353-1.[1 De adoptie verleent aan de geadopteerde in plaats van zijn naam, die van zijn adoptant.
In geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden draagt de geadopteerde ofwel de naam van een van de adoptanten, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen.
De partijen kunnen evenwel de rechtbank vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt, voorafgegaan of gevolgd door de naam van de adoptant, of in geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden, door de naam van een van de adoptanten, die zij kiezen overeenkomstig het tweede lid. De samenstelling van de naam van de geadopteerde is beperkt tot één naam voor de geadopteerde en één naam voor de adoptant(en).
Het vonnis maakt melding van de verklaring waarmee de adoptanten hun keuze te kennen geven.]1
----------
(1)<W 2014-05-08/10, art. 4, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>

Art. 353-2.[1 § 1. In geval van adoptie van het kind of adoptief kind [2 van een echtgenoot, van een samenwonende of van een voormalige partner]2, draagt de geadopteerde ofwel de naam [2 van de echtgenoot, van de samenwonende of van de voormalige partner]2, ofwel de naam van de adoptant, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen.
Indien de naam van de geadopteerde bij de vorige adoptie vervangen werd door die van de adoptant, kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt. De partijen kunnen de rechtbank ook verzoeken dat de nieuwe naam van de geadopteerde voortaan samengesteld wordt uit de naam die hij bij die vorige adoptie heeft gekregen, voorafgegaan of gevolgd door die van de nieuwe adoptant.
Indien de naam van de geadopteerde bij de vorige adoptie overeenkomstig artikel 353-1, derde lid, samengesteld was uit de naam van de adoptant en de naam van de geadopteerde, kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de geadopteerde zijn naam behoudt. De partijen kunnen de rechtbank ook verzoeken dat de nieuwe naam van de geadopteerde wordt samengesteld uit de naam van de geadopteerde en de naam van de adoptant, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen.
Het vonnis maakt melding van de verklaring waarmee de adoptanten hun keuze te kennen geven.
§ 2. In geval van nieuwe adoptie zoals bedoeld in artikel 347-1, wordt de overdracht van de naam geregeld door artikel 353-1.]1
----------
(1)<W 2014-05-08/10, art. 5, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>
(2)<W 2017-02-20/17, art. 9, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 353-3.<W 2006-05-18/44, art. 5, 027; Inwerkingtreding : 30-06-2006> Is de geadopteerde ouder dan achttien jaar, dan kunnen de partijen de rechtbank vragen dat de naam van de geadopteerde onveranderd blijft [1 ...]1 .
----------
(1)<W 2014-05-08/10, art. 6, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>

Art. 353-4.
<Opgeheven bij W 2014-05-08/10, art. 7, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>

Art. 353-4bis.<W 2006-05-18/44, art. 6, 027; Inwerkingtreding : 30-06-2006> De door de adoptanten overeenkomstig de [1 artikelen 353-1, tweede en derde lid, en 353-2, § 1, eerste tot derde lid, en § 2]1 , gekozen naam geldt ook voor de later door hen geadopteerde kinderen.
----------
(1)<W 2014-05-08/10, art. 8, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>

Art. 353-5.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Voor de verzoeken bedoeld in de artikelen [2 artikelen 353-1, derde lid, 353-2, § 1, tweede en derde lid, en 353-3]2 is de instemming vereist van de adoptant of van de adoptanten, van de geadopteerde ouder dan twaalf jaar en indien hij minder dan achttien jaar oud is, van de personen die krachtens de artikelen 348-3, 348-5, 348-6 of 348-7, moeten toestemmen in de adoptie.
Bij gebreke van overeenstemming beslist de [1 familierechtbank]1 in het hoger belang van het kind en met eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 48, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>
(2)<W 2014-05-08/10, art. 9, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>

Art. 353-6.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De naamsverandering van de -geadopteerde als gevolg van de adoptie, geldt mede voor diens afstammelingen, zelfs geboren vóór de adoptie.
De afstammelingen in de eerste graad ouder dan achttien jaar kunnen evenwel verklaren hun naam voor zichzelf en voor hun afstammelingen te behouden. Dit recht wordt uitgeoefend door hiertoe, binnen de vijftien dagen na de kennisgeving bedoeld in artikel 1231-4, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, een verzoekschrift te richten aan de [1 familierechtbank]1 die over de adoptie uitspraak moet doen. Akte van de wil de naam te behouden wordt verleend in het beschikkend gedeelte van het vonnis.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 49, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 353-7. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptie heeft van rechtswege geen enkel adelrechtelijk gevolg.

Art. 353-8.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptant is ten aanzien van de geadopteerde bekleed met de rechten van het ouderlijk gezag, met inbegrip van het wettelijk genot, het recht om zijn ontvoogding te vorderen en toe te stemmen in zijn huwelijk.
Wanneer de adoptant overlijdt [1 , vermoedelijk afwezig is, in de onmogelijkheid verkeert het ouderlijk gezag uit te oefenen gedurende de minderjarigheid van de geadopteerde of wilsonbekwaam is]1, wordt de voogdij geregeld overeenkomstig dit boek, titel X, hoofdstuk II.
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 20, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 353-9.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Bij adoptie door echtgenoten of samenwonenden, of ingeval de geadopteerde het kind of het adoptief kind is van de echtgenoot van de adoptant [2 , van de persoon met wie de adoptant samenwoont of van de voormalige partner van de adoptant]2, wordt het ouderlijk gezag gezamenlijk door [2 beide echtgenoten, samenwonenden of voormalige partners]2 uitgeoefend. De bepalingen van dit boek, titel IX, zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer de beide adoptanten overlijden [1 afwezig zijn, in de onmogelijkheid verkeren het ouderlijk gezag uit te oefenen gedurende de minderjarigheid van de geadopteerde of wilsonbekwaam zijn]1, wordt de voogdij geregeld overeenkomstig dit boek, titel X, hoofdstuk II.
----------
(1)<W 2013-03-17/14, art. 21, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>
(2)<W 2017-02-20/17, art. 10, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 353-10.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Bij overlijden van de adoptant of van de adoptanten, kunnen de moeder en de vader van het geadopteerde kind gezamenlijk of alleen aan de [1 familierechtbank]1 vragen dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst. Wordt dit verzoek ingewilligd, dan neemt de voogdij waarin voorheen was voorzien een einde.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 50, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 353-11.
<Opgeheven bij W 2013-03-17/14, art. 22, 061; inwerkingtreding : 01-09-2014 (W 2014-05-12/02, art. 22)>

Art. 353-12. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De band van verwantschap die uit de adoptie ontstaat, strekt zich uit tot de afstammelingen van de geadopteerde.

Art. 353-13.[1 Het huwelijk is verboden :
1° tussen de adoptant en de geadopteerde of zijn afstammelingen;
2° tussen de geadopteerde en de vorige echtgenoot van de adoptant;
3° tussen de adoptant en de vorige echtgenoot van de geadopteerde;
4° tussen de adoptieve kinderen van een zelfde adoptant;
5° tussen de geadopteerde en de kinderen van de adoptant.
De Koning kan om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de in het eerste lid, 2° tot 5°, vermelde verbodsbepalingen.]1
----------
(1)<W 2010-06-02/24, art. 3, 052; Inwerkingtreding : 01-07-2010>

Art. 353-14.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptant of de adoptanten zijn levensonderhoud verschuldigd aan de geadopteerde en aan diens afstammelingen indien zij behoeftig zijn. [1 Artikel 203, 203bis en 203quater zijn van overeenkomstige toepassing.]1
De geadopteerde en zijn afstammelingen zijn levensonderhoud verschuldigd aan de adoptant of aan de adoptanten, indien zij behoeftig zijn : indien de geadopteerde zonder afstammelingen sterft, is zijn nalatenschap levensonderhoud verschuldigd aan de adoptant of aan de adoptanten ingeval deze personen ten tijde van het overlijden behoeftig zijn. Artikel [2 205bis, §§ 3 tot 6]2, is van toepassing op deze verplichting tot levensonderhoud.
De verplichting tot uitkering van levensonderhoud blijft bestaan tussen de geadopteerde en zijn ouders. Deze laatsten zijn aan de' geadopteerde evenwel alleen levensonderhoud verplicht indien hij dit niet kan verkrijgen van de adoptant of adoptanten.
Ingeval een persoon het kind of het adoptief kind van zijn echtgenoot [3 , van de persoon met wie hij samenwoont of van zijn voormalige partner]3, adopteert, zijn zowel de adoptant als zijn echtgenoot [3 , de persoon met wie hij samenwoont of zijn voormalige partner]3 hem overeenkomstig artikel 203 levensonderhoud verschuldigd. [1 Artikel 203bis en 203quater zijn van overeenkomstige toepassing.]1
----------
(1)<W 2010-03-19/05, art. 9, 048; Inwerkingtreding : 01-08-2010; zie ook art. 17>
(2)<W 2012-12-10/14, art. 6, 057; Inwerkingtreding : 21-01-2013>
(3)<W 2017-02-20/17, art. 11, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 353-15. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De geadopteerde en zijn afstammelingen behouden al hun erfrecht in hun oorspronkelijke familie. Zij verkrijgen op de nalatenschap van de adoptant of adoptanten dezelfde rechten als een kind of zijn afstammelingen daarop zouden hebben maar verkrijgen geen enkel recht op de nalatenschap van de bloedverwanten van de adoptant of adoptanten.

Art. 353-16. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> (Onder voorbehoud van de rechten van de overlevende echtgenoot op de gehele nalatenschap van een geadopteerde die zonder nakomelingen is overleden en de rechten die de langstlevende wettelijk samenwonende geniet, wordt de nalatenschap als volgt geregeld :) <W 2007-03-28/39, art. 2, 033; Inwerkingtreding : 18-05-2007>
1° de artikelen 747 en 915 zijn niet van toepassing;
2° bij gebreke van beschikkingen onder levenden of bij testament, keren de goederen die door de bloedverwanten in de opgaande lijn van de geadopteerde of door de adoptanten geschonken dan wel uit hun nalatenschap verkregen zijn en nog in natura aanwezig zijn in de nalatenschap van de geadopteerde, terug naar die bloedverwanten in de opgaande lijn of adoptanten of naar hun erfgenamen in de nederdalende lijn, onder verplichting om in de schulden bij te dragen en onder voorbehoud van de verkregen rechten van derden; wanneer de goederen verkocht zijn, wordt dit recht uitgeoefend op de prijs, indien deze nog niet is betaald of niet is vermengd met de massa;
3° de overige goederen van de geadopteerde worden in twee gelijke helften verdeeld tussen de oorspronkelijke en de adoptieve familie.
In de oorspronkelijke familie is deze nalatenschap onderworpen aan de regels van boek III, titel I. In de adoptieve familie komt zij uitsluitend toe aan de adoptant of bij helft aan ieder van de adoptanten of aan hun erfgenamen in de nederdalende lijn. Indien een van de adoptanten overleden is zonder erfgenamen in de nederdalende lijn, erven de andere adoptant of zijn erfgenamen in de nederdalende lijn de gehele nalatenschap. Indien in een van deze families niemand tot de helft van de nalatenschap geroepen is of de erfgenamen allen de nalatenschap verwerpen, vallen alle overige goederen van de geadopteerde aan de andere familie toe.

Art. 353-17. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De artikelen 747 en 915 zijn ten aanzien van de oorspronkelijke familie van de geadopteerde niet van toepassing op de nalatenschap van zijn kinderen die na hem overleden zijn zonder nakomelingen. Het aandeel van de nalatenschap van de langstlevende van die kinderen, dat volgens artikel 746 wordt toegekend aan de bloedverwanten in de opgaande lijn van de geadopteerde, wordt verdeeld overeenkomstig artikel 353-16, eerste lid, 3°.

