-A +A

Aard van de beslissing tot gerechtelijke bemiddeling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Overeenkomstig artikel 1734 § 1 Ger.W. kan in elke stand van het geding, de gevatte rechter op gezamenlijk verzoek van de partijen of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen een bemiddeling bevelen zolang de zaak niet in beraad genomen is.

Wanneer een rechter partijen doorverwijst naar een bemiddelaar overeenkomstig artikel 1734 § 1 Ger.W., wordt nog geen enkel aspect van het geschil en van de vordering beslecht.

De bemiddeling is immers geen geschillenbeslechting.

De bemiddelaar helpt enkel partijen bij het zoeken naar een redelijke en voor beide partijen aanvaardbare oplossing, zonder te oordelen.

Een gerechtelijke bemiddeling kan enkel worden toegekend zolang de zaak niet in beraad is genomen waaruit dient te worden afgeleid dat evenmin enig impliciet oordeel over de rechtsmacht of de ontvankelijkheid geveld wordt.

Artikel 1737 Ger.W. bepaalt voorts dat er geen voorziening mogelijk is tegen de beslissing waarbij de bemiddeling wordt bevolen.

Mocht een vonnis waarbij een gerechtelijke bemiddeling wordt bevolen wel een (impliciet of expliciet) oordeel van de rechtsmacht inhouden dan zou een voorziening hiertegen mogelijk zijn, omdat uitspraken over de rechtsmacht van de overheidsrechter in beginsel appellabel zijn.

Een tussenvonnis waarbij een gerechtelijke bemiddelaar werd aangesteld conform artikel 1734 § 1 Ger.W. impliceert niet dat een partij afstand doet van de mogelijkheid om een beroep te doen op de contractuele bedongen arbitrage voor geschillenbeslechting.

Evenmin kan een partij hieruit afleiden dat de rechter die de bemiddeling oplegt impliciet oordeelt over de vereiste rechtsmacht te beschikken om het geschil te beslechten.

Voor een toepassingsgeval en tevens bron van deze stelling zie Hof van Beroep te Antwerpen, 03.12.2012, RW 2013-2014, kolom 663.
 

UIttreksel uit het gerechtelijk wetboek:

De gerechtelijke bemiddeling. <Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 18; Inwerkingtreding : 30-09-2005>.

Art. 1734.<Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 18; Inwerkingtreding : 30-09-2005> § 1. In elke stand van het geding, alsook in kort geding, behalve voor het Hof van Cassatie en voor de arrondissementsrechtbank, kan de reeds geadieerde rechter, op gezamenlijk verzoek van de partijen, of op eigen initiatief maar met instemming van de partijen, een bemiddeling bevelen, zolang de zaak niet in beraad is genomen. De partijen komen overeen over de naam van de bemiddelaar, die moet erkend zijn door de in artikel 1727 bedoelde commissie.
In afwijking van het vorige lid, kunnen de partijen gemeenschappelijk en op gemotiveerde wijze aan de rechter vragen dat hij een niet-erkende bemiddelaar aanwijst. Tenzij de bemiddelaar die de partijen voorstellen klaarblijkelijk niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 1726, willigt de rechter dit verzoek in, indien de partijen aantonen dat geen enkele erkende bemiddelaar beschikbaar is die over de vereiste bekwaamheden beschikt voor die bemiddeling.
§ 2. De beslissing die een bemiddeling beveelt, vermeldt uitdrukkelijk het akkoord van de partijen, de naam, de hoedanigheid en het adres van de bemiddelaar, legt de aanvankelijke duur vast van zijn opdracht, zonder dat die [1 zes]1 maanden kan overschrijden en vermeldt de datum waarop de zaak is verdaagd, die de eerste nuttige datum na het verstrijken van deze termijn is.
§ 3. Uiterlijk tijdens de in § 2 bedoelde zitting informeren de partijen de rechter over de afloop van de bemiddeling. Indien ze niet tot een akkoord zijn gekomen, kunnen ze om een nieuwe termijn verzoeken of vragen dat de procedure wordt voortgezet.
§ 4. De partijen kunnen om een bemiddeling verzoeken, hetzij in de akte van rechtsingang, hetzij tijdens de zitting, hetzij bij een eenvoudig schriftelijk verzoek dat wordt neergelegd bij of gericht is aan de griffie. In dat laatste geval wordt de rechtsdag bepaald binnen vijftien dagen na het verzoek.
De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op en in voorkomend geval hun raadsman bij gewone brief. Indien het over een gezamenlijk verzoek van de partijen gaat, worden zij, en in voorkomend geval hun raadsman, bij gewone brief opgeroepen.
§ 5. Wanneer de partijen er gezamenlijk om verzoeken dat een bemiddeling wordt bevolen, worden de proceduretermijnen die hen werden verleend geschorst vanaf de dag dat zij dat verzoek doen.
In voorkomend geval kunnen de partijen of één van hen om nieuwe termijnen verzoeken voor de instaatstelling van de zaak tijdens de in § 2 of in artikel 1735, § 5, bedoelde zitting.
----------
(1)<W 2015-10-19/01, art. 49, 004; Inwerkingtreding : 01-11-2015>

