-A +A

Aanvangspunt van de verjaring

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

De verjaringstermijn in burgerlijke zaken begint pas te lopen vanaf de dag waarop voor de schuldeiser het recht ontstaat om de rechtsvordering in te stellen, dit is de dag waarop de schuldvordering opeisbaar is geworden.

Indien het gaat om een vordering tot uitvoering van een zuivere en eenvoudige verbintenis, begint de verjaring te lopen vanaf de dag waarop deze verbintenis moet worden uitgevoerd, ook al heeft de schuldeiser van deze verbintenis jarenlang geen gebruik gemaakt van een contractueel recht waarvan geen afstand werd gedaan.

Krachtens art. 2262bis, § 1, tweede lid BW verjaren vorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op de dag waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade. of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon (art. 2262bis, § 1, tweede lid BW).Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling volgt dat de wetgever als aanvangspunt van deze verjaring de dag heeft beoogd waarop de benadeelde daadwerkelijk kennis heeft gekregen van de schade en niet die waarop hij moet worden vermoed hiervan kennis te hebben gekregen.Dit laatste behelst, het tijdstip waarop een normale zorgvuldige persoon in de zelfde concrete omstandigheden van de schade redelijker wijze kennis had kunnen nemen.

Hij die de verjaring inroept heeft de bewijslast dat de (beweerde) houder van het recht reeds langer dan vijf jaar vóór het uitoefenen van zijn rechtsvordering van de relevante feiten kennis had (art. 1315 BW en art. 870 Ger.W.).

De pauliaanse vordering wordt vaak ingesteld tegen de bedrieglijke verkoop van onroerend goed teneinde zich onvermogend te maken voor de schuldeisers. De vraag die dan ook onmiddellijk rijit is in hoeverre een overschrijving in de hypotheekregisters geldt als kennisname voor de benadeelde schuldeiser. Niettegenstaande anders luidende rechtsleer oordeelt het Hof van Cassatie in haar arrest van 26 april 2012 dat de overschrijving van een akte in de daartoe bestemde registers van de hypotheekbewaarder slechts tot gevolg heeft dat derden met een conflicterend recht vanaf dat ogenblik hun goede trouw niet meer kunnen inroepen.

Uit art. 2262bis, § 1, tweede lid BW en art. 1 Hypotheekwet volgt dat de overschrijving van een akte in de registers van de hypotheekbewaarder niet tot gevolg heeft dat eenieder vanaf het ogenblik van die inschrijving de in art. 2262bis, § 1, tweede lid BW vereiste kennis heeft.Een schuldeiser wordt dus niet vermoed om elke dag de hypotheekregisters van zijn schuldenaar na te zien. (zie ook: Guan Velghe, Daadwerkelijke kennisname als aanvangspunt van de 5-jarige verjaring (art. 2262bis §1, tweede lid BW) De schemerzone tussen kennis en behoren te kennen, noot onder Cassatie 26 april 2012, RW 2012-2013, 944)




aanvangspunt verjaring rechtsbijstand

Rechtsleer:

• I. Claeys, “Opeisbaarheid, kennisname en schadeverwekkend feit als vertrekpunt van de verjaring” in I. Claeys (ed.), Verjaring in het privaatrecht. Weet de avond wat de morgen brengt?, Mechelen, Kluwer, 2005, (31),;

• I. Durant, “Le point de départ des délais de prescription extinctive et libératoire en matière civile” in P. Jourdain en P. Wéry (eds.), La prescription extinctive: études de droit comparé, Brussel, Bruylant, 2010, (264), p. 279, nr. 12),

• I. Boone, “De verjaring van de vordering tot schadeherstel op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid en van de burgerlijke vordering uit een misdrijf” in H. Bocken, I. Boone, B. Claessens e.a. (eds.), De herziening van de bevrijdende verjaring door de wet van 10 juni 1998: de gelijkheid hersteld?, Antwerpen, Kluwer, 1999, (93), p. 113, nr. 143).

• A. Van Oevelen, “Krachtlijnen van de bevrijdende verjaring in het burgerlijk recht” in Actuele problemen van het socialezekerheidsrecht. Verjaring en sociale zekerheid, Brugge, die Keure, 2011, (3), p. 18,

• T. Vansweevelt, “De verjaring van de buitencontractuele vordering (art. 2262bis BW)” in H. Vuye en Y. Lemense (eds.), Springlevend aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, (293), p. 304, nrs. 16 e.v.

• M. Marchandise, La prescription libératoire en matière civile in Les dossiers du Journal des Tribunaux, Brussel, Larcier, 2007, p. 63, nr. 54 in fine).

• Guan Velghe, Daadwerkelijke kennisname als aanvangspunt van de 5-jarige verjaring (art. 2262bis §1, tweede lid BW) De schemerzone tussen kennis en behoren te kennen, noot onder Cassatie 26 april 2012, RW 2012-2013, 944
 


Rechtspraak:

• Kh. Brussel 26 oktober 2007, RW 2009-10, 721,
 

 


 

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: wo, 15/07/2009 - 14:13
Laatst aangepast op: zo, 20/03/2016 - 19:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.