Art. 353-18.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer overeenkomstig artikel 347-1, 3°, een gewone adoptie wordt uitgesproken na een vorige gewone adoptie, houden de gevolgen van de eerste adoptie, met uitzondering van de huwelijksbeletsels, van rechtswege op te gelden vanaf het tijdstip dat de gevolgen van de nieuwe adoptie van kracht worden. Wanneer overeenkomstig artikel 347-2, 3°, een nieuwe gewone adoptie wordt uitgesproken na een vorige gewone adoptie, geldt zulks ook ten aanzien van de vorige adoptant, zo deze niet de echtgenoot van de nieuwe adoptant is [1 , de persoon met wie deze laatste samenwoont of de voormalige partner]1.
Wanneer overeenkomstig artikel 347-1, 1° of 3°, een gewone adoptie wordt uitgesproken na een vorige volle adoptie, blijven de gevolgen van de eerste adoptie slechts bestaan voor zover zij niet strijdig zijn met die van de nieuwe adoptie. Wanneer overeenkomstig artikel 347-2, 1° of 3°, een nieuwe gewone adoptie wordt uitgesproken na een vorige volle adoptie, geldt dit ook ten aanzien van de vorige adoptant, zo deze niet de echtgenoot van de nieuwe adoptant is of de persoon met wie deze laatste samenwoont.
----------
(1)<W 2017-02-20/17, art. 12, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

B. Herroeping. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 354-1.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De herroeping van de gewone adoptie kan om zeer gewichtige redenen worden uitgesproken op verzoek van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, van de geadopteerde of van de procureur des Konings.
In geval van gewone adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden kan de [1 familierechtbank]1 de herroeping uitspreken ten aanzien van slechts een van hen.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 51, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 354-2.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Bij herroeping van de gewone adoptie van een kind ten aanzien van de adoptant of van de adopterende echtgenoten of samenwonenden, kunnen de vader en de moeder of een van hen vragen dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst. Bij gebreke van een dergelijk verzoek of indien het wordt afgewezen, wordt de voogdij geregeld overeenkomstig dit boek, titel X, hoofdstuk II. In dit geval stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de bevoegde vrederechter onmiddellijk in kennis van de overschrijving van het vonnis waarbij de herroeping wordt uitgesproken.
Niettemin kunnen de moeder en de vader van het kind of een van hen, de [1 familierechtbank]1 later verzoeken dat het kind opnieuw onder hun ouderlijk gezag wordt geplaatst. Indien de [1 familierechtbank]1 dit toestaat, houdt de voogdij bedoeld in het vorige lid op.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 52, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 354-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De herroeping uitgesproken bij beslissing overgeschreven in de registers van de burgerlijke stand, maakt een einde aan de gevolgen van de adoptie vanaf deze overschrijving. De huwelijksbeletsels bedoeld in artikel 353-13 blijven van toepassing.

§ 2. Volle adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

A. Leeftijdsvoorwaarde. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 355. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Volle adoptie is slechts toegestaan ten aanzien van een persoon die bij de neerlegging van het verzoekschrift tot adoptie minder dan achttien jaar oud is.

B. Gevolgen. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 356-1.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De volle adoptie verleent aan het kind en zijn afstammelingen een statuut met dezelfde rechten en verplichtingen, als ware het kind geboren uit de adoptant of uit de adoptanten.
Ondervoorbehoud van de huwelijksbeletsels omschreven in de artikelen 161 tot 164, houdt het kind dat ten volle is geadopteerd, op tot zijn oorspronkelijke familie te behoren.
Kinderen of adoptieve kinderen [1 van de echtgenoot van de adoptant, van de persoon met wie de adoptant samenwoont of van de voormalige partner van de adoptant]1, zelfs overleden, houden evenwel niet op te behoren tot de familie van [1 die echtgenoot, van de persoon met wie hij samenwoont of van de voormalige partner]1. Indien deze nog in leven is, wordt het ouderlijk gezag over de geadopteerde gezamenlijk uitgeoefend door de adoptant en [1 die echtgenoot, persoon met wie hij samenwoont of voormalige partner]1.
----------
(1)<W 2017-02-20/17, art. 13, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 356-2.[1 Door de volle adoptie verkrijgt het kind in plaats van zijn naam, die van de adoptant.
In geval van gelijktijdige volle adoptie door twee echtgenoten of samenwonenden, verklaren deze voor de rechtbank dat de geadopteerde ofwel de naam van een van de adoptanten zal dragen, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen.
In geval van volle adoptie van het kind of van het adoptief kind [3 van een echtgenoot, van een samenwonende of van de voormalige partner]3, verklaren deze voor de rechtbank dat de geadopteerde ofwel de naam [3 van de echtgenoot, van de samenwonende of van de voormalige partner]3, ofwel de naam van de adoptant zal dragen, ofwel één die samengesteld is uit hun twee namen, in de door hen gekozen volgorde met niet meer dan één naam voor elk van hen.
Het vonnis maakt melding van de verklaring waarmee de adoptanten hun in het tweede en derde lid bedoelde keuze te kennen geven.
[2 De door de adoptanten overeenkomstig het tweede en derde lid gekozen naam geldt ook voor de andere kinderen wier afstamming later ten aanzien van dezelfde ouders komt vast te staan.]2]1
----------
(1)<W 2014-05-08/10, art. 10, 068; Inwerkingtreding : 01-06-2014>
(2)<W 2014-12-18/01, art. 3, 071; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
(3)<W 2017-02-20/17, art. 14, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 356-3.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer overeenkomstig artikel 347-1, 3°, een volle adoptie wordt uitgesproken, houden de gevolgen van de vorige adoptie van rechtswege op te gelden vanaf het tijdstip waarop deze van de nieuwe adoptie van kracht worden, met uitzondering van de huwelijksbeletsels.
Wanneer overeenkomstig artikel 347-2, 3°, een nieuwe volle adoptie wordt uitgesproken, houden de gevolgen van de vorige adoptie van rechtswege op te gelden ten aanzien van de vorige adoptant die niet de echtgenoot is van de nieuwe adoptant [1 , de persoon met wie deze samenwoont of de voormalige partner]1, vanaf het tijdstip waarop de nieuwe adoptie van kracht wordt, met uitzondering van de huwelijksbeletsels.
----------
(1)<W 2017-02-20/17, art. 15, 074; Inwerkingtreding : 01-04-2017>

Art. 356-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Volle adoptie is onherroepelijk.
Herziening is mogelijk overeenkomstig artikel 351.

HOOFDSTUK II. - Internationaal recht. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Afdeling 1. - Bijzondere bepalingen van internationaal privaatrecht. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 357. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Ongeacht het recht dat van toepassing is op de totstandkoming van de adoptie, moeten de voorwaarden voor adoptie gesteld in artikel 344-1 steeds vervuld zijn en moeten de adoptant of de adoptanten bekwaam en geschikt zijn om te adopteren.

Art. 358. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Art. 348-1 is van toepassing, ongeacht het recht dat van toepassing is op de toestemming van de geadopteerde.
Volle adoptie kan in België slechts plaatsvinden indien, ingeval zulks vereist is, het kind, zijn moeder, zijn vader of zijn wettelijke vertegenwoordiger hebben toegestemd in een adoptie die tot gevolg heeft dat de bestaande band van afstamming tussen het kind en zijn moeder en vader wordt verbroken.

Art. 359-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, openbaar of particulier, die in het kader van een adoptie als tussenpersoon optreedt, dient te voldoen aan de voorwaarden die hem door het recht van de Staat onder wiens bevoegdheid hij valt worden opgelegd.

Art. 359-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de adoptie van een kind die in het buitenland heeft plaatsgevonden en in België is erkend, de bestaande band van afstamming niet verbreekt, kan zij in België in een volle adoptie worden omgezet indien de toestemmingen bedoeld in artikel 361-4, 1°, b) en c), zijn gegeven of worden gegeven met het oog op een adoptie met dergelijke gevolgen.

Art. 359-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> (...) de bepalingen van deze afdeling die op adoptie van toepassing zijn, gelden voor de omzetting van een adoptie die niet voor gevolg heeft gehad de bestaande band van afstamming te verbreken in een volle adoptie. <W 2004-07-16/31, art. 131, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 359-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Bij herroeping van een adoptie zijn de beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 363-4 van toepassing.

Art. 359-5. (Opgeheven) <W 2004-07-16/31, art. 139, 020; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 359-6. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De nietigheid van een adoptie kan in België niet worden uitgesproken, zelfs niet indien het recht van de Staat waar zij is totstandgekomen dit toestaat.

Afdeling 2. - Totstandkoming van een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

§ 1. Definities. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 360-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> In deze afdeling wordt verstaan onder :
1° "het Verdrag" : het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te 's Gravenhage op 29 mei 1993;
2° "federale centrale autoriteit" : de autoriteit aangewezen door de Minister van Justitie om in België de opdrachten van een centrale autoriteit te verrichten zoals die in het Verdrag zijn omschreven en waarmee zij op grond van dit Wetboek wordt belast, alsook alle andere taken waarmee dit wetboek haar belast;
3° "centrale autoriteit van de gemeenschap" : de autoriteit aangewezen door de bevoegde gemeenschap;
4° "erkende adoptiedienst" : elke rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden gesteld om als tussenpersoon inzake adoptie te kunnen optreden en die door de bevoegde gemeenschap is erkend;
5° "Staat van herkomst" : de Staat waar het kind op het tijdstip van de vaststelling van zijn adopteerbaarheid zijn gewone verblijfplaats heeft;
6° "Staat van opvang" : de Staat naar welke het kind na zijn adoptie of met het oog op zijn adoptie in deze Staat werd, wordt of moet worden overgebracht;
7° "bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst" of "bevoegde autoriteit van de Staat van opvang" :
a) indien het gaat om een door het Verdrag gebonden Staat, de centrale autoriteit van die Staat in de zin van het Verdrag;
b) indien het gaat om een niet door het Verdrag gebonden Staat, iedere autoriteit die als dusdanig door het recht van die Staat werd erkend.

Art. 360-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing wanneer het kind :
1° vanuit de Staat van herkomst naar België werd, wordt of moet worden overgebracht, hetzij na zijn adoptie in deze Staat door een persoon of door personen met gewone verblijfplaats in België, hetzij met het oog op een dergelijke adoptie in België of in deze Staat, of
2° in België zijn gewone verblijfplaats heeft en het naar een andere Staat werd, wordt of moet worden overgebracht, hetzij na zijn adoptie in België door een persoon of personen met gewone verblijfplaats in die andere Staat, hetzij met het oog op een dergelijke adoptie in België of in die andere Staat, of
3° in België verblijft zonder gemachtigd te zijn er zich te vestigen of er langer dan drie maanden te verblijven, teneinde er te worden geadopteerd door een persoon of personen die er hun gewone verblijfplaats hebben.
De adopties bedoeld in dit artikel worden "interlandelijke adopties" genoemd.

§ 2. Het kind heeft zijn gewone verblijfplaats in een andere Staat. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 361-1.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De persoon of de personen met gewone verblijfplaats in België die een kind wensen te adopteren dat zijn gewone verblijfplaats in een andere Staat heeft, moeten alvorens enige stappen met het oog op een adoptie te ondernemen, een vonnis verkrijgen waaruit blijkt dat zij bekwaam en geschikt zijn om een interlandelijke adoptie aan te gaan.
Vooraleer hun geschiktheid wordt beoordeeld, moeten zij de voorbereiding hebben gevolgd die de bevoegde gemeenschap organiseert teneinde hen inzonderheid inlichtingen te verstrekken betreffende de verschillende stappen van de adoptieprocedure, de juridische gevolgen en de andere gevolgen van de adoptie alsook over de mogelijkheid en het nut van nazorg na de adoptie. [2 De voorbereiding is niet verplicht voor de adoptant of de adoptanten die deze voorbereiding reeds hebben gevolgd bij een eerdere adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de [3 familierechtbank]3 is erkend.]2
Deze verplichting geldt voor alle adoptanten, zelfs voor diegenen die een kind wensen te adopteren dat met hen verwant is.
[1 De voorbereiding moet niet worden hernieuwd in het kader van de procedure tot verlenging van de geschiktheid om te adopteren.]1
----------
(1)<W 2009-12-30/14, art. 62, 046; Inwerkingtreding : 16-01-2010>
(2)<W 2012-06-20/15, art. 3, 056; Inwerkingtreding : 20-08-2012>
(3)<W 2013-07-30/23, art. 53, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 361-2.[1 Wanneer het vonnis betreffende de geschiktheid van de adoptant of van de adoptanten, het vonnis tot verlenging van de geschiktheid om te adopteren en het verslag bedoeld in artikel 1231-32 of 1231-33/6 van het Gerechtelijk Wetboek door de griffier [2 van de rechtbank van eerste aanleg]2 in afschrift aan de federale centrale autoriteit is toegestuurd, bezorgt deze laatste ze onverwijld aan de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap.]1
----------
(1)<W 2009-12-30/14, art. 63, 046; Inwerkingtreding : 16-01-2010>
(2)<W 2013-07-30/23, art. 54, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 361-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De overbrenging van het kind naar België met het oog op een adoptie kan slechts plaatsvinden en de adoptie slechts uitgesproken worden wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan :
1° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft de stukken bedoeld in artikel 361-2 bezorgd aan de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst;
2° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst ontvangen :
a) een verslag dat gegevens bevat omtrent de identiteit van het kind, zijn adopteerbaarheid, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en dat van zijn familie, zijn sociaal milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan, alsmede zijn bijzondere behoeften; en
b) de andere voor de adoptie vereiste stukken;
3° de adoptant of de adoptanten hebben schriftelijk ermee ingestemd het kind met het oog op zijn adoptie ten laste te nemen;
4° het bewijs werd geleverd dat de wet het kind toelaat of zal toelaten België binnen te komen en er permanent te verblijven;
5° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap en de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind hebben schriftelijk hun goedkeuring gehecht aan de beslissing om het aan de adoptant of aan de adoptanten toe te vertrouwen.