Art. 1735. <Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 19; Inwerkingtreding : 30-09-2005> § 1. Binnen acht dagen na uitspraak van de beslissing bezorgt de griffie de bemiddelaar bij gerechtsbrief een voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis. Binnen acht dagen brengt de bemiddelaar de rechter en de partijen bij brief op de hoogte van de plaats, de dag en het uur waarop hij zijn opdracht zal aanvatten.
§ 2. De bemiddeling kan betrekking hebben op het hele geschil of op een gedeelte ervan.
§ 3. Gedurende de bemiddeling blijft de rechter geadieerd en kan hij op elk ogenblik elke door hem noodzakelijk geachte maatregel treffen. Op verzoek van de bemiddelaar of van een van de partijen kan hij ook vóór het verstrijken van de vastgestelde termijn een einde maken aan de bemiddeling.
§ 4. Op elk ogenblik van de procedure kan de aangewezen bemiddelaar door een andere erkende bemiddelaar worden vervangen, bij overeenkomst tussen de partijen, die door hen ondertekend wordt en bij het dossier van de procedure wordt gevoegd.
§ 5. De zaak kan vóór de vastgestelde dag weer voor de rechter worden gebracht bij eenvoudige, schriftelijke en ter griffie neergelegde of aan de griffie gerichte verklaring door de partijen of door een van hen. De rechtsdag wordt bepaald binnen vijftien dagen na het verzoek.
De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op en in voorkomend geval hun raadsman bij gewone brief. Indien het over een gezamenlijk verzoek van de partijen gaat, worden zij, en in voorkomend geval hun raadsman, bij gewone brief opgeroepen.

Art. 1736. <Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 20; Inwerkingtreding : 30-09-2005> De bemiddeling verloopt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1731 en 1732.
Bij afloop van zijn opdracht meldt de bemiddelaar de rechter schriftelijk of de partijen al dan niet tot een akkoord zijn gekomen.
Zo de bemiddeling tot een, zelfs gedeeltelijk bemiddelingsakkoord leidt, kunnen de partijen of één van hen overeenkomstig artikel 1043 de rechter verzoeken dat akkoord te homologeren.
De rechter kan de homologatie van het akkoord alleen weigeren indien het strijdig is met de openbare orde of indien het akkoord dat bekomen werd na een bemiddeling in familiezaken strijdig is met het belang van de minderjarige kinderen.
Zo de bemiddeling niet tot een volledig bemiddelingsakkoord heeft geleid, wordt de procedure op de vastgestelde dag voortgezet, maar behoudt de rechter de mogelijkheid om, zo hij dat opportuun acht en alle partijen ermee instemmen, de opdracht van de bemiddelaar voor een door hem bepaalde termijn te verlengen.

Art. 1737. <Ingevoegd bij W 2005-02-21/36, art. 21; Inwerkingtreding : 30-09-2005> Er is geen voorziening mogelijk tegen de beslissing waarbij de bemiddeling wordt bevolen, verlengd of beëindigd. 

Rechtspraak:

• Hof van Beroep Gent, AR 2006/RK/33, 15/03/2007, juridat:

2006/RK/33

in de zaak van:

D.L.,

appellante,

tegen:


D.S.,

geïntimeerde,

velt het hof het volgend arrest:

Ter beoordeling is nog steeds het hoger beroep ingesteld tegen de beschikking in de zaak met rolnummer 05/236/C verleend op 12 januari 2006 in kort geding door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, statuerend over de gevorderde voorlopige maatregelen in het kader van een echtscheidingsprocedure.

...Het hof nam in het bijzonder kennis van het tussenarrest op 30 november 2006 gewezen door dit hof en deze kamer.

Daarin werd beslist dat het gehele geschil het voorwerp zou uitmaken van een gerechtelijke bemiddeling zoals bepaald in de artikelen 1734 en volgende Ger. W..