Art. 361-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Behoudens indien de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap gelijkwaardige documenten aanvaardt of, ingeval het gaat om één of meerdere documenten bedoeld in 3° hieronder, indien deze autoriteit de overlegging ervan vrijstelt wanneer deze materieel onmogelijk blijkt, zijn de stukken bedoeld in artikel 361-3, eerste lid, 2°, b), de volgende :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift :
a) van de akte van geboorte van het kind;
b) van de akte houdende toestemming van het kind in de adoptie, wanneer zij vereist is;
c) van de akten van toestemming van de andere personen, instellingen en autoriteiten van wie de toestemming tot de adoptie is vereist;
2° een nationaliteitsbewijs en een attest waaruit de gewone verblijfplaats van het kind blijkt;
3° een attest waarbij de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst :
a) verklaart dat het kind adopteerbaar is;
b) na de mogelijkheden tot plaatsing van het kind in de Staat van herkomst behoorlijk te hebben onderzocht, vaststelt dat de interlandelijke adoptie aan het hoger belang van het kind en de eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, beantwoordt;
c) vaststelt en motiveert waarom de beslissing om het kind toe te vertrouwen aan de adoptant of de adoptanten, eveneens aan dit belang en deze eerbied beantwoordt;
d) bevestigt dat de personen, instellingen en autoriteiten van wie de toestemming voor de adoptie is vereist, de nodige raadgevingen hebben ontvangen en dat zij behoorlijk zijn ingelicht over de gevolgen van die toestemming, inzonderheid met betrekking tot het handhaven of het verbreken van de bestaande rechtsbanden tussen het kind en zijn oorspronkelijke familie ingevolge een adoptie;
e) bevestigt dat zij vrij hun toestemming hebben gegeven met inachtneming van de vereiste wettelijke vormen, dat zij niet tegen betaling of in ruil voor enige andere tegenprestatie werd verkregen, en niet werd ingetrokken;
f) bevestigt dat de toestemmingen van de moeder en de vader, indien deze vereist zijn, gegeven werden na de geboorte van het kind;
g) bevestigt dat het kind, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, de nodige raadgevingen heeft ontvangen en dat het behoorlijk is ingelicht over de gevolgen van de adoptie en van zijn toestemming in de adoptie indien deze vereist is, en dat zijn wensen en mening in aanmerking zijn genomen;
h) bevestigt dat de toestemming van het kind in de adoptie, indien deze vereist is, vrij werd gegeven, met inachtneming van de vereiste wettelijke vormen, dat deze niet tegen betaling of in ruil voor enige tegenprestatie werd verkregen, en niet werd ingetrokken.

Art. 361-5. <ingevoegd bij W 2005-12-06/30, art. 2; Inwerkingtreding : 26-12-2005>In afwijking van de artikelen 361-3 en 361-4 kan, ingeval het recht dat van toepassing is in de Staat van herkomst van het kind noch de adoptie noch de plaatsing met het oog op adoptie kent, de overbrenging van het kind naar België met het oog op adoptie slechts plaatsvinden en de adoptie slechts worden uitgesproken wanneer aan volgende voorwaarden is voldaan :
1° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind een verslag ontvangen dat gegevens bevat over de identiteit van het kind, zijn persoonlijke achtergrond, zijn gezinssituatie, zijn medisch verleden en dat van zijn familie, zijn sociaal milieu en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan, alsmede zijn bijzondere behoeften;
2° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft van de adoptant of de adoptanten de volgende stukken ontvangen :
a) een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van het kind;
b) een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte houdende toestemming in zijn overbrenging naar het buitenland van het kind dat de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en waarin wordt bevestigd dat deze toestemming vrij werd gegeven met inachtneming van de vereiste wettelijke vormen, dat zij niet tegen betaling of in ruil voor enige andere tegenprestatie werd verkregen, en niet werd ingetrokken;
c) hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van overlijden van de ouders, hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van verlatenverklaring van het kind en een bewijs van het plaatsen onder de voogdij van de openbare overheid;
d) een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst houdende totstandkoming van een vorm van voogdij over het kind door de adoptant of de adoptanten, alsmede een voor echt verklaarde vertaling van deze beslissing door een beëdigd vertaler;
e) een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing van de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst tot machtiging van de overbrenging van het kind naar het buitenland om zich aldaar permanent te vestigen, alsmede een voor echt verklaarde vertaling van deze beslissing door een beëdigd vertaler;
f) een bewijs dat de wet het kind toelaat of zal toelaten België binnen te komen en er permanent te verblijven;
g) een bewijs van de nationaliteit van het kind en van zijn gewone verblijfplaats.
3° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap is in het bezit gesteld van het vonnis betreffende de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten en van het verslag van het openbaar ministerie, overeenkomstig artikel 1231-33 van het Gerechtelijk Wetboek;
4° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap en de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind hebben schriftelijk hun goedkeuring gehecht aan de beslissing om het aan de adoptant of aan de adoptanten toe te vertrouwen.

Art. 361-6. <ingevoegd bij W 2005-12-06/30, art. 3; Inwerkingtreding : 26-12-2005> De centrale autoriteiten van de gemeenschappen delen onverwijld aan de federale centrale autoriteit de buitenlandse beslissingen mee bedoeld in de artikelen 361-3 en 361-5 op grond waarvan de overbrenging van het kind van de Staat van herkomst naar België toegelaten werd met het oog op adoptie.

§ 3. Het kind heeft zijn gewone verblijfplaats in België. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 362-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de bevoegde autoriteit van een andere Staat aan de federale centrale autoriteit een verslag heeft toegestuurd over een persoon of personen die een kind wensen te adopteren dat zijn gewone verblijfplaats in België heeft, bezorgt zij het binnen veertien dagen aan de centrale autoriteit van de gemeenschap.

Art. 362-2.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Een kind dat zijn gewone verblijfplaats in België heeft, kan slechts worden geadopteerd door een persoon of personen die hun gewone verblijfplaats in een andere Staat hebben indien de [1 familierechtbank]1 bij wie de procedure aanhangig is gemaakt volgens artikel 1231-34 van het Gerechtelijk Wetboek :
1° op grond van een door haar bevolen maatschappelijk onderzoek en rekening houdend met de culturele en psychosociale elementen eigen aan het kind, heeft vastgesteld dat het kind interlandelijk adopteerbaar is;
2° heeft vastgesteld dat, gelet op de mogelijkheden tot plaatsing van het kind in België, de interlandelijke adoptie aan het hoger belang van het kind en aan de eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, beantwoordt;
3° zich ervan heeft vergewist dat de personen, instellingen en autoriteiten van wie de toestemming voor de adoptie is vereist, de nodige raadgevingen hebben ontvangen en dat zij behoorlijk zijn ingelicht over de gevolgen van die toestemming, inzonderheid met betrekking tot het handhaven of het verbreken van de bestaande rechtsbanden tussen het kind en zijn oorspronkelijke familie ingevolge een adoptie;
4° zich ervan heeft vergewist dat de toestemming van de personen, instellingen en autoriteiten van wie de toestemming voor de adoptie is vereist, vrij en met inachtneming van de vereiste wettelijke vormen werd gegeven, dat zij niet is verkregen tegen betaling of in ruil voor enige tegenprestatie en niet is ingetrokken;
5° zich ervan heeft vergewist dat de toestemmingen van de moeder en de vader, indien deze vereist zijn, gegeven werden na de geboorte van het kind;
6° zich ervan heeft vergewist dat het kind rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, de nodige raadgevingen heeft ontvangen en behoorlijk werd ingelicht over de gevolgen van de adoptie en van zijn toestemming in de adoptie, indien deze vereist is, en dat zijn wensen en mening in aanmerking zijn genomen;
7° zich ervan heeft vergewist dat de toestemming van het kind in de adoptie, indien deze vereist is, vrij en met inachtneming van de vereiste wettelijke vormen werd gegeven, dat deze niet tegen betaling of in ruil voor enige tegenprestatie is verkregen en niet werd ingetrokken.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 55, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 362-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Bovendien kan de adoptie slechts plaatsvinden indien de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschappen :
1° van de bevoegde autoriteit van de Staat van opvang het verslag bedoeld in artikel 362-1 heeft ontvangen dat gegevens bevat omtrent de identiteit van de adoptant of de adoptanten, hun wettelijke bekwaamheid en hun geschiktheid om te adopteren, hun persoonlijke achtergrond, hun gezinssituatie en hun gezondheidstoestand, hun sociaal milieu, hun beweegredenen, hun geschiktheid om een interlandelijke adoptie aan te gaan en omtrent de kinderen waarvoor zij de zorg op zich zouden kunnen nemen;
2° van de federale centrale autoriteit het verslag heeft ontvangen bedoeld in artikel 1231-38 van het Gerechtelijk Wetboek;
3° op grond van inzonderheid de verslagen bedoeld in 1° en 2°, en rekening houdend met de omstandigheden van de opvoeding van het kind en met zijn etnische, godsdienstige, levensbeschouwelijke en culturele achtergrond, heeft vastgesteld dat de beslissing om het kind toe te vertrouwen aan de adoptant of de adoptanten aan het hoger belang van het kind en aan de eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, beantwoordt;
4° het in 2° bedoelde verslag heeft overgezonden aan de bevoegde autoriteit van de Staat van opvang, samen met het bewijs dat de vereiste toestemmingen zijn gegeven en met de redenen voor haar conclusie inzake de plaatsing.

Art. 362-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De beslissing om een kind dat in België zijn gewone verblijfplaats heeft, toe te vertrouwen aan een adoptant of aan adoptanten die hun gewone verblijfplaats in een andere Staat hebben, kan slechts worden genomen en het kind kan met het oog op zijn adoptie in deze Staat, België slechts verlaten, indien de bepalingen van de artikelen 362-2 en 362-3 zijn nageleefd en wanneer daarenboven :
1° de bevoegde autoriteit van de Staat van opvang schriftelijk heeft bevestigd dat de adoptant of de adoptanten bekwaam en geschikt zijn om te adopteren;
2° de bevoegde autoriteit van de Staat van opvang schriftelijk heeft bevestigd dat het kind gemachtigd is het grondgebied van de Staat van opvang binnen te komen en aldaar permanent te verblijven;
3° de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap zich ervan heeft vergewist dat de adoptant of de adoptanten ermee hebben ingestemd dat kind te adopteren;
4° de bevoegde autoriteit van de Staat van opvang dit voornemen om te adopteren schriftelijk heeft goedgekeurd;
5° de autoriteiten bedoeld in de punten 3° en 4° schriftelijk hebben aanvaard dat de adoptieprocedure wordt voortgezet.

§ 4. Beschermingsmaatregelen. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 363-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De adoptant of de adoptanten en de bloedverwanten van het kind of enig ander persoon die het onder zijn bewaring heeft of van wie de toestemming in de adoptie vereist is, mogen met elkaar niet in contact treden zolang de bepalingen van de artikelen 361-1 en 361-3, 1° tot 5°, of van de artikelen 362-2 tot 362-4 niet in acht zijn genomen, behalve indien de adoptie plaatsvindt tussen leden van een zelfde familie of indien is voldaan aan de voorwaarden gesteld door de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind.
(In het geval bedoeld in artikel 361-5 mogen de adoptant of de adoptanten en de ouders van het kind of enig ander persoon die het onder zijn bewaring heeft of van wie de toestemming in de adoptie vereist is, met elkaar niet in contact treden zolang de bepalingen van de artikelen 361-1 en 361-5, 4°, niet in acht zijn genomen, behalve indien de adoptie plaatsvindt tussen leden van eenzelfde familie.) <W 2005-12-06/30, art. 4, 024; Inwerkingtreding : 26-12-2005>

Art. 363-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Elke autoriteit bevoegd inzake adoptie die vaststelt dat een van de bepalingen van het Verdrag of van de wet niet is nageleefd of kennelijk dreigt niet te worden nageleefd, stelt elke verdere beslissing of handeling uit en geeft daarvan onverwijld kennis aan de betrokkenen, aan de federale centrale autoriteit en aan de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap opdat zij ervoor zouden zorgen dat alle nuttige maatregelen worden genomen.

Art. 363-3.<W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de adoptant of een van de adoptanten bewust een bepaling van het Verdrag of van de wet heeft overtreden of tijdens de adoptieprocedure bedrog heeft gepleegd, weigert de [1 familierechtbank]1 de adoptie uit te spreken. Van deze regel kan slechts worden afgeweken indien behoorlijk vastgestelde redenen met betrekking tot de eerbied voor de rechten van het kind zulks vereisen.
De griffier bezorgt de beslissing tot weigering aan de federale centrale autoriteit, welke de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap en, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de Staat van herkomst hiervan in kennis stelt.
De Belgische rechter weigert in eik geval de adoptie uit te spreken :
1° wanneer wordt vastgesteld dat aan het verzoek tot adoptie een ontvoering van, een verkoop van of een handel in kinderen is voorafgegaan; of
2° wanneer hij vaststelt dat de adoptie erop is gericht de wetsbepalingen inzake de nationaliteit of die betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen te omzeilen.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 56, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

Art. 363-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de adoptie moet plaatsvinden na de overbrenging van het vreemde kind naar België en blijkt dat het verdere verblijf van het kind in het opvanggezin niet langer aan zijn hoger belang en aan de eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, beantwoordt, nemen de bevoegde autoriteiten, in nauw overleg, de nodige maatregelen om het kind te beschermen, inzonderheid om :
1° het kind weg te halen bij de personen die het wensten te adopteren en om er voorlopig zorg voor te dragen;
2° in overleg met de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst van het kind, onverwijld te zorgen voor een nieuwe plaatsing van het kind met het oog op zijn adoptie of bij gebreke daarvan, voor een duurzame alternatieve opvang; in dat geval kan het kind slechts worden geadopteerd indien de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst op behoorlijke wijze is voorgelicht omtrent de nieuwe adoptieouders en indien de toestemmingen met het oog op die nieuwe adoptie zijn gegeven;
3° in laatste instantie te zorgen voor de terugkeer van het kind naar de Staat van herkomst indien zijn hoger belang en de eerbied voor de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, zulks vereisen.
Het kind wordt geraadpleegd overeenkomstig artikel 1231-11 van het Gerechtelijk Wetboek.
Het eerste en tweede lid zijn eveneens van toepassing in geval van erkenning van een buitenlandse beslissing van herroeping of herziening van een adoptie.

Art. 363-5. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De maatregelen bedoeld in het vorige artikel worden meer bepaald in de volgende gevallen getroffen :
1° de adoptant of de adoptanten hebben zonder geldige reden verzuimd een verzoekschrift tot adoptie of tot erkenning van de adoptie in te dienen binnen zes maanden te rekenen van de aankomst van het kind in België of hebben duidelijk afgezien van hun voornemen om te adopteren;
2° de bevoegde Belgische rechtbank heeft geweigerd de adoptie uit te spreken of te erkennen, en die beslissing is definitief geworden.

Art. 363-6. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> In geval van repatriëring op grond van de artikelen 363-4 en 363-5 komen de kosten voor verblijf, verzorging, alsmede de reiskosten van het kind hoofdelijk ten laste van de adoptant of de adoptanten en, in voorkomend geval, van de erkende adoptiedienst die op hun verzoek is opgetreden en waarvan de aansprakelijkheid is vastgesteld, of van enig ander persoon die op onwettige wijze bij de adoptie als tussenpersoon is opgetreden.

Afdeling 3. - Uitwerking van buitenlandse beslissingen inzake adoptie in België <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

§ 1. Erkenning van adopties beheerst door het Verdrag. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 364-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Iedere adoptie die is tot stand gekomen in een andere Staat die door het Verdrag is gebonden, wordt in België van rechtswege erkend indien zij door de bevoegde autoriteit van die Staat in overeenstemming met het Verdrag is verklaard door het getuigschrift bedoeld in artikel 364-2. De erkenning kan slechts worden geweigerd wanneer de adoptie, rekening houdend met het hoger belang van het kind en met de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, kennelijk strijdig is met de openbare orde.
Iedere door het Verdrag beheerste adoptie die heeft plaatsgevonden in een andere Staat welke door dit Verdrag is gebonden en die niet voldoet aan de hoger omschreven voorwaarden, wordt in België niet erkend.

Art. 364-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Eenieder die zich in België wenst te beroepen op een adoptie die in het buitenland is totstandgekomen, legt de beslissing of de akte houdende adoptie voor samen met het getuigschrift waaruit blijkt dat zij in overeenstemming is met het Verdrag :
1° indien de geadopteerde zijn gewone verblijfplaats heeft in een Staat waarmee België geen overeenkomst betreffende de opheffing van grenscontroles op personen heeft gesloten : aan de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire overheid of aan die van de Staat welke de belangen van België behartigt, en wel vooraleer het kind naar België wordt overgebracht; deze overheid onderzoekt de authenticiteit van de stukken en bezorgt hiervan een kopie aan de federale centrale autoriteit die nagaat of de adoptie niet kennelijk strijdig is met de openbare orde;
2° in de andere gevallen : aan de federale centrale autoriteit; deze onderzoekt de authenticiteit van de stukken en gaat na of de adoptie niet kennelijk strijdig is met de openbare orde.
Wanneer de voorwaarden in het geval omschreven in 1° zijn vervuld, stelt de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire overheid of die van de Staat welke de belangen van België behartigt, een paspoort op naam van het kind op indien het Belg is, of verleent aan het kind de machtiging om in België te verblijven. Zij stelt de federale centrale autoriteit daarvan in kennis.

Art. 364-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De bepalingen van deze paragraaf zijn eveneens van toepassing op de erkenning van de door het Verdrag beheerste vreemde beslissingen van omzetting van adoptie.

§ 2. Erkenning van adopties die niet door het Verdrag zijn beheerst. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 365-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Rechterlijke beslissingen en openbare akten houdende totstandkoming van een adoptie in een andere Staat, worden in België erkend indien :
1° de adoptie is tot stand gekomen door de autoriteit welke door het recht van die Staat als bevoegd wordt beschouwd, conform de geldende vormvereisten en procedures in die Staat;
2° de beslissing houdende adoptie in die Staat als in kracht van gewijsde gegaan kan worden beschouwd;
3° de artikelen 361-1 tot 361-4 in acht zijn genomen wanneer het kind van zijn Staat van herkomst naar België werd, wordt of moet worden overgebracht, na adoptie in die Staat door een persoon of personen die op dat tijdstip hun gewone verblijfplaats in België hadden. (De inachtneming van de in de artikelen 361-3 en 361-4 bedoelde voorwaarden wordt door de bevoegde gemeenschap bevestigd.) <W 2008-06-08/31, art. 73, 043; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 365-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Evenwel wordt de erkenning geweigerd wanneer de adoptanten bewust bedrog hebben gepleegd tijdens de procedure of indien de adoptie is totstandgekomen met het oog op het ontduiken van de wet. Van deze regel kan slechts worden afgeweken indien behoorlijk vastgestelde redenen met betrekking tot de eerbied voor de rechten van het kind dit vereisen.
De erkenning wordt in elk geval geweigerd :
1° indien de adoptie, rekening houdend met het hoger belang van het kind en met de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen, kennelijk strijdig is met de openbare orde; of
2° indien een kind dat in België zijn gewone verblijfplaats heeft, met het oog op zijn adoptie naar het buitenland is overgebracht met miskenning van de artikelen 362-2 tot 362-4; of
3° indien de adoptie erop was gericht de wetsbepalingen inzake de nationaliteit of die betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen te omzeilen.

Art. 365-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Eenieder die in België een buitenlandse adoptie die niet door het Verdrag is beheerst wenst te laten erkennen, zendt het verzoek tot erkenning :
1° voor de overbrenging van het kind naar België indien de geadopteerde zijn gewone verblijfplaats heeft in een Staat waarmee België geen overeenkomst betreffende de opheffing van de grenscontroles op personen heeft gesloten :
a) hetzij aan de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire overheid of aan die van de Staat welke de belangen van België behartigt, die het aan de federale centrale autoriteit bezorgt;
b) hetzij rechtstreeks aan de federale centrale autoriteit;
2° in de andere gevallen : aan de federale centrale autoriteit. De federale centrale autoriteit gaat na of is voldaan aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 365-1 en 365-2.
Wanneer de voorwaarden in het geval omschreven in 1° zijn vervuld, stelt de bevoegde Belgische diplomatieke of consulaire overheid of die van de Staat welke de belangen van België behartigt, een paspoort op naam van het kind op indien het Belg is, of verleent aan het kind de machtiging om in België te verblijven.

Art. 365-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Het verzoek bedoeld in het vorige artikel wordt in tweevoud opgesteld en bevat :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing of van de akte houdende adoptie;
2° een door een beëdigd vertaler voor echt verklaarde vertaling van de beslissing of van de akte houdende adoptie;
3° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van de geadopteerde;
4° een authentiek stuk waarin de identiteit, de datum en plaats van geboorte, de nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de adoptanten of van de adoptant zijn vermeld;
5° een authentiek stuk waarin de nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de geadopteerde zijn vermeld;
6° een stuk waarin de identiteit is vermeld van de moeder en van de vader van het kind, ingeval deze gekend is en mag worden meegedeeld, of bij gebreke daarvan de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die het kind tijdens de buitenlandse adoptieprocedure heeft vertegenwoordigd alsook, in voorkomend geval, het bewijs dat zij evenals het kind in de adoptie hebben toegestemd, tenzij zulks formeel blijkt uit de buitenlandse beslissing of akte;
7° indien het kind zijn gewone verblijfplaats had in het buitenland en de adoptie daarna is totstandgekomen in een andere Staat dan die waar het gewoonlijk verbleef, een stuk uitgereikt door een autoriteit van de Staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats had, waaruit blijkt dat machtiging is verleend om het kind over te brengen met het oog op zijn adoptie, tenzij dit formeel blijkt uit de buitenlandse beslissing of akte;
8° een afschrift van het vonnis betreffende de geschiktheid van de adoptanten, van het verslag opgesteld overeenkomstig artikel 1231-32 van het Gerechtelijk Wetboek en van de schriftelijke toestemming bedoeld in artikel 361-3, 5°, wanneer het kind van zijn Staat van herkomst naar België werd, wordt of moet worden overgebracht, na adoptie in die Staat door een persoon of personen die op dat tijdstip hun gewone verblijfplaats in België hadden;
9° alle stukken waaruit blijkt dat de personen of openbare en particuliere instellingen die desgevallend in het kader van de adoptieprocedure als tussenpersoon zijn opgetreden, voldeden aan de voorwaarden die terzake worden gesteld door de wet van de andere Staat onder wiens bevoegdheid zij vallen.
(10° een attest van goed gedrag en zeden, model 2.) <W 2005-12-06/30, art. 5, 024; Inwerkingtreding : 26-12-2005>
Indien voornoemde stukken niet worden overgelegd, kan de federale centrale autoriteit een termijn bepalen waarbinnen dit moet geschieden. Met uitzondering van de stukken bedoeld in 1° en 2°, kan zij ook documenten aanvaarden welke met die stukken zijn gelijkgesteld. Indien zij van oordeel is voldoende te zijn ingelicht, kan zij vrijstelling verlenen van de overlegging van één of meer stukken bedoeld in (het eerste lid, 4°, 5°, 7° tot 10°), wanneer de overlegging ervan materieel onmogelijk blijkt. <W 2005-12-06/30, art. 5, 024; Inwerkingtreding : 26-12-2005>
Wanneer het verzoek tot erkenning betrekking heeft op een adoptie die geen interlandelijke adoptie is in de zin van artikel 360-2, kan de federale centrale autoriteit, wanneer zij zich voldoende ingelicht acht, vrijstelling verlenen van de overlegging van een of meer stukken bedoeld (in het eerste lid, 3° tot 10°). <W 2005-12-06/30, art. 5, 024; Inwerkingtreding : 26-12-2005>

Art. 365-5. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De bepalingen van hoofdstuk II, afdeling 3, § 2, zijn van toepassing op de erkenning van niet door het Verdrag beheerste vreemde beslissingen tot omzetting van adoptie.