Mevrouw Anne DE MAN, psychologe, c/o vzw MANIVEL (www.manivel.be), Charles de Kerckhovelaan 241 te 9000 Gent, tel. 0477 67 22 45, anne.de.man@skynet.be, werd als bemiddelaar aangewezen.

De aanvankelijke duur van de opdracht van de bemiddelaar werd vastgelegd op drie maanden, te rekenen vanaf 30 november 2006.

De zaak werd, in toepassing van artikel 1734 §2 Ger.W., vastgesteld op de openbare terechtzitting van 1 maart 2007 om 15.00 uur en er werd gezegd dat op die datum de partijen de rechter konden verzoeken om een nieuwe termijn te bepalen of om de procedure voort te zetten.

Verstaan werd dat:
- de griffier en de bemiddelaar zouden handelen overeenkomstig artikel 1735 §1 Ger. W.;
- dit hof, zelfde kamer, op elk ogenblik de noodzakelijke maatregelen kan nemen;
- op elk ogenblik de aangewezen bemiddelaar door een andere erkende bemiddelaar kan worden vervangen, bij overeenkomst tussen partijen, die door hen ondertekend wordt en bij het dossier van de procedure wordt gevoegd.

Tot slot werd geoordeeld dat er geen aanleiding toe bestond te beslissen over de tot dan veroorzaakte gerechtskosten.

Het hof verwijst voor de uiteenzetting van de procedurevoorgaanden en van de vorderingen naar het voormeld tussenarrest.

In een faxbericht van 1 maart 2007 bracht de bemiddelaar het hof ter kennis dat de partijen instemmen met de bemiddeling en dat zij haar opdracht aanvaardt. Zij stelde verder het nodige te doen overeenkomstig de regelgeving inzake de gerechtelijke bemiddeling in familiezaken.

Naar aanleiding van de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 1 maart 2007 werd medegedeeld dat de bemiddeling thans loopt, in die zin dat reeds een derde sessie was gepland.

In de gegeven omstandigheden zijn er dan ook redenen om een nieuwe termijn van drie maanden voor bemiddeling toe te kennen nu de partijen klaarblijkelijk om een voortzetting verzoeken.


OP DIE GRONDEN,

HET HOF,

recht doende op tegenspraak,

gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechts¬zaken;

Verder recht doende na het tussenarrest van 30 november 2006;

Verstaat dat de bevolen gerechtelijke bemiddeling verder doorgang zal vinden, waarbij mevrouw Anne DE MAN als bemiddelaar blijft aangewezen.

Legt, overeenkomstig art. 1734 § 3 Ger.W., de nieuwe duur van de opdracht van de bemiddelaar vast op DRIE maanden, te rekenen vanaf 1 maart 2007.

Stelt de zaak vast op de eerst nuttige openbare terechtzitting na het verstrijken van voormelde termijn, namelijk op 7 juni 2007 om 15.30 uur, en zegt dat op die datum de partijen de rechter kunnen verzoeken om een nieuwe termijn te bepalen of om de procedure voort te zetten.

Verstaat dat:
- de griffier en de bemiddelaar zullen handelen overeenkomstig artikel 1735 §1 Ger.W. wat betreft, enerzijds, de kennisgeving van een voor eensluidend verklaard afschrift van het arrest en, anderzijds, het op de hoogte brengen van het verder zetten van de bemiddeling;
- dit hof, zelfde kamer, op elk ogenblik de noodzakelijke maatregelen kan nemen;
- op elk ogenblik de aangewezen bemiddelaar door een andere erkende bemiddelaar kan worden vervangen, bij overeenkomst tussen partijen, die door hen ondertekend wordt en bij het dossier van de procedure wordt gevoegd.

Zegt dat er geen aanleiding toe bestaat te beslissen over de tot op heden veroorzaakte gerechtskosten.


Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het hof van beroep te Gent, ELFDE KAMER, zetelende in burgerlijke zaken, op VIJFTIEN MAART TWEEDUIZEND EN ZEVEN.

• Hof van Beroep Gent 05/02/2007, AR 2006/JR/170 juridat.

...

IV ten gronde

Overeenkomstig art. 387, bis B.W. werd naar aanleiding van de behandeling van de zaak ter terechtzitting gepoogd partijen te verzoenen. Hen werden alle nuttige inlichtingen verstrekt over de rechtspleging en in het bijzonder over het nut een beroep te doen op de in het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde bemiddeling.

Beide partijen werden het erover eens om zich tot een bemiddelaar te wenden. Zij gingen tevens akkoord over de persoon van de bemiddelaar.

In dit geschil, dat het voorwerp kan zijn van bemiddeling, wordt toepassing gemaakt van artikel 1734 Ger.W. en wordt de bemiddeling bevolen vermits voldaan is aan de voorwaarde dat de partijen daartoe gezamenlijk een verzoek doen of daarmee instemmen, hetgeen duidelijk blijkt uit het zittingsblad.

• Hof van Beroep Gent 16/02/2006, 2004/AR/2374, juridat

Dit Hof, zelfde kamer, heeft op 22.12.2005, een arrest geveld, ten gevolge waarvan partijen in persoon zijn verschenen, op de terechtzitting van 2 februari 2006.

In dit geschil, dat het voorwerp kan zijn van bemiddeling, wordt toepassing gemaakt van artikel 1734 van het Gerechtelijk Wetboek en wordt de bemiddeling bevolen vermits voldaan is aan de voorwaarde dat de partijen daartoe gezamenlijk een verzoek doen of daarmee instemmen, hetgeen duidelijk blijkt uit het zittingsblad.

OP DIE GRONDEN,
HET HOF,
recht doende op tegenspraak

Gelet op het artikel 24 van de wet van 15 juni 1935.


Zegt dat het hele geschil het voorwerp zal uitmaken van een gerechtelijke bemiddeling zoals bepaald in de artikelen 1734 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek;

Wijst aan als bemiddelaar PAUL VERHAEGHE, notaris-bemiddelaar, 8630 Veurne, Pannestraat 5 (tel.nr.: 058/31.15.60);

Legt de aanvankelijk duur van de opdracht van de bemiddelaar vast op DRIE maanden, te rekenen vanaf 9 maart 2006.

Bruxelles, 02/03/2009, AR 2008/JR/115, juridat

La décision du premier juge d'inviter les parties, avant dire droit, à suivre une médiation en matière familiale auprès de monsieur Benoît Van Dieren est ambiguë.

Si la médiation évoquée doit être comprise comme une médiation judiciaire, parce que la phrase qui l'évoque figure au dispositif du jugement, sous le titre "avant dire droit", en précisant le nom et les coordonnés d'un médiateur, cette décision est illégale. En effet, un médiateur ne peut être désigné par le juge qu'à la demande conjointe des parties ou avec leur accord (art. 1734 CJ). L'accord des parties est requis tant en ce qui concerne la mise en route d'une médiation qu'en ce qui concerne le choix du médiateur. Cet accord n'a pas pu être constaté en l'espèce, de sorte que le premier juge ne pouvait pas initier une médiation judiciaire.

Si, par contre, la médiation évoquée doit être comprise comme une médiation extrajudiciaire, le verbe "invite" ne peut constituer une injonction. Les parties décident librement si elles entreprennent une médiation extrajudiciaire, si elles s'adressent au médiateur préconisé par le juge et si, en attendant l'aboutissement de la médiation, elles interrompent le processus judiciaire. Le juge n'a pas à interférer dans une médiation volontaire à laquelle les parties peuvent recourir à tout moment, avant, pendant ou après le déroulement de la procédure (art. 1730 CJ).

• Hof van Beroep Gent, 15/01/2009, AR 2005/RK/83, juridat

 [...]In dat tussenarrest werd tevens beslist dat het gehele geschil het voorwerp zou uitmaken van een gerechtelijke bemiddeling, zoals bepaald in de artikelen 1734 e.v. Ger.W..

De heer F. D. M. gevestigd te ............. , werd als erkend bemiddelaar aangewezen.

De aanvankelijke duur van de opdracht van de bemiddelaar werd vastgelegd op drie maanden, te rekenen vanaf 19 juni 2008.

De zaak werd, in toepassing van artikel 1734 §2 Ger.W., vastgesteld op de openbare terechtzitting van 18 september 2008 om 14.30 uur en er werd gezegd dat op die datum, de partijen de rechter konden verzoeken om een nieuwe termijn te bepalen of om de procedure voort te zetten.

Verstaan werd:
- dat de griffier en de bemiddelaar zouden handelen overeenkomstig artikel 1735 §1 Ger. W.;
- dat dit hof, zelfde kamer, op elk ogenblik de noodzakelijke maatregelen kan nemen;
- dat op elk ogenblik de aangewezen bemiddelaar door een andere erkende bemiddelaar kan worden vervangen, bij over-eenkomst tussen partijen, die door hen ondertekend wordt en bij het dossier van de procedure wordt gevoegd.