§ 2/1. [1 Afwijkende bepaling inzake erkenning van de adopties in het hoger belang van het kind.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2012-04-11/13, art. 2, 055; Inwerkingtreding : 17-05-2012. Overgangsbepalingen: art. 3>

Art. 365-6.[1 § 1. Wanneer de adoptie van een kind dat zijn gewone verblijfplaats in een andere Staat heeft, tot stand is gekomen vooraleer de adoptant of de adoptanten met gewone verblijfplaats in België de door de bevoegde gemeenschap georganiseerde voorbereiding gevolgd hebben en een vonnis hebben verkregen waaruit blijkt dat zij bekwaam en geschikt zijn om een interlandelijke adoptie aan te gaan overeenkomstig artikel 361-1, onderzoekt de federale centrale autoriteit het dossier.
§ 2. Bij wijze van afwijking en in zeer uitzonderlijke gevallen geeft de federale centrale autoriteit de adoptant of de adoptanten de toestemming om de in artikel 361-1 bedoelde procedure op te starten indien de volgende [2 vier]2 voorwaarden cumulatief vervuld zijn :
1° de adoptie is niet tot stand gekomen met het oog op het ontduiken van de wet;
2° het kind is tot in de vierde graad verwant met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs overleden, of het kind heeft het dagelijkse leven op duurzame wijze gedeeld met de adoptant of de adoptanten met een relatie zoals geldt voor ouders alvorens de adoptant of de adoptanten enige stappen met het oog op de adoptie hebben ondernomen;
3° behalve indien het gaat om een kind van de echtgenoot of de persoon met wie de adoptant samenwoont, heeft het kind geen andere duurzame oplossing van familiale opvang dan de interlandelijke adoptie, rekening houdend met zijn hoger belang en de rechten die hem zijn toegekend op grond van het internationale recht;
4° de in de artikelen 364-1 tot 365-5 bedoelde erkenningsvoorwaarden kunnen in acht worden genomen;
5° [2 ...]2
[2 Ingeval de federale centrale autoriteit heeft kunnen controleren dat de in 1°, 2° en 4° bedoelde voorwaarden zijn vervuld, vraagt zij aan de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap, met het oogmerk te controleren of de in 3° bedoelde voorwaarde ook is vervuld, een met redenen omkleed advies met betrekking tot de opportuniteit om de regularisatie mogelijk te maken, gelet op het hoger belang van het kind en op de rechten die hem zijn toegekend op grond van het internationaal recht. Het advies van de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap heeft inzonderheid betrekking op de inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, op de adopteerbaarheid van het kind en op het bestaan voor het kind van een andere duurzame oplossing van familiale opvang dan interlandelijke adoptie.]2
§ 3. De artikelen 367-1 en 367-3, § 1 en § 3, eerste lid, zijn van toepassing.
§ 4. De centrale autoriteiten wisselen de verzamelde gegevens onderling uit.
§ 5. Wanneer de federale centrale autoriteit het afschrift van het vonnis ontvangt waaruit blijkt dat de adoptant(en) bekwaam en geschikt zijn om een interlandelijke adoptie aan te gaan, spreekt ze zich uit over het verzoek tot erkenning van de vreemde beslissing houdende adoptie overeenkomstig de artikelen 364-1 tot 365-4.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij W 2012-04-11/13, art. 2, 055; Inwerkingtreding : 17-05-2012. Overgangsbepalingen: art. 3>
(2)<W 2014-04-25/23, art. 155, 062; Inwerkingtreding : 15-05-2014>

§ 3. Erkenning van buitenlandse beslissingen van herroeping, herziening en nietigverklaring van een adoptie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 366-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Een vreemde beslissing van herroeping of herziening van adoptie wordt erkend in België wanneer :
1° de beslissing is genomen door de autoriteit welke door het recht van die Staat als bevoegd wordt beschouwd, conform de geldende vormvereisten en procedures in die Staat;
2° de beslissing in die Staat als in kracht van gewijsde gegaan kan worden beschouwd;
De erkenning wordt evenwel geweigerd wanneer de verzoekers bewust bedrog hebben gepleegd tijdens de procedure of wanneer de beslissing het gevolg is van wetsontduiking. Van deze regel kan slechts worden afgeweken indien behoorlijk vastgestelde redenen met betrekking tot de eerbied van de rechten van het kind dit vereisen.
De erkenning wordt in ieder geval geweigerd wanneer de beslissing kennelijk strijdig is met de openbare orde.

Art. 366-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Eenieder die in België een vreemde beslissing van herroeping of herziening van een adoptie wenst te laten erkennen, richt zijn verzoek hiertoe tot de federale centrale autoriteit. Deze gaat na of is voldaan aan de door artikel 366-1 opgelegde voorwaarden.
Het verzoek bedoeld in het vorige lid wordt in tweevoud opgesteld en bevat :
1° een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing;
2° een door een beëdigd vertaler voor echt verklaarde vertaling van de beslissing;
3° een voor eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte van de geadopteerde;
4° een authentiek stuk waarin de identiteit, de datum en plaats van geboorte, de nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de adoptanten of van de adoptant zijn vermeld;
5° een authentiek stuk waarin de nationaliteit en de gewone verblijfplaats van de geadopteerde zijn vermeld;
6° een stuk waarin de identiteit is vermeld van de moeder en van de vader van het kind, ingeval deze gekend is en mag worden meegedeeld, of bij gebreke daarvan de identiteit en de hoedanigheid van de persoon die het kind tijdens de buitenlandse adoptieprocedure heeft vertegenwoordigd.
Indien voornoemde stukken niet worden overgelegd, kan de federale centrale autoriteit een termijn bepalen waarbinnen dit moet geschieden. Zij kan ook documenten aanvaarden welke met die stukken zijn gelijkgesteld, behalve wat de in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde stukken betreft. Indien zij van oordeel is voldoende te zijn ingelicht, kan zij vrijstelling verlenen van de overlegging van één of meerdere stukken bedoeld in het eerste lid, 4° tot 6°.

Art. 366-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Onverminderd artikel 351 kan een vreemde beslissing tot nietigverklaring van een adoptie in België geen gevolgen hebben.

§ 4. Registratie. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 367-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Iedere beslissing van de federale centrale autoriteit inzake een verzoek houdende erkenning in België van een in deze afdeling bedoelde vreemde beslissing dient te worden gemotiveerd en overhandigd aan de verzoekers of wordt hen betekend bij ter post aangetekend schrijven. Wanneer de federale centrale autoriteit een vreemde beslissing houdende adoptie erkent, bepaalt zij in haar beslissing uitdrukkelijk of deze met een gewone dan wel met een volle adoptie overeenstemt.

Art. 367-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer is voldaan aan de voorwaarden voor de erkenning in België van een in een andere Staat gewezen beslissing houdende totstandkoming, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie, wordt die beslissing door de federale centrale autoriteit geregistreerd. Deze stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen hiervan in kennis.
De Koning bepaalt de nadere regels voor deze registratie en voor de afgifte van het bewijs ervan. Dit geschiedt zonder heffing van enige rechten of taksen.
Onverminderd beroep tegen een beslissing die overeenkomstig deze afdeling door de federale centrale autoriteit is gewezen, wordt iedere op grond van het eerste lid geregistreerde beslissing, op eenvoudig vertoon van het bewijs van registratie, door iedere overheid of rechtsmacht, erkend, alsook door ieder ander persoon.

Art. 367-3.<Ingevoegd bij W 2004-12-27/30, art. 243; Inwerkingtreding : 10-01-2005> § 1. De verzoekers kunnen beroep instellen bij de [1 familierechtbank]1 te Brussel binnen zestig dagen te rekenen van de overhandiging of de betekening van de beslissing van de federale centrale autoriteit.
Iedere belanghebbende of het openbaar ministerie kan beroep instellen binnen de termijn van een jaar te rekenen van de datum van de beslissing tot weigering om de adoptie te erkennen of van de datum van de in artikel 367-2, bedoelde registratie.
De vordering wordt ingesteld en behandeld overeenkomstig de in de artikelen 1034bis tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure. De verzoeker moet woonplaats kiezen in het rechtsgebied van de [1 familierechtbank]1.
De federale centrale autoriteit stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen in kennis van het beroep.
§ 2. Wanneer het vonnis in kracht van gewijsde treedt, bezorgt de griffier binnen een maand een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van het vonnis en de vermelding van de datum waarop het in kracht van gewijsde is getreden, bevat, bij een per post aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het beschikkend gedeelte van de vreemde beslissing is overgeschreven dan wel, bij gebreke daarvan, van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant of de adoptanten of van één van hen, hetzij, bij gebreke daarvan, van de geadopteerde.
Het ontvangstbewijs wordt door de griffier ter kennis gebracht van de partijen.
Binnen een maand te rekenen van de kennisgeving aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, schrijft deze het beschikkend gedeelte over in zijn registers en maakt hij er in voorkomend geval melding van op de kant van de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van de vreemde beslissing.
Indien het een vonnis betreft waarbij een beslissing tot niet-erkenning teniet wordt gedaan, wacht de ambtenaar van de burgerlijke stand totdat de erkende en geregistreerde vreemde beslissing hem wordt toegezonden met het oog op de overschrijving ervan.
Na de overschrijving stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de procureur des Konings [1 bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel]1, onverwijld ervan in kennis.
§ 3. Wanneer het vonnis in kracht van gewijsde treedt, bezorgt de griffier onverwijld een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van het vonnis en de vermelding van de datum waarop het in kracht van gewijsde is gegaan, bevat, bij per post aangetekende brief met ontvangstbewijs aan de federale centrale autoriteit.
Het ontvangstbewijs wordt door de griffier ter kennis gebracht van de andere partijen.
Binnen vijftien dagen te rekenen van de kennisgeving aan de federale centrale autoriteit registreert, wijzigt of vernietigt deze, naar gelang van het geval, de reeds ingeschreven beslissing. Zij stelt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen ervan in kennis.
Nadat de federale centrale autoriteit tot registratie is overgegaan, wordt aan de adoptanten een bewijs van registratie afgeleverd.
----------
(1)<W 2013-07-30/23, art. 57, 065; Inwerkingtreding : 01-09-2014>

HOOFDSTUK III. - Administratieve formaliteiten. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005>

Art. 368-1. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De ambtenaar van de burgerlijke stad van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, of bij gebreke daarvan, van de geadopteerde, is bevoegd om in zijn registers over te schrijven :
1° het beschikkend gedeelte van iedere in België gewezen beslissing houdende uitspraak, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie;
2° het beschikkend gedeelte van iedere vreemde beslissing inzake adoptie die in België is erkend en geregistreerd;
3° de akte van geboorte van de geadopteerde wanneer de adoptie in België is uitgesproken of erkend.
Indien geen van de bij de adoptie betrokken partijen haar gewone verblijfplaats in België heeft, is de ambtenaar van de burgerlijke stand te Brussel bevoegd.
Ieder ambtenaar van de burgerlijke stand die overeenkomstig dit artikel een overschrijving heeft verricht, of die in een akte of beslissing vermeld in zijn registers een kantmelding heeft gedaan van een akte of beslissing betreffende een adoptie, stelt de federale centrale autoriteit daarvan onverwijld in kennis. Deze brengt de centrale autoriteiten van de gemeenschappen hiervan in kennis.

Art. 368-2. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Wanneer de beslissing waarbij een adoptie overeenkomstig het Verdrag wordt uitgesproken of omgezet in de registers van de burgerlijke stand wordt overgeschreven, stelt de federale centrale autoriteit op verzoek van iedere belanghebbende partij het in artikel 23 van het Verdrag bedoelde schriftelijke bewijsstuk op volgens het model bepaald door de Koning.

Art. 368-3. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Ingeval de bevoegde autoriteit waarvoor het stuk is bestemd hierom verzoekt, moet een voor eensluidende verklaarde vertaling van dit stuk worden bezorgd. Behoudens vrijstelling zijn de kosten van vertaling ten laste van de adoptant of van de adoptanten.

Art. 368-4. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Behoudens andersluidende bepalingen in internationale verdragen moeten de door een buitenlandse autoriteit uitgereikte stukken die in België moeten worden overgelegd met het oog op de totstandkoming, de erkenning, de omzetting, de herroeping of de herziening van een adoptie op verzoek van de adoptant, de adoptanten of een van hen, of van de geadopteerde behoorlijk worden gelegaliseerd.

Art. 368-5. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De Belgische diplomatieke of consulaire overheden of deze van de Staat welke de belangen van België behartigt, bevoegd inzake notariaat en burgerlijke stand, ontvangen en reiken op het grondgebied van de Staat waar zij zijn geaccrediteerd, alle akten, volmachten, verklaringen en getuigschriften uit welke verband houden met die materies en betrekking hebben op een voornemen tot adoptie die in België moet tot stand komen of worden erkend of op een in België uitgesproken of erkende adoptie.

Art. 368-6. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> De bevoegde autoriteiten zorgen voor de bewaring van de gegevens waarover zij beschikken in verband met de herkomst van de geadopteerde, in het bijzonder deze betreffende de identiteit van zijn moeder en vader, en ook van de gegevens die nodig zijn voor het volgen van zijn gezondheidstoestand, over het medisch verleden van de geadopteerde en van zijn familie, met het oog op de totstandkoming van de adoptie en teneinde het de geadopteerde, indien hij dit wenst, later mogelijk te maken zijn herkomst te achterhalen.
Zij waarborgen aan de geadopteerde of aan zijn vertegenwoordiger de toegang tot die gegevens in de mate toegestaan door de Belgische wet, waarbij passende begeleiding wordt verstrekt.
Het verzamelen, bewaren en de toegang tot deze gegevens worden geregeld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

Art. 368-7. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Onder voorbehoud van artikel 368-6 mogen de persoonlijke gegevens die overeenkomstig het Verdrag of de wet zijn verzameld of overgezonden, in het bijzonder de verslagen betreffende het kind, zijn oorspronkelijke familie en de adoptanten, niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan die waarvoor zij zijn verzameld of overgezonden.

Art. 368-8. <W 2003-04-24/32, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-09-2005> Iedere Belgische overheid die met een vreemde overheid in contact wenst te treden in verband met een adoptie, moet zich daartoe tot de federale centrale autoriteit wenden.
Iedere Belgische overheid die door een vreemde overheid wordt gecontacteerd in verband met een adoptie, stelt hiervan onverwijld de federale centrale autoriteit in kennis.

Art. 369. (Opgeheven) <W 2003-04-24/32, art. 3, 017; Inwerkingtreding : onbepaald>

Art. 370. (Opgeheven) <W 2003-04-24/32, art. 3, 017; Inwerkingtreding : onbepaald>

Op 1 september 2005 trad de wet tot hervorming van de adoptie in werking.

Hierna volgt een toelichting van deze wet:

Het koninklijk besluit van 24 augustus 2005 tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2005, heeft immers voornamelijk tot doel de terzake relevante Belgische wetteksten op 1 september 2005 in werking te laten treden.

Anderzijds is de akte van bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie neergelegd op 26 mei 2005 en werd de wet van 24 juni 2004 houdende instemming met dit Verdrag bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2005. Overeenkomstig artikel 46 van het Verdrag treedt het Verdrag ten aanzien van België in werking op 1 september 2005.

Daaruit volgt dat op 1 september 2005 alle teksten die relevant zijn inzake adoptie in werking treden, te weten :
- voornoemd Verdrag van Den Haag, waardoor België vanaf dat tijdstip gebonden is met de Staten (een zestigtal) die het reeds hebben bekrachtigd;
- de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;
- de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft;
- hoofdstuk V, afdeling 2, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, met betrekking tot de internationale bevoegdheid en het recht toepasselijk inzake adoptie, en tot de erkenning van adopties vastgesteld in het buitenland;
- artikel 131 van voornoemde wet van 16 juli 2004 dat het nieuwe artikel 359-3 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, wijzigt;
- artikel 139, 5°, van dezelfde wet dat artikel 359-5 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, opheft;
- artikel 139, 12°, van dezelfde wet dat artikel 24, § 1, van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, opheft.
Overeenkomstig artikel 140 van de wet van 16 juli 2004 is hoofdstuk I van het Wetboek van internationaal privaatrecht vanaf 1 september 2005 bovendien eveneens van toepassing op de adoptie.
Tevens wordt erop gewezen :
- dat de artikelen 343 en 353-14 van het Burgerlijk Wetboek, alsook de artikelen 1231-3, 1231-5 en 1231-41 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, werden gewijzigd bij de artikelen 241 tot 246 van de programmawet van 27 december 2004, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2004. Krachtens dezelfde programmawet is tevens een artikel 367-3 ingevoegd in het Burgerlijk Wetboek;
- dat krachtens de artikelen 259 tot 263 van dezelfde programmawet diverse wijzigingen zijn aangebracht in de wet van 24 april 2003;
- dat artikel 9 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2005 dat artikel 24 van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie wijzigt, eveneens op 1 september 2005 in werking treedt.
De wijzigingen die de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht aanbrengt in de wet van 24 april 2003 volgen uit de noodzaak ervoor te zorgen dat de twee instrumenten volledig verenigbaar zijn.
De wijzigingen aangebracht door de programmawet van 27 december 2004 en de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen volgen grotendeels uit de bekommernis om nieuwe overgangsbepalingen in te voeren ten gunste van personen voor wie thans adoptieprocedures aan de gang zijn, zoals hierna wordt uitgelegd.

I. Context van de hervorming

De goedkeuring van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie en van de wet van 13 maart 2003 tot hervorming van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft, beoogde twee doelstellingen.
Enerzijds moest ons recht worden gewijzigd teneinde de bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie mogelijk te maken.
Anderzijds moesten bepaalde leemten in de huidige wetgeving worden weggewerkt en moest het adoptierecht worden gemoderniseerd door middel van de invoering van bepaalde waarborgen, zoals een voorafgaande evaluatie door de rechter van de bekwaamheid en de geschiktheid van de personen die wensen te adopteren en de vereiste dat deze personen een passende voorbereiding volgen.
Het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 voorziet in de oprichting van een centrale autoriteit die een wezenlijke rol moet spelen bij de verwezenlijking van interlandelijke adopties. In het Verdrag is evenwel bepaald dat in een federale Staat verscheidene centrale autoriteiten kunnen worden aangewezen.
In ons land vormt het adoptierecht een gemengde bevoegdheid die deels tot de bevoegdheid van de federale Staat en deels tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen behoort.
Derhalve is krachtens de wet van 24 april 2003 een stelsel ingevoerd dat beoogt rekening te houden met de bevoegdheden van elk, met de wijze waarop zij door de Grondwet en de wetten tot hervorming der instellingen zijn verdeeld en met de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.
De federale centrale autoriteit maakt deel uit van de Federale Overheidsdienst Justitie en moet twee soorten opdrachten vervullen :
1. de opdrachten van centrale autoriteit bepaald in het Verdrag en haar toegekend krachtens de wet. Het gaat vooral om informatie (overzending van informatie over de Belgische wetgeving en van statistieken aan de buitenlandse centrale autoriteiten, ontvangst van informatie van die autoriteiten en doorsturen ervan aan de bevoegde autoriteiten in België,...) en coördinatie (op nationaal en internationaal vlak);
2. andere opdrachten haar toegekend krachtens de wet - welke in het Verdrag niet voorkomen. Het gaat in casu hoofdzakelijk om de erkenning van de adopties die in het buitenland zijn tot stand gekomen (nagaan of de krachtens het Verdrag tot stand gekomen adopties niet strijdig zijn met de openbare orde en controle ten gronde van adopties die buiten het Verdrag tot stand zijn gekomen) en de registratie ervan.

II. Recht toepasselijk op de adoptie

Het recht toepasselijk op de adoptie is bepaald in de artikelen 67 tot 71 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, waarnaar ik verwijs.

III. Belgische adoptierecht


Met betrekking tot het Belgisch materieel adoptierecht wordt onderstreept dat adoptie voortaan is opengesteld voor een enkele persoon, twee echtgenoten van verschillend geslacht of samenwonenden van verschillend geslacht. Het begrip « samenwonenden » in de context van adoptie is opgenomen in het nieuwe artikel 343, § 1, b), van het Burgerlijk Wetboek, zoals vervangen bij de programmawet van 27 december 2004. Voortaan gaat het om twee personen van ongelijk geslacht die een verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd of om twee personen van ongelijk geslacht die op een permanente en affectieve wijze samenwonen sedert ten minste drie jaar op het tijdstip van de indiening van het verzoek om adoptie, voor zover zij niet door een band van bloedverwantschap of aanverwantschap zijn verbonden die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor de Koning geen ontheffing kan verlenen.

De twee soorten adoptie - gewone adoptie en volle adoptie - blijven bestaan. In bepaalde omstandigheden wordt het mogelijk een gewone adoptie om te zetten in een volle adoptie (artikel 347-3 van het Burgerlijk Wetboek).
De herziening van de adoptie is mogelijk onder de voorwaarden bepaald in artikel 351 van het Burgerlijk Wetboek, zowel bij gewone adoptie als bij volle adoptie (artikel 356-4 van het Burgerlijk Wetboek).
De herroeping van een gewone adoptie is mogelijk (artikel 354-1 tot 354-3 van het Burgerlijk Wetboek). Een volle adoptie (artikel 356-4 van het Burgerlijk Wetboek) kan evenwel niet worden herroepen.

De nietigheid van een adoptie kan nooit worden uitgesproken in België (artikelen 349-3 en 359-6 van het Burgerlijk Wetboek).
In sommige gevallen, zowel bij een gewone als bij een volle adoptie, kan de reeds geadopteerde persoon nogmaals worden geadopteerd (zie de artikelen 347-1 en 347-2 van het Burgerlijk Wetboek).

De adoptieprocedure in België is grondig gewijzigd. De procedure is enigszins verschillend naargelang het gaat om een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt (interlandelijke adoptie genaamd), zoals omschreven in artikel 360-2 van het Burgerlijk Wetboek, of om een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind niet onderstelt.

De totstandkoming van een adoptie in België wordt beheerst door het Belgische recht. Hierin is onder meer bepaald (artikel 346-1 van het Burgerlijk Wetboek) dat de adoptant of de adoptanten die een kind wensen te adopteren bekwaam en geschikt moeten zijn om te adopteren, en dat deze geschiktheid wordt beoordeeld door de jeugdrechtbank op grond van een maatschappelijk onderzoek.

De beoordeling van deze geschiktheid onderstelt dat de kandidaat-adoptanten vooraf de voorbereiding hebben gevolgd die door de bevoegde Gemeenschap wordt verstrekt. Dit heeft tot gevolg dat, als het gaat om de adoptie van een kind, in België geen enkele adoptie nog tot stand kan komen zonder voorafgaand contact met de overheden van de Gemeenschappen.
Ingeval de adoptieprocedure in het buitenland moet worden geconcretiseerd, is normaliter de buitenlandse procedure van toepassing.

In geval van een adoptie die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstelt (interlandelijke adoptie), met andere woorden in de meeste gevallen waarin de adoptie in het buitenland wordt uitgesproken, zijn soortgelijke bepalingen van toepassing, te weten de verplichting voor de kandidaat-adoptant om door de rechtbank erkend te worden als geschikt om te adopteren.

De geschiktheid wordt beoordeeld door de jeugdrechtbank op grond van een maatschappelijk onderzoek, nadat de kandidaat-adoptanten eerst de voorbereiding hebben gevolgd die de bevoegde Gemeenschap organiseert (artikel 361-1 van het Burgerlijk Wetboek).

Daaruit volgt dus dat de grote meerderheid van de adopties, ongeacht of zij worden uitgesproken in België of in het buitenland na een procedure door Belgische ingezetenen, niet langer kunnen plaatsvinden zonder begeleiding door de diensten van de Gemeenschappen, wat sommigen ertoe heeft aangezet te stellen dat de mogelijkheid tot « vrije adoptie » is afgeschaft.

De procedure bij endofamiliale adopties kan enigszins eenvoudiger zijn (krachtens artikel 346-2, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, kan de jeugdrechtbank zonder voorafgaandelijk maatschappelijk onderzoek uitspraak doen over de geschiktheid om te adopteren).

Er moet op worden gewezen dat de geschiktheidsvoorwaarde, zoals genoemd in artikel 346-1 van het Burgerlijk Wetboek, de adoptie van kinderen betreft en niet die van personen van achttien jaar of ouder.

Enkele bepalingen van het materieel recht die de aandacht van de ambtenaar van de burgerlijke stand vereisen :

A. Artikel 353-12 van het Burgerlijk Wetboek, waarin is bepaald dat de band van verwantschap die uit de adoptie ontstaat zich uitstrekt tot de afstammelingen van de geadopteerde.