Tot slot werd geoordeeld dat er geen aanleiding toe bestond te beslissen over de tot dan veroorzaakte gerechtskosten.

Het hof nam tenslotte ook kennis van het tussenarrest dat op 25 september 2008 werd gewezen door deze kamer.

Naar aanleiding van de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 18 september 2008 bereikten de partijen opnieuw een voorlopig akkoord inzake de verblijfsregeling van het kind bij de vader.

Tevens opteerden zij voor een voortzetting van de bemiddeling.

In de gegeven omstandigheden werd een nieuwe termijn voor bemiddeling toegekend.

Thans zijn beide partijen het er nog steeds over eens om de bemiddeling verder te zetten. Dit werd door hun raadslieden en hen-zelf bevestigd naar aanleiding van de behandeling van de zaak voor het hof ter terechtzitting van 8 januari 2009.

Daarom moet de opdracht van de bemiddelaar worden verlengd voor een nieuwe termijn zoals in het dictum bepaald.

In de concrete omstandigheden eigen aan de zaak -in het bijzonder de blijkbaar goede voortgang van de bemiddeling- zijn er geen redenen om te twijfelen aan de loyale procesvoering of om te vrezen voor een misbruik van de gerechtelijke bemiddeling.

Een nodeloze opeenvolging van meerdere tussenarresten tot verlenging -met navenante rolbelasting en vereiste aanwezigheid van de partijen dan wel vertegenwoordiging door hun raadslieden- moet worden vermeden. Immers blijkt dat de bemiddeling te dezen goed en correct verloopt sedert 19 juni 2008.

De bemiddeling mag niet onder te grote druk komen te staan en veelal is een ruimere periode dan drie maanden vereist voor het afsluiten ervan.

De rechter kan door de bemiddelaar worden ingelicht over de termijn van verlenging die wenselijk is en ook de partijen of hun advocaten kunnen opteren voor een verlenging over een ruimere periode.

Een verlenging voor een langere termijn dan de initiële termijn van drie maanden is derhalve in casu aangewezen.

De partijen verzochten om een vaststelling van de zaak nog voor de gerechtelijke vakantie.

Indien inmiddels een bemiddelingsakkoord zou tussenkomen, past het te vermelden dat de partijen dit in de hangende procedure ter eventuele homologatie door het hof reeds kunnen voorleggen op de datum waarop de zaak thans in voortzetting wordt gesteld.


OP DIE GRONDEN,

HET HOF,


recht doende op tegenspraak,

gelet op het artikel 24 van de wet van 15 juni 1935;

verder recht doende na de tussenarresten van 13 maart 2008, van 19 juni 2008 en van 25 september 2008;

verstaat dat, wat betreft de krokus- en paasvakantie 2009, in het voorlopig akkoord d.d. 18 september 2008 reeds tussen de partijen werd overeengekomen wat volgt: [...]

zegt voorts voor recht dat de bevolen gerechtelijke bemiddeling verder doorgang zal vinden, waarbij de heer F. D. M. als bemiddelaar blijft aangewezen;

legt, overeenkomstig art. 1734 § 3 Ger.W., de nieuwe duur van de opdracht van de bemiddelaar vast op VIJF MAANDEN en EEN WEEK, te rekenen vanaf 8 januari 2009;

stelt de zaak vast op de openbare terechtzitting van:

donderdag 18 juni 2009 om 12.00 uur
(behandelingsduur van 20 minuten)

en zegt dat op die datum de partijen de rechter kunnen verzoeken om een nieuwe termijn te bepalen of om de procedure voort te zetten;
verstaat:

- dat de griffier en de bemiddelaar zullen handelen overeenkomstig artikel 1735 §1 Ger. W. wat betreft, enerzijds, de kennisgeving van een voor eensluidend verklaard afschrift van het arrest en, anderzijds, het op de hoogte brengen van het verder zetten van de bemiddeling;
- dat dit hof, zelfde kamer, op elk ogenblik de noodzakelijke maatregelen kan nemen;
- dat op elk ogenblik de aangewezen bemiddelaar door een andere erkende bemiddelaar kan worden vervangen, bij overeenkomst tussen partijen, die door hen ondertekend wordt en bij het dossier van de procedure wordt gevoegd;

zegt dat er geen aanleiding toe bestaat te beslissen over de tot op heden veroorzaakte gerechtskosten.


Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, elfde ter kamer, zetelende in burgerlijke zaken,

 

 

 

 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: ma, 27/01/2014 - 02:33
Laatst aangepast op: do, 04/02/2016 - 17:58

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.