B. Artikel 353-13 van het Burgerlijk Wetboek, waarin de gevallen van huwelijksbeletsel worden opgesomd bij gewone adoptie. Het huwelijk is verboden :
1° tussen de adoptant en de geadopteerde of zijn afstammelingen;
2° tussen de geadopteerde en de vorige echtgenoot van de adoptant;
3° tussen de geadopteerde en de persoon met wie de adoptant heeft samengewoond of samenwoont;
4° tussen de adoptant en de vorige echtgenoot van de geadopteerde;
5° tussen de adoptant en de persoon met wie de geadopteerde heeft samengewoond of samenwoont;
6° tussen de adoptieve kinderen van een zelfde adoptant;
7° tussen de geadopteerde en de kinderen van de adoptant.
In artikel 353-13 is voorts bepaald dat de Koning om wettige redenen ontheffing kan verlenen van de laatste twee verbodsbepalingen.
In de context van dit artikel moet erop worden gewezen dat het begrip « samenwonende » moet worden verstaan in de zin van de in artikel 343 gegeven definitie.
Bij volle adoptie gelden de huwelijksbeletsels bedoeld in de artikelen 161 tot 164 van het Burgerlijk Wetboek, zowel ten aanzien van de adoptiefamilie als ten aanzien van de oorspronkelijke familie van de geadopteerde (artikel 356-1, eerste en tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek).

C. Artikel 350 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde na de adoptie.
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee gevallen :
- het eerste geval betreft de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van de adoptant.
In tegenstelling tot de vorige wet (de vroegere artikelen 362 en 370, § 4, van het Burgerlijk Wetboek) is in artikel 350, eerste lid, bepaald dat de gewone of de volle adoptie een einde neemt bij de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van de adoptant.
- het tweede geval betreft de vaststelling van de afstamming van de geadopteerde ten aanzien van een derde.
Een dergelijke situatie maakt geen einde aan de adoptie.
Ingeval de adoptie een gewone adoptie was, heeft de afstamming, zoals thans reeds het geval is, slechts gevolgen voorzover zij niet strijdig zijn met die van de adoptie.
Ingeval de adoptie een volle adoptie was, heeft de afstamming geen andere gevolgen dan de huwelijksbeletsels bedoeld in de artikelen 161 tot 164 van het Burgerlijk Wetboek.

IV. Erkenning van in het buitenland uitgesproken adopties

De nieuwe wetgeving heeft de procedure voor de erkenning van de in het buitenland uitgesproken adopties grondig gewijzigd. De gevolgen voor de rol van de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn wellicht het belangrijkst op dit vlak.

Artikel 72 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht bepaalt immers : « In afwijking van de bepalingen van deze wet wordt een buitenlandse rechterlijke beslissing of authentieke akte houdende totstandkoming, omzetting, herroeping, herziening of vernietiging van een adoptie niet erkend in België ingeval de bepalingen van de artikelen 365-1 tot 366-3 van het Burgerlijk Wetboek niet werden in acht genomen en een beslissing bedoeld in artikel 367-1 van hetzelfde Wetboek niet is geregistreerd overeenkomstig artikel 367-2 van dat Wetboek ».

Wat de nietigverklaring betreft, is in artikel 366-3 van het Burgerlijk Wetboek evenwel bepaald dat een vreemde beslissing tot nietigverklaring van een adoptie in België geen gevolgen heeft. De nietigheid van een adoptie is dus onmogelijk. Deze bepaling slaat evenwel op de nietigverklaring in de strikte zin.

De federale centrale autoriteit behoudt een beoordelingsbevoegdheid en is niet gebonden door de omschrijving ervan. De erkenning is dus niet uitgesloten ingeval de beslissing tot « nietigverklaring » eigenlijk een herroeping of een herziening blijkt te zijn.

In de wet van 24 april 2003 is overigens bepaald dat de buitenlandse adopties voortaan moeten worden erkend door de federale centrale autoriteit, ongeacht of het gaat om interlandelijke (adopties die de interlandelijke overbrenging van een kind onderstellen) of andere adopties (louter interne buitenlandse adopties of adopties die de interlandelijke overbrenging van een kind niet onderstellen).

Ingeval het gaat om een adoptie « volgens het Verdrag » (beheerst door het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie), kan de centrale autoriteit de erkenning alleen weigeren als de adoptie kennelijk strijdig is met de openbare orde, rekening houdend met het hoger belang van het kind en de fundamentele rechten die het op grond van het internationaal recht toekomen.

Wanneer het niet gaat om een adoptie « volgens het Verdrag », worden de voorwaarden voor erkenning bepaald door de artikelen 365-1 en 365-2 van het Burgerlijk Wetboek.

Iedere beslissing van de federale centrale autoriteit inzake een verzoek om erkenning in België van een buitenlandse beslissing inzake adoptie wordt gemotiveerd en overhandigd of betekend aan de verzoekers. Een positieve beslissing wordt geconcretiseerd door een bewijs van registratie opgesteld overeenkomstig een model bepaald door het koninklijk besluit van 24 augustus 2005 tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie en van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht. Dit bewijs wordt overhandigd of betekend aan de verzoekers.
Uit al deze bepalingen volgt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand die een verzoek om erkenning van een in het buitenland uitgesproken adoptie moet behandelen, de verzoeker moet verwijzen naar de federale centrale autoriteit (zie gegevens infra) alvorens er conclusies inzake de staat van de betrokkene uit te trekken.

V. Formaliteiten inzake burgerlijke stand


Deze aangelegenheid komt voornamelijk aan bod in artikel 368-1 van het Burgerlijk Wetboek.
Krachtens deze bepaling is de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant, van de adoptanten of van een van hen, of bij gebreke daarvan, van de geadopteerde, bevoegd om over te gaan tot een overschrijving in zijn registers.

Ingeval geen van de bij de adoptie betrokken partijen haar gewone verblijfplaats in België heeft, is de ambtenaar van de burgerlijke stand te Brussel bevoegd.
De ambtenaar van de burgerlijke stand moet in zijn registers overschrijven :
1° het beschikkend gedeelte van iedere in België gewezen beslissing houdende uitspraak, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie.
Geval 1 : uitspraak van een adoptie
Zulks zou geen moeilijkheden mogen veroorzaken.

Met betrekking tot een in België uitgesproken adoptie is in het nieuwe artikel 1231-19 van het Gerechtelijk Wetboek bepaald dat het beschikkend gedeelte van de beslissing door de griffier wordt toegezonden aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar van de burgerlijke stand schrijft het beschikkend gedeelte onmiddellijk over in zijn registers en zendt een afschrift van de akte van overschrijving toe aan de griffier en aan de federale centrale autoriteit.

De overschrijving moet worden vermeld in de kant van de akten van de burgerlijke stand van de geadopteerde en van zijn afstammelingen.
Overeenkomstig artikel 1231-15 van het Gerechtelijk Wetboek vermeldt het beschikkend gedeelte van het vonnis inzake adoptie inzonderheid :
- de naam en de voornamen die de geadopteerde bij de adoptie droeg en ingeval zij ingevolge de adoptie zijn gewijzigd, de naam en de voornamen die hij voortaan zal dragen;
- indien nodig, de naam en de voornamen die de afstammelingen van de geadopteerde niettegenstaande de adoptie behouden.

Op grond van artikel 353-6 van het Burgerlijk Wetboek geldt de naamsverandering ingevolge de adoptie eveneens voor de afstammelingen van de geadopteerde indien in het beschikkend gedeelte van het vonnis de naam die zij behouden niet is vermeld.

Overeenkomstig artikel 349-1 van het Burgerlijk Wetboek heeft de adoptie, zodra zij is overgeschreven, gevolgen vanaf de neerlegging van het verzoekschrift
Geval 2 : omzetting van een gewone adoptie in een volle adoptie
Dit geval behoeft geen commentaar (zie artikel 1231-23 van het Gerechtelijk Wetboek).
Gevallen 3 en 4 : herroeping of herziening van een adoptie

Overeenkomstig artikel 1231-50 van het Gerechtelijk Wetboek vermeldt het beschikkend gedeelte van het vonnis de naam en de voornamen die de persoon die geadopteerd was, zal dragen, alsook die welke zijn afstammelingen, van wie de naam ingevolge de adoptie was gewijzigd, zullen dragen.

Voor het overige eindigen de gevolgen van de adoptie vanaf de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand (artikelen 354-3 en 351 van het Burgerlijk Wetboek), zowel wat de herroeping als wat de herziening betreft.
Behalve in het geval waarin het kind overeenkomstig artikel 354-2 van het Burgerlijk Wetboek opnieuw onder het ouderlijk gezag van de vader of moeder of van een van hen wordt geplaatst, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand bovendien de bevoegde vrederechter onmiddellijk in kennis stellen van de overschrijving van het vonnis waarbij de herroeping wordt uitgesproken.
2° het beschikkend gedeelte van iedere in België erkende en geregistreerde vreemde beslissing inzake adoptie

In punt IV werd reeds vermeld dat de erkenning van buitenlandse adopties voortaan wordt toevertrouwd aan de federale centrale autoriteit. In geval van erkenning wordt aan de verzoekers een beslissing van erkenning overhandigd of betekend, en wordt hen een bewijs van registratie afgegeven.

Bijgevolg zijn de ambtenaren van de burgerlijke stand niet langer gemachtigd om buitenlandse beslissingen over te schrijven waarvan de registratie door de federale centrale autoriteit niet is bewezen.
Gelet op artikel 367-2, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat iedere op grond van het eerste lid geregistreerde beslissing, op eenvoudig vertoon van het bewijs van registratie wordt erkend door iedere overheid of rechtsmacht, alsook door ieder ander persoon, moet de ambtenaar van de burgerlijke stand niet langer de geldigheid van de akte onderzoeken zoals bepaald in artikel 31 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht.
 

Er moet worden opgemerkt dat geen enkele bepaling van de wet een betrokkene die de erkenning en de registratie van een buitenlandse beslissing inzake adoptie heeft verkregen, de verplichting oplegt de overschrijving ervan te vragen aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.
De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand moet vragen dat hem het bewijs van registratie, dat is afgegeven door de federale centrale overheid, wordt voorgelegd indien hij gevolgen moet verlenen aan de adoptie, inzake nationaliteit of naam bijvoorbeeld.
 

Terzake moet worden onderstreept dat de naam van de geadopteerde na de adoptie wordt vermeld in het bewijs van registratie van een adoptie. Het gaat om de naam bepaald op grond van de artikelen 37 tot 39 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht. In sommige gevallen is het dus mogelijk dat dit niet de hem krachtens de adoptieakte toegekende naam is.
3° de geboorteakte van de geadopteerde wanneer de adoptie in België is uitgesproken of erkend.
Deze bepaling moet worden getoetst aan die bedoeld in artikel 48 van het Burgerlijk Wetboek, voorzover deze tevens kan gelden voor een Belg die werd geadopteerd.
 

De Minister van Justitie is van oordeel dat artikel 368-1, eerste lid, 3°, van het Burgerlijk Wetboek moet worden uitgelegd als een aanvulling op artikel 48. Het moet dus voornamelijk van nut zijn voor de personen van wie de adoptie in België is uitgesproken of erkend en die de Belgische nationaliteit niet bezitten.
Ingeval de geadopteerde persoon Belg is, volgt uit artikel 48 hoe dan ook een recht om zijn geboorteakte in België te doen overschrijven, ongeacht of de op hem betrekking hebbende adoptie al dan niet erkend werd. Het is zelfs mogelijk dat de ambtenaar van de burgerlijke stand niet weet dat de persoon die hem vraagt zijn geboorteakte over te schrijven ooit geadopteerd werd.

Een bijzondere moeilijkheid kan zich voordoen ingeval uit de geboorteakte van deze persoon blijkt dat hij werd geadopteerd, maar dat deze adoptie niet in België werd erkend.
Teneinde enig misbruik te voorkomen van het door de nieuwe wetgeving ingevoerde stelsel, is het wenselijk de verzoeker in een dergelijk geval te vragen vooraf contact op te nemen met de federale centrale autoriteit teneinde de erkenning van deze adoptie te verkrijgen. De geboorteakte wordt niet overgeschreven zolang deze erkenning niet is bewezen.

Telkens als een overschrijving wordt verricht op grond van artikel 368-1, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand die deze heeft verricht, of die op de kant van een akte of een beslissing opgenomen in zijn registers een melding heeft gedaan van een akte of beslissing betreffende een adoptie, de federale centrale autoriteit daarvan onverwijld in kennis.


VI. Rechtsmiddelen


Krachtens artikel 367-3 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd op grond van de programmawet van 27 december 2004, kunnen de verzoekers beroep instellen bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel binnen zestig dagen te rekenen vanaf de overhandiging of de betekening van de beslissing van de federale centrale autoriteit.

Het beroep kan gericht zijn tegen een beslissing tot niet-erkenning van de federale centrale autoriteit of tegen een beslissing tot erkenning (dit geval zou zeldzamer moeten zijn, maar is niet onmogelijk, bijvoorbeeld het geval waarin de verzoekers de omschrijving gewone adoptie betwisten, het geval waarin de erkenning van een adoptie leidt tot familietwisten die aanleiding geven tot een dergelijk beroep, of nog het geval waarin verscheidene families twisten over de vaststelling van een afstammingsband ten aanzien van hetzelfde kind).

De administratieve formaliteiten die na afloop van de procedure moeten worden vervuld, zijn uitvoerig omschreven in artikel 367-3, § 2. In de praktijk kunnen zij evenwel aanleiding geven tot enige moeilijkheden omdat, zoals reeds is gesteld, geen enkele bepaling van de wet een betrokken persoon die de erkenning en de registratie van een buitenlandse beslissing inzake adoptie heeft verkregen, de verplichting oplegt de overschrijving ervan te vragen aan de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.

Derhalve is in de wet bepaald dat wanneer het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, de griffier binnen een maand een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van het vonnis bevat, bezorgt aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar het beschikkend gedeelte van de buitenlandse beslissing is overgeschreven, of, bij gebreke daarvan, van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant of de adoptanten of van één van hen, dan wel, bij gebreke daarvan, van de geadopteerde.

Er kan niet worden uitgesloten dat in sommige gevallen geen van deze situaties bestaat. De griffier verkeert dan eigenlijk in de onmogelijkheid om het beschikkend gedeelte van het vonnis te bezorgen aan een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Ingeval het vonnis aan een ambtenaar van de burgerlijke stand kon worden toegezonden, schrijft laatstgenoemde het beschikkend gedeelte over in zijn registers binnen een maand na de betekening en maakt in voorkomend geval melding ervan op de kant van de akte van overschrijving van het beschikkend gedeelte van de buitenlandse beslissing. De woorden « in voorkomend geval » verwijzen naar het gegeven dat het goed mogelijk is dat het beschikkend gedeelte van de buitenlandse beslissing niet werd overgeschreven.

Er bestaat evenwel een uitzondering op deze verplichting tot overschrijving binnen een maand. In de wet is immers bepaald dat in geval van een vonnis waarbij een beslissing tot niet-erkenning teniet wordt gedaan, de ambtenaar van de burgerlijke stand wacht tot de erkende en geregistreerde buitenlandse beslissing hem wordt toegezonden met het oog op de overschrijving ervan (het gaat noodzakelijkerwijze om de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats van de gewone verblijfplaats in België van de adoptant of de adoptanten of van één van hen, dan wel, bij gebreke daarvan, van de geadopteerde).

Er bestaat per definitie immers geen voorafgaande registratie van de buitenlandse beslissing door de federale centrale autoriteit. Overeenkomstig artikel 367-3, § 3, van het Burgerlijk Wetboek ontvangt laatstgenoemde van de griffier kennisgeving van het beschikkend gedeelte van het vonnis en moet zij de buitenlandse beslissing binnen vijftien dagen registreren. Vervolgens geeft zij het bewijs van registratie af aan de verzoekers. Gelet op het gegeven dat er geen wettelijke verplichting bestaat om de buitenlandse beslissing te doen overschrijven, kan niet worden uitgesloten dat de ambtenaar van de burgerlijke stand die in het bezit is gesteld van een vonnis waarin een beslissing tot niet-erkenning wordt tenietgedaan, nooit de buitenlandse beslissing ontvangt met het oog op de overschrijving.

De centrale autoriteit moet de personen aan wie een bewijs van registratie wordt afgegeven evenwel aanraden deze formaliteit te verrichten opdat hun rechtspositie zo transparant mogelijk zou zijn en zij, indien nodig, later afschriften of uittreksels ervan kunnen verkrijgen.

VII. Toepassing van de wet in de tijd en overgangsbepalingen


In de artikelen 21 en 22 van de wet is bepaald onder welke voorwaarden de procedures die in België aan de gang zijn onderworpen blijven aan het vroegere recht.

In deze gevallen moet de ambtenaar van de burgerlijke stand die een overschrijving van een beslissing betreffende een adoptie verricht of die inzake een adoptie een melding in de kant aanbrengt, de federale centrale autoriteit daarvan onverwijld in kennis stellen (artikel 23 van de wet).

Wat de erkenning van de buitenlandse beslissingen betreft, voorziet de wet ook in overgangsbepalingen die worden omschreven in artikel 24, zoals gewijzigd bij artikel 9 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen.

In alle gevallen waarin de erkenning moet plaatsvinden na de inwerkingtreding van de wet moet de beslissing evenwel erkend en geregistreerd worden door de federale centrale autoriteit die het bewijs van registratie afgeeft aan de verzoekers. Bijgevolg zijn de in punt V ontwikkelde formaliteiten inzake burgerlijke stand hierop onder dezelfde voorwaarden van toepassing.

Een buitenlandse beslissing inzake adoptie kan overigens altijd worden geregistreerd door de federale centrale autoriteit op verzoek van de betrokkenen, zelfs in de gevallen waarin zij reeds voor de inwerkingtreding van de wet in België werd erkend.

VIII. Gegevens inzake de federale centrale autoriteit en nuttige adressen


De federale centrale autoriteit is de Dienst Internationale Adoptie, ingesteld bij de Federale Overheidsdienst Justitie.
Dienst Internationale Adoptie, Federale Overheidsdienst Justitie, Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele Rechten en Vrijheden,
Waterloolaan 115
B-1000 Brussel
Tel. : + 32 (2) 542 65 11
Fax : +32 (2) 542 70 38
Voor nuttig gevolg worden u tevens de gegevens van de overheden van de Gemeenschappen bevoegd inzake adoptie bezorgd :
1. Franse Gemeenschap
De centrale autoriteit van de Gemeenschap is bevoegd in het Franse taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen die gevestigd zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun organisatie, moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Franse Gemeenschap :
Autorité centrale communautaire, Ministère de la Communauté Française,
Direction générale Aide à la Jeunesse,
Boulevard Léopold II 44
B-1080 Bruxelles
Tél. : +32 (2) 413 41 35
Fax : +32 (2) 413 21 39
2. Vlaamse Gemeenschap
Kind en Gezin is bevoegd in het Nederlandse taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen die gevestigd zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun organisatie, moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap :
Kind en Gezin,
Hallepoortlaan 27
B-1060 Brussel
Tel. : +32 (2) 533 14 76/77
Fax : + 32 (2) 534 13 82
3. Duitstalige Gemeenschap
Deze centrale autoriteit van de Gemeenschap is bevoegd in het Duitse taalgebied :
Ministerium der Deutschsprachigen Gemeinschaft
Zentrale Behörde der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Adoptionen
Gospertstrasse 1
B-4700 Eupen
Fax. : +32 (87) 55 64 74
Tel. : + 32 (87) 59 63 46
 


De lijst van Staten die partij zijn bij dit Verdrag is beschikbaar op de website van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht : http://www.hcch.net (/index euro fr.php of /index euro en.php).



Bronvermelding: Omzendbief van de Minister van Justitie van 24 AUGUSTUS 2005 betreffende de tenuitvoerlegging van de hervorming van de adoptie gericht aan de Dames en Heren Procureurs-generaal bij de Hoven van beroep en de Dames en Heren ambtenaren van de burgerlijke stand van het Rijk
 

24 AUGUSTUS 2005
Koninklijk besluit tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht


Gelet op de artikelen 367-2 en 368-2 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd door de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;
Gelet op de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft, inzonderheid op artikel 4;
Gelet op de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2004, bij de programmawet van 27 december 2004 en door de wet van 20 juli 2005, inzonderheid op artikel 25;
Gelet op de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht, inzonderheid op artikel 140;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 11 juli 2005;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 20 juli 2005;
Gelet op het spoedeisend karakter, gemotiveerd door de volgende omstandigheden;
Overwegende dat de akte van bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie is neergelegd op 26 mei 2005 en dat de wet van 24 juni 2004 houdende instemming met dit Verdrag is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 6 juni 2005;
Dat het Verdrag ten aanzien van België in werking treedt op 1 september 2005;
Dat het derhalve van belang is dat België vanaf deze datum zijn internationale verplichtingen kan nakomen;
Dat zulks onderstelt dat de wetten van 13 maart en 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, die nauw verband houden met de tenuitvoerlegging van het Verdrag in België, op die datum in werking treden;
Dat het tevens van belang is dat de uitvoeringsmaatregelen met het oog op de registratie van al dan niet met toepassing van het Verdrag genomen buitenlandse beslissingen inzake adoptie, en op de afgifte van het bewijsstuk waaruit overeenstemming met het Verdrag blijkt, op hetzelfde tijdstip in werking treden.
Gelet op advies nr. 38.964/2/V van de Raad van State, gegeven op 9 augustus 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Registratie van in het buitenland uitgesproken adopties
Artikel 1. Overeenkomstig artikel 367-2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek worden de in het buitenland gewezen beslissingen houdende totstandkoming, omzetting, herroeping of herziening van een adoptie geregistreerd in het door de federale centrale autoriteit gehouden centraal register.
Art. 2. Binnen vijf werkdagen te rekenen vanaf de gunstige beslissing inzake een verzoek om erkenning in België van een in het vorige artikel bedoelde buitenlandse beslissing worden de gegevens betreffende de adoptanten en de geadopteerde en deze betreffende de autoriteit die de beslissing heeft uitgesproken, de datum ervan en de omschrijving van deze adoptie door de federale centrale overheid ingeschreven in het centraal register.
Art. 3. De federale centrale autoriteit bewaart de documenten vereist voor de erkenning in België en rangschikt deze onder de naam en voornamen van de geadopteerde, met vermelding van de datum waarop de beslissing werd geregistreerd.
Art. 4. Binnen een termijn van drie werkdagen te rekenen vanaf de inschrijving van de buitenlandse beslissing in het register, geeft de centrale autoriteit aan de verzoekers een bewijs van registratie af, waarvan de modellen als bijlagen 1 en 2 bij dit besluit gaan.
HOOFDSTUK II. - Bewijsstuk van overeenstemming
Art. 5. Overeenkomstig artikel 368-2 van het Burgerlijk Wetboek geeft de federale centrale autoriteit het bewijsstuk van overeenstemming af volgens het model dat als bijlage 3 bij dit besluit gaat.
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen
Art. 6. De wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, gewijzigd bij de wet van 16 juli 2004, de programmawet van 27 december 2004 en de wet van 20 juli 2005 treden in werking op 1 september 2005.
Art. 7. Hoofdstuk V, afdeling 2, en de artikelen 131 en 139, 5° en 12°, van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht treden in werking op 1 september 2005.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2005.
 

24 AUGUSTUS 2005
Ministerieel besluit tot aanwijzing van de federale centrale autoriteit inzake interlandelijke adoptie, bedoeld in artikel 360-1, 2°, van het Burgerlijk Wetboek

De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 360-1, 2°, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie;
Gelet op de wet van 24 juni 2004 houdende instemming met het Verdrag inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie, gedaan te Den Haag op 29 mei 1993;
Gelet op het koninklijk besluit van 24 augustus 2005 tot vaststelling van maatregelen houdende uitvoering van de wet van 24 april 2003 tot hervorming van de adoptie, van de wet van 13 maart 2003 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de adoptie betreft en van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht,
Besluit :
Artikel 1. De Dienst Internationale Adoptie van de Federale Overheidsdienst Justitie is de autoriteit aangewezen om in België de opdrachten van een centrale autoriteit te verrichten zoals die in het Verdrag van Den Haag van 29 mei 1993 inzake de internationale samenwerking en de bescherming van kinderen op het gebied van de interlandelijke adoptie zijn omschreven en waarmee zij op grond van het Burgerlijk Wetboek wordt belast, alsook alle andere taken waarmee dit Wetboek haar belast.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2005




 

Nog dit: 

rechtsleer:

Adoptie, Hervorming van intern en interlandelijk adoptierecht, Ilse Martens, NJW 141 03/05/2006, 338. Adoptie, Ilse Martens, in Advocatenpraktijk B.R. 27

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:16
Laatst aangepast op: zo, 02/07/2017 - 08:20

